Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoofdlijnen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoofdlijnen

3 minuten leestijd

De commissie Positie Raadsleden van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft vorige week in een interimrapport aanbevolen, de vergoedingen voor de raadsleden aanmerkelijk op te trekken en in plaats van de presentiegelden over te stappen op het systeem van vaste vergoedingen. Nu is de financiële vergoeding voor raadsleden ongetwijfeld een groot probleem. Zoals altijd, geldt ook hier dat die vergoeding niet te hoog en niet te laag moet zijn. Is die vergoeding te hoog, zodat het raadslidmaatschap financieel aantrekkelijk wordt, dan laden de raadsleden de schijn op zich, dat ze het om het geld doen. Is de vergoeding te laag, dan is het raadslidmaatschap, vooral in grotere gemeenten, voor „normale" mensen haast niet meer te doen. Alleen bepaalde categorieën, zoals ambtenaren die er vrij voor krijgen, zelfstandigen, die het zich kunnen veroorloven om vrij te nemen, huisvrouwen en gepensioneerden, kunnen zich dan nog zonder bezwaar voor het raadslidmaatschap beschikbaar stellen. Nu is het wel duidelijk dat de vergoedingen op het ogenblik aan de lage kant zijn. Dat blijkt ook wel uit het tussentijds bedanken van raadsleden, dat de laatste tijd vooral in de grotere gemeenten veelvuldig voorkomt. Dat geldt ook voor de leden der Provinciale Staten. Velen komen zo langzamerhand tot de conclusie dat het werk im staten en raden niet meer te combineren is met hun normale werkkring. Dit brengt ons natuurlijk wel tot de vraag wat precies tot de taak van het raadslid gerekend moet worden. Moet hij het doen en laten van het gemeentelijk apparaat tot in details controleren? Moet hij tegenover de voorstellen van B. en W. eventueel uitgewerkte tegennota's in tegenvoorstellen op tafel leggen? Ook al zouden raadsleden helemaal voor het raadswerk vrijgesteld worden — hetgeen welhaast onbetaalbaar zou zijn — dan nog zouden zij zeker in grotere gemeenten, de mindere blijven van b. en w., die nu eenmaal een over het algemeen deskundig ambtelijk apparaat achter zich hebben. Raadsleden moeten dan ook niet de pretentie hebben dat ze het werk van b. en w. over kunnen en moeten doen; waarbij zij dan een overeenkomstige honorereing kunnen verwachten. De raadsleden zullen zich noodgedwongen moeten beperken tot de hoofdzaken, tot de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid. Ook dan is er vooral in de grotere gemeentes wel aanleiding om de honorering wat op te trekken. Het interimrapport kan aan de discussie daarover een belangrijke bijdrage leveren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 27 augustus 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Hoofdlijnen

Bekijk de hele uitgave van maandag 27 augustus 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken