Bekijk het origineel

Uilen zijn nuttige dieren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uilen zijn nuttige dieren

9 minuten leestijd

Uilen zijn onbekend en onbemind. Hun sinister geluid en geruisloze vleugelslag wekken geen sympathie. Helaas zijn vele uilen in de loop der jaren gedood vanwege hun geheimzinnig optreden. De uilen zijn echter buitengewoon nuttig als pruimers van schadelijk ongedierte.

Een van de luidruchtigste uilen is wel de bosuil. Het geschreeuw is in de wintertijd bijna dagelijks te horen. Zo gauw de schemering valt, laat het mannetje zijn baltsroep horen. Dit begint al in de herfst, maar het bereikt een hoogtepunt in februari. 
Het lange enigszins beverig voorgedragen oe-oe-oe-oe is het bruiloftslied van de bosuil, dat tot in de meimaand Is te beluisteren. Bij wijze van Spreken roept de bosuil van 's avonds laat tot 's morgens vroeg. 
De bosuil is een roofvogel, die vooral op plekken voorkomt, waar bomen staan. Het dan ook meer boomuil dan bosuil. Bij voorkeur kijkt deze uil uit naar oude bomen of grote nestkasten in een gevarieerd landschap, waarin zowel open stukken als boompartijen voorkomen. Een uitgestrekt naaldhoutbos is minder in trek lij de bosuil. Soms ziet men ze ook wel in buitenwijken van steden. 
 
JACHTGEBIED

Uit onderzoekingen is gebleken, dat het achtgebied van de bosuil ongeveer 25 - 50 ha. groot kan zijn. Iedere vogel heeft immers een eigen jachtgebied of territorium, waarin geen mannelijke soortgenoten geurende de broedtijd worden getolereerd, teneinde voedselgebrek voor het wijfje met de jongen te voorkomen. 
Veel mensen vragen zich wel eens af waarom vogels in het voorjaar zo uitbundig zingen. Ze denken daarbij aan een uiting van blijdschap. Maar dit is toch niet juist, vogels zingen om aan soortgenoten bekend te maken, waar zich hun territorium vindt. De zang van de vogel — het mannetje — houdt dus in een waarschuwing. Het wil zo veel zeggen als „blijf uit de buurt".

INSTINKT

God heeft aan ieder dier een instinkt geschonken, zodat het al naar gelang de omstandigheden tot juiste handelingen in staat is. dank zij deze aangeboren inwendige drang, gaat een vogel in het voorjaar zingen en kan het zich handhaven, want soortgenoten zullen in het algemeen de grenzen van het broedgebied respecteren. Er is zodoende voor ieder vogelgezin voldoende voedsel. Zonder instinkt kan geen dier leven!

Natuurlijk vinden er tussen de vogels wel eens kleine schermutselingen plaats als ze hun territorium afbakenen of moeten verdedigen. We zien dan de zwarte merelmannetjes met hun donker oranje snavel druk fladderen en een botsing is onvermijdelijk. Beide dieren vliegen omhoog, maar de vrede wordt spoedig getekend. En wat opmerkzaam is: er vloeit hierbij nooit bloed. De dieren respecteren elkaar!
Onze bosuil heeft eveneens een territorium. En zoals een specht door roffelen (slaan op een dode tak) ,zijn territorium ' aangeeft, zo maakt de bosuil dit kenbaar door te roepen. Bovendien weet dan het vrouwtje, dat haar bruidegom wacht.

STEENUIL

Het steenuiltje, ons kleinste uiltje, nestelt vooral in knotwilgen langs de sloten in het polderland. In de schemering presenteert hij zidi met een schel „kieuw-kieuwkieuw". 

Door de dikke laag donsveertjes lijken uilen groter, dan ze in werkelijkheid zijn, maar vooral 's winters komt deze donslaag het steenuiltje goed van pas. Het beschermt als een dikke jas tegen de felle koude. De winter mag evenwel niet te lang duren, want tegen langdurige strenge vorst is ons uiltje niet bestand. Vele sterven dan een vroegtijdige dood.

Uilen kunnen hun kop erg ver draaien hetgeen nodig is voor deze roofvogels, want hun ogen staan onbeweeglijk in de kop. Vandaar, dat de kop goed wendbaar moet zijn. Let er maar eens op als een uil u aankijkt. Loop dan eens langzaam zijwaarts weg.

KERKUIL

In steden bestaat meer kans op een ontmoeting met de kerkuil, de uil met de opvallende sluier om het gezicht. Vooral oude gebouwen oefenen een grote aantrekkingskracht uit, maar ook boerderijen zijn erg in trek. Helaas gaat het aantal kerkuilen de laatste tijd nogal achteruit. Vooral het verkeer maakt veel slachtoffers.

RANSUILEN

De ransuilen komen vanuit het hoge noorden naar ons land om de winter bij ons door te brengen. Hun aankomst valt doorgaans in november en wie ze eenmaal heeft ontdekt, kan ieder jaar op ze rekenen. Speciaal naar niet te oud dennenbos gaat hun voorkeur uit. Ze kunnen hier de gehele winter verblijven en weten menig muisje te verschalken. Het is geen uitzondering als 30 ransuilen een plaatsje zoeken in het zelfde bos. Dit kan zijn in een stadspark (Kralingerhout in Rotterdam), maar ook in uitgestrekte bossen op de Veluwe of de Utrechtse Heuvelrug (Kaapse bossen bij , Doorn).

BRAAKBALLEN

De roestbomen van de ransuil zijn niet moeilijk te vinden. Na de jacht is het immers zoet rusten. De ransuil kiest hiervoor een speciale boom uit en is daarin voor ongeoefende ogen moeilijk te vinden. Deze roestplaatsen worden gemarkeerd door de vele uitgebraakte uileballen, die men met een beetje geluk wel kan vinden. Vooral als meerdere uilen in dezelfde boom verblijven (soms wel 20 stuks), kan de grond spoedig bezaaid zijn met onverteerde voedselresten. Wat is namelijk het geval. De uil verslindt muizen met huid en haar. Niet alles verteert evenwel, want kiezen, botjes of haren lossen niet op en worden na enige dagen in de vorm van grijze uileballen uitgespuugd. 
Zeg nu niet, dat dit onsmakelijk of vies is, maar onderzoek deze braakballen eens rustig. Pak er maar eens een paar beet en trek ze uit elkaar. Ongedierte vindt u niet, want het maagzuur van de uilemaag heeft alle ongedierte gedood. Mochten er toch beestjes inzitten, dan zijn deze er later ingekropen, toen de braakballen al enige tijd tussen de dennennaalden op de grond lagen. Wat ligt alles netjes in zo'n braakbal opgeborgen.
Ribben, kaken, tanden, wervels en andere botjes van muizen, skeletresten van vogeltjes en soms schilden van kevers zijn tussen de haren en veertjes afzonderlijk gerangschikt.

BRAAKBALANALYSES

Uit braakbalonderzoekingen gedurende enige jaren bleek, dat de ransuil niet erg kieskeurig is. Maar muizen prijken toch wel bovenaan op zijn spijskaart, al worden vogeltjes als mussen, spreeuwen en groenvinken ook niet versmaad.

Na enig vergelijken is het echt wel mogelijk de verschillende soorten muizen te herkennen. De schedels komen hiervoor het meest in aanmerking. Kaken met een regelmatige rij kiezen behoren ongetwijfeld toe aan een veldmuis. Deze planteneter onder de muizen vormt wel de voornaamste prooi van de ransuil. 
Kaken met onregelmatige kiezen, zogenaamde knobbelkiezen, zoals wij zelf ook bezitten, behoren toe aan bosmuizen of de kleinere dwergmuizen.

Na dit onderzoek kan men de gevonden botjes, zoals kaken, poten, ribben en wervels enige tijd in verdund bleekwater leggen. Daarna vist men de botjes met een pincetje op, of men laat het bleekwater weglopen. Het resultaat is verbluffend. De beentjes zijn prachtig wit geworden en uitermate geschikt om op een zwarte ondergrond op te plakken. 

BETEKENIS

Enige jaren geleden onderzocht ik eens een flinke partij braakballen van ransuilen, afkomstig uit de Kralingerhout in Rotterdam": Het resultaat was verrassend. De braakballen bevatten 463 veldmuizen tegen 25 bosmuizen, 11 dwergmuizen, 7 woelratten, 3 bruine ratten, 7 spitsmuizen, 1 mol, enige kevers en tot mijn grote verbazing 76 vogels.

Uit braakbalanalyses van ransuilen uit de Kaapse bossen bij Doorn blijkt, dat de prooi hier voornamelijk bestaat uit veldmuizen, bosmuizen, dwergmuizen en enige spitsmuisjes. Het aantal vogelschedels in de braakballen is erg klein. We mogen dus niet zeggen, dat de uil graag een bepaalde diersoort vangt en opeet. De uil eet wat hij te pakken kan krijgen.

In het algemeen slaat de ransuil weinig vogels. De hoge aantallen gegeten vogels uit Rotterdam zijn evenwel goed te verklaren. In een strenge winter, waarin de uilen het duidelijk moeilijk hadden, werden ze bijgevoerd met dode kuikens. De ransuilen kregen met recht de smaak van de vogels te pakken en vingen sinds die tijd meer vogels dan gebruikelijk is. Al met al is dit experiment in deze vorm niet voor herhaling vatbaar.

Uit de braakbalanalyses kunnen we bovendien een goed inzicht krijgen over het voorkomen van de verschillende soorten muizen, maar het is mogelijk, dat bepaalde prooidieren minder gevangen worden omdat ze buiten het territorium van de uil leven of actief zijn als de uilen juist niet jagen. Bovendien eet de ransuil weinig spitsmuizen, vanwege de onaangename muskusgeur van deze diertjes. De poes eet ze immers ook niet. Kerkuilen daarentegen eten meer spitsmuizen en zijn duidelijk weinig kieskeurig. 

VERGIFTEN

Het zal duidelijk zijn, dat bij vergiftiging van muizen ook de uilen geen levenskansen meer hebben, hetzij door ontbreken van prooidieren, hetzij door vergiftiging van de uil zelf via deze prooidieren.
Speciaal kerkuilen blijken hiervoor erg gevoelig te zijn. Hun vetreserves zijn vergeleken met de andere uilensoorten maar gering, zodat de vergiften vrij snel in het bloed terechtkomen en niet worden opgeslagen in de vetweefsels.
Vergiftiging van het bloed kan tot sterfte leiden. Een achteruitgang van het aantal muizen heeft onvermijdelijk een daling van het aantal uilen tot gevolg.
Herhaaldelijk is al vastgesteld, dat de uilen gemiddeld minder eieren leggen dan tientallen jaren geleden. 

Dit wordt geweten aan een verminderd aanbod van muizen als prooidieren. Ieder dier vervult in de natuur een functie. Zo gauw de mens ingrijpt, worden meerdere diersoorten hiervan het slachtoffer. Geen enkele planten- of dierensoort kan gemist worden. Gelukkig begint de mens dit tegenwoordig te begrijpen, maar tot erkenning van God als Schepper van alle leven. Die dit alles heeft uitgedacht, heeft dit helaas niet altijd geleid.

NUTTIG

Al met al mogen we wel zeggen, dat de uilen uitermate nuttig zijn en dat ze in de rijke Schepping, zoals God deze ons heeft gegeven, een belangrijke plaats innemen. Daarom is het te betreuren, dat bij veel mensen de uilen nog doorgaan voor griezelige dieren. Niets is echter minder waar. 
Hun nachtelijke leefwijze houdt verband met het gedrag van de prooidieren. Hun geruisloze vleugelslag is noodzakelijk om muizen te kunnen verschalken.
Gelukkig zijn uilen nog niet zeldzaam. In Midden-Nederland komen nog redelijk veel uilen voor. Evenwel niet altijd als broedvogel. De genoemde ransuilen bijvoorbeeld zijn noorderlingen. Maar desondanks telt de streek rondom Utrecht nog zo'n 300 broedparen van de ransuil, waarvan ongeveer 85 paren op de Utrechtse Heuvelrug.

De geplaatste foto's zijn ontleend aan 't boek Dierenrijk-Nederland " van de fotograaf/journalist Fred F. Hazelhotf.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 januari 1974

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Uilen zijn nuttige dieren

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 januari 1974

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken