Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kabinet blijft strak prijsbeleid handhaven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kabinet blijft strak prijsbeleid handhaven

Werkgevers: invloed op loononderhandelingen

6 minuten leestijd

Het kabinet-Den Uyl zal het strakke prijsbeleid ook in 1975 voortzetten. Dit heeft minister Lubbers gistermiddag na afloop van het ongeveer twee uur durende gesprek met de „prijzenoverlegcommissie" van het georganiseerde bedrijfsleven medegedeeld. Wel zal zoveel mogelijk worden vermeden dat negatieve effecten voor de werkgelegenheid worden voorkomen.

Aan de industrie zal worden toegestaan in het komende jaar vijftig procent van de loonstijging door te berekenen in de prijzen met een maximum van zes en een half procent. Voor de dienstensector zal dit vijfentachtig procent zijn met in beginsel een maximum van elf procent. De mogelijkheid bestaat in bijzondere gevallen hiervan af te wijken.
In de handel zal het huidige systeem van aanpassing van de geldmarge aan de stijging van de exploitatiekosten worden voortgezet, hetgeen tot gevolg heeft dat er een margeverruiming van vier pct wordt toegestaan.
De horecasector en de grossiers in eet- en drinkwaren zullen worden vrijgelaten, onder gelijktijdige invoering van een meldingsplicht van prijswijzigingen bij een jaaromzet van meer dan vijfhonderdduizend gulden voor de horecasector en meer dan een miljoen gulden voor de grossiers in eet- en drinkwaren.
Er zal ontheffing van bepalingen van het prijsbeleid worden verleend ïn die gevallen waarin het rendement zodanig onder druk komt te staan dat de continuïteit van een bedrijf op langere termijn in gevaar komt.
In 1975 zal bij het vaststellen van de tarieven in de sfeer van de vrije beroepen bijzonder worden gelet, op de vraag, of voldoende inzicht wordt gegeven in de resultaten van de uitoefening van het beroep.
De verplichting, voor grotere ondernemingen om prijsverhogingen een maand voor het doorvoeren van die verhogingen te melden blijft onverkort van kracht.

REACTIES
Mr. P. M. H. van Boven, voorzitter van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond, heeft na afloop van het gesprek onder meer verklaard dat de vele jaren beleden parallelliteit van behandeling van lonen en prijzen ook nu weer niet tot haar recht komt. De werkgevers hadden gevraagd om de doorberekening der loonstijglnig mogelijk te maken tot zestig pct.
Het loonbeleid is nog steeds vrij -en het nu uit de bus gekomen prijsbeleid voor 1975 zal een druk op de lonen leggen nog voordat de onderhandelingen over vernieuwing van collectieve arbeidsovereenkomsten in bedrijfstakken of ondernemingen zijn begonnen.
De heer W. Perquin, voorzitter van het Nederlands katholiek ondernemersverbond in midden- en kleinbedrijf, zei met teleursteUing kennis te hebben genomen van de gang van zaken met het prijsbeleid.
De heer H. de Mooij, voorzitter van het Nederlands Christelijk Ondernemersverbond in het midden- en kleinbedrijf, voegde daar nog aan toe dat het betreurenswaard is dat de minister niet heeft willen afzien van de administratieve handelingen die voor vele kleine ondernemers bij de uitvoering van het prijsbeleid welhaast onoverkomelijke bezwaren met zich brengen.
Het consumenten contact, waarin de drie vakcentrales, de Nederlandse gezinsraad, en de Nederlandse vereniging van huisvrouwen deelnemen, heeft in een commentaar op het nu bekend geworden prijsbeleid voor 1975 o.m. opgemerikt dat er in dat beleid van de overheid veel meer de nadruk moet worden gelegd op het doorvoeren van prijsverlagingen. Juist voor de overheid ligt er, naar de mening van dit orgaan, een belangrijke taak het asymetrische prijsgedrag zoveel mogelijk te doorbreken, omdat er nog een effectieve mededingingspolitiek ontbreekt.
Nog steeds blijkt, volgens dit orgaan, dat prijsverhogingen met grote snelheid kunnen worden doorgevoerd.

LOONONDERHANDELINGEN
Over mogelijkheden voor de doorberekening van kosten van loonstijging door de industrie en door de dienstensector, heeft minister Lubbers er de aandacht op gevestigd dat het Centraal Planbureau voor 1975 een loonkostenontwikkeling van dertien procent en een productiviteitsontwikkeling van vijf procent verwacht. Dat zijn zgn. macro-economische verwachtingen, geldende voor het geheel en geen rekening houdende met micro-ontwikkelingen in bedrijfstakken of ondernemingen. Wanneer de loonsomstijging meer zal blijken te zijn dan de door het CPB verwachte en door het kabinet als uitgangspunt genomen dertien procent, dan zal het meerdere in beginsel niet voor doorberekening in aanmerking komen. In het algemeen moet echter worden vastgesteld dat loonkostenstijgingen voor 1975 die voortvloeien uit het overleg over arbeidsvoorwaarden zich niet voor doorberekening in de prijzen lenen voor zover zij de sociaal- economische doelstellingen van het kabinet overschrijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 december 1974

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Kabinet blijft strak prijsbeleid handhaven

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 december 1974

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken