Bekijk het origineel

Minimale verschillen zullen doorslag geven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Minimale verschillen zullen doorslag geven

VERKIEZINGEN IN DEELSTATEN NORDRHEIN-WESTFALEN EN SAARLAND

4 minuten leestijd

BONN — Politiek West-Duitsland heeft met een gevoelen tussen vrees en hoop toe naar de deelstaatverkiezingen die in Noordrijn-Westfalen en Saarland worden gehouden. Voor de regeringspartners SPD en FDP, evenals voor de oppositionele CDU, staan grote belangen op het spel.

In de twee deelstaten worden te zamen deelstaten worclen te zar ongeveer 13 miljoen mensen naar de stembus geroepen, hetgeen neerkomt op bijna eenderde van de totale kiesgerechtigde bevolking van de Bondsrepubliek. Het resultaat zal derhalve in hoge mate een weerspiegeling kunnen vormen van het oordeel van de Duitsers over het federaal regeringsbeleid. Met name in de huidige periode van economische recessie die tot een onverwacht grote werkloosheid heeft geleid. Anderszijds gaat het in Noordrijn-Westfalen en Saarland ook om de politieke aanwezigheid in de Bondsraad — de „Eerste Kamer" in Bonn — waar de CDU een zetel in de meerderheid is.

HOOP
De regeringscoalitie in Bonn is hoopvol gestemd, omdat zich sinds kort een trendwijziging lijkt voor te doen in het stemgedrag van de Westduitse kiezer. Na een aantal zeer teleurstellende Deelstaatverkiezingen gaf de uitslag van Sleeswijk-Holstein vorige maand plotseling een grote verrassing te zien. De SPD moest weliswaar nog 0.9 procent inboeten, maar dit verlies was het geringste sinds eind 1973. De FDP, die vier jaar geleden uit Sleeswijk-Holstein verdween omdat ze de kiesdrempel van 5 procent niet haalde, kwam in het parlement van Kiel terug met een percentage van ruim 7, de CDU daarentegen moest voor de eerste keer sinds begin 1974 bij een Deelstaatverkiezing weer terrein prijsgeven. Ze verloor 1,5 procent, hoewel de partij in Kiel nog juist de absolute meerderheid behield.

NORDRHEIN-WESTFALEN
De stemming in het volkrijkste en hooggeïndustrialiseerde Noordrijn-Westfalen geldt als vanouds als de belangrijkste test voor het kiezen van de Duitse Bondsdag. De Deelstaat wordt sinds 1966 geregeerd door een coalitie van Sociaaldemocraten (SPD) en Vrije Democraten (FDP). Het samengaan van deze twee partijen leverde later het model op voor de Sociaal-Liberale coalitie in Bonn. De CDU werd bij de laatste Deelstaatverkiezingen in Noordrijn-Westfalen in 1970 de grootste partij en zij beschikt over 95 van de 200 zetels in het regionale Parlement in Düsseldorf.
Na een reeks van zeven Deelstaatverkiezingen, die de Christendemocraten binnen een jaar winsten opleverden tussen 3,2 en 7,8 procent (met uitzondering van Sleeswijk- Holstein), hoopt de CDU onder leiding van Heinrich Koeppler op de absolute meerderheid.
De SPD veroverde vijf jaar geleden 94 zetels, en de FDP 11. Beide partijen hebben reeds afgesproken hun coalitie onder leiding van de Sociaaldemocratische premier Heinz Kühn voort te zetten als ze de noodzakelijke meerderheid behouden. De Sociaaldemocraten geloven in ieder geval dat de trend ten gunste van de CDU zich met Sleeswijk-Holstein definitief heeft gewijzigd.

SAARLAND
In Saarland, de kleinste Westduitse Deelstaat, gaat het voor de CDU om het verdedigen van haar absolute meerderheid. SPD en FDP daarentegen zijn de verkiezingsstrijd ingegaan met de duidelijke bedoeling de CDU-regering in Saarbrücken ten val te brengen, al zou dat ook zijn met een vliesdunne meerderheid van de 800.000 stemmen. In de 50 zetels omvattende Landdag beschikt de CDU over 27 en de SPD over 23 zetels. De FDP was in 1970 onder de vijf-procents-grens gebleven en beschikt dus niet over een vertegenwoordiger in het regionale Parlement. Waarnemers geven haar een goede kans weer in de Landdag terug te keren.
Het kleine Saarland is als het ware tot een „politieke reus" geworden, omdat de machtswisseling in Saarbrücken de SPD ook zou helpen aan een meerderheid in de Bondsdag.

In deze „Eerste Kamer", die zonder de vier vertegenwoordigers van West-Berlijn 41 zetels omvat, domineren de door de CDU geregeerde deelstaten met 21 zetels, terwijl de door de SPD geregeerde deelstaten over 20 zetels beschikken. Als de machtswisseling in Saarbrücken lukt vallen de drie zetels van Saarland toe aan de sociaal-liberale regeringscoalitie. Anderzijds heeft de CDU de kans haar meerderheid in de Bondsdag door een verkiezingszege in Noordrijn-Westfalen verder uit te breiden en daarmee haar tegenwicht in de sociaal-liberale meerderheid in de Bondsdag te versterken. Verlies voor SPD en FDP in deze belangrijkste Deelstaat kan de regeringscoalitie in Bonn aan het wankelen brengen.

NOG TWEE STATEN
Na de verkiezingen in Noordrijn-Westfalen en in Saarland volgen nog twee stembustwisten in de stadstaat Bremen en in Baden Württemberg, voordat in de herfst van het volgend jaar de Duitse Bondsdag opnieuw wordt gekozen.
In de huidige parlementen is de zetelverdeling als volgt:

NOORDRIJN-WESTFALEN
CDU 46.3 procent, 95 zetels
SPD 46,1 procent,94 zetels
FDP 5,5 procent, 11 zetels.

SAARLAND

CDU 47,8 procent, 27 zetels
SPD 40,8 procent, 23 zetels
FDP 4.4 procent, — zetels

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 mei 1975

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Minimale verschillen zullen doorslag geven

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 mei 1975

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken