Bekijk het origineel

OFFER EN OORDEEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

OFFER EN OORDEEL

9 minuten leestijd

Voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.
                                                                            Hebreeën 10:13.

Het ene slachtoffer, dat Christus aan het kruis gebracht heeft, is voldoende. Daar is de Rechter van hemel en aarde tevreden mee. Wanneer wij dit offer niet tot onze zaligheid leren kennen maar het blijven verwerpen, zullen we toch de overwinnende kracht van dit offer ondervinden, maar dan tot ons oordeel.

Want deze Christus is, na het brengen van Zijns Zelfs Offerande, opgevaren ten hemel. Hij zit ter rechterhand des Vaders en naar de belofte van deze Vader — lees maar Psalm 110 — verwacht Hij de neerwerping van al Zijn vijanden. De Gezalfde des Heeren zal Zijn voet op de nek Zijner vijanden zetten. Bij Jezus' Wederkomst zal Zijn Koninklijke overwinning over duivel, zonde, wereld en welke vijand dan ook, openbaar worden. Nu zien we dat nog niet zo. Met ons lichamelijk oog zien we nu zo vaak alleen de kracht der zonde, het woeden van duivelse heerschappij, het zich verzetten tegen God en Zijn Gezalfden Koning. Dit zal echter niet eeuwig duren. Het is maar een kwestie van tijd. Alle vijanden zullen op Gods tijd onder Zijn voeten gelegd worden. Christus' Wederkomst en de verwerping van Zijn vijanden is dus ook de volle, openbare verheerlijking van Zijn kruisdood en gebrachte offer.

't Lijkt nu vaak alsof dit offer vrijelijk en ongestraft kan worden bespot en veracht. Heeft het nog iets te betekenen voor het persoonlijk leven, voor gezin, maatschappij en staat? Het wordt veelvuldig veracht en vertreden. Laat ieder echter wel bedenken dat Christus aan het kruis alle vijandelijke macht heeft overwonnen en als zodanig heeft tentoongesteld. Door Zijn éne offerande gaat Christus nu voort, overwinnende en opdat Hij overwon. Dit is het loon op Zijn arbeid.

Dit verwachten is een kerkvergaderend, voorbiddend, regerend en oordelend verwachten. Christus leidt en stuwt alles naar het einddoel heen. Ontzettend voor Zijn vijanden. Satan wordt geworpen in de poel van vuur en sulfer. Een ieder, die deze Christus ten einde toe blijft weerstaan, wordt geworpen in die plaats, waar de worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust. Leg dit vooral niet naast u neer met de gedachte: nu ja, tot die vijanden behoor ik wel niet. Wij zijn geneigd de vijanden des Heeren slechts daór te zoeken waar openlijk verzet en uitgieting van goddeloosheid is. Er zijn echter tal van vijanden die zich in heel ander gewaad hullen. Van nature zijn we allen vijanden van de Drieënige God. We blijven vijanden als we ons tevreden stellen met een eigengemaakt, aangepraat geloof, als we ons vastbijten in eigen werken en menen een gerechtigheid te kunnen oprichten die het uithoudt in het oordeel Gods, als we menen met wat ontroering er wel te zullen komen. Met Gods Woord in de hand kunnen we ons blijven verzetten tegen Gods recht en genade in Christus. We achten met alles wat we menen te hebben en te zijn het bloed van het éne offer onrein. Wat zal het dan ontzettend zijn om Christus' doorboorde voet op mijn nek te krijgen, die voet waarmee Hij mij in het heden der genade nog achterna liep. Alleen de verwachting van het eeuwig oordeel blijft mij dan over.

Nu mogen we dit nog horen als een roepstem Gods tot bekering. De Heere laat Zijn Woord nog uitgaan om in de dag der zaligheid vijanden om te zetten en ze aan Zijn voet te brengen met de bede om genade en geen recht terwille van die éne offerande. Hoe menigmaal heeft Hij het reeds gezegd tot hem die zich nog verzet, en zegt ook nog: Kust de Zoon, wendt u naar Mij toe verhardt u niet, levert toch uw wapens bij Mij in. Want waarom zoudt gu. sterven? Weet ge waaraan de opgevaren Christus nog ontdekken wil door Zijn Woord en Geest?

Aan onze vijandschap jegens de Heere en de naaste. Aan ons verzet, aan de waardeloosheid van al mijn goede voornemens, van al mij eigengerechtigheid, van al mijn uitvluchten. Hij wil mij zo leren kenneri en belijden mijn ongerechtigheden en schuld voor Gods heilig Aangezicht. Want Hij kan en wil door Zijn Woord en Geest dit zo op mijn hart binden en in mij levend maken dat dat hart verbroken en verslagen wordt, al mijn heilige huisjes ondersteboven gaan, ik als een goddeloze in het stof leer buigen die met bezoedelde handen en een schuldige ziel mijn Overwinnaar leer smeken om genade.

Welgelukzalig als het zo mag gaan. Want dan hebt ge te maken met een Heere, Die Zijn Geest en Woord tot u uitbrengt — de overwinnende Christus, in Wiens offer Hij u, veroordeelde, genade bewijst. In Hem, Die stierf toen wij nog zondaars waren, die vijanden verzoent, is alles voor een ieder, die zich als een des doods schuldige leert kennen. Op Hem moogt ge gewezen worden. Zo vermoeid en beladen wordt ge tot Hem geroepen. Want voor u is er schuilplaats in de plooien van het kleed Zijner gerechtigheid. En armen en nooddruftigen lijft Hij door het geloof Christus in en leert Hij mét de geschonken bedelaarshand des geloofs al Zijn weldaden aannemen, vergeving, verzoening, eeuwig leven.

 Dan zit er in het verwachten van Christus wondere troost. Als ge uit Zijn offerande moogt leven, dan zijn al Zijn vijanden ook uw vijanden geworden, van wie ge eens voorgoed bevrijd zult zijn. Als het goed is, zal er in het leven van die van Christus zijn ook heimwee zijn naar de wederkomst. Terwille van de verheerlijking van Christus Die nu nog zo gruwelijk gesmaad wordt. Terwille van de eigen zonde en ontrouw en wankelmoedigheid, van de aanvechting des satans, die nog zo sterk kan zijn. Terwille van de volle genieting van de gemeenschap met God Drieënig.

Door de volkomen ondergang van al Christus' en uw vijanden moogt ge dan getroost worden. Al woedt de vijand nog zo erg, Christus houdt Zijn Kerk in stand. De regerende, verwachtende, overwinnende Priester-Koning laat Zijn Kerk, die Hij kocht met Zijn bloed, nooit los. Daarom behoeft Christus' kudde niet te vrezen, want het is des Vaders welbehagen aan Zijn schapen het Koninkrijk te geven. Temidden van het brallend geschreeuw der vijanden, ook in onze dageri, blijft het tot verheerlijking Gods en tot troost van iedere discipel van Christus recht overeind staan wat de psalmist reeds eeuwen geleden zong:

't Ellendig volk wordt dan uit lijden

Door Zijnen arm gerukt.

Hij zal nooddruftigen bevrijden,

Verbrijzelen wie verdrukt.

Huizen (N.H.)                               Jac. Vermaas

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1976

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

OFFER EN OORDEEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1976

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken