Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onderwijs soms plant in een pro(e)ftuin

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onderwijs soms plant in een pro(e)ftuin

Redes hij opening nieuwe studiejaar.

10 minuten leestijd

„Het onderwijs lijkt soms op een plant in een proeftuin, die naar willekeur verpot, verplant. gesnoeid en bespoten kan worden, zonder dat men zich blijkbaar behoeft af te vragen of de plant er tegen kan, welke effecten de behandeling ten gevolge heeft en of de tuinlieden het nog wel allemaal kunnen bijbenen". Deze opmerking van de Voorzitter van het college van bestuur van de Rijksuniversitcit in Leiden, mr. K. J. Cath, bij de opening van het academisch jaar maandagmiddag, is in grote lijnen representatief voor de redevoeringen die deze middag aan universiteitenen hogescholen door de universitaire bestuurders ter gelegenheid van het nieuwe studiejaar zijn afgestoken,

Daarnaast werd aan de drie Technische Hogescholen in Delft, Eindhoven en Twente vrij veel aandacht besteed aan de problematiek van technologie en techniek. Prof. G. Vosser, (Eindhoven) stipte aan dat de houding van bewondering voor de techniek is omgeslagen in scepticisme of zelfs afkeer. De angst voor de onverbiddellijke wetenschap-techniek spiraal veroorzaakt ook een afkeer van wetenschap zei hij.

AFKEER VAN TECHNIEK
Voor een TH is het volgens prof. Vosser noodzakelijk onderzoek te doen naar de aard van die afkeer en de plaats en de verantwoordelijkheid van de individuele technicus tot een centraal thema van onderwijs en onderzoek te kiezen. Het gevoel van onbehagen over de spiraal van wetenschap en technologie zal volgens hem evenwel niet op korte termijn verdwijnen. Te lang heeft misschien ook de technicus zich alleen met zijn vak en niet met wat daarbuiten leeft beziggehouden, overwoog hij. De Twentse rector magnificus prof. P. J. Zandbergen meende dat bij de andere, minder positieve waardering van de technische vooruitgang juist de ingenieur veel te doen staat. Er ligt volgens hem voor ingenieurs een belangrijke taak, maar dan zal het studiepakket breder en gevarieerder moeten worden dan het nu is. De komende herstructurering van het tertiair onderwijs biedt volgens hem de mogelijkheid voor aanpassing van het Studiepakket aan de anders gerichte eisen van de maatschappij. 
De problemen rond de invoering van de Wet Universitaire Bestuurshervormingen (de WUB) en de eerste ervaringen ermee, de collegegelden, de grote toeloop van studenten en het onvoldoende aantal wetenschappelijke medewerkers om hen onderwijs te geven, de planning, de herstructurering van het studieprogramma en de teruglopende mogelijkheden om naast het overvolle onderwijsprogramma nog wetenschappelijk onderzoek te verrichten, overheersten als thema's in alle redes.
Eveneens overheersend is het vertrouwen dat na de nu langzamerhand afgesloten inwerkperiode men het in de nieuwe bestuursstructuur zal gaan klaren. Niettemin worden op diverse plaatsen waarschuwende vingers geheven tegen teveel rapporten, teveel vergaderingen en te weinig mogelijkheden voor bezinning. Prof. mr. I. A. Diepenhorst, rector magnificus van de Vrije Universiteit, zette de universiteit in de branding van de mondiale samenleving, waarschuwde tegen paniek, bepleitte een economie van het onderwijs en stelde dat de universiteit nu meer dan ooit voortdurend keuzes zal moeten maken. „Alle onderwijsinstellingen groeien de laatste jaren snel en vragen veel geld", aldus prof. Diepenhorst. 

ONGELUKKIG
Sprekend over de universiteiten als organisatorische complexen, vond hij de omvang ervan ongelukkig. Een universiteit met zesduizend studenten noemde hij een hanteerbaar geheel. Men slaat een verkeerde weg in, als men de universiteiten maar groter en groter laat worden, was zijn mening. Over het kiezen van een standpunt door de universiteit merkte hij op: „Zonder te vervallen in een soort ombudsrol ter rechtzetting van alles wat niet bevredigt, zal de universiteit vanuit de vrijheid van onderwijs moeten doen blijken waar zij staat". Üit zijn betoog bleek dat hij hier doelde, zowel op nationale als op internationale kwesties. In Twente noemde rector magnificus prof. Zandbergen het collegegeld-wetsontwerp van de nieuwe regering op tal van plaatsen nog ondoorzichtiger dan de nu geldende wet van ex-minister De Brauw. Uit de collegegeld-perikelen is volgens hem duidelijk gebleken dat het hanteren van aantallen ingeschreven studenten als basis voor toewijzing van financiële middelen aan de universiteit en hogescholen aanvechtbaar is. „Het lijkt mij noodzakelijk en eerlijk gezegd niet bijster moeilijk tot een andere financieringsgrondslag te komen", stelde hij. Over de planning van het tertiair onderwijs toonde hij zich bezorgd: Op ambtelijk niveau wordt al hard aan procedures gewerkt, terwijl principiële uitspraken van het parlement erover nog ontbreken".
In Leiden zei prof. dr. P. Th. Oosterhof, lid van het college van bestuur, dat voor de faculteit der sociale wetenschappen in Leiden rigoreuze beperking van het aantal studenten nodig is voor een gezonde ontwikkeling van deze faculteit. Als dat niet gebeurt, vreest hij zowel werkloosheid voor hen die te zijner tijd in deze faculteit zullen afstuderen als een sterke achteruitgang van de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek in de sociale wetenschappen. „Zou men het onderzoek willen redden door het buiten de universiteit onder te brengen, dan zal het afglijdingsproccs alleen nog maar versneld worden", meende hij.

PLANNING
Prof. dr. A. G. M. van Melsen, voorzitter van de universiteitsraad van de Katholieke Universiteit in Nijmegen noemde het realistisch te constateren dat een situatie waarin we werkelijk in staat zijn tot een efficiënt uitstippelen van de weg die we moeten gaan met de universiteit, nog ver af is. Zelden is er een grotere afstand tussen theorie en praktijk gedemonstreerd dan juist op het terrein van de planning van het tertiair onderwijs. Terwijl er met inschakeling van veel deskundigen aan allerlei planningssystemen wordt gewerkt, varen we feitelijk volstrekt in de mist.
In Delft noemde ir. T. Verheul, waarnemend voorzitter van het Delftse college van bestuur, de ontwikkeling van het zelfbestuur via de WUB waarschijnlijk een van de bijdragen, die de universiteiten en hogescholen aan de vernieuwing van de maatschappij gaan leveren.

„KLEIN WONDER"'
Prof. dr. S. G. van den Bergh. voorzitter van de Utrechtse universiteitsraad, noemde het een „klein wonder" dat de samenwerking tussen college van bestuur en universiteitsraad in Utrecht naar zijn mening zo goed van de grond is gekomen: De wet universitaire bestuurshervorming is op dat punt zo vaag dat beide elkaar met de wet in de hand het leven erg zuur en het werk bijna onmogelijk kunnen maken, zo zei hij. Het zou prof. van den Bergh zeer spijten wanneer de in Utrecht door nauw samenspel bereikte eenheid in bestuur en beheer tussen het college van bestuur, de universiteitsraad en de raadscommissies door de staatssecretaris van onderwijs zou worden teruggehaald met het argument dat het beheer tot de uitsluitende bevoegdheid van het college van bestuur behoort. Wij zullen echter onze opvattingen niet makkelijk loslaten en eventueel bij de kroon in beroep gaan. als ons bestuursreglement op dit punt wordt afgekeurd, kondigde hij aan.

Samenwerken
De rector magnificus van de Groningse Rijksuniversiteit, prof. dr. A. Wattel, ginp in zijn rectorale rede o.m. in op het probleem van de interuniversitaire samenwerking. Hij merkte o.a. op:
„Een nog veel groter aantal onderwerpen op het gebied van de externe samenwerking en taakverdeling diende zich het afgelopen jaar aan. Naast het optreden van de Academische Raad en de daarmee samenhangende organen kunnen onder meer worden genoemd de problematiek van de tweede geldstroom, de zogenaamde G.U.O.-nota, enkele interuniversitaire samenwerkingsvormen, zoals de herstructurering aardwetenschappen, deelneming aan het inter-universitair instituut voor Radiopathologie en het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling voor het iInteruniversitair Reactor instituur.
Nieuwe interuniversitaire organen die aan de orde zijn gesteld, waren een landelijk orgaan voor de niet-westerse sociaal-culturele wetenschappen, de oprichting van een interuniversitair instituut voor accountancy, de zogenaamde Limperg-instituut en als belangrijke nieuwe categorie de plannen voor het instellen van coördinerende organen vóór het post-academisch onderwijs, waarvan die voor de medische en bedrijfswetenschappen reeds in discussie zijn.

Regionaal
De hoogleraar pleitte verder ook voor grotere regionale samenwerking en interuniversitaire betrokkenheid; „Wanneer we het oog op meer regionale vormen van samenwerking richten, krijgen we een nog gevarieerder beeld. In de medische sector bijvoorbeeld de uitbreiding van het aantal affiliaties, de samenwerking op het gebied van de opleiding van de junior co-assistenten in Twente, de meer intensieve participatie van het College van Bestuur en de medische faculteit in de commissie van overleg tussen de Rijksuniversiteit en het Academisch Ziekenhuis en de problematiek die vaak wordt aangeduid met „Universitair Medisch Centrum". Regionaal zien wij verder de plannen voor een para-universitair en provinciaal instituut voor gezondheidszorg en milieu. Op het gebied van het tertiair onderwijs voorts de samenwerking met de stichting Ubbo Emmius, in de Stuurgroep Universitaire Vestiging Friesland, de samenwerking tussen de faculteit der sociale wetenschappen en de Agogische Academie te Leeuwarden''

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 3 september 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Onderwijs soms plant in een pro(e)ftuin

Bekijk de hele uitgave van maandag 3 september 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken