Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Burgemeester Van der Louw heeft er „wel zin in''

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Burgemeester Van der Louw heeft er „wel zin in''

Drs, Viersen: Socialisten verspelen recht om te spreken over „de nacht van Schmelzer^^

7 minuten leestijd

ROTTERDAM — Het rumoer, ontstaan na de benoeming van PvdAvoorzitter, de heer A. A. van der Louw, tot burgemeester van werelds grootste havenstad, laaide gisteren weer even op in de begroetingsspeeches van enkele fractievoorzitters, nl. van drs. Viersen (CDA) en Schilde (PvdA).

Eerstgenoemde achtte de uisluiting van de confessionelen — „zij mogen in de landsregering het schip drijvende houden" — in het college van B. en W. „moord in koelen bloede". Ete tweede wierp de CDA voor de voeten, dat het wel degelijk wist, dat in het verkiezingspaïcket van de PvdA „de persoon Van der Louw was inbegrepen", en dat door de CDA-leuze: Wilt u ook Van der Louw niet als burgemeester, stemt dan bij de verkiezingen op ons" de nieuwe burgemeester als het ware indirect was gekozen door de bevolking, gelet op de sprong van 19 naar 24 PvdA-zetels.

Burgemeester Van der Louw bedankte in het kort voor de „vriendelijke en eerlijke woorden", maar had tevoren in zijn rede. waarmede hij zijn ambt officieel aanvaardde, toch wel een enkele „noot gekraakt". Hij verheugde zich over de krachtige positie van zijn geestverwanten in „zijn" gemeente, maar verklaarde met nadruk pal te staan voor de rechten van de minderbeden, „want ook in de raad kan de meerderheid van vandaag morgen de minderheid zijn." Hij noemde het een diire plidht, dat bij een maximum aan openbaarheid ook „de oppositie" in het vertrouwvol beraad ten bate van het algemeen belang wordt betrokken.

COLLEGE

De nieuwe burgemeester legde, al had hij het al eens meer in het openbaar gezegd, nogmaals uit, dat de gekozen procedure bij de collegevorming in Rotterdam niet zijn principiële voorkeur had. met welke niet mis te verstane verklaring hij zijn partijgenoten in de raad zeker niet in het gevlij kwam.

Aan contacten met de ordememers hechtte hij groot belang. Hij had geen reden om aan te nemen, dat zij geen redelijke mensen zijn en verwachtte van hen zeker geen pleidooien „d'e tot niassale werkloosheid leiden", zeker niet van werkgevers, „die zich in de goede zin van^ het wot»rd zo vaak zelf deel van deze werkende stad hebben getoond".

CONTACTEN

Burgemeester Van der Louw was van oordeel meer te moeten zien in het contact met mensen - werknemers en werkgevers - in het wisselen van argumenten en het overtuigen dan in het bij voorbaat, hanteren van de botte machtsbijl. Hij rl2p de raad op zich tot het uiterste in te spannen om de oorzaken, te bestrijden van de uittocht vain honderdduizend stadsgenoten in de laatste decennia. „Een werk- en havenstad waarin men niet wonen en leven wü ge2ft het beeld van Zadkine een actueel karakter en bedreigt naar mijn overtuiging ook op de duur de aantrekk'^lijkheid van Rotterdam als economisch centrum, als kurk van de nationale economie. Die verwoesting is te voorkomen in een gemeenschappelijk belang", aldus de burgervader.

Hij was van mening, dat de „gewone man", die te ver van de to^issingscenitra verwijderd is. in ons democratisch proces ook nog te veel buiten spel staat, want „de democratie moet in de ogen van de burger geen spel van weinigen zijn". De kersverse burgemeester hoopte als voorzitter van de raad objectief en sportief op te treden als het gaat om het hanteren van de democratische spelregels en een burgemeester te zijn voor alle Rotterdammers.

POLARISATIE

Over zijn voorganger Thomassen zei de heer Van der Louw, dat de stad hem dankbaar mag zijn voor zijn werk. Hij toonde zich geen voorstander van kunstmatige grenzen tussen de partijen en wenste de polarisatie alleen maar te zien als beeld van het „helder maken van de werkelijk bestaande politieke scheidsflnen".

In het slot van zijn rede herinnerde Van der Louw aan de liberale staatsman Thorbecke, die de doorgtóig van Hoek van Holland doorzette en die bij het verzet tegen deze plannen zei: „Blijvende hetgeen wij zijn, worden wij voorbijgegaan en bedorven". Thorbecke had en heeft gelijk, zei de burgemeester. „Wij moeten , alert zijn en openstaan voor verandering en vernieuwing: het geldt voor de haven, de bereikbaarheid en de handelsfunctie van Rotterdam, maar nu ook voor de kwaliteit van het leven, voor het groen, de bomen".

„VERLIEFD"

„Je moet er verliefd op kunnen worden, op „vrouw Rotterdam" heeft mijn voorganger gezegd, aldus Van der Louw. die vervolgde, „wel, daar is niets tegen, maar de stedebouw van nu lijkt aan veel menselijke functies te kort te doen. Dat te willen veranderen vraagt een geweldige inspanning. Maar in ronde Hollandse woorden zeg ik: ik heb er wel zin in. Daarvoor moeten op zijn tijd de handen uit de mouwen. Laten we maar beginnen", zo besloot burgemeester Van der Louw.

INSTALLATIE

lioco-burgemeester drs. J. van der Ploeg, had in zijn installatierede allerlei „Rotterdamse geluiden" laten horen. Hij meende te moeten opmerken, dat de het verleden de Rotterdammers niet aanspr«?ckt. „U 7ult in Rotterdam mensen vinden, die houden van opbreken en iets nieuw.« ie bouwen, een uitbgebreide metro wensen, wellicht tot „om de Noord", nieuwe stadswijkei op de plaats van de oude havens en van het vliegveld, „waarvan wij een snelle sluiting op prijs stellen", aldus Van der Ploeg (waarvan acte, red.).

Een stad met toekomst, zei de ,Joco". maar geen ,->nbedreigde stad. Wat hebben wü eraan de geliele wereld van dienst te willen zijn, maar ten onder te uaan in stof. stank en rumoer. Wij Rotterdammers zijn het wel eens zat de grootsto haven van de wereld te bezitten". (Een uitspra£dc, waarbij het gezicht van oud-burgemeester Thomassen zichtbaar betrok).

Drs. Van der Ploeg die erkende wat chauvinistische geluiden te hebben laten horen — wens tot uitgroei naar een volledige universiteit, museum Boymans-Van Beuningen moet Rijksmuseum worden en vele andere dingen meer. Hij wenste burgemeester Van der Louw toe Rotterdammer te zijn met de Rotterdammers, waarna hij onder een spervuur van fotografen Van der Louw de ambtsketen omhing.

„NACHT VAN

Oud-wethouder Viersen, nu CDAfractieleider, verklaarde naast burgemeester Vain der Loaw te staan in diens visie voor een gekozen burgemeester, doch stak niet onder stoelen of banken, dat de CDA bij dit meerderheidscoUege liever een CDA-tóurgemeester had zien benoemd.

Hij vroeg duideUlkheid van de PvdA, die landelijk wel samenwerking wenst met de confessionelen, maar die in Rotterdam, Rijnmond. Amsterdam enz. hen uitstoten. Het is wenselijk dat de PvdA over deze

Samen met het SDA was het RPCU het eens over het feit dat er een zgn. onderwijscoördinatie voorlopig geen aanbeveling verdient. Voldoende personeelsbezetting op de afdeling onderwijs is van meer belang. Het RPCU kon zich met de algemene beleidslijnen verenigen, maar hebben wel bezwaar tegen activiteiten op zondag, die niet in overeenstemming zijn met de heiliging van die dag.

Tot op heden is de lang verbeide onderwijsnota niet verschenen. Dit wordt door ons zeer betreurd. Het moet de basis zijn waarop de nodige lange-termijn-planning kan worden tot stand gebracht. Voor bijvoorbeeld het plan „Bossenburg" komt deze nota eigenlijk alweer te laat. Wij achom toet levien gekomen. De heer Meijer ireed met zijn fiets roet daaraan vast een tweeiwiedig aanlhangwagentje op ide rijweg. Daar werdi Wij aangieredien door een aiuto. waarvan die bèsbuunder hem niiiet told gealen. M. was op slag dood. drs. J. van aer de ambtsketen der Louw omzaak duidelijkheid verschaft en gaat kiezen. Doet ze dat niet en blijft ze van twee wallen eten, dan is in elk geval een gevolg, dat de socialist moreel het recht heeft verspeeld om ooit de woorden: „de nacht van Bchmelzer" in de mond te nemen, aldus Viersen, die de wens uitsprak, evenals mr. Polak (VVD) dit na hem deed, dat burgemeester Van der Louw veel zou betekenen voor Rotterdam.

De fractieleider van de P\'dA, de heer Schilder, bestreed de opvatting van minister De Gaay Fortman, die in de Tweede Kamer had gesproken over gestoorde verhojdingen in de Rotterdamse raad, want daarvan is geen sprake.

Na afloop van de raadsvergadering volgde een langdurige» receptie in de burgerzaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1974

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Burgemeester Van der Louw heeft er „wel zin in''

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1974

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken