Bekijk het origineel

Is Israëlische volk verblind door vroegere successen?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Is Israëlische volk verblind door vroegere successen?

Indrukken van ds. Velema na enkele dagen oorlog:

12 minuten leestijd

Het enthousiasme van de Israëlische bevolking is grenzeloos en men heeft a.h.w. een blind vertrouwen in de eigen overwinning. Dat vertrouwen is niet zozeer religieus geladen als wel buitengewoon nationalistisch; begrijpelijk overigens, want het gaat om het bestaan van dit volk in dit land. Slechts een enkeling heeft het besef, dat hij in deze oorlog gesteund wordt door God; het denkbeeld van een „heilige oorlog" tegen de Arabische vijanden leeft, voor zover wij dat konden beoordelen, niet sterk.

In zulke bewoordingen typeerde ds. J. H. Velema, Chr. Geref. predikant te Apeldoorn-C, gisteren zijn ervaringen van de afgelopen week in Israël. Zoals wij reeds berichtten was ds. Velema één van de reisleiders van het interkerkelijke reisbureau „Amicitia" te Zwijndrecht, die juist in Israël op vakantie waren, toen daar de oorlog uitbrak op Grote Verzoendag, Sabbath 6 oktober jl. De andere groep, die wat later vertrokken was, is die van ds. P. den Butter uit Bunschoten. Deze laatste groep verblijft nog in het gebied van de strijd en probeert het normale aantal geplande dagen daar te blijven. Aanvankelijk bevond men zich in Jeruzalem, maar onze laatste informaties melden, dat dit gezelschap thans in Nathanya in het noorden van Israël verblijft.

Toch vakantie
Met ds. Velema praatten wij nog wat na over de bevindingen van zijn 41 deelnemers tellende groep, die wèl besloten heeft — zij het niet geheel unaniem, een minderheid wilde liever nog wat blijven — eerder naar ons land terug te keren. De reis werd aldus vrijwillig met vijf dagen bekort, maar dat betekent niet — zo stelt ds. Velema met nadruk — dat nu de gehele vakantie in het water is gevallen. Integendeel, de reis begon op 2 oktober en voor het uitbreken van de vijandelijkheden heeft men reeds een erg mooi programma kunnen afwerken. Zoals de archeologische vondsten en de opgravingen in bijv. Caesarea; het volkerenslagveld van Megiddo, de kruisvaarderszetel Akko (het oude St Jean d'Acre), het bij de Libanese grens gelegen Rosj haNikrah, Asjkelon, de berg Tabor en nog diverse andere toeristische bezienswaardigheden. Het gezelschap verbleef aanvankelijk in hotel Ayaalön (diamant) te Tiberias en daar werd de groep het eerst met de oorlog geconfronteerd.

Hoog feest
Ds. Velema vertelt, hoe men op vrijdagavond voor zonsondergang op de Sabbath moet zijn voorbereid; chauffeur en reisleider moeten zich gebaad hebben en alles is gereed voor de bij uitstek religieuze feestdag, die grote Verzoendag (Jöm Kippoer) is. Hoewel slechts ongeveer 15 procent van de Israëlische bevolking als orthodoxe religieus bekend staat en de rest er weinig of niets „aan doet", is Jöm Kippoer voor iedereen een hoogtepunt, waarop men traditiegetrouw de synagoge bezoekt. Bovendien wordt hiermee de tiendaagse periode afgesloten van het Joodse Nieuwjaarsfeest (Rosj haSjanah), dat het jaar 5734 inluidt. De Nederlanders werd dan ook een gelukkig nieuwjaar gewenst
Op de feestdag zelf kan men a.h.w. doorlopend terecht in de synagoge, waar regelmatig de gebeden werden gereciteerd. Ds. Velema is met zijn groep op Grote Verzoendag naar een synagoge in Tiberias geweest, voor iedereen een zeer indrukwekkende ervaring.

In de eredienst
Ds. Velema: we werden plechtig door .de „koster" ontvangen; kregen de kleine mutsjes (kappeltjes red.) uitgereikt en mochten als gasten op een voorname plaats zitten, waar eerst een aantal jongeren van hun zetel werd gestuurd. Anders dan in de tempel gebruik was, kregen de „heidenen" derhalve geen afgezonderde plaats toegewezen, wat wel het geval is met de Joodse vrouwen, die de dienst bijwonen vanaf een galerij. Ons werd ook de gebedsmantel omgehangen en we kregen een gebedenboek in de handen gestopt, die uiteraard voor weinigen „bruikbaar" was. Ongeveer anderhalf uur bleven we in de synagoge. Eén van de hoogtepunten voor de Israëlische aanwezigen is het moment, waarop de Wet des Heeren tevoorschijn wordt gehaald uit zijn kastje, en Heilige Ark, en gekust door jonge Joodse mannen. Ons was het vreemd te moede: moeten we dit gebaar opvatten als „Hoe lief heb ik Uw Wet"? Of is dit uiteindelijk een afgodische verering, een liturgie en litanieën zpnder wezenlijke inhoud. Indrukwekkend was het wel, maar wij realiseerden ons, dat de Joden nog altijd Grote Verzoendag vieren, terwijl het Slachtoffer, de Messias, al zo lang gekomen is.

Luchtalarm
Na de dienst was de groep in het hotel, teruggekeerd en daar kreeg men het eerste luchtalarm te verwerken. Dat betekende: allemaal naar de schuilkelder, al bleven sommigen voor eigen risico daarbuiten. Bij de Nederlandse groep, die de tijding aanvankelijk niet kon geloven, herleefde opeens de herinnering aan de oorlogsjaren van 1940. Ds. Velema's eerste gedachte was: 't is toch niet de eerste maandag van de maand, het moment waarop de B.B. zijn proefalarm draait? Weldra werd de harde werkelijkheid duidelijk. Met verrekijkers zag men vliegtuigen op het noordelijk front omlaag storten; de avondhemel was rood gekleurd van de branden en 's avonds moest men in het verduisterde hotel bij kaarslicht eten en de avondsluiting houden. De zondag na Grote Verzoendag hield ds. Velema een kerkdienst in het hotel over Hebreen 4 vers 16: „Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade", waarbij hij de nadruk legde op de Hogepriester, Die reeds gekomen is, zodat Grote Verzoendag overbodig is geworden. De groep was diep onder de indruk van het thema en vooral van het feit, dat op de Joodse hoogtijdag het volk van Israël opnieuw in oorlog verwikkeld raakte.

Zelfoverschatting
De Nederlanders waren overrompeld, maar waren de Israëli's dat ook? Op onze vraag merkt de Apeldoornse predikant op, dat hij de indruk had van mateloze zelfoverschatting bij de Israëli's. Uit gevoerde gesprekken bleek hem, dat zij niet zo erg bij het Palestijnse probleem — waar het onder meer ook om gaat in deze oorlog — betrokken zijn of er niet aan willen denken. Ze leven sterk uit hun superioriteitsgevoel, dat na de oorlog van 1967 nog flink is gestegen en willen zich niet voorstellen, dat de Arabische landen met die status quo geen genoegen zouden nemen. Ze kunnen zich evenmin indenken, dat Israël eventueel tot de verliezende partij zou behoren. Ook de naar Tiberias terugkerende kolonnes gewonde militairen van de Golan-hoogvlakte wijzigden niet direct dat inzicht.
Ondertussen leek het wijs voor do Nederlandse toeristen, het strijdgewoel de rug toe te keren. Zo kreeg men na lang speuren — alle autobussen waren gevorderd voor het troepenvervoer — toch een kans, naar Jeruzalem te komen, waar de groep werd ondergebracht in het Palace hotel, gelegen in het door Israël bezette oude stadsdeel. (De hierbij afgedrukte foto van dit hotel vermeldde nog immer met stelligheid: Palace hotel, Jeruzalem, Jordanië; hetgeen al zes jaar feitelijk niet meer het geval is.

Energie
In de oude hoofdstad van het land kon de groep toeristen een vrij behoorlijk programma afwerken: de Graftuin, bewaakt — niet door Romeinse soldaten, maar tegenwoordig — door ds. Jan-Willem van der Hoeven en zijn Arabische vrouw Wida; de Klaagmuur; het Tempelplein en zo meer. Woensdag viel de beslissing, terug te keren naar ons land. Na een nachtelijke tocht naar het verduisterde Tel Aviv werd daarvandaan donderdagochtend de thuisreis aanvaard. Thuis in zijn studeervertrek vragen wij ds. Velema naar een voorlopige balans van deze reis. Twee dingen zijn hem vooral bijgebleven: de kolossale energie, die de nieuwe Joodse natie na 1948 heeft ontwikkeld en de opvallende zorgeloosheid, zelfs bij de legerleiding, die zich met de burger a.h.w. blind staren op de voorheen behaalde successen. Sommige religieuze Joden gaan er zelfs van uit, dat God hen, nadat Hij sinds 1948 regelmatig aan hun zijde stond, niet in de steek kan laten.

Beloften
Eens te meer ging nu voor mij leven, hoe de oudtestamentische profeten terecht deze zorgeloosheid en houding van vroom zelfbedrog striemend aan de kaak hebben gesteld, aldus de Apeldoornse reisleider, die waarschuwde tegen de opvatting, dat de huidige moderne Joodse staat zonder meer moet worden gezien als vervulling der profetische beloften jegens land en volk. Die beloften liggen er zeker, maar ds. Velema wil niet weten van de opvatting — vooral verdedigd door diverse vrije groepen — dat men in de Schrift (vooral Openbaring) duidelijk de huidige ontwikkelingsgang rondom de staat Israël ziet voorspeld. De zaak is complex genoeg om een dergelijke ver simpelde voorstelling van zaken niet zomaar te aanvaarden.
ondertussen is Israël geen eenvoudige zaak, ook niet voor iemand, die om Godswil aan de zijde van het oude Bondsvolk staat. Immers zijn er ook Joodse christenen — met wie ds. Velema helaas geen contact meer gehad heeft— er zijn verder óók Arabische christenen, voor wie het probleem nog moeilijker wordt, en er zijn ten laatste die Palestijnen, die hun eigen grondgebied zagen afgenomen ten gunste van de Joden, die na de oorlog naar Palestina toestroomden. Deze dingen dient men ook te beseffen, wanneer men bezig is met huidige ontwikkelingen in het Heilige Land.

Bidden om vrede
Wat kan men ondertussen doen voor dit volk? Allereerst bidden, zo stelt ds. Velema met klem. Zelf heeft hij de afgelopen zondag weer in zijn eigen gemeente gepreekt over de tekst Psalm 122 vers 6; „Bidt voor de vrede van Jeruzalem". Dit gebed en dit medeleven van individuen en kerken voor Israël is hard nodig. De predikant vraagt zich af, of de gezamenlijke kerken ook niet iets moeten coördineren ten dienste van het Joodse volk. Want dat er ook voor de Nederlandse christenen een taak ligt jegens de „beminde om der vaderen wil" staat voor ieder rechtgelovige vast! Wat er daarom gedaan gaat worden, de christen mag niet achterblijven met zijn gebed en daad. Gevraagd naar zijn visie op het groeiend toerisme naar Israël, ook vanuit rechtzinnige Nederlandse kerken en groepen, merkt ds. Velema op, dat hij aanvankelijk nogal wat bezwaren had, om een reis naar dit land te maken. Het gevaar van een soort van „natuurlijke theologie" dreigt. Wie denkt, Christus beter te leren kennen door naar het land te reizen, waar hij gewandeld heeft, kan bedrogen uitkomen. Bovendien is het christelijk geloof niet gebaseerd op het zien, doch op het in blind vertrouwen geloven. Het is verkeerd, wanneer men pas door het aanschouwen van de Graftuin tot inkeer zou komen.
Anderzijds is het prachtige land zowel door zijn historie als door zijn natuurschoon beslist een reis waard, aldus ds. Velema. die vol lof was over met name de omgeving van de Zee van Tiberias. Laten wij ondertussen hopen, dat deze zijden van de goede schepping niet door het bittere oorlogswerk van mensenhanden wordt teniet gedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Is Israëlische volk verblind door vroegere successen?

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken