Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

1469- Vasco da Gama -1574 l^^iii. Grondlegger van Portugees imperium stierf als Indisch onderkoning

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1469- Vasco da Gama -1574 l^^iii. Grondlegger van Portugees imperium stierf als Indisch onderkoning

6 minuten leestijd

weinige goede havenplaatsen aan de Portugese kust, Estevao da Gama, aanscliouwde Vasco het levenslicht Over ,zijn jeugd is vrijwel niets met zekerheid bekend, maar zij zal wel niet veel hebben verschild van die • van zijn leeftijdgenootjes van gelijke stand.

Een belangrijke gebeurtenis voor Vasco's toekomstige levensloop betekende op 25 oktober 1495 de troonsbestijging van koning Manuel I, later „de Grote" of ook wel „de Gelukkige" genoemd. Hij rekende het tot zijn plicht het werk waarvan Hendrik de Zeevaarder de bezielende inspirator was geweest, voort te zetten. Zijn regeringsperiode staat dan ook met gulden letters in het boek der historie van Portugal opgetekend.

Als uitvloeisel van het met Spanje in 1494 gesloten Verdrag van Tordesillas, waarbij alle ontdekte en nog te ontdekken landen in het oosten binnen de Portugese invloedssfeer zouden komen, werden toebereidselen getroffen voor een nieuwe expeditie die. in het spoor van Bartholoméus Diaz, de ontdekker van Kaap de Goede Hoop in 1486, de zeeweg naar Indië zou pogen te vinden.

Omdat koning Manuel voorkomen wilde dat Diaz te veel macht zou krijgen, had hij de voorbereiding van de expeditie aan Estevao da Gama willen toevertrouwen. Zo ver kwam het echter niet; Estevao's dood deed dit plan van de koning in duigen vallen. In zijn plaats riep hij nu Vasco, toen nog tamelijk onibekend maar zijn hof te Estremoz. In het begin van de zomer van 1497, nadat alle toebereidselen hun beslag hadden gekregen, werd Vasco da Gama nogmaals door koning Manuel in audiëntie ontvangen, aan wie hij de eed van trouw aflegde.

Voorbereidingen

Vanzelfsprekend had Vasco da Gama zelf de leiding op het admiraalssahip, de „Sao Gaibriel", terwijl zijn broer Paulo het tweede vaartuig commandeerde. Ook dit had zijn naam ontleend laan één van de aartsengelen: „Sao Rafael". Ais ooanmandant van het derde schip, een vaartuig van 50 ton, de „Berrio", fungeerde Nicolau Coelho, terwijl tenslotte het proviandschip, de „Sao Miguel", onder bevel stond van Goncalo Nunes.

De bemanning telde in totaal 118 koppen, onder wie 22 veroordeelden die bestemd waren voor eventuele gevaarlijk karweitjes bij landing op onbekend terrein. Voor de uitrusting der schepen had men kosten noch moeite gespaard, zodat zij voor die tijd althans werkelijk voortreffelijk kan worden genoemd. De schepelingen waren daarenboven uitnemend geoefend, terwijl iedere opvarende nog een speciaal beroep had geleerd om in tijd van nood zichzelf te kunnen redden of zijn makkers bij te staan. Behalve proviand voor een reis van drie jaar, bestond de uitrusting verder nog uit talrijke kaarten (sommige overigens uiterst primitief); instrumenten, o.a. een kwadrant, en alle mogelijke voorwerpen die op een dergelijke ongewisse ontdekkingstocht maar enigszins hun nut zouden kunnen bewijzen. Aan de voorbereiding had dan ook letterlijk niets ontbroken.

Een uiterst belangrijke tocht had een aanvang genomen; de kalender gaf vrijdag 8 juli 1497 aan.

Eerst zette men koers naar de Canarische Eilanden, waar een kort oponthoud werd gemaakt.

Op 3 augustus zette men koers naar het zuidoosten, evenwijdig aan de Afrikaanse kust varend tot ongeveer 10 gr. N.B., waar men met een zeer gevaarlijke tegenwind te kampen kreeg. Zich niet gewonnen gevend, nam Da Gama het stoutmoedige besluit de Atlantische Oceaan op te zeilen en zover naar het zuiden door te varen tot men op de hoogte van Kaap de Goede Hoop moest zijn. Dan zou de steven naar het oosten gewend worden in de hoop op die manier de zuidpunt van Afrika te bereiken.

Onafgebroken was de kleine vloot 96 dagen lang onder zeil geweest, toen hij na een afstand van 4500 mijl te hebben afgelegd op. 7 november in de St. Helena Baai aan de zuidwestkust van Afrika het anker liet vallen. Nooit tevoren had een Europese zeevaarder zolang aan één stuk door de open zee bevaren zonder land in zicht.

„Hindoes"

Na een vrij onschuldige ontmoeting met Hottentotten werd de reis op 16 november voortgezet om — door windstilte vertraagd — eerst ?es dagen later de Kaap de Goede Hoop uit zee te zien oprijzen. Niettegenstaande een vreselijke storm werd de Kaap zonder ongevallen „gerond", waarna men weldra in de Mosselbaai voor anker ging. Tijdens het verblijf aldaar werd het proviandschip „SSo Miguel" onttakeld en daarna in brand gestoken, nadat de voorraden naar de andere vaartuigen waren overgebracht. Met slechts drie schepen ging men op 8 december weer onder zeil. Naar het noorden varend, passeerde men een week later Rio de Infante, het verste punt tot waar Bartholoméus Diaz op zijn tocht in 1486 was geweest.

De reis langs de Oostafrikaanse kust verliep vrij voorspoedig en op 2 maart 1498 kwam men in Mozambique aan: de stad op een koraalrif. In de haven lagen enkele Arabische Indiëvaarders, maar toen de Mohammedaanse bemanning vernam dat zij met christenen te doen had en bovendien nog getuige was van het opdragen van een mis, ontstonden er onaangenaamheden die de Portugezen tot vertrek noopten. Ook in Mombassa nam de bevolking een vijandige houding aan.

De volgende dag liet Da Gama voor de laatste maal de ankers voor de Afrikaanse kust vallen en wel op de rede van Mallndi, dat in het tegenwoordige Kenya ligt. Met groot eerbetoon en enthousiasme werden de Portugezen in deze plaats ontvangen, omdat men in hen geen christenen maar Hindoes vermoedde.

Op 24 april werden de ankers weer gelicht. Met een door de vorst van Malindi ter beschikking gestelde loods aan boord zette men koers in noordoostelijke richting. Drie weken lang duurde de overtocht. Op vrijdagmorgen 18 mei kwam de loods naar Da Gama toe, wees hem op de vage contouren van een veraf .gelegen liooggebergte en sprak het woord „Indië" uit. Men boog iets af naar het oosten en op 21 mei 1498 bereikte de vloot na een reis van tien maanden en twee weken de rede van Calicut op de kust van Malabar in het zuidoosten van India. De zeeweg naar het rijke en fabelachtige Indië was gevonden.

Over Calicut — een stad van grote rijkdom en weelde — heerste in die dagen een Hindoevorst die de titel van Samorim, d.w.z. heer van de zee, droeg. Genadig stond hij Da Gama een audiëntie toe.

Tweede reis

Op 30 oktober arriveerde men voor de tweede keer te Calicut. Nu stelde de Portugese admiraal aan de Somarim de eis dat alle Islamieten uit zijn rijk verbannen moesten worden. Daar de, inwilliging van dit ultimatum niet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 24 december 1974

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

1469- Vasco da Gama -1574 l^^iii. Grondlegger van Portugees imperium stierf als Indisch onderkoning

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 24 december 1974

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken