Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Opdat zij kunnen lezen"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Opdat zij kunnen lezen"

1975 ook internationaal Louis Braille jaar

5 minuten leestijd

Honderd en vijftig jaar geleden vond Louis Braille het naar hem genoemde brailleschrift uit zodat blinden toch via een speciale methode kunnen lezen. Het jaar 1975 is daarom uitgeroepen tot het „Louis Braille herdenkingsjaar".

Van dit speciale ,jaar' hebben we nog niet veel kunnen merken. Veel meer hoorden we over het „monumentenjaar" en over het (mislukte) „internationale jaar van de vrouw". Over monumenten schreven wij al, elders in dit nummer wordt aangetoond waarom het vrouwenjaar op z'n zachtst gezegd een behoorlijk flopje is geworden en daarom hier terecht aandacht voor Louis Braille.

|Want Braille verdient alle mogelijke aandacht. Als het licht der ogen dooft en de wereld zich in een duister waas gaat hullen, lijkt ook de geestelijke wereld voor de blinde afgesloten. Alleen de spraak blijft dan zo ongeveer nog over. Maar in een wereld zoals die van ons, die van drukwerk aan elkaar hangt, staat de blinde hulpeloos. 
Niet alleen is zijn lichamelijk bestaan een zoeken en tasten geworden, ook erfenis van eeuwen, opgeslagen in boeken en tijdschriften, is onbereikbaar. Braille ontsloot met zijn uitvinding de geestelijke wereld ook voor de blinde. Wie was Louis Braille Louis Braille werd op 4 januari 1809 geboren te Coupvray, een dorpje op 40 km. afstand van Parijs. Zijn vader was zadelmaker van beroep. 
Als baby was Louis een zwak poppetje, maar hij groeide op tot een vrolijk, intelligent kind. Al heel jong echter werd hij, door een ongeluk in de werkplaats van zijn vader, blind. Zijn toekomst leek afgesneden. Wat kon een blinde betekenen in de maatschappij?

Toen hij 10 jaar was, ging hij naar het Koninklijk Instituut voor Jeugdige Blinden te Parijs. Het blindenonderwijs was er zeer primitief, vooral ook, omdat er geen goed blindenschrift bestond. Men gebruikte het reliëfschrift, maar dat was veel te ingewikkeld. 
Op 14-jarige leeftijd begon Braille, een pienter joch, te experimenteren om een bruikbaar schrift te krijgen. In diezelfde tijd kwam een kapitein. Barbier, met zijn schrift: strepen en punten, die lettergrepen voorstelden. Hij had het ontwikkeld als codesysteem tijdens nachtelijke militaire expedities. Een bezwaar ertegen was, dat je er de spelling niet mee kon weergeven. Wèl leerde Braille van Barbier, dat een schrift voor blinden gebaseerd moet zijn op eenvoudige tekens, die met de hand gelezen kunnen worden.
Louis Braille was nog maar net 16 jaar (1825) toen hij zijn schrift ontwikkelde: 2 verticale rijen van 3 punten, waaruit door weglating van steeds andere punten steeds andere tekens ontstaan. Zo zijn er 63 kombinaties mogelijk. Het schrift werd eerst erg enthousiast ontvangen op school. Braille bleef eraan sleutelen.

Overwinning

Intussen volgde hij ook lessen aan de universiteit, was opzichter in de pantoffelmakerij en gaf les in algebra en aardrijkskunde. Op zijn 19e werd hij al aangesteld als hulpleerkracht. Daarnaast gaf hij pianoconcerten voor vrienden en bekenden, maar zijn gezondheid was te zwak om dat allemaal te kunnen volhouden. Toch werd hij op zijn 23e nog organist van één van de grote kerken van Parijs.

Om zijn schrift officieel in te voeren, was steun van de regering nodig. Deze steun bleef uit (wel werd Braille nu van regeringswege als vaste leerkracht aangesteld), en toen het instituut een andere, conservatieve leiding kreeg, leek het gedaan met het brailleschrift. Het werd zelfs streng verboden. Intussen ging de gezondheid van Louis Braille hard achteruit, maar hij bleef vechten voor zijn schrift en met resultaat. Onder weer een andere direkteur keerden de kansen, en werd het brailleschrift definitief aanvaard als het enig bruikbare schrift voor blinden. Braille heeft zijn overwinning niet lang overleefd; op 6 januari 1852 stierf hij in het Instituut, waar hij geleefd en gewerkt had.

Nu is zijn geboortehuis ingericht als museum, waar alles wat met zijn leven en werk te maken heeft is verzameld.

En zijn naam blijft verbonden aan het schrift dat, boven alle andere hulpmiddelen, de geestelijke, maatschappelijke en culturele onafhankelijkheid van de blinde waarborgt.

Sinds deze overwinning van Braille om het braille erkend te krijgen, is er alom in de wereld heel wat gebeurd. Thans is er zelfs een „Wereldraad voor het welzijn der blinden", die vorig jaar een 5e algemene vergadering in Sao Paulo (Brazilië) hield. Daarom werd o.a. 1975 tot internationaal herdenkingsjaar voor Louis Braille uitgeroepen. In Nederland zijn de diverse blindenorganisaties daar ook bij aangesloten, via een Nederlands overkoepelend blindenorgaan.

Vandaar dat de Christelijke blindenbibliotheek in Ermelo ook - mede georganiseerd in internationaal verband - meetimmert in het internationale herdenkingsjaar aan de weg van meer bekendheid voor wat nu eigenlijk braille is. 
In Ermelo zei directeur H. Fhidder ons nog kortgeleden dat veel mensen volstrekt niet weten wat nu braille is. Daarom is hij, met enthousiaste steun van vele stafleden van zijn instituut, een regionale voorlichtingscampagne gestart om de mensen te laten zien waarvoor ze al jarenlang ook bijdragen in financiële of andere vorm.

Taak

De taak van de Christelijke Blindenbibliotheek kan namelijk omschreven worden als: het verschaffen van aangepaste lectuur, voor allen die niet op de gebruikelijke manier kunnen lezen. Hierdoor heeft de bibliotheek dus een dubbele taak: het (laten) maken van aangepaste lectuur, èn: zorgen dat deze lectuur bij de lezers komt. De aangepaste lectuur bestaat er in 2 vormen: in brailleschrift en op de geluidsband (voor een bandrecorder en cassetterecorder).

Deze lectuur komt tot stand door medewerking van een grote groep vrijwilligers, die ofwel boeken inlezen op de band (dit gebeurt in de studio in Zeist) ofwel thuis boeken brailleren op een braillemachine. Dit laatste gebeurt ook in WSW-verband (Wet Sociale Werkvoorziening). Nadat de boeken op deze wijze zijn geproduceerd, komen ze in de uitlening, waar het eigenlijke bibliotheekwerk pas begint. En ook dat gaat anders dan in een gewone bibliotheek; daar komen de mensen zelf de boeken halen, maar in deze bibliotheek kan dat niet, omdat de lezers over het hele land (en ook daarbuiten) verspreid wonen. De boeken worden via de post verstuurd (de PTT verzorgt dit gratis, volgens hèt braille-tarief).

De bibliotheek is dus, naast uitgever en drukker, ook een soort postorderbedrijf. Dat dit alles een enorm kostbare zaak is, is wel duidelijk.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1975

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

„Opdat zij kunnen lezen"

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1975

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's