Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een op de acht rechercheur

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een op de acht rechercheur

4 minuten leestijd

Globaal is bij de gemeentepolitie één op de acht politiemannen bij de recherche. Dat aantal is niet zo veel meer dan dertig jaar geleden.Vergeleken met de periode van vóór de Ze wereldoorlog is het percentage opgeloste misdreven kleiner geworden. Dit betekent niet dat de recherche minder actief is. Immers de bevolking van ons land is in die periode aanzienlijk vermeerderd, de misdaad met sprongen toegenomen terwijl het karakter van de misdreven totaal is veranderd.

De traditionele tegenstander van de rechercheur was „de dief'. Dat is grotendeels nog zo, maar die dief is veranderd, en zijn diefstal ook. In de eerste plaats heeft het aantal diefstallen zich vereenvoudigd door de groei van het voertuigenpark. Een gestolen auto was dertig jaar geleden een bijzonderheid, een gestolen flets werd door de. gedupeerde eigenaar meteen aangegeven en met zorg werd gewacht op de afloop van de zaak.

Verschuiving

Tegenwoordig zijn autodiefstallen aan de orde van de dag, en tal van gestolen fietsen die worden achterhaald, worden verkocht, omdat zij in de politle-opbergplaats vergeefs op hun eigenaar hebben gewacht. Naar bromfietsen wordt iets vaker een tweede keer gevraagd. Ook die verdwijnen van de straat met de regelmaat van de klok. Inbrekers zijn er altijd geweest, maar de bezorgdheid voor inbraken bij de burgerij was vroeger aanzienlijk groter; een zelfde beeld valt waar te nemen bij andere vormen van diefstal, zoals winkeldiefstal.

Tot zover het veranderde patroon van de daad. Nu de dader. Die is in de eerste plaats jonger dan vroeger. Vooral in de zo grote categorie diefstallen speelt de jeugdige dader een belangrijke rol. Ook het motief is veranderd. Was het vroeger vaak bittere armoede, nu is het veelal de zucht naar „versiering" van het leven.

Anders

„De man die een broodje steelt" heeft plaatsgemaakt voor de jongen die in een auto wil zitten, die veel ^leisjes om zich heen droomt, die drugs moet hebben, of die avontuur zoekt. Natuurlijk is de traditionele misdadiger er nog wel, maar hij is naar de achtergrond geschoven door verdachten met een heel ander leefpatroon en ook een heel andere aanpak van de daad. De voormalige inbreker-van-formaat wekt bij de oude rechercheurs zelfs een soort heimwee. Hij was trots op zijn „handwerk", hij stond zijn mannetje, en toonde zich een loyale tegenpartij. Er is natuurlijk niet één soort misdadiger, al heeft men in de vorige eeuw gedacht dat het iemand aan te zien moest zijn. Er ligt een wereld van verschil tussen een zedendelinquent en een inbreker, tussen een winkeldievegge en eeii prostituee die haar klant berooft, tussen het bromfietsdiefje en de bankrover.

Specialisme

Met al deze verschillende "klanten" omgaan doen niet veel rechercheurs. De recherche in de grote steden kent diverse gespecialiseerde afdelingen. Er bestaat kinderpolitie en zedenpolitie, afdelingen voor de zeer zware misdrijven tegen het leven of tegen goederen, voor diefstallen van voertuigen, voor ingewikkelde vermogensdelicten.
In de grotere steden kan een beroep worden gedaan op hoog gekwalificeerde technici, die sporen en gegevens analyseren en bewerken. Het feit dat alleen heel grote politiekorpsen zich van zulke deskundige bijstand kunnen verzekeren, leidt tot een ander facet van de recherchewereld van vandaag: de noodzaak tot bundeling van krachten. De moderne misdadiger is niet alleen een heel andere man geworden, hij is ook beter opgeleid en uitgerust. Hem ontdekken, en bewijs verzamelen dat hij, en hij alleen, de dader is, wordt een steeds grotere opgave.

Coördinatie

Bovendien wordt dé misdaad veel minder „dicht-bij-huis" bedreven, verplaatst de aantaster van de maatschappelijke orde en veiligheid zich even snel — zo niet sneller nog — dan de politie, en wordt hij niet gehinderd door gemeentegrenzen. Dat alles roept om samenwerking, coördinatie, centrale verwerking en gemakkelijke toegankelijkheid van de gegevens, goede verbindingen en slagvaardig optreden.

Dit is al geen theorie meer. Op alle genoemde fronten wordt de strijd geïntensiveerd. Grotere politie-eenheden, met krachtige centrale bijstand via door de afzonderlijke korpsen niet te betalen technische middelen, worden van wenselijk eenvoudig noodzakelijk.

En daar gaat het ook naar toe. Met handhaving evenwel van lokale banden, verbindingen en werk. Want er zijn veel minder bankrovers dan kleine zedenschenners, veel minder massa-moordenaars dan oplichtertjes. Die grote categorieën „kleine misdadigers" zal men, vermoedelijk nog lange jaren, in de eigeh gemeenschap aantreffen. Hen opsporen kan men slechts als men die gemeenschap kent en er middenin werkt.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1974

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Een op de acht rechercheur

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1974

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken