Bekijk het origineel

Strijder voor geweldloosheid, dromer van een humane wereld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Strijder voor geweldloosheid, dromer van een humane wereld

Utrechtse ethicus J. de Graaf emeritus

12 minuten leestijd

In het Utrechtse universiteitscentrum De Uithof heeft donderdagmiddag een markante, maar omstreden, hoogleraar van de theologische faculteit zijn afscheidscollege gegeven en een aan hem opgedragen bundel in ontvangst genomen. Dat was prof. dr. J. de Graaf, sinds 2 mei 1955 belast met het onder\yijs in de ethiek en de encyclopedie der godgeleerdheid. Hij is 65 en maakt gebruik van de gelegenheid, nu met emeritaat te gaan, hoewel hem nog vijf dienstjaren waren toegestaan.

 Een merkwaardig man, die graag zo „gewoon" deed en niet veel moest hebben van professoraal vertoon. ,,Hannes de Graaf' noemden de studenten hem wat oneerbiedig, maar hij zou het ze niet euvel duiden. , De Graafs benoeming was destijds nogal omstreden. Hij moest — maar volgens sommigen moest hij niet — de opvolger worden van iemand, die theologisch zijn volslagen tegenvoeter was: dè beroemde Gereformeerde Bonder prof J. Severijn, die ook encyclopedie der wijsgerige ethiek doceerde. (De christelijke ethiek is daarentegen altijd opgedragen aan de kerkelijke hoogleraren, voorheen A. A. van Ruler, thans J. ,M. Hasselaar).

De tegenstanders van De Graaf haddden genoeg materiaal voorhanden waarop ze hem van deze leerstoel aan de — als tamelijk rechtzinnig bekend staande — Utrechtse faculteit wilden weghouden: De Graaf was een Vrijzinnig man en maakte daarvan geen geheim.

Na zijn studie in Leiden en Straatsburg was hij eerst secretaris van de Vrijzinnig Christelijke Jeugdcentrale (VCJC), daarna o.a. predikant te Medan op Sumatra — de internering door de Japanners in de wereldoorlog heeft hem lichamelijk wel een knak gegeven, maar geestelijk kwam de overtuigde pacifist, die hij is, ongebroken terug in het oude vaderland.

Daar werd hij voorganger van de Vrijzinnig Hervormden te Haarlem en later predikant. Arnhem was zijn laatste gemeente. In 1949 was hij ondertussen gepromoveerd.

Pacifisme

Er was nog meer in te brengen tegen De Graaf: hij was een overtuigde PSP-er toen de PSP nog het fatsoenlijke pacifisme in haar vaandel voerde en niet geradicaliseerd was in de richting van de gewelddadige maatschappij-omvorming. De Graaf was bepaald geen aanhanger van het Oranjehuis in de gewenste zin.

Hij was een geregeld spreker voor de VPRO; toen deze omroep nog beschaafd vrijzinnig was en geleid door mannen als ds. Spelberg. Bij de huidige vulgaire omroep, die niet meer de naam, alleen nog de letters met die oude gemeen heeft, zou De Graaf zich waarschijnlijk slecht thuis voelen.

Tenslotte: De Graaf had een grote kennis van Rusland en het communisme; bezocht vaak de Sovjet-Unie en andere Oostbloklanden en was erg te vinden voor het gesprek met de marxisten. In dat licht spreekt het vanzelf, dat hij deel uitmaakte van de Praagse Christe.lijke vredesconferentie, toen de zetbazen van het Kremlin hun greep op dit orgaan nog niet zo versterkt hadden dat afwijkelingen van de officiële koers uit de conferentie werden geschopt.

Hoe dan ook: De Graaf werd benoemd en 21 jaar lang heeft hij studenten in de theologie te Utrecht helpen vormen. Hij deed dat door zijn hoorcolleges, die vaak praat- en discussiecolleges waren en zo op het oog nogal rommelig in elkaar zaten. Hij deed dat in wat geschriften, maar een geweldig groot oeuvre heeft hij niet op zijn naam staan. Op zijn vakgebied publiceerde hij diverse ethiefcen: van het immoralisme, van de gekerstende levensorde, van het marxisme.

Bergrede

De pacifist in hem deed hem het „In gesprek met de Bergrede" schrijven en rond het jaar van zijn ambtsaanvaarding te Utrecht verscheen zijn ,,Europese dialoog in Moskou", terwijl een aantal overdenkingen voor de VPRO werden gebundeld als ,,Te waar om mooi te zijn", een serie verkenningen in het grensgebied tussen leugen en waarheid, waarin hij vooral moderne romans en toneelstukken doorlicht. Een boekje van Anouilh tot Bordewijk, van Bertold Brecht tot Harold Pinter, van Simone de Beauvoir tot Willem Elsschot, maar ook van Shakespeare tot Dostojevski. Daarmee is meteen een groot deel van De Graafs belangstelling aangegeven.

Typerend voor zijn colleges was zijn open, volstrekt tolerante, benadering zowel van zijn onderwerp als van de studenten, die door hun vragen en opmerkingen mochten meedoen. Wij ervoeren dit zelf, nog vóór de grote studentenrevoltes aan het eind van de jaren zestig de universiteiten teisterden. De Graaf zal nooit het voorwerp van hun anti-autoritaire aanvallen zijn geweest, want dat schoten ze ten dezen hun doel voorbij.

Cultuur

Het vak encyclopedie hing er bij deze hoogleraar wel wat bij; het best leek hij ons in zijn colleges over o.a. Nietzsche en Dostojevski. De problemen van het „aan gene zijde van goed en kwaad" werden door hem interessant behandeld. Maar: de vrijzinnige hoogleraar kon niet de antwoorden geven, die de rechtzinnige nazaten van Severijn verlangden.

Zou dat — zo vragen wij onS af — de reden zijn, dat zoveel bijv. Hervormd-Gereformeerde predikanten van nu De Graaf toen toch maar zeer matig konden waarderen? Zijn kennis van de cultuur en literatuur — altijd al een vrijzinnige specialiteit — lag ver buiten hun belangstellingsen belevingswereld en zij konden heel wat meer waardering opbrengen voor Van Rulers ,,Religie en politiek" dan voor De Graafs confrontatie met het Oosteuropcse communisme en het mislukken daarvan.

Persoonlijk zeggen wij: jammer, die blikvernauwing bij bepaalde groepen studenten. Of toch wel verklaarbaar vanuit een andere invalshoek? Het lijkt er namelijk op, dat De Graaf, die toch niet direct een bepaalde „school" gevormd heeft, ondanks zijn tolerantie — waarschijnlijk daardoor — zijn leerlingen niet vrij liet: wie met hem mee wilde denken kwam haast als vanzelf bij zijn standpunten uit.

Een bewijs daarvan leverde dezer dagen bijv. nog dr. Anne van den Beld, die afkomstig is uit een zeer rechtzinnig en CH-milieu, maar door De Graaf — bij wie hij een paar jaar geleden promoveerde over „Humaniteit", de denkbeelden van de Tsjechische staatsman Tómas Masaryk, en wiens wetenschappelijke hoofdmedewerker hij momenteel is — een grote wijziging in zijn denken onderging. Misschien is ook de vroeger Chr. Gereformeerde, thans Vrijzinnig Hervormde dr. Anne van der Meiden uit Meerkerk een voorbeeld van die invloed? Van der Meiden promoveerde bij De Graaf over de „verkoopbaarheid" van het Evangelie:,.Mensen winnen".

Kortom: schuwen meer rechtzinnige studenten de confrontatie uit angst voor kwade beïnvloeding of omdat de ethiek (levensheiliging) het in de Gereformeerde theologie nog altijd heeft moeten afleggen tegen de dogmatiek?

Het is opvallend, maar te betreuren, dat ook bepaalde nieuwmodische theologen der revolutie e.d. door De Graaf tot doctor in de godgeleerdheid werden verheven: W. A. de Pree, E. Ed Stern.

De wetenschappelijke waarde van hun werk werd vaak fel gekritiseerd, maar ook dat tekent Hannes de Graaf Hij was op tentamens en bij examens altijd erg vriendelijk en het is een publiek geheim, dat sommigen uit gemakzucht zijn vakken kozen en dat hij ieder zó in zijn waarde wilde laten, dat er niet vaak iemand door hem werd afgewezen. Dat betekent niet, dat hij het met alles wat zij te berde brachten, eens was, ook niet met genoemde nieuwe theologische modeverschijnselen.

Sovjet-Unie

De Graaf laat zich — hoewel hij de schijn tégen heeft — geenszins argeloos door het een of ander meesleuren. Zijn houding tegenover de Russische vorm van het communisme bewijst dat ook. Toen hij in 1970 onze gids was — van een groep Utrechtse theologen — naar Polen en de Sovjet-Unie, gaf hij er menigmaal blijk van, wel de dialoog te wensen met de Sovjets en met de Russische kerkleiders, maar niet de botte propagandistische praatjes te waarderen.

Wij herinneren ons, hoe hij in het museum voor religie en atheïsme — de vroegere prachtige kathedraal aan de Nevski Prospekt in Leningrad — zeer kritische vragen stelde aan onze getrainde gidse Ludmilla en hoe hij zich ook bij kerkdiensten van Russisch-Orthodoxen en Baptisten niet liet afschepen met de stereotiepe antwoorden.

Overigens: De Graaf droomde van een verbetering en humanisering van het marxisme, maar gaf eerder de voorkeur aan het utopisme van een Proudhon dan aan de Sovjet-partij-ideologieën van Soeslov e.d. Toen de Russen in 1968 Tsjechoslowakije binnenvielen en de Dubcek-Praagse lente („communisme met een menselijk gelaat") de kop indrukten, werd andermaal die droom van De Graaf voor wat de Sovjets betreft tot een wreed ontwaken.

Humaan marxisme

De teleurstelling werd nog heviger, toen de Praagse vredesconferentie (momenteel via metropoliet Nikodim, dr. Karóly Toth e.a. een willig werktuig van de Sovjet-politici) mensen als Hromadka uitstootte omdat ze tegen de harde nieuwe koers ingingen. De Graaf trad er uit, maar anderen als zijn Leidse collega A. J. Rasker bleven er in.

 De Utrechtse ethicus is bij al zijn -ismen ook nog realist genoeg om niet te willen behoren tot de Rochussen  Zuurmond en diens meepraters, die zich „christenen voor het socialisme" noemen. Maar daarvoor kent de Utrechtse hoogleraar-emerltus dan ook té goed èn theorie èn praktijk. De vulgair-marxisten op de Hervormde kansels hebben het daarentegen alleen maar van horen zeggen. En dat scheelt wel!

College

Het afscheidscollege gistermiddag werd bijgewoond door zeer veel studenten. De Graaf, die sinds 1968 tevens aan de centrale interfaculteit was verbonden, sprak over „doel, middelen en bedoeling in hun ethische relatie".

 De hoogleraar vond zijn thema naar aanleiding van een kranteartikel, waarin minister van defensie Vredeling over het weigeren van dienstbevelen door de VVDM-ers had opgemerkt, dat „dit" doel nooit de middelen heiligt.

Andere doelen kunnen dus wel de middelen heiligen volgens de bewindsman. De Graaf had gewild, dat Vredeling zou kunnen zeggen: het doel heiligt nooit de middelen, maar dat mag je van een minister van defensie niet verwachten, aldus de hoogleraar.

 De feestbundel, die hij kreeg aangeboden, „Kerk en Vrede", werd geredigeerd door zijn medewerkers dr. E. Schroten en dr. A. van den Beid. Er staan o.m. bijdragen in van prof. J. Tinbergen, prof. Kr. Strijd en dr. A. H. van den Heuvel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1976

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Strijder voor geweldloosheid, dromer van een humane wereld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1976

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken