Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Oud zeer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oud zeer

5 minuten leestijd

Alhoewel de oorlog reeds 30 jaar achter ons ligt, is er nog allerlei oud zeer uit die periode overgebleven. Men denke aan de kwestie van de Drie van Breda, die nog steeds felle emoties weet los te maken. Zo is er ook altijd nog de strijd van de verzetsmilitairen om hun rechtsherstel. Het VVD-kamerlid mr. H. E. Koning diende van de week een initiatiefvoorstel in om deze slepende zaak nu eindelijk eens uit de wereld te helpen.

Het punt is namelijk dat die beroepsmilitairen, die in de oorlogsjaren zijn ondergedoken en in het verzet zijn gegaan, na de oorlog ten aanzien van promotiekansen en pensioenrechten zijn achtergesteld bij hen die in krijgsgevangenschap gingen. Het betreft hier maar een betrekkelijk kleine groep mensen en zeker op het eerste gezicht is het verwonderlijk waarom men hen zo lang in de kou heeft laten staan.

Er is hierbij echter een nogal fundamenteel ethisch probleem in het geding. De gang van zaken is namelijk als volgt geweest. Na de nederlaag van ons leger tegen de Duitse overmacht, werden- de dienstplichtige krijgsgevangenen vrij spoedig door Hitler vrijgelaten. Hij wilde daarmee het Nederlandse volk gunstig stemmen.

De beroepsmilitairen konden zich echter alleen aan Duitse krijgsgevangenschap onttrekken door het afleggen van een speciale belofte. Zij moesten verklaren dat zij geen handelingen zouden begaan of verzuim plegen, waardoor het Duitse rijk schade, van welke aard ook, zou kunnen lijden. De beroepsofficieren moesten dat zelfs doen onder erewoord.

Na veel aarzelingen werd die verklaring in de zomer van 1940 dooi het overgrote deel van de beroepsmilitairen afgelegd. Slechts enkelen deden het niet en gingen daarmee definitief in krijgsgevangenschap. Het grootste deel van de officieren die wel hun erewoord hadden gegevenkwam trouwens twee jaar later ook in het krijgsgevangenkamp terecht. Zij werden door de Duitsers op listige wijze bij elkaar geroepen en onverhoeds naar Duitsland afgevoerd.

Anderen doken onder en gingen in het verzet. Alle beroepsmilitairen die zo handelden, kwamen daarmee echter in strijd met hun al dan niet onder erewoord gegeven beloften aan de Duitsers. Was dit verantwoord of niet? De parlementaire enquêtecommissie die na de oorlog aan hef werk toog, was over deze vraag verdeeld. De meerderheid veroordeelde deze verbreking van het erewoord. de minderheid achtte het — gezien de omstandigheden — geoorloofd.

Zeker, wij zullen over een dergelijk verbreken van het eens gegeven woord niet lichtvaardig heen mogen stappen. Ren iezuïetenmoraal, waarbij het doel de middelen heiligt, achten wij immers uiterst verwerpelijk. Beloften moeten we nakomen, ook al gaan ze ons later opbreken en berokkenen 7e ons dan veel nadeel. Het is beter dat gij niet belooft, zegt de Prediker, dan dat gij belooft en niet betaalt.

Maar onze gebondenheid aan eden en beloften mag niet zo ver gaan dat ze ons op het verkeerde pad brengt of houdt. Wie als lid van de SS Adolf Hitler trouw gezworen had tot in de dood. maar na verloop van tijd gelukkig tot betere inzichten kwam. mocht nooit en te nimmer zijn eed zien als een geldig motief om toch maar met het beestachtige optreden van de SS-ers mee te blijven doen. Calvijn zegt ergens dat wie zijn vader op het sterfbed beloofd heeft om altijd rooms te blijven, maar later tot betere inzichten komt, zich door die belofte niet moet laten weerhouden om met de Roomse kerk te breken. Gods gebod staat immers altijd hoger dan menselijke afspraken, eden en beloften.

Bij de verklaring die vele beroepsmilitairen hadden afgelegd, was het echter niet zozeer een kwestie dat men iets moest doen, maar veeleer dat men iets moest nalaten. Dat maakt wel verschil. Men had plechtig beloofd zich van verzet tegen de Duitsers te onthouden. Zo'n belofte mag men niet lichtvaardig doen en wie hem afgelegd heeft, is er aan gebonden, tenzij hij daarmee in botsing komt met hogere plichten. Wie bij wijze van spreken ten tijde van de Jodenvervolging 's nachts een Jood op zijn stoep aantrof, kon deze man niet de dood insturen met het argument dat hij de Duitsers beloofd had hen op geen enkele wijze te zullen tegenwerken.

Daarbij komt — en dat heeft bij velen destijds een grote rol gespeeld — dat die verklaring door de beroepsmilitairen getekend is in een bepaald kader. Het vrijlaten van krijgsgevangenen op erewoord was een zaak die in het volkenrecht min of meer geregeld was.. Rechten en plichten van beide partijen waren daarin aangeduid. In de loop van de bezetting bleek echter steeds duidelijker dat de Duitsers het hele volkenrecht aan hun laars lapten. „Volkenrecht is iets dat alleen in de kranten bestaat", zo zei generaal Christiansen.

Degenen die in het kader van het volkenrecht aan de Duitsers hun erewoord gegeven hadden, konden zich terecht door hen misleid voelen. En reeds de volkenrechtsgeleerde Hugo de Groot had uitgesproken dat de binding aan het erewoord verbroken moest worden geacht, wanneer de ander zich niet aan de rechtsregels hield.

Zo zitten er aan deze kwestie van de verzetsmilitairen een aantal ethische vragen gekoppeld. Velen zijn in die jaren voor gewetensbeslissingen geplaatst. Ook bij hen, wier geweten gebonden was aan Gods Woord, zal die beslissing niet altijd gelijkluidend geweest zijn. Trouw aan het eens gegeven woord is een belangrijke zaak, maar dat mag ons niet door ons doen of ons nalaten, op het verkeerde pad voeren.

Wellicht zullen een aantal van deze verzetsmilitairen wel erg lichtvaardig hun gegeven woord gebroken hebben. Toch is dat na dertig jaar geen reden om hun financiële achterstelling te laten voortbestaan. Wat dat betreft zijn er na de oorlog wel ergere dingen door de vingers gezien. Te hopen is ook dat de afhandeling van dit initiatiefvoorstel niet eindeloos zal duren. Het gaat hier immers om mensen die al op leeftijd zijn en die men alleen door spoed te betrachten, nog royaal van hun hogere uitkeringen kan laten genieten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Oud zeer

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken