Bekijk het origineel

HEBT U GELEZEN?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

HEBT U GELEZEN?

13 minuten leestijd

Eindje halen
In het officiële orgaan van de Geref. Kerken, „Kerkinformatie", dat een algemeen erkend objectief image heeft, staat in het jongste nummer een interview met de Gereformeerde legerpredlkant ds. J. Roggeveen, die daarin wat opinies spuit over de geestelijke verzorging in de landmacht. Eén citaat:
Om nog even terug te komen op het onvoorbereid in dienst gaan, ds. Roggeveen ziet het niet meer zitten in grote voorlichtingsavonden, hoe hartelijk ook bedoeld. Ds. Roggeveen: „Je hoort beweren dat christen- dienstplichtigen het moeilijk zouden hebben omdat de thuis-kerk niet achter ze staat of tenminste het niet vanzelfsprekend vindt dat haar jonge leden in militaire dienst gaan. Ik merk daar niets van, ik merk meestal alleen in zoverre iets van vanzelfsprekendheid, dat me blijkt dat er nooit met de jongens over de problematiek van oorlog en vrede is gepraat. Pas in het leger komen ze ermee in aanraking en dan raken sommigen van slag.
Begrijp me goed, we moeten de jongens geen problemen aanpraten, maar ik zou willen dat in de thuis-kerk in de catechese en in een persoonlijk pastoraal gesprek deze dingen doorgenomen worden. Nu zeg je: dat kan wel eens heel verschillend uitpakken, hier zit een dominee die ten naaste bij pacifist is en ginds een NAVO-enthousiast. Me dunkt, ze moeten de jongens zo objectief mogelijk met de geweldige vragen die er liggen rondom het dienstnemen in aanraking brengen. Toegegeven, dat is niet eenvoudig en regels zijn niet te geven.
Overigens moet ik oppassen dat ik niet een te florissant beeld van de troep geef. De meerderheid lijkt niet met gewetensvragen rond te lopen, je komt een enorm brok vervlakking tegen en heel wat jongens gaat het er alleen om dat zij veilig en gerieflijk hun eindje halen. Daar aan te gaan staan is misschien wel de grootste zorg voor een legerdominee anno 1973".

Na de „Oproep"
En hoe gaat het nu na de „Oproep" van de verontrust Gereformeerden? Wij halen enkele citaten uit hun blad „Waarheid en Eenheid":

Er is nog een reden, dat men niet gewaarschuwd wil worden; en die is niet maar irrltant, maar die kan zelfs verlammend zijn. Ik bedoel het verlammende gevoel, dat je er toch niets aan kunt doen. Dat is bij veel vraagstukken het geval (de derde wereld, onze consumptiemaatschappij, het rassenvraagstuk, het oorlogsvraagstuk, de maatschappelijke disharmonie enz.), maar in de kerk is dat onmachtsgevoel absoluut onaanvaardbaar. Daar zijn we leden van Christus en samen één lichaam. Als dus in de kerk door een kleine elitegroep iets doorgedreven wordt, dan gaat het ten koste van het lichaam. Mijns insziens is voor enkele jaren doorgedreven — na een systematische voorbereiding — dat onze Kerken bij de Wereldraad gegaan zijn. Dat leefde niet in de Kerken en die zijn er ook nooit in gekend. Dat was slecht, om zo'n ingrijpende stap te doen zonder de Kerken daarover te horen.
Over die vreemde samenkomst in juni jl. waarbij de leden van de Hervormde en van onze synode aanwezig waren en over wat ze daar bespreken zouden, zijn de kerken ook vooraf niet behoorlijk ingelicht. Als bepaalde elitegroepen zulke dingen in onze Kerken doorzetten (soms doordrijven) ontstaat het verlammende gevoel: daar is toch niets aan te doen. Dat is heel erg. De mensen nemen de moeite niet meer om verontrust te zijn en de kerk wordt tot een kerkhof. Maar ook deze afschuwelijke situatie, je kunt er toch niets aan doen, een elite theologengroep (tegenwoordig aan en rondom de Vrije Universiteit), gaat toch wel door, mag ons niet verlammen. Want ons perspectief is de Evangelisch Geref. Kerk van alle reformatorische Christ-gelovigen. We leven in 't laatst der dagen. We staan als orthodoxie met onze rug tegen de muur op alle gebied. De leugen en afval en wetteloosiheid maken zich groot. Daartegenover staat de gemeente van Jezus Ohristus!
Dit alles moet groeien. 't Moet vooral organisatorisch door het ongeduld van sommigen niet overhaast en dus getorpedeerd worden. We vinden het jammer, dat de kerknieuws-redacteur van 't Vrijgemaakte Ned. Dagblad geen betere reactie op onze Oproep weet, dan: Wordt Vrijgemaakt. Dat is tooh in 't groot gezien voor die Kerk in Nederland geen oplossing, dat er enkele honderden op de 800.000 Gereformeerden Vrijgemaakt zouden worden.
Maar perspectief is er, als er door onderling overleg en contact tussen verschillende groeperingen, spontaan groeit de Evangelisch Geref. Kerk. Dit contact is er. Nu zullen wij echter binnenkerkelijk ook iets moeten doen. En dat wil onder Gods leiding en zegen Schrift en Getuigenis proberen."

Twee-zijdig
De Leidse dogmaticus prof. dr. H. Berkhof, de pas gekozen voorzitter van de Nederlandse Raad van Kerken, is kort geleden een interview afgenomen door het progressieve blad „De Nieuwe Linie". Daarin antwoordt hij op de vraag of Nederland zich eenzijdig achter Israël opstelt:

„Nu bent u bij de duivel te biecht. Ik sta achter dat eenzijdige. Ik heb nog nooit iemand gezien, die in de politiek tweezijdig kan zijn; in dit geval stuiten de twee standpunten elkaar ook uit. Misschien kan een engel tweezijdig zijn, maar ik ben geen engel. Als ik Israëli was, zou ik ook zeggen, dat de beste oplossing, die de beste Arabieren voor me in petto hadden, een doodsteek zou zijn. Er moet voor de Israëli's een plek op de wereld zijn. Welke democratische staat ook met welk ruim opnemingsbeleid ook zou het probleem van dit volk niet kunnen oplossen. En dan heb ik een specifiek bijbels motief: die plek kan alleen in dit land zijn."
Op de vraag, of de bijbel, het Oude en het Nieuwe Testament, het boek dus van de belofte en van Jezus, voor hem een speciale titel is om Israël te steunen, zegt prof. Berkhof onder meer; „U noemt daar Jezus, ik zou uw vraag misschien anders formuleren, maar Jezus is een Jood en dat is niet toevallig; Hij is de vrucht van een weg, die God met dit volk gekozen heeft. De Joden worden gekenmerkt, dat ze een combinatie zijn van gemeente Gods en een aards politiek volk. Dat is voor ons een zeer moeilijke figuur. Maar ik noem de belofte van God aan de Joden, de landbelofte dus, het sacrament van Israël, Van Abraham tot nu toe, zegt elke Jood: tot ziens in Jeruzalem. Als Christen ben ik ook bij Israël ingelijfd, al begrijp ik dat niet helemaal."
De vraag dringjt zich dan op, of die belofte Gods aan de Joden een hogere rechtstitel is dan waarmee we over het algemeen rekenen?
„Dat is een slimme vraag, u vraagt eigenlijk of die belofte kan gerealiseerd worden via compleet onrecht. In de eerste plaats zit geen enkel volk ergens volkomen historisch terecht; er zitten in Nederland vroegere Saksen, bijvoorbeeld. Maar wat de Joden betreft kun je zeggen, dat een deel van dat volk daar toch al, hoelang is het, een drieduizend jaar leeft; dat geldt voor de Arabieren ook sinds veertienhonderd jaar. Maar ik hoef dat probleem niet op te lossen, want ik houd me aan iets, waar de Verenigde Naties zich ook aan houden, waar Rusland zich aan houdt: Israël is erkend. (...)"

Bamboegordijn (?)
In „Oost-Aziës Miljoenen" van de stichting Overzeese Zendingsgemeenschap (voorheen CIM geheten), duiken regelmatig berichten op over de situatie van de Christenen in China. Er schijnen daar veranderingen ten goede (?) te geschieden. „Miljoenen":
"Er hebben grote veranderingen plaats gevonden in China, doordat het meer en meer open staat voor bezoeken van Christenen. Momenteel zijn de mogelijkheden voor Christenen, om hun familieleden in China te bezoeken, nagenoeg onbeperkt, maar niet allen maken gebruik van de gelegenheid om bijbels mee te nemen. Sommigen hebben familieleden in China tot Christus mogen leiden. Als zij hen daarna opnieuw bezochten, konden ze vaststellen, dat het werk der genade zich in hen had verdiept en gepaard ging met een openlijk getuigen van wat de Heer gedaan had, zelfs tegenover communistische buren.
Jonge mensen zijn vaak van harte bereid zich door de Heer te laten gebruiken in hun contacten met andere jongeren in China. Een meisje van dertien jaar nam met Chinees Nieuwjaar vier evangeliën mee op haar eigen verzoek, om die aan niet-Christelijke familieleden te geven. Die hebben de evangeliën beleefd en aanvaard en haar terzijde genomen om naar allerlei te informeren. Het was allemaal nieuw voor hen. (...).
Een groep Christenen, die China bezocht heeft, bericht over bekering en doop van enkele honderden jonge mensen gedurende 1971-'72. Een toegewijde jonge Christin kreeg in 1973 toestemming China te verlaten; in haar afgelegen dorpje was de helft van de mensen Christen, terwijl het naburig dorp geheel uit Christenen bestond. Twee jonge mensen, die in juli 1972 naar Hongkong zwommen werden daar gedoopt en een andere gelovige „vrijheidszwemmer" vertelde over zijn bekering in China en zijn persoonlijk getuigenis tegen andere jongemensen, die een duidelijk besef van leegte in hun leven hadden. In 1972 werden er meer bijbels en bijbelgedeelten China binnengebracht dan in de voorafgaande jaren vanaf 1966."

Reformatorisch
„Wat verstaan we nu onder reformatorisch?", vraagt ds. J. H. Velema zich af in het Chr. Geref. orgaan „De Wekker".
„Het ligt voor de hand om te denken dat iemand die reformatorisch is wil leven uit de gedachten en de waarden, die door de Reformatie zijn ontdekt en verbreid. Toch dienen we dit nader te preciseren, temeer omdat — als ik me niet vergis — ook dit woord reformatorisch weer in een bepaalde zin wordt gebruikt en dientengevolge in bepaalde kringen een bepaalde klank krijgt. Als we goed luisteren en onderscheiden dan lijkt het erop dat men dit woord „reformatorisch" inzonderheid wil reserveren voor de wat we dan noemen zeerrechtse flank van de Gereformeerde Gezindte. Nu zijn dergelijke aanduidingen altijd min of meer willekeurig. Toch moeten we ze wel gebruiken om duidelijk te maken wat we bedoelen. Ik heb nl. het idee dat men onder „reformatorisch" niet alleen bedoelt de Reformatie, maar ook de Nadere Reformatie — de aanvulling niet in de leer, maar in het leven op de Reformatie. De Nadere Reformatie heeft diverse eminente vertegenwoordigers inzonderheid in ons land gehad. De boeken die aangeduid worden als „oude schrijvers" zijn veelal boeken geschreven door mannen van de Nadere Reformatie, onder wie trouwens ook onderscheid was. Als men nu vandaag, ook in onze kerkelijke pers, spreekt over ,,reformatorische beginselen" dan bedoelt men daar zakelijk mee de beginselen, zoals die door de oude schrijvers zijn weergegeven in hun geschriften zonder verdere onderscheiding. Nu zit daar een groot element van waarheid in. Alleen reeds om de eenvoudige reden dat De Nadere Reformatie een welkome en soms noodzakelijke aanvulling of nadere ontwikkeling van de Reformatie is geweest. Maar — en daar gaat het me om — het gebruik van het begrip „reformatorisch" kan onwillekeurig subjectief worden. De klemtoon valt dan op de beleving, op het onderwerpelijke in plaats van op het voorwerp van het geloof, dat geloofd wil en moet worden. Gevolg kan ook zijn, dat voor de een reformatorisch is wat voor de ander niet reformatorisch heet. Beiden wil men reformatorisch zijn, maar de een misgunt de ander deze naam. Als we in deze sfeer zitten, dan zitten we verkeerd en doen we de reformatorische zaak meer schade, dan dat we echt reformatorisch denken en leven. Om tot een juiste bepaling van het reformatorische te komen is het goed aandacht te vragen voor enkele onmisbare elementen. Het is reformatorisch om onvoorwaardelijk te buigen voor het gezag van Gods Woord en dat Woord Gods te laten heersen over hart en huis, over kerk en staat. Wie hieraan gaat tornen plaatst zich buiten de reformatorische kring. Nauw hieraan verbonden, maar hieraan wel ondergeschikt, is het element van de belijdenis. Het is voluit reformatorisch zich te binden aan de reformatorische belijdenisgeschriften; dat zijn de belijdenisgeschriften, die in de tijd van de Reformatie en in de kerrken van de Reformatie zijn ontstaan. Een derde element in de reformatorische gedachtengang is de nadruk op Gods vrije genade, zoals die in het Evangelie wordt gepredikt. Dat sluit dus in, de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen. We zouden dit breed kunnen uitwerken, maar doen dit niet. Maar het moet voor allen, die reformatorisch willen denken en leven vaststaan, dat de belijdenis van Gods vrije genade karakteristiek reformatorisch is. Wie de zaligheid en het geloof gaat leggen in handen van de mens, openlijk óf verborgen remonstrants denkt en preekt, doet het reformatorisch karakter van de prediking verbleken. Ten slotte noemen we als gevolg van het juist genoemde nog een vierde element: de Reformatie heeft weer een eigen plaats gevraagd voor het werk van de Heilige Geest. Calvijn is genoemd „de theoloog van de Heilige Geest". Het is beslist onreformatorisch om het werk van de Heilige Geest te verdonkeren, als vanzelfsprekend te veronderstellen of los te maken van het Woord Gods. De Geest werkt het geloof door de prediking van het Evangelie. Dat is een echt reformatorische zin, die dan ook over de hele linie moet gelden. Nu zouden we nog kunnen zeggen dal bovenstaande elementen een eigen levenshouding en -instelling meebrengen: die van ootmoed en afhankelijkheid als tegenstelling van eigengerechtigheid en zelfverzekerdheid; een biddend, uitziend, verwachtend leven; een zekerheid, niet op grond van eigen bevindingen belofte Gods; het leven uit die beloften brengt een eigen bevinding mee, is volop bevindelijk. Dit is reformatorisch — het is de erfenis van de Reformatie. Maar deze erfenis moeten we juist vanwege het eigen karakter van die erfenis zelf, in elke tijd en heel persoonlijk weer verwerven! Dat is ook reformatorisch. Dat is onze opdracht in deze tijd, in het geestelijk klimaat van deze tijd. Het gaat er om tegen alle vervlakking in nu volop reformatorisch te zijn op zondag en in de week; in de kerk en op het werk! Reformatorische Christenen alom gevraagd!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 november 1973

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

HEBT U GELEZEN?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 november 1973

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken