Bekijk het origineel

Wiersinga's verzoening bezijden de waarheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wiersinga's verzoening bezijden de waarheid

HOE MOET AMSTERDAM TOEZIEN?

13 minuten leestijd

Moet in de Gereformeerde Kerken nog leertucht geoefend worden? Zo ja, hoe dan wel, alleen judicieel of ook justitieel, alleen via een uitspraak, of ook via een procedure? Zo neen, waar belanden wij dan? Deze vragen beheersten de gehele discussie op de tweede dag van deze zittingsperiode der generale synode, dinsdag, in ,,De Blije Werelt" te Lunteren. Opnieuw hield de synode zich uitvoerig bezig met de ,,kwestie Wiersinga". Tot een nadere uitspraak kwam het (nog) niet. <br />

Het gaat om een afwijkende visie op de leer der verzoening die Wiersinga — de Amsterdamse studentenpredikant was ook zelf de gehele dag aanwezig — in zijn dissertatie naar voren bracht. Daarin werd ontkend dat „Christus in onze plaats het gericht Gods gedragen heeft".

Vandaag zal de synode de zaak-Wiersinga verder behandelen, maar tot op heden is nog slechts te gissen naar het definitieve oordeel dat deze breedste vergadering in de Geref. Kerken zal geven.

Commissie
De synode Maastricht erfde de kwestie Wiersinga van de vorige synode, die van Haarlem. Deze synode Haarlem deed een leeruitspraak waarin Wiersinga's opvattingen werden afgewezen.

„Door te ontkennen dat Christus in onze plaats het gericht Gods gedragen heeft, tast dr. Wiersinga een essentieel bestanddeel aan van de verzoeningsleer van de confessie en doet hij tekort aan de rechte prediking van het evangelie.

Tegelijkertijd benoemde de synode Haarlem een commissie, waarin zitting hadden prof. dr. H. N. Ridderbos, prof. dr. J. Verkuyl en dr. A. Kruyswijk die het besluit van de synode — op Wiersinga werd een schriftelijk klemmend beroep gedaan zich trouw te houden aan het belijden der kerk — moest verduidelijken.

Dr. Wiersinga schreef een brief terug op 21 februari 1975. Na kennisneming van Wiersinga's brief en het rapport van de commissie besloot de synode Haarlem de zaak ter behandeling over te dragen aan de synode Maastricht.

 Daarvoor zouden dan deputaten benoemd worden die tevens alle ingezonden stukken terzake zouden behandelen. Het rapport van deze deputaten nu was dinsdag in bespreking. De commissie van voorbehandeling — de commissie „belijdenis" — had haar advies aan het deputatenrapport toegevoegd-.

 De brief van Wiersinga bleek teleurstellend voor de deputaten. Hij had een door het driemanschap dat als commissie door de synode Haarlem benoemd was, opgestelde verklaring of hij bereid was zich trouw te houden aan het belijden der kerk — bedoeld als uitweg — geweigerd te ondertekenen.

Leeruitspraak

 Het deputatenrapport beklemtoonde nu nogmaals de leeruitspraak van de vorige synode. Daarbij werd verwezen naar de kerkeraad van Amsterdam — waar Wiersinga studenpredikant is — dat deze erop toe moet zien dat een tekortdoen aan de kern van het evangelie wordt tegengegaan. Volgens de kerkorde komt dat de kerkeraad van Amsterdam toe, terwijl deze raad daarom ook zelf schriftelijk gevraagd had.

De commissie van voorbehandeling, waarin onder andere ds. E. J. Oomkes, ds. A. C. Hofland en drs. J. C. de Moor zitting hadden, scherpte het rapport van deputaten nog wat aan. Men sprak over het tekort doen aan een bestanddeel van het belijden der kerk wat „ontoelaatbaar" was. Verder verwachtte men eveneens van de kerkeraad van Amsterdam dat deze erop toe zou zien, dat zulk een tekort-doen niet plaats zou vinden en zou worden tegengegaan.

 In de praktijk bleek er tijdens de discussie nogal verschil van mening te zijn over de functie van de kerkeraad van Amsterdam. De deputaten waren duidelijk tegen het opgang brengen van een leertuchtprocedure. Wel achtten zij het juist dat er een uitspraak gedaan was, maar anderzijds meenden zij dat er van Wiersinga veel te leren was. De commissie wilde wel dat de zaak teruggespeeld werd naar Amsterdam maar zag daarin tenminste een mogelijkheid

Toezien

 Er is dus veel afhankelijk van de vulling die Amsterdam gaat geven aan haar „toezien op de leer". Want zowel in het geval dat de voorstellen van deputaten worden aangenomen als in het geval dat het voorstel van de commissie-„belijdenis" wordt aangenomen, zal van dat toezien sprake zijn.

 Behalve deze twee mogelijkheden werden tal van amendementen ingediend, alsmede een tegenvoorstel. Zowel deputaten als de commissie waren namelijk van mening dat er behalve de genoemde uitspraak een soort kanselboodschap of herderlijk schrijven zou moeten komen, waarin nader zou moeten worden ingegaan op de geestelijke ontwikkeling in breder verband waar kwesties als die van Wiersinga mede een uitvloeisel van zouden zijn.

Beraad

Het tegenvoorstel borduurde op dit stramien voort, door een leeruitspraak te verwerpen, of althans niet te noemen, en door de synode voor te stellen te besluiten nader beraad te laten plaatshebben over de vraag wat kerkelijk gesproken dragelijke of niet dragelijke verschillen van inzicht en overtuiging zijn. Tevens zou nader beraad geopend moeten worden over de belijdenis vai) de verzoening, waarvoor hulp gezocht zou moeten worden bij de andere in de Raad van kerken vertegenwoordigde kerken. Dit tegenvoorstel kwam weliswaar van ds. H. Appers, maar bleek — zoals hij later zelf beleed — eigenlijk uit de koker van Kuitert.

Van diverse zijden werd er evenwel op gewezen dat een dergelijk voorstel eigenlijk niet zonder meer ontvankelijk was, omdat het de eerdere leeruitspraak van de synode Haarlem zou ontkrachten. Evenwel werd het in bespreking gegeven.

In de discussie kreeg natuurlijk ieder weer de gelegenheid zijn zegje te doen. Ds. Appers had er geen behoefte aan de ontdekking van de reformatie „hoe krijg ik een genadig God" te diskwalificeren. Hij meende echter dat deze vraag inmiddels achterhaald was door het:

 waar en wie is God dan. Hij meende dat een herinterpretatie van belijdenis en verzoening hard nodig was en wilde hooguit een tuchtvol gesprek met Wiersinga, om verder samen met hem op weg te gaan.

 Ondergraven

Ds. D. H. Borgers uit Den Ham wilde een nog verdere verscherping van het commissievoorstel door het aangeven van de kerkordeartikelen op grond waarvan tot het uitoefenen van leertucht via een procedure een aanzet gegeven werd. „Als iets wat je dierbaar is — de enige troost in leven en sterven — wordt aangevochten, is het logisch dat daarop scherp gereageerd wordt", aldus ds. Borgers. Het is ontoelaatbaar, meende hij, door de op zichzelf goede accentuering van de heiliging, de dienst der verzoening, de rechtvaardiging, het werk der verzoening, te ondergraven. Met een leertuchtprocedure gaan de Gereformeerde Kerken op de fles,zo meende prof. dr. H. M. Kuitert. Als de synode het voorstel van de commissie volgt is zij rechter en aanklager tegelijk. Maar dat kennen we toch immers alleen in de landen achter het ijzeren gordijn?

De leer van de verzoening door voldoening is, zo stelde hij, pas in de middeleeuwen opgekomen. Wiersinga heeft in elk geval zijn doel bereikt, aldus ds. L. C. van Drimmelen. De verzoening is onderwerp van discussie geworden. Wordt de belijdende kerk niet langzaam een beleuterende kerk, zo vroeg ouderling Kajan zich af?

 Het criterium voor ons besluit is niet dat de studenten zeggen: in die club wil ik nog wel blijven. Het criterium is: dat wij alle zondaars zijn die een keer tegenover de eeuwigheid komen te staan.

 Gods eer

Hoe wordt God geëerd als wij tekort doen aan de verzoening, zo vroeg het moderamenlid ds. Van Benthem zich af? Diens eer immers is in het geding. Ons gereformeerd zijn is daardoor in het geding. De lange lijst van 33 sprekers in de eerste ronde — zonder de leden van de commissie en de deputaten die antwoord gaven op de diverse vragen — toonde een grote variatie in opvattingen, waarin uiterst rechts en links zich konden spiegelen.

 In de eindfase van de besprekingen kreeg Wiersinga zelf gelegenheid te spreken. Hij zei onder meer behoefte te hebben aan een verder gesprek met betrokken deputaten, want ,,een praten in vrijheid zou mij kunnen brengen uit het isolement en binnen de sfeer van verzoening", zo voerde hij aan. Hij bestreed welke gelovige dan ook maar de troost van de verzoening te willen onthouden en nog minder ooit het mysterie van bet kruis te hebben willen verklaren, misverstanden, die hij graag uit de weg geruimd zou zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 maart 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Wiersinga's verzoening bezijden de waarheid

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 maart 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken