Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verdeeldheid Geref. onderwijs bron van veel verwarring

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verdeeldheid Geref. onderwijs bron van veel verwarring

Hernieuwde kennismaking met de VCO (I)

13 minuten leestijd

Wie wel eens voor de opdracht gestaan heeft aan een buitenlander de samenstelling van de kaart van kerkelijk Nederland duidelijk te maken, zal weten hoe moeilijk deze taak te volbrengen is. Na veel explicatie onzerzijds zal de vragensteller vaak met een verbaasd gezicht zeggen dit allemaal niet te kunnen begrijpen. Waarom was dit alles nodig? Hoe is het mogelijk dat het zo ver gekomen is. Trouwens, het hoeft echt geen buitenlander te zijn die ons wat ontmoedigd deze vragen voorlegt. Dat gebeurt vaak al wanneer we bijv. aan een niet direct in deze materie ingewijde buurman proberen een en ander duidelijk te maken. En vooral jongeren stellen dikwijls deze vragen.Nu is het niet onze bedoeling op deze plaats uitvoerig uiteen te zetten, wat er op protestants kerkelijk erf gegroeid en soms scheef gegroeid is.

We willen hier speciale aandacht vragen voor de vele onderwijsorganisaties die er zijn in de rechtervleugel van het protestants-christelijk onderwijs, vooral voor de sinds 195S bestaande Vereniging van Christelijke Onderwijzers (V.C.O.). Deze vereniging presenteerde zich kort geleden weer met een publikatie waarin doel en plaatsbepaling worden uiteengezet. Wil evenwel een profieltekening van deze VCO niet in de lucht komen te hangen, dan zal ook iets gezegd moeten worden van de andere onderwijsorganisaties op Gereformeerd erf.

Nu is het begrijpen van de onderwljsgescheidenheid onder de verschillende Gereformeerde denominaties niet direkt een eenvoudige zaak. Maar wanneer we de ontwikkelingen hier in grote lijnen vergelijken met wat op kerkelijk erf gestalte heeft gekregen, wordt het geheel wat duidelijker. In het onderwijs hebben zich ongeveer identieke ontwikkelingen voorgedaan als in de kerk. En zoals al te veel gebeurt tussen verschillende kerkelijke groeperingen, zo ook in de onderlinge verhouding van de diverse onderwijsorganisaties: telkens worden argumenten naar voren gehaald om de eenmaal ingenomen of opgelegde eigen positie te rechtvaardigen.

„Waar het om gaat"
Dezer dagen verscheen van de Vereniging van Chr. Onderwijzers een tweede druk van de brochure „Waar het om gaat". Was de eerste druk in 1962 verzorgd door de heer Y. Jacobs, deze nieuwe bewerking is van de hand van de heer R. Rintjema, redactiesecretaris van het door de V.C.O. uitgegeven blad „De School met de Bijbel". In deze V.C.O.-uitgave wordt geschreven over de oprichting van de eigen vereniging, over de moeilijkheden die er in het begin en later waren, over de crisissituatie waarin het christelijk onderwijs momenteel verkeert, de betekenis van de V.C.O. in deze tijd en over de verhouding tot andere verenigingen. Vooral dit laatste lijkt ons interessant: welk standpunt wordt ingenomen tegenover andere onderwijsorganisaties, inzonderheid tegenover de nauw met haar verwante?

De V.C.O. ontstond, toen in 1955 de belangrijke fusie tot stand kwam tussen de „Vereeniging van Chr. Onderwijzers" en de „Unie van Chr. Onderwijzers". Deze beide verenigingen gingen op in het grotere geheel dat de naam kreeg van „Protestants Christelijke Onderwijzers Vereniging" (PCOV, de tegenwoordige PCBO: Prot. Chr. Bond van Onderwijzend Personeel).

Enkele leden konden zich evenwel niet verenigen met de visies die in deze grote onderwijsorganisatie gehuldigd werden. Vooral de bekende „doorbraak" die verschillende christenen principieel deed kiezen voor de niet-confessionele Partij van de Arbeid werkte door in de nieuwe onderwijzersvereniging. Zelfs hoofdbesluursleden waren lid van deze partij. Op de achtergrond speelde hier de doorwerking van Karl Barths theologie een geduchte rol: verwerping van de antithesegedachte tussen christenen en niet-christenen, het daarom niet meer voluit kiezen voor een christelijke organisatie, een verzoeningsleer die in zijn consequenties allen in Christus verkoren achtte, een andere Schriftbeschouwing... enz.

Gelukkig doorzagen sommigen deze invloeden en traden uit het PCOV. Een eigen voorlopig bestuur werd gevormd onder voorzitterschap van het schoolhoofd Van Efferink. Op 28 december werd definitief de nieuwgevormde VCO opgericht; als verenigingsorgaan verscheen „De School met de Bijbel".
De. moeilijkheden bleven de jonge vereniging niet gespaard. Verwijten van scheurmakerij en scherpslijperij weerklonken. Ook werd wel gesteld, dat de meerderheid van de VCO-leden zou behoren tot de Vrijgemaakte Geref. Kerken. Dit was echter een onjuiste bewering, aldus Rintjema.
Het jaar 1960 betekende voor de vereniging bijna een liquidatie. Samensprekingen tussen haar bestuur en dat van de PCOV hadden een besluit tot fusie als resultaat. Eén bestuurslid (Jacobs) „redde" evenwel de VCO van verdwijning. Van het nieuw optredende bestuur werd hij de voorzitter. Slechts weinigen bedankten als lid; dus bleef de VCO voortbestaan en zo bestaat ze nu nog.

De huidige VCO
In de kringen van deze onderwijzersvereniging wordt met kracht stelling genomen tegen allerlei vernieuwingen die niet gefundeerd zijn in Schrift en belijdenis. Elk nummer van „De School met de Bijbel" bewijst dit wel. En er is op het moment in de Nederlandse onderwijswereld heel wat, waartegen —geargumenteerd!— moet worden gewaarschuwd. Een signaleren van verontrustende ontwikkelingen is noodzakelijk en waardevol. Echter moet naast een diagnose die zorgwekkende ontwikkelingen doet zien, ook een therapie gesteld worden.
Juist hieraan ontbreekt het naar onze mening in de VCO — en trouwens ook elders — te veel. Naast kritische notities dient ook gewerkt te worden aan (in de goede zin) modern onderwijs, dat tevens voluit christelijk en reformatorisch moet zijn. Gebeurt dit laatste niet, dan is het onderwijs in de Geref. gezindte binnen korte tijd volkomen onder de voet gelopen door de vernieuwingsdrift van vaak socialistische, in ieder geval volstrekt verwereldlijkte onderwijsplanners.
De indruk bestaat, dat voor het verwezenlijken van een positieve opbouw van het christelijk onderwijs In de VCO te weinig mankracht aanwezig is. Sinds haar kleine begin in '55 "is ze eigenlijk nooit goed gegroeid. Wanneer op de jaarvergaderingen slechts tientallen leden aanwezig zijn, mag een niet al te grote invloed vermoed worden. In totaal telt deze vereniging een 200 leden. Van een groei van het ledenbestand ts de laatste tijd enigszins sprake.
Natuurlijk is de omvang van een groep niet direct van doorslaggevende betekenis. Toch roept de bestaansgrond van de VCO enkele kritische vragen op, wanneer we weten van andere organisaties in de Gereformeerde sector. Uiteraard kan ook gevraagd worden of het bestaan van andere verenigingen wel gerechtvaardigd is. Na een globale kennismakng met deze andere verenigingen willen we deze vragen weer stellen aan het eind van dit artikel.
De bestuurssamenstelling van de VCO is interkerkelijk. Twee bestuursleden behoren tot de Buitenverbandse Vrijgemaakte Geref. Kerken (de beide voorzitters), vier tot de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk (o.m. de beide secretarissen), twee tot de (Synodale) Geref. Kerken (de eerste en tweede penningmeester) en één lid is Chr. Gereformeerd.
Naast de VCO bestaan er dus verschillende andere christelijke organisaties waarin onderwijsgevenden zich hebben verenigd. Wij noemen allereerst de grote verenigingsverbanden: de Prot. Chr. Bond van Onderwijzend Personeel (PCBO), de Unie Chr. Buitengewoon Onderwijs, de Ver. van Chr. Mavo, de Vereniging van Christen-Docenten bij het Voorbereidend Wetenschappelijk en Algemeen Voortgezet Onderwijs (CVHO). de Vereniging van Docenten aan Christelijke Akademies en de Vereniging van Chr. Leraren en Leraressen bij het Beroepsonderwijs (VCLBO).
Deze verenigingen voor verschillende onderwijssectoren zijn samengebundeld in de Personeelsraad van het Christelijk Onderwijs (PCO). Deze raad telt zo'n 25.000 leden.
Van deze grote organisaties mag niet alleen in negatieve zin gesproken worden; veel hebben zij tot stand gebracht voor het protestants-christelijk onderwijs. Dat doen zij nu nog wel. Anderzijds moet gesteld worden, dat veel van wat de oorspronkelijke strijders voor christelijk onderwijs voor ogen stond, niet meer ten volle gehandhaafd wordt of zelfs als volstrekt achterhaald wordt beschouwd. Vules als van Klink, Wissink, Kuitert, Sölle en vele andere moderne theologen krijgen hier ten volle — en vaak bij voorkeur — recht van spreken. En wanneer deze geheel of gedeeltelijk vrijzinnige theologen hun mening niet mogen propageren, doen hun epigonen dat wel.

Achtergrond
Op de feestvergadering ter gelegenheid van de oprichting van de PCO (in mei van dit jaar) stond zelfs de bekende Doorbraakman dr. J. J. Buskes die als spreker uitgenodigd was, verbaasd ovr het pricipieel gehalte van deze bijeenkomst. Hij vroeg zich af of hijzelf, die vroeger nooit op vergaderingen van christelijke organisaties mocht spreken — nu veranderd was, of dat de christelijke organisaties anders waren geworden.
De zangkunst van Liesbeth List was het meest in de smaak vallende onderdeel van de bijeenkomst. Zelfs Buskes had hier meer geestelijke achtergrond verwacht. Hij vermoedde terecht grote onzekerheid bij de leerkrachten over het eigenlijke doel van de christelijke school. „Ik voel me hier als een christelijke kruidnagel in een nauwelijks als christelijk te herkennen feestpudding", aldus Buskes.
Van het geringe principiële gehalte der algemeen-christelijke organisaties zouden vele voorbeelden te noemen zijn. Een heel recent exempel is wel dat van het PCBO-lid Los, een leraar godsdienstonderwijs te Zwolle. Hij is door zijn schoolbestuur ontslagen, omdat hij lid is van de volstrekt atheïstische CPN. Barnhoorn, de voorzitter van de PCBO, houdt deze communist de hand boven het hoofd. Het leraarschap aan een christelijke school is naar zijn mening met het lidmaatschap van de CPN „niet onverenigbaar". Hier wordt door de PCBO-leider een koers gevaren die spot met alle Schriftuurlijke principia!

Participatie
Het lid-zijn van deze algemeen christelijke organisaties lijkt ons voor onderwijsmensen van Gereformeerde belijdenis een uiterst moeilijke zaak geworden. Telkens meer worden in deze kring fundamentele bljbelse waarden genegeerd. Ook de voluit reformatorische noties van zonde en genade, van wedergeboorte, geloof en bekering worden hier óf anders verstaan óf geheel ontkend. Dat is een uiterst droevige zaak die in feite het hele protestants christelijke onderwijs aangaat.
Bij de geweldige crisis die momenteel gestalte heeft gekregen, past ons zeker hiet alleen een lijdelijk toezien hoe hier afbraak plaatsvindt. Getracht moet daarom worden zoveel mogelijk met elkaar in gesprek te blijven en te getuigen van wat ons beweegt. Maar ook, wanneer grondbeginselen van het christelijk onderwijs worden aangetast, zullen we ons radikaal moeten distantiëren.
Voor alles is het noodzakelijk dat eensgezinde steun wordt verleend aan organisaties die zich inzetten voor onderwijs naar Schrift en belijdenis. Dat blijken er nogal wat te zijn. Daarover echter morgen meer.
______________________________________________________
In een tweetal artikelen zal de heer J. van Oort te Houten (Utr.) ingaan op een aantal prot.-christelijke onderwijs- en docentenorganisaties, zulks n.a.v. de (her)verschijning van een brochure over ontstaan en doel der Vereniging van Christelijk Onderwijzers (VCO). Ditmaal is het werkje samengesteld door de heer R. Rintjema te Neede, die op dit moment tevens de redactiesecretaris van het veertiendaagse blad „De School met de Bijbel" is. De heer van Oort, die aan de pedagogische academie „De Driestar" te Gouda zijn onderwijzersopleiding kreeg, is redactiesecretaris van „De Reformatorische School", ht maandblad van de Vereniging voor Geref. Schoolonderwijs en de Geref. Onderwijzers- en Lerarenvereniging. Het tweede artikel hopen wij morgen te plaatsen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 24 september 1974

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Verdeeldheid Geref. onderwijs bron van veel verwarring

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 24 september 1974

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken