Bekijk het origineel

IN DE GOUDE GAPER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

IN DE GOUDE GAPER

1 minuut leestijd

MET TEKENINGEN VAN W. G. VAN DE HULST JR.

3.5. „Och, och". Scheve Tinus trekt een scheef gezicht van 't lachen, juffer IJrsel in d'r griezel merkt het niet. Ze .stuift naar binnen. BrriT!

Tinus duikt de spons weer op, Tinus werkt weer, Tinus babbelt weer zacht. .lij. beste makker, jij hebt een keurig gaatje in je keel, rond en glad. Maar — waarom heb je dat? Waarom heeft de man die joU maakte dat gedaan'? Wonderlijk!.. " Hij spoast en zeemt en de Goude Gaper glimt en glanst in de zonneschijn.

Dan, als hij even omziet, staan er twee jongens naar hem te kijken: „Baas heeft-ie een kersepit in zijn mond?" Een kersepit? Tinus kijkt hen met z'n scheve hoofd glimlachend aan. Foppen ze hem? „Een kersepit?" zegt hij. — „O ja, maar die heeft-ie allang doorgeslikt".

Maar dan wordt de kersepit opeens vergeten. De bakkersvrouw, de moeder van de tweelingen komt op de stoep, ziet haar scliatten bij de put, schudt lachend haar hoofd. Kijk nou — zulke knoeiers, zulke natie kikkers ... Kom hier!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

IN DE GOUDE GAPER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken