De Gereformeerde Gemeente te Nieuw-Beijerland
Het eerste begin der Beijerlanden, die voor de overstroming van de Zuidhollandse Waard tot de heerlijkheid Putten behoorden en lange jaren onder water gebleven zijn, was een ruigte. Deze groeide van lieverlede aan tot schorren, welke in 1479 door keizer Maximiliaan van Oostenrijk en Maria van Bourgondië als graaf en gravin van Holland in erfpacht gegeven werden aan Cornelis van Dorp, heer van Bsnthuizen.
Na onder beheer van verschillende personen te zijn geweest, kwamen de gorzen in 1557 in het bezit van Lamoraal graaf van Egmond. Deze werd in 1568 op de Grote Markt te Brussel op last van Alva onthoofd tegelijk met graaf Van Hoorne.
Reeds in 1557 liet graaf van Egmond de gorzen door een zeedijk omgeven en gaf toen aan de ingedijkte polder de naam Beijerland, zo genoemd naar zijn echtgenote Sabina van Beijeren. Door zijn dochters werd in 1582 een ander gedeelte der gorzen bedijkt; deze polder kreeg ter onderscheiding van de eerste polder (van toen af aan Oud-Beijerland geheten) de naam Nieuw-Beijerland.
Het gedeelte van Beijerland dat thans Zuid-Beijerland heet, werd bij gedeelten ingepolderd tussen 1615-1653. Destijds had het nog de naam Zuidergorzen van Beijerland of ook wel Den Hitsert, dat oorspronkelijk een zandplaat was die in 1631 werd bedijkt.
Na de inpoldering van Nieuw-Beijerland omstreeks 1582, behoorden de toen gekomen bewoners kerkelijk onder Oud-Beijerland. In 1604 kreeg Nieuw-Beijerland een eigen Hervormde Gemeente; de eerste predikant was Ds. S. Tijkmaker van 1605-1609.
Afscheiding
De Afscheidingsbeweging van 1834 heeft hier geen direkte gevolgen gehad. Wel waren er wat inwoners, vooral uit het onder de gemeente behorende gehucht Zuidzijde, die de kerkdiensten van de Chr. Afgescheiden Gemeente te Zuid-Beijerland bijwoonden.
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw kwam ds. L. G. C. Ledeboer, die als Hervormd predikant van Benthuizen was afgezet, zo nu en dan te Nieuw-Beijerland (en ook te .Oud-Beijerland) voor enige gezelschappen preken. Het gevolg was dat te Nieuw-Beijerland omstreeks 1862 door hem een Gereformeerde Gemeente werd geïnstitueerd, welke in een woonhuis samenkwam. In dat jaar beriep men in kombinatie met de „Ledeboeriaanse" gemeenten te Borssele, 's-Gravenpolder, Stavenisse en Stad a.h. Haringvliet de lerend-ouderling Daniël Bakker te 's-Gravenpolder als predikant, doch deze nam het beroep niet aan, zeggende dat hij er nog geen roeping voor had.
In 1864 ontstonden er controversen tussen de predikant der Zeeuwse gemeenten ds. Pieter van Dijke te Sint-Philipsland en Bakker, die weer als gevolg hadden dat Ds. Van Dijke bedankte voor de gemeenten welke destijds Bakker had beroepen.
Scheuring
Na deze scheuring der „Ledeboeriaanse" gemeenten in „Van Dijkianen" en „Bakkerianen" kreeg Bakker wel vrijmoedigheid het beroep van voornoemde gemeenten aan te nemen.
Op 18 oktober 1865 werden hem de handen opgelegd door ouderlingen uit die gemeenten; namens Nieuw-Beijerland was dit K. van der Wel. Zo kwam de gemeente dan onder de herderlijke zorg van Ds. D. Bakker. In een werkje met verzamelde preken, brieven enz. van hem vertelt Ds. M. Ruben te Terneuzen (de opvolger van ds. Bakker) een en ander over Nieuw-Beijerland en de grote groei van de Geref. Gemeente aldaar.
Bij de feestviering ter gelegenheid van de 50-jarige onafhankelijkheidsherdenking in 1863 was het in Nieuw-Beijerland rumoerig toegegaan. Bakker, die er in die dagen eens preekte, profeteerde dat God een bezoeking zou geven, waardoor men vanwege Zijn oordelen onherkenbaar zou worden voor zijn naaste, evenals men zich nu door allerlei verkleding onherkenbaar had gemaakt. Het jaar 1866 bracht Nieuw-Beijerland vervolgens de verschrikkelijke plaag uit die dagen, de cholera, zodat inderdaad de aangetaste mensen onherkenbaar waren voor familie en bekenden.
Grote toeloop
Ook ds. Bakker was overgekomen om zijn kudde te vertroosten temidden der bezoekingen en trad elke avond op in een grote schuur. De toeloop was enorm; armen en rijken die anders met de samenkomsten de spot dreven, gingen naar de schuur, zodat er toen zelfs van een Ninevitische bekering gesproken werd. Ds. Bakker bleef net zo lang totdat ook hij in een lichte graad werd aangetast en naar 's-Gravenpolder moest terugkeren.
Op kerkelijk gebied kwam door deze gebeurtenissen een gehele omwenteling, zodat de Geref. Gemeente zich sterk uitbreidde en er moest worden overgegaan tot het bouwen van een kerk.
Maar toen de cholera geweken was, waren er toch weer personen die hun spotternijen over ds. Bakker niet konden nalaten. Als een staaltje hiervan volgt een ingezonden stuk dat verscheidene couranten weigerden op te nemen, maar de liberale „Nieuwe Rotterdamse Courant" wel opnam: „Iedereen wordt opmerkzaam gemaakt, dat er a.s. zondag in het neven-kerkgebouw te Nieuw-Beijerland zal te zien zijn: een reuzen-papegaai van het Patimisch ras. Volgens de Opperstuurman van het schip „Apokalyptus" die dit dier op zijn laatste reis door de Sporaden gevangen heeft, zou het een echte afstammeling zijn in de rechte linie van de papegaai, die bij het worden der Openbaringen op Patmos tegenwoordig was. Het belangwekkende beest zal spoedig verstaanbaar Hollands kunnen spreken en is in zijn gebaren en afgebroken taal gemeenzaam met het Opperwezen, zodat het ieders verbazing wekt en alle twijfel wegneemt omtrent zijn hoge afkomst".
Naar aanleiding hiervan hield ds. Bakker enige tijd later te Nieuw-Beijerland een predikatie waarin hij opening kreeg in deze zaak tot stichting en vertroosting der gemeente aan te wenden. Tot zover dan de mededelingen van ds. Ruben.
In 1878 werd door de "akkeriaanse" gemeenten, toen meer bekend als Nederduits Geref. Gemeenten, als tweede predikant beroepen Ds. Willem Coenraad Wüst, die een zelfstandige Nederl. Geref. Gemeente te Lodi-New Jersey (USA) diende. Hij nam het beroep aan om zoals hij het uitdrukte „herder te zijn in het achtergebleven schaapskooitje van ds. Ledeboer, die nog ouderwets gereformeerd zijn en stijf en stug staan tegenover Beëlzebul". Als standplaats kreeg hij Nieuw-Beijerland waar ds. Bakker hem op 23 febr. 1879 bevestigde.
Maar volgens het boekje met zijn levensherinneringen viel de gemeente hem zeer tegen. Men had de mond vol over ds. Ledeboer, „maar er was geen knoop van Ledeboer te zien". Men hing een soort noodlotsleer aan, zodat er's zondags zelfs stallen werden uitgemest, eenden gejaagd, enz., zelfs door kerkeraadsleden.
Ds. Wüst verloochende zichzelf niet en trok daartegen met hevigheid te velde, zodat het uiteindelijk tot een uitbarsting kwam op een kerkeraadsvergadering waar ook Ds. Bakker aanwezig was. Ds. Wüst verklaarde dat hij zo niet verder kon werken en vatte het plan op om emeritaat aan te vragen. Ds. Bakker hield zich echter neutraal.
Inmiddels kreeg ds. Wüst een beroep van zijn oude gemeente te Lodi, dat hij aannam; op 3 april 1880 nam hij van de gemeente afscheid. Opgemerkt zij nog dat Ds. Wüst reeds in vroegere jaren in Nederland de Geref. Kerk o.h. Kruis te Den Helder en Giessendam had gediend.
Na het overlijden van ds. Bakker op 25 nov. 1885 waren zijn gemeenten dus zonder bediening van Woord en Sakramenten. Enige gemeenten sloten zich toen aan bij de kerken der Doleantie, terwijl Nieuw-Beijerland en ook Borssele zich voegden bij de „Van Dijkiaanse" gemeenten, toen bediend door Ds. David Janse te Middelburg.
Volledigheidshalve zij nog vermeld dat de overgebleven „Bakkeriaanse" gemeenten zich in september 1887 opnieuw in een kerkverband organiseerden, dat tot 1945 heeft bestaan. Toen de tak ds. Van Dijke der Ledeboeriaanse gemeenten zich in 1907 verenigde met de Geref. Gemeenten o.h.Kruis tot Gereformeerde gemeenten in Nederland, waren er te Nieuw-Beijerland verscheidene leden hier tegen. Zij besloten ds. Laurens Boone te Sint-Philipsland te volgen die zich na aanvankelijke instemming, van de vereniging had Zo ontstond er naast de Geref. Gemeente dan nog een Oud-Geref. Gemeente, aangesloten bij de groep gemeenten rond ds. Boone. Deze groep verenigde zich in 1948 weer met de Fedederatie van Oud. Geref. Gemeenten tot het kerkverband Oud-Geref. Gemeenten in Nederland en waarvan de gemeente te Nieuw-Beijerland sindsdien ook deel. van uitmaakt.
De Geref. Gemeente is na 1907 bediend door de volgende predikanten; ds. D. C. Overduin van 1914-1915 (vertrokken naar Tërneuzen); Ds. A. Makkenze van 1917-1920 (werd emeritaat verleend); ds. A. van Dijke van 1922-1924 (vertrokken naar Noord-Amerika); ds. D. C. Overduin (2e keer) van 1926-1927 (vertrokken naar Giessendam) en Ds. A. Van Dijke (2e keer) van 1928-1936 (overleden).
Na 38 jaar kreeg de gemeente weer een predikant in de kandidaat A. Moerkerken, die op 11 sept. 1974 in zijn ambt werd bevestigd. Het zielental bedroeg per 31 dec. 1973: 203 leden en 184 doopleden.
Ds. Adriaan Van Dijke (hierboven genoemd) was een zoon van ds. Pieter van Dijke te Sint Philipsland. Hij emigreerde naar Noord-Amerika en werd in 1913 als predikant van de Nederlands Geref. Gemeente te Sioux Center (lowa) bevestigd. Tijdens een bezoek aan de Ver. Staten overleed hij op 16 aug. 1936, oud bijna 76 jaar, te Kalamazoo (Mich.). Aldaar werd hij ook begraven.
Een ook in bredere kring bekende ouderling van de Geref. Gemeente sinds de negentiger jaren was de kleermaker Adrianus Anthony van Lieburg (1850-1930). Jarenlang was hij scriba van de algemene vergadering der „Ledeboeriaanse" gemeenten (tak ds. Van Dijke). In 1907 volgde hij ds. Boone en werd toen ouderling van de Oud-Geref. Gemeente. In 1915 nam hij een benoeming aan als lerend-ouderling in de Geref. Gemeente te Rotterdam-Slachthuiskade.
Deze vrije „Ledeboeriaanse" gemeente, gesticht door ds. L. van der Velde, was sinds het vertrek van ds. A. Potuyt vakant. De gemeente diende hij tot 1925. Tijdens zijn opvolger ds. D. C. van Stemvoort (van 1926-1927) werd de naam veranderd in Nederlands Geref. Gemeente. Na nog bediend te zijn geweest door lerend-ouderling Jan La Roy van 1937-1939, werd zij in dat jaar opgeheven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 september 1974
Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 september 1974
Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's