Bekijk het origineel

Reformatorisch Getuigenis trok weer velen naar Utrecht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Reformatorisch Getuigenis trok weer velen naar Utrecht

Thema was „Christus en Zijn Kerk

14 minuten leestijd

"Geachte medegetuigenden, het is ons echt niet te doen om op staande voet de kerkelijke verhoudingen om te buigen en te veranderen; veeleer zijn we doordrongen van het feit, dat in elke kerk een door en udor Schriftuurlijke, reformatorische mentaliteit moet ontstaan, groeien en verdiepen. Die kan en zal ons verbinden. Overal waar maar deze reformatorische instelling gevonden wordt, herkennen we elkaar en staan we, zo niet kerkelijk dan toch *geestelijk naast elkaar". Aldus luidde ds. J. H. Velema uit Apeldoorn, voorzitter van de Stichting Nederland-ICCC de interkerkelijke tweede reformatorische getuigenisdag in.

Deze dag, bezocht door naar schatting drie- tot vierduizend personen, werd  zaterdag gehouden in de Julianahal van het Utrechtse Jaarbeurscomplex. De slechte weersomstandigheden en het feit, dat er op dezelfde dag diverse andere, landelijke toogdagen en vergaderingen werden gehouden, zullen er mede aan hebben bijgedragen, dat deze tweede getuigenisdag minder goed bezocht werd dan de eerste, op 11 november van het vorig jaar. Overigens hebben de enkele duizenden aanwezigen er toe bijgedragen, dat de dag financieel geen teleurstelling behoefde te worden voor de organisatoren: de ochtendcollecte bracht namelijk ruim negenduizend gulden op en de tweede, 's middags, zelfs ƒ 9.910,89.

Het thema was „Christus en Zijn Kerk". Voorzitter ds. Velema behandelde in zijn openingstoespraak het aspect „Wat Christus zoekt". Na Schriftlezing van Openbaring 2 en 3, over de zeven gemeenten in Klein-Azië stond de Apeldoornse Christ. Gereformeerde predikant stil bij de betekenis van deze brieven: een spiegel voor de kerk van nu. „Wat zoekt Christus in Zijn Kerk?" Christus zoekt allereerst geen gearriveerde kerk, vervolgens geen zelfverzekerde kerk en ten slotte geen formalistische kerk. Met voorbeelden maakte ds. Velema duidelijk: elk van de drie eerste gemeenten, genoemd in Openbaring, vertonen de gemelde kenmerken, die negatief zijn.

Bewarend
Daartegenover kan men, aan de hand van de vier brieven aan de laatste gemeenten, aflezen, wat Christus dan wel in Zijn Kerk zoekt: een positieve benadering. Dan zoekt de Heere der Kerk een levende en werkende kerk, een strijdende en een bewarende kerk. Dat laatste is overigens niet hetzelfde als conservatieve kerk; Christus let op de inhoud van de vormen! Ten slotte zoekt Christus ook een volhardende en verwachtende kerk, aldus de voorzitter, die een krachtig appèl deed op de aanwezigen, om waarlijk Gereformeerd te zijn.

Zijn lezing werd afgewisseld met samenzang en solozang van de bekende zangeres Rita van Harmelen (de Utrechtse chirurge mevr. dr.M.M. Plomp-van Harmelen), die — aan het orgel begeleid door Arie Pronk — een aantal Engelse geestelijke liederen ten gehore bracht. In de ochtendvergadering werd het tweede aspect van het getuigenisthema, „Wat Christus ziet", behandeld door ds. A. Vroegindeweij, Hervormd predikant te Veenendaal. Deze spreker wees er op, dat Openbaring ons duidelijk laat zien, langs welke diepe afgronden de kerk in deze wereld moet trekken, maar anderzijds ook, dat wij niets hebben te vrezen als we geleerd hebben van de genade van onze Heere Jezus Christus. Eén ding slechts kan ons dan reden tot bezorgdheid geven; dat de duivel ons rusteloos zal trachten af te trekken van Christus Jezus. Wanneer we daaraan zouden toegeven, Hem verlaten, dan moet ons kerkelijk leven wel verslappen en dan heeft de duivel aan alle kanten vat op ons.

Verleiding
Daarom moeten we vooral ook luisteren naar die Koning en Heere, Die niet alleen preekte tegen de zeven gemeenten in Klein-Azië, maar tegen alle gemeenten op alle plaatsen van Zijn heerschappij. De aanvechtingen van de zeven gemeenten, hun strijd, dat alles komt in onze gemeenten ook terug; in andere vormen, maar we moeten ze onderkennen, aldus betoogde ds. Vroegindeweij. Hij wees ook op de grote verleiding om als kerk mee te gaan doen met de wereld, om niet langer vreemdeling op aarde te willen zijn. Christus houdt ons echter een spiegel voor en we zien ook, dat Christus nog steeds — na tweeduizend jaren — tussen de gouden kandelaren wandelt om ons de weg te wijzen.
De Veenendaalse pastor merkte op, dat de kerk zich vroeger wel eens te veel in een zelfvoldane rust terugtrok, het al te goed getroffen meende te hebben met zichzelf. Als kerk leverden we wel kritiek, maar op anderen. Vrij plotseling is er echter een keer gekomen in dat zelfvertrouwen. Jezus laat ons in de brieven aan de Kleinaziatische gemeente zien, dat het zeker goed is, te ijveren voor „de waarheid". Maar als die strijd losgemaakt wordt van de liefde tot De Waarheid die Christus is, dan komen we, ook als kerk, op een dood spoor te staan.
Men kan zich afvragen: vanwaar en hoe al dat geestelijk verval in de kerken van onze dagen? Neem de gemeente van Efese: ijveraars voor de waarheid; valse apostelen uit de kerk verwijderd. Toch ging het daar mis, zo lezen we.

Zelfvoldaan
De gemeente had haar eerste liefde verlaten; de innige band met Christus was er niet meer; met het verstand beleed men nog slechts „de waarheid". In Laodicea was het weer anders; daar overheerste de zelfgenoegzaamheid; het ging goed, er was welvaart en men was — en is in onze dagen — verzekerd van de wieg tot het graf. Het vergif van valse rust sloop de kerk binnen; waarom zoveel drukte gemaakt? Men betaalde zijn premies voor hulp en tijden van nood. Is zo onze kerkgang ook niet vaak een premie geworden voor het toekomende leven? Er zijn tegenwoordig in de kerk zo weinig zondaren en tollenaren, aldus de predikant, die zijn gehoor maande, in woord en daad te getuigen van de Enige Naam onder de hemel. Na kritiek te hebben geoefend op dr. Albert van den Heuvel, die na zijn recente reis naar Rusland de gevangen zittende christenen had betiteld als conservatieven, riep hij ten slotte de aanwezigen op hun handtekening te plaatsen op lijsten, waarmee jongeren rondgingen en waardoor zal worden geprotesteerd via de regering tegen het goddeloze voornemen, een Deense pornografische film te vervaardigen over „het liefdeleven van Jezus". Velen maakten gebruik van deze mogelijkheid tot massaal protest tegen een dergelijke schanddaad.

Waterput
Met de toespraak van ds. Vroegindeweij was de ochtendbijeenkomst bijna geëindigd; er volgde nog zang met collecte en solozang en een shympathieke daad van de jongerenafdeling van de ICCC. Dit ICCC-jeugdconcert bood namelijk een symbolische waterput aan voor dorstig India. De ingezamelde gelden hiervoor zullen worden aangewend door het hulpverleningsdepartement van de Internationale Raad van Christelijke Kerken, de Internationale Christelijke Handreiking. Ds. Joh. Verwelius, Hervormd predikant te Veenendaal, sloot de ochtendbijeenkomst.
In de middagpauze kon men o.a. informaties inwinnen bij de diverse stands, die in de hal stonden opgesteld; van de ICCC, de Evangelische Omroep, het opinieblad Koers, de boekenstal (met veel Wurmbrand-uitgaven en de nieuwe documentatie over Russische concentratiekampen. Op dit door ds. Maris gepresenteerde verslag van de ex-gevangene Abraham Sjifrin komen wij uitgebreider terug) en de consumpties.

Naar Den Uyl
Dr. J C. Maris, secretaris-generaal van de ICCC en secretaris van de Stichting ICCC-Nederland, opende de middagvergadering. Hij deed het voorstel, een delegatie te sturen naar premier Den Uyl om te spreken over onderdrukte groepen en bewegingen in Oost-Europa. Onder luid applaus werd dit plan gesteund.
Ds Maris betoogde, dat wij de eis moeten stellen, dat bij alle internationale contacten, ook van onze regering, elke discriminatie wordt uitgesloten.
Na dr. Maris voerde de heer J A. E. Verat — schrijver van het boek „Kerk en tegenkerk" en thans medewerker van de Evangelische Omroep — het woord. Hij sprak mede naar aanleiding van zijn recente bezoek aan de plenaire vergadering van het centrale comité van de Wereldraad van kerken, te Geneve.

Eenheid?
De heer Vermaat wees, sprekend over het onderwerp „Onder de eenheidsparaplu". op dit eenheidsstreven dat vandaag de dag alom waarneembaar is. In Utrecht helpt de kerk een moskee bouwen, daarmee de God van de Bijbel en Allah uit de Koran op één lijn plaatsend. De Wereldraad bepleit de dialoog met de wereldgodsdiensten. In de oecumenische beweging stelt men zelfs: Christus mag niet te triomfalistisch gepredikt worden! Daar zit de mentaliteit achter van één kerk en één wereld. Nooit hoort men binnen de Wereldraad spreken over de dissidenten in Oost-Europa en hun onderdrukking. De Orthodoxe Kerk is, zo blijkt uit officële stukken, niets anders dan een slaaf van de staat. De gedachte van één kerk en één wereld raakt ook ons: allen, progressief of conservatief, behoren erbij te komen. Zo wil de Nederlandse Raad van kerken contact opnemen met alle groepen van Septuagint (kritische priesters en predikanten, red.) tot en met de Evangelische Omroep, zulks i.v.m. de grote kerkenconferentie, volgend jaar. Wij dienen echter, zo stelde de heer Vermaat, elke toenadering tot de Wereldraad en zijn streven resoluut af te wijzen.

Niet hopeloos
Na koorzang — die deze dag werd verzorgd door het Interkerkelijlc koor uit Nieuwpoort — Langerak en het Ridderkerks gemengd koor „Te Deum Laudamus", beide onder directie van Jan van den Driest en met orgelbegeleiding van Frans van Tilburg — kreeg ds. P. J. Mietes, emeritus-predikant van de Vrije Evangelische Gemeente Zeist, het woord over het derde aspect van het thema, „Wat Christus zegt".
Ds. Mietes hield de aanwezigen voor dat zij, wanneer ze defaitistisch gestemd zijn, nodig naar Gods Woord moeten luisteren. De Bijbel kent geen hopeloze gevallen. Hij kan nog altijd grote wonderen wekken en een reveil geven en zo van een Saulus een Paulus maken. De aanvallen van satan leggen een zware verantwoordelijkheid op de plaatselijke gemeente; het gevaar van zich aanpassen aan de publieke opinie en meegaan met de velen is aanwezig. Doorvoeren van de Bijbelkritiek bijv. is doorzagen van de tak, waarop men zelf zit, aldus ds. Mietes. Ten slotte moeten we ook bedenken, zo betoogde ds. Mietes, welke moeilijke positie de voorganger heeft. Als er niet de belofte lag van de Trooster zou het een onmogelijke taak zijn. Maar voorganger en gemeente mogen steunen op Gods beloften. Meer dan ooit hebben we in deze tijd echter voorgangers nodig, die een levende verbinding kennen met de Heere, zo besloot de Zeister emeritus-predikant.

Jubilaris
Na een intermezzo met zang en mu ziek was het woord aan dr. Carl Mclntire, internationaal voorzitter van de ICCC uit het Amerikaans Collingswood in New Jersey. Dr. Mcintire, die dezer dagen juist veertig jaar predikant is, waarvan vele jaren in de Bible Presbyterian Church van Collingswood, kwam juist aan uit Toronto, waar hij een conferentie van de Canadese afdeling der ICCC had bijgewoond.
Hier had hij — zo vertelde hij uw verslaggever — tevens uitstekende contacten gelegd met ds. W. Suyker van de Gereformeerde Gemeenten. Ds. Suyker, voorheen predikant te Lisse, staat thans te Unionville. Dr. Mcintire vroeg zich af, waarom bedoelde gemeenten niet toetreden tot de ICCC, hetgeen hij zeer zou toejuichen.
De schijnbaar onvermoeide dr. Mcintire, die spoedig terugreisde, omdat hij zondagavond in Collingswood zijn jubileumpreek moest houden, richtte een kernachtig appèl tot de aanwezigen, vertaald door ds. Maris, waarin hij nadrukkelijk stelde, dat de Geest Gods aan zijn Volk de vormen van Gods Woord leert. Naar die normen hebben zij te leven en die normen zijn openbaar in de Schrift. De ICCC wil kerken bundelen, die de gehele Schrift aanvaarden als Gods onfeilbaar woord. Deze organisatie eist zuiverheid en ongeschondenheid van de kerk; de kansel mag niet dienen voor de vijand en de leugenleer. Wij hebben, ook in Nederland, ook in de bijeenkomst, te getuigen en ons niet te schamen voor het Evangelie. Om Zijns Naams wil moeten we bereid zijn, te lijden. Maar we hebben schouder aan schouder te staan in onze strijd tegen de machten van de wereld, die onze vrijheid aanvechten, aldus dr. McIntire.
Hij wees erop, dat zijn evangelisatie- radiostation WXUR hem was ontnomen op valse gronden. Nu zendt hij uit vanaf een schip buiten de territoriale wateren op de Atlantische Oceaan. „Radio Free America" geheten. Inmiddels zoekt de regering een voorwendsel om hem dit ook te verbieden; hij is al gedreigd met een proces en gevangenisstraf. „Maar meer dan de helft van het Nieuwe Testament is geschreven door mensen, die voor hun overtuiging in de gevangenis hebben gezeten, dus dat is geen schande" aldus dr. Mcintire, die vervolgens stilstond bij de bekeringen van Lydia en de stokbewaarder.
Na zich te hebben gekeerd tegen de valse oecumene riep de spreker zijn publiek op, te strijden tegen de atheïsthische machten in de landen, waar de kerk onvrij is. Ds. Velema-dankte hem voor zijn komst en toespraak en besloot daarna deze tweede getuigenisdag. Onder de vele aanwezigen merkten wij ook diverse predikanten op, o.a. ds. G. A. Zijderveld (Geref. Gemeenten), ds. W. Heerma (Christ. Gereformeerd) en ds. en mevr. C. Hattingh van de Gereformeerde Kerk van Zuid-Afrika, die binnenkort naar hun land zullen terugkeren. Ds. Hattingh wordt als voorlichtingsman van zijn „Dopperkerk" in ons land opgevolgd door ds. Van der Walt, die medio november in Wilnis hoopt te arriveren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Reformatorisch Getuigenis trok weer velen naar Utrecht

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken