Bekijk het origineel

Luther en de Duitse taal

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Luther en de Duitse taal

11 minuten leestijd

„We willen geen leerlingen van de Roomsen zijn, maar hun leermeesters ... Zij zijn doctors? Ik ook. Zij zijn geleerd? Ik ook. Zij schrijven boeken? Ik ook. En ik zal mezelf verder prijzen: ik kan in goed Duits vertalen, dat kunnen zij niet..."
Deze variatie op een uitspraak van Paulus in 2 Corinthe 11 veroorlooft Luther zich in zijn „Zendbrief over het vertalen (letterlijk: het vertolken)" uit 1530. Het typeert zijn stijl en hierin wordt ook iets van zijn karakter duidelijk, namelijk onverbiddelijk en zelfbewust tegenover zijn tegenstanders. Ten opzichte van zijn medestanders is hij echter bewogen en bescheiden.
„Het is alles Gods genade, wat ik ben en heb..., al zou ik duizendmaal zo veel en zo ijverig vertaald hebben, ik verdien het niet om één uur te leven...", zo belijdt hij in het vervolg van bovengenoemd geschrift.
Iets van de betekenis van deze veelzijdige persoon voor de Duitse taal vraagt rond Hervormingsdag 1974 onze aandacht.

Ten tijde van Luther kon men nog helemaal niet spreken over de Hoogduitse taal. Het Duitse taalgebied was verdeeld in veel „taallandschappen", met evenveel dialecten, die onderling vaak enorm verschilden. Van een zekere eenheid in het woordgebruik en het geheel van taalregels was geen sprake. De situatie was erg onoverzichtelijk en er werd weinig gedaan om hierin verandering te brengen, mede door de politieke verdeeldheid. Voor een bepaald gebied gold de ambtelijke taal van een kanselarij in zekere zin als maatgevend. Ook de boekdrukkers oefenden soms wel een eenheidscheppende invloed uit in deze ingewikkelde situatie.

Onder deze omstandigheden wat de taal betreft is Luther opgegroeid. Hij mocht van zijn vader, die in de mijnen werkzaam was, studeren. Door zijn studie kwam Luther in de diverse plaatsen in aanraking met de verschillende dialecten, die daar gesproken werden bijv. Magdeburg en Erfurt, waar hij respectievelijk scholastieke filosofie en rechten studeerde. Wat zijn taal betreft was Luther dus tamelijk veelzijdig georiënteerd. Ook was hij geschoold in de Latijnse welsprekendheid en de stijlwetenschap, wat hem later goed van pas zou komen.

Gewetensnood
Zijn gewetensnood dwong hem echter zich ook met andere zaken bezig te houden, namelijk de bestudering van de Bijbel en de kerkvaders. Terwijl Luther colleges op de universiteit van Wittenberg gaf over Arlstoteles, bleef zijn levensvraag „Hoe krijg ik een genadig God?" hem achtervolgen. Op 29-jarige leeftijd promoveert hij tot doctor in de theologie. Voortdurend is hij nu bezig met het Woord van God, vooral met de psalmen en de Brief aan de Romeinen. Hij worstelt met het Woord Gods, totdat het levende waarheid wordt in zijn hart door Gods genade.

Inmiddels is het jaar 1517 aangebroken, het jaar, waarin Luther zijn 95 stellingen in niet mis te verstane bewoordingen de gangbare praktijken van de vergeving der zonden aan de kaak stelt. Daarna gaat de ontwikkeling snel. Overtuigd van de waarheid van het Woord van God, van het reformatorische sola scriptura, wil Luther met dat Woord alle lagen van de bevolking bereiken. Dus wil hij niet in de taal van de wetenschap, het Latijn, maar in de taal van het volk schrijven. Maar... er is géén uniforme volkstaal! Dat was het geweldige probleem, waarvoor Luther geplaatst werd. Toch gaat hij schrijven, bezielend, meeslepend, appellerend, begaafd met een enorm taalscheppend vermogen en een grote taalvaardigheid. Was het niet de Geest van Pinksteren, die hem hierbij hielp?

Vertalen
Het ene vlugschrift - zoiets kon tenslotte iedereen kopen - volgt na het andere. Hij schrijft vanuit de bewogenheid met het volk, dat misleid werd en dat vervreemd was van het Woord van God, in een eenvoudige taal met grote overtuigingskracht. Hij probert de mensen wakker te schudden. Daarbij weet hij wel, dat zijn woord dat niet kan bereiken, maar alleen Het Woord daartoe in staat is.

Dat moest in een taal „vertolkt" worden, die door allen, die een bepaald Duitstalig dialect spraken, begrepen werd. Reeds in 1522 verschijnt het Nieuwe Testament. Binnen twee jaar moeten er alleen al in Wittenberg 14 nieuwe oplagen gedrukt worden. In 1533 verschijnt de gehele Bijbel in een voor het Duitse taalgebied voor het eerst vrij algemeen begrepen taal, boven de dialecten. Dit eerste, belangrijk stadium op weg naar het Nieuwhoogduits wordt het Vroegnieuwhoogduits genoemd.

Bij het vertalen is Luther op een bijzondere, eigen wijze tewerk gegaan. Hoe komt het dat Luther als niemand voor hem, zo'n belangrijke invloed had op de verdere ontwikkeling van de Duitse taal? Daarvoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen.

Luthers stijl en woordgebruik waren helder, eenvoudig en begrijpelijk. De zoon van een mijnwerker die veel reisde (bijv. naar Rome, Keulen, Heidelberg), veel rondzwierf en een uitgebreide correspondentie voerde, wist hoe de gewone man sprak. Zo wilde hij ook Gods Woord vertolken, „Zoals de moeders in de huizen en de kinderen in de straten", levendig en ongekunsteld.

Naar de mond
Men moet, zegt Luther, ,.het volk naar de mond kijken" en zo de Bijbel vertalen. Deze woorden moeten echter niet verkeerd worden uitgelegd, zoals zo vaak gebeurt. Nog niet zo heel lang geleden werd bijvoorbeeld In een bespreking van „Goed Nieuws voor U" (een bijbelbewerking in alledaags Nederlands) dit citaat van Luther aangehaald om te bewijzen dat Luther net zo vertaalde als de schrijvers van „Goed nieuws voor U", nl. alledaags, om niet te zeggen plat. De uitdrukkingsmogelijkheden van de omgangstaal zijn dan van doorslaggevende betekenis voor het woordgebruik in een bijbelvertaling.
Hier doet men Luther echter onrecht aan. In zijn Zendbrief over het vertalen" legt hij verantwoording af van zijn manier van vertalen. Daarin zegt hij, dat men er naar moet streven om algemeen begrijpelijk de grondtekst weer te geven. Dat is iets anders als altijd in de taal van de straat. Hij voegt eraan toe, dat hij niet al te vrij heeft vertaald en met grote zorgvuldigheid bezig was. Het gebeurde, dat hij wel 14 dagen, drie, vier weken naar een woord zocht en het vaak niet vond. In vier dagen kreeg hij soms vier regels klaar. Hij deed liever afbreuk aan de Duitse taal dan dat hij afweek van de letterlijke betekenis van een woord.
Verder kan volgens Luther niet iedereen Gods Woord vertalen. Daartoe is nodig „een vroom, getrouw, vlijtig, godvrezend, christelijk, geleerd en geoefend hart". Iemand die niet een waarachtig christen is, mag zich met dit werk niet bezighouden, waarschuwt Luther. „Het volk naar de mond kijken" moet dus wel in zijn verband geciteerd en uitgelegd worden.

Verbeten
Luthers taal was verzorgd en kunstvol. Met zijn bijbelvertaling heeft hij nieuw kunstproza geschapen, dat door woordkeus en zinsbouw, door het gebruik van allerlei stijlmiddelen, door ritme en klank zijns gelijke niet heeft. Voortdurend verbetert hij de heruitgaven van zijn Bijbel, die velen tot zegen is. Het sola fide van de Reformatie, alléén door het geloof, klinkt ook door in zijn vertaalwerk. Bekend is zijn strijd over de vertaling van Rom. 3:28, waar hij in de tekst „door het geloof, zonder de werken der wet" het woordje alleen voor „door het geloof", heeft toegevoegd. Zijn vijanden verwijten hem. dat hij iets weergeeft, wat er letterlijk immers niet staat. Dit is de aanleiding tot het schrijven van zijn al eerder aangehaalde „Zendbrief over het vertalen". Zijn argumenten voor deze handelwijze zijn, dat het bijbels getuigenis deze toevoeging eist en dat het Duits op deze manier duidelijker is en beter „loopt". Bij het vertalen en later ook bij het voortdurend herzien van zijn vertaling gaat Luther zich steeds meer aan regels binden, die daarna algemeen geldend geworden zijn. Ook de spelling van de woorden geschiedt steeds meer op dezelfde wijze, wat iets nieuws was. Hierdoor wordt zijn taal op den duur overzichtelijker en daardoor voor iedereen begrijpelijker. Er vindt een zekere wisselwerking plaats. Luther weet hoe men over 't algemen iets uitdrukt en probeert daar rekening mee te houden. Hij is op een zelfstandige manier bezig de Bijbel te „verduitsen". Daarna lezen velen dit dagelijks; die taal wordt hen zo eigen, dat men zich in het dagelijks leven gaat uitdrukken zoals Luther dat „voorschrijft". Dit is natuurlijk een ontwikkeling van jaren.

Verwondering
Zo kreeg Luthers vertaling taalvernieuwende en taalscheppende betekenis voor het gehele Duitse taalgebied. De pogingen vóór Luther om de Bijbel in de landstaal over te zetten zinken hierbij in het niet.
Luthers woordgebruik is duidelijk beïnvloed door zijn persoonlijke levenservaring (geestelijke diepgang) en zijn karakter (emotioneel, strijdbaar). De diepgaande invloed, die van Luther uitging ligt in de eerste plaats aan de kracht van zijn geloof en aan de standvastigheid, waarmee hij uitdrukking gaf aan zijn diepste overtuiging. De uitdrukkingskracht van zijn taal is daarbij een belangrijk hulpmiddel geweest. Zijn geniale taalvaardigheid heeft God willen gebruiken om Zijn Woord te vertolken. De taalwetenschap zoekt verklaringen voor het „verschijnsel Luther". Men meent ze ook gevonden te hebben. En nadat men die gevonden heeft, vindt men alles heel betrekkelijk. Jammer dat er dan vaak geen ruimte meer is voor verwondering. Terwijl we ons toch moeten verwonderen over de leiding van God in het leven van Luther en in het Duitse taalgebied van de 16e eeuw, toen God Zijn Woord op deze wijze daar schonk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1974

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Luther en de Duitse taal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1974

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken