Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Niet alle huishuren zeven procent hoger

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Niet alle huishuren zeven procent hoger

MINISTER LICHT TOE

5 minuten leestijd

De regering is van plan de huurverhoging op 1 april 1974 voor nog gesubsidieerde woningen, die in de laatste vijf jaar zijn gebouwd, te beperken tot drie procent. Dit in verband met het streven om in 1974 de stijging van de prijzen te matigen, aldus het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.Voor alle overige woningen (woningen ouder dan vijf jaar) van gemeenten en woningcorporaties, is in het algemeen de huurharmonisatie van toepassing en zal de huurverhoging als regel zeven procent zijn.

Wat belreft de drie procentsverhoging zegt het ministerie, dat deze maatregel in het bijzonder ten goede komt aan de huurders van de duurdere woningen, die vaak een groot deel van hun inkomen aan huur betalen. Bij deze woningen gaat het om complexen, waarvan de gemiddelde bewoningsdatum ligt op of na 1 januari 1969. Voor woningen, behorende tot complexen, waarvan de gemiddelde bewoningsdatum ligt na 1 april 1973 vindt op 1 april 1974 nog geen huurverhoging plaats. De huurverhogingen voor de woningen, ouder dan vijf jaar, worden, getoetst aan het harmonisatieplan, dat in 1973 van kracht was. Zij mogen de zeven procent niet te boven gaan, d.w.z. zeven procent van de huur van de betrokken woning op 31 maart 1974. Als het bedrag van de huurverhoging met zeven pct. hoger is dan het maximale bedrag, dat in 1973 volgens de huurharmonisatie gold, wordt ook voor 1974 dat maximale aangehouden.

UITZONDERINGEN
Op de zeven procentsverhoging zijn enkele uitzonderingen: de huren van woningen, behorende tot complexen, waarvan de gemiddelde bewoningsdatum ligt in 1968, zullen op 1 april 1974 met zes pct. worden verhoogd. Voor woningen, die naar indeling, grootte of constructie niet meer aan redelijke eisen voldoen en waarvoor binnen drie jaar begonnen wordt met het opstellen van een plan voor verbetering of afbraak, kan de huurverhoging op 1 april a.s. beperkt worden tot zes procent of minder en voor duplexwoongedeelten geldt, dat de maximale huurverhoging niet hoger mag zijn dan de helft van de maximale verhoging voor een volledige woningen per 1 april 1973.
De huurverhogingen moeten voor 1 maart 1974 schriftelijk aan de huurder worden aangezegd. Voor gesubsidieerde woningen, waarvan de gemiddelde bewonlngsdatum ligt op of na 1 januari 1969, zal de huurverhoging bij een algemene beschikking worden vastgesteld. Voor die woningen is de huurverhoging direct verplicht.
Voor woningen, die ouder zijn dan 5 jaar zal de huurverhoging, na behandelinig van eventuele bezwaren van de huurders, zo nodig bindend worden vastgesteld. De vastgestelde huurprijs gaat dan (met terugwerkende kracht) in op 1 april 1974. Om meer duidelijkheid en zekerheid voor de huurders te brengen in de procedure voor huurvaststelling en de wijze waarop zij eventuele bezwaren tegen de huurverhoging naar voren kunnen brengen, zullen voor alle woningen, die ouder zijn dan vijf jaar — dus ook voor nog gesubsidieerde woningen — dezelfde hieronder genoemde regels gelden.

WEIGERING

In die gevallen, waarin de huurder weigert de huurverhoging te accepteren, moet de huurder zijn weigering kenbaar maken aan de verhuurder door middel van een formulier (in tweevoud). Deze formulieren zijn verkrijgbaar bij de woningcorporaties en de gemeenten. Zij bevatten ondermeer een toelichting op de gronden, waarop wel en op de gronden waarop geen bezwaar tegen de huurverhoging kan worden gemaakt. De bezwaren moeten voor 1 mei 1974 bij de verhuurder worden ingediend.
De verhuurder zendt voor 1 juli 1974 een exemplaar van elk bezwaarschrift, voorzien van commentaar, maar het ministerie, dat vervolgens advies inwint bij de huuradviescommissie. Na behandeling van het bezwaarschrift — en, voorzover nodig, na een onderzoek ter plaatse dan wel na de partijen te hebben gehoord — brengt de commissie advies uit aan het ministerie, waarvan huurder en verhuurder een afschrift ontvangen. Na ontvangst van het advies zal de minister de huurprijs zo spoedig mogelijk (met ingang van 1 april 1974) vaststellen. De huurprijzen van woningen van huurders die geen bezwaar hebben ingediend, maar die toch de verhoogde huur niet voldoen, zullen in beginsel zonder onderzoek vastgesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Niet alle huishuren zeven procent hoger

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken