Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hagepreker Geleyn Janz d' Hoorne: Zeelands eerste Geref. predikant

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hagepreker Geleyn Janz d' Hoorne: Zeelands eerste Geref. predikant

De Reformatie op Walcheren

6 minuten leestijd

De Nadere Reformatie en het Gereformeerde Piëtisme hebben op Walcheren al vroeg wortel geschoten. Reeds op 30 juni 1566 — vóór de komst van Alva in ons land — werd de eerste hagepreek op Walcheren gehouden. Dit was nog voordat Jan Arentsz, de mandenmaker van Noord-Holland zijm eerste hagepreek hield. Welnu de eerste hagepreek op Walcheren werd in de duinen van Dishoek, een buurtschap behorende onder Koudekerke, gehouden door Adriaan de Schoenmaker of Geleyn d'Hoorne.

Volgens ooggetuigen passeerden honderden mensen vanaf 's morgens vijf uur door Koudekerke naar het Duin. Er kwamen wel 300 mensen samen in de vallei; zij zongen staande in het Nederlands lofzangen. Hierna knielde het volk ter aarde. De predikant, een schoen- of knopmaker van rond de 30 jaar, had een boekje bij zich. Na de preek zei de predikant: „Neemt den 118 Psalm Davids". De rentmeester zelf overtuigde zich er heimelijk van dat er een samenkomst werd gehouden en zond de stadhouder Jan Turck met zijn dienders om de vergadering te verstoren.

De tweede hagepreek van de schoenmaker Adriaan (zijn Vlaamse naam was Geleyn Janz d'Hoorne) werd te Brigdamme, een dorp en heerlijkheid op Walcheren, liggende een klein half uur noordwaarts van Middelburg voor een zeer grote menigte gehouden. Het waren wel 1500 a 1600 mensen. De burgemeester en schepenen van Middelburg stonden machteloos, zodat er een verbod uitgevaardigd werd tegen het bijwonen van vergaderingen. De rentmeester van West-Walcheren deed in overleg met hen hetzelfde op het platteland van Walcheren.

BEELDBREKING

In augustus 1566 had de beeldenstorm plaats. De „beeldbreking" had tot gevolg dat begin september in Middelburg de Hervormde godsdienstoefeningen gehouden werden in de Westmonsterkerk (op de Markt) en in de Gasthuiskerk. Op 5 september echter werd weer in alle kerken de Roomse dienst hersteld. Op 7 september 1566 besloot de vroedschap voor de Gereformeerden een schuur of parkhuis in te ruimen. Dit was een pracht terrein voor samenkomsten dat omringd was door water.
Bij dit bemiddelingsbesluit hebben de Hervormden zich neergelegd. Bernard Donders, de ex-pastoor van Biggekerke, die openlijk zijn priesterschap verbrak door zijn brievier te ver scheuren en weg te werpen, trad weldra in het eerste kerkgebouw der Hervormden op. Ook Petrus Dathenus heeft hier gepreekt. Gewoonlijk werd de dienst echter waargenomen door Geleyn d'Hoorne.

Er was verschil in houding tussen de magistraat van Middelburg enerzijds 
en die van Vlissingen en Veere anderzijds. De laatsten hielpen in de eerste dagen van de Reformatie positief mee, terwijl de eerste, zoals we gezien hebben, slapjes tegenwerkte. Zo was het tegen het eind van 1566 eindelijk rustig geworden. Het was echter een stilte voor de storm, die in 1567 losbarstte. Opgejaagd door de felle geloofsvervolgingen vluchtte in 1567 ook Geleyn d' Hoorne naar Engeland.
Vanuit Norwich zond hij toen aan de gelovigen op Walcheren een troostbrief.
Na de bevrijding van Wallheren in ,1572 is hij weer in Vlissingen teruggekeerd.
Men had hier namelijk om zijn hulp gevraagd. Van maart 1574 tot zijn dood (op 23 juli 1575) was hij te Middelburg, in welke stad hij ook is begraven.

EERSTE GEREF. PREDIKANT

Hij was de eerste Gereformeerde predikant van Zeeland; voordien was hij waarschijnlijk ambachtsman. Volgens overleveringen in de stad Brugge en blijkens de notulen van de kerk van Middelburg was hij een geletterd man. Ook de taal- en geschiedkundige M. Schoock, leerling van prof. G. Voetius zei dat Geleyn d' Hoorne behalve een vroom, ook een geleerd man was. Dat hij bovendien een ambacht uitoefende, was gewoon in die dagen. B. de Spinoza, overigens zelf een ketter, noemde een geleerde, die geen ambacht geleerd had, een schurk. Hoewel dit een krasse uitdrukking is, geeft zij toch de gevoelens van die tijd weer. De tweede periode van de Reformatie op Walcheren wordt de tijd van de Nadere Reformatie genoemd. Er komt een geleidelijke kentering. Ze wordt ingeleid door ds. W. Teelihnk en voortgezet door ds. W. Apollonius - in 1603 geboren te Veere. In 1631 werd ds. Apollonius in de vacature van ds. Teelinck te Middelburg beroepen.
Na aanvankelijk weinig op de voorgrond getreden te zijn, werd hij in de classis WalcHeren spoedig een man van grote betekenis. Daar aan zijn adviezen grote waarde gehecht werd, kreeg hij al spoedig zitting in een commissie voor de oplossing van tal van kerkelijke kwesties. In deze tijd werden naast de geloofsleer, de ambten naar de Heilige Schrift in ere hersteld. De nieuwe kerk der Reformatie keerde terug tot de leer van apostelen en profeten; men gehoorzaamde aan God. Dat is reformatie in leer en leven. Men scheidde zich van de valse kerkinrichting van Rome af; van de „kerk", en zich verhardden tegen het Woord door haar eigenwlilige godsdienst.

WALCHERENSE ART.

De streng Gereformeerde classis van Walcheren achtte het noodzakelijk haar kerken tegen de zich opdringende ketterijen te beschermen. Hij wapende zich in het bijzonder tegen wijsgeren als B. de Spinoza en prof. Röell van Franeker. Laatstgenoemde loochende de eeuwige generatie des Zoons en de eeuwige uitgang van de Heilige Geest en verhief de menselijke rede op de troon. Ook moesten de Gereformeerden in die dagen strijd voeren tegen ds. Balthazar Bekker en Johannes Vlak.
Daarvoor heeft de classis in haar vergaderingen van 3 september en 5 november 1693 de vijf Walcherense Artikelen opgesteld: „De reden tot het ontwerpen dezer Artikelen lag in de verloochening der aloude Gereformeerde leer, die onder invloed van haar bestrijders in Nederland weer den kop opstak". Deze Walcherse Artikelen staan nog in het Kerkelijk Handboekje uitgegeven door prof. Biesterveld en dr. H. H. Kuiper in Kampen 1905. Deze Walcherse Artikelen zijn daar toen ondertekend door alle predikanten tot 1816. Ds. Apollonius heeft dit niet meer meegemaakt; toen hij 54 jaar oud was, stierf hij. Zijn invloed en krachtige werkzaamheden zijn toch teveel over 't hoofd gezien. „Nooit", zo zegt prof. Hugo Visser in „Het Protestantse Vaderland I", „is hij als die waarlijk betekenisvolle figuur van zijn tijd getekend, die hij toch in waarheid geweest is". Een predikant die nog meer heï type van de Nadere Reformatie op Walcheren vertoonde, was ds. Georgius de Raad, die de richting van ds. W. Teelinck en prof. Voetius geheel toegedaan was. Van 1653 tot 1657 was hij predikant te West-Souburg en van 1657 tot aan zijn dood op 3 juni 1957 te Vlissingen. Deze zeer geliefde predikant, trok op zijn catechisaties soms wel 1500 a 1600 mensen.

PIT EN MERG

Zijn grootvader was de in 1535 in Vlaanderen geboren Joris de Raad. Deze was tot 1596 predikant van Zuid-Beveland. Van Guido de Brés vertaalde hij: „Wortel en oorsprong der Wederdooperen" (anno 1565) en van Calvijn vertaalde hij enkele werken die interessant zijn voor de geschiedenis van het Calvinisme in Nederland. De schrijver dezes heeft nog een exemplaar van 1582 in zijn bezit. In één van de eerste uitgaven van Christophorus Love: „Het Cabinet der Godsaligheid" in 16 predikatiën over 2 Petri 1 vers 10, die ds. B. Reyniersen te 1659 uit het Engels vertaalde, staat een aanspraak d.d. 3 november 1657 van Georgius de Raad (kleinzoon), die toentertijd in de gemeente Vlissingen stond.
Hij zegt: „De werken van den Engelse Love behoren tot de echte „Oude Schrijvers". Daarom zegt ds. De Raad: „De mensen welke zo Gods werk in Zijn besluit, en Verkiezing bemerken; dat zij zelven stilstaan, In vrezen en bewijzen dat zijn niet verstaan, die zoete Harmonie, Die tussen Gods ven haar Zaligheid niet uitwerken; werk en ons werk moet gevonden worden; God roept, wij moeten antwoorden „Samuel, Samuel, en Samuel zeide: „Spreekt Heere want Uw knecht hoort. Daarom kan gezegd worden: „Dit is Nadere Reformatie in zijn zuiverste vorm".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 7 juli 1975

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Hagepreker Geleyn Janz d' Hoorne: Zeelands eerste Geref. predikant

Bekijk de hele uitgave van maandag 7 juli 1975

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's