Bekijk het origineel

De netten van vogelringers leveren verrassingen op

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De netten van vogelringers leveren verrassingen op

Op stap met een vogelringer uit Delft

15 minuten leestijd

DELFT — A. Clypeata biykt in Marokko t e zijn aangekomen. Een inwoner van het stadje Larache heeft hem op 15 februari 1976 aldaar aangetroffen en aan de bevoegde instanties overgreleverd. Zijn identiteit was toen nog niet vastgesteld. Maar aan de hand van een ring had men snel zekerheid daaromtrent . Hij was inderdaad degene die op 6 november van het vorig jaar nog in Delft was gesignaleerd. Een staaltje van recherchewerk, nee niet van de politie , maar van het Nederlands Vogeltrekstation in Arnhem. De ring was aangebracht door de heer A. H. N. Schaap, erkend „ringer" en secretaris van de Vogelwacht Delft e.o. Een van de plusminus 450 mensen in Nederland die gemachtigd zijn om vogels in het veld vakkundig te ringen.

„Onze" ringer doet het al zo'n jaar of twaalf en weet er wel zo het een en ander van. Met enige schroom stemt hij toe, en wil hij voor een ochtend onze aanwezigheid „dulden" tijdens zijn bezigheden in het veld. Zijn terughoudendheid is wel te verklaren. O Ringer en geringde

Streng wordt er op toegezien aan wie een vergunning wordt afgegeven. Het Vogeltrekstation gaat na of een kandidaat, die controleur vogelwet moet zijn, de geschikte is en een ballotage-commissie heeft tot taak de a.s. ringer „door te zagen".

Werkwijze

De eerste twee jaar wordt alleen het ringen van jongen (pullies) toegestaan. Dit karwei schijnt niet altijd van gevaar ontbloot te zijn. Tenminste als het om het ringen van de jongen van een torenvalk begonnen is. Hoog boven de grond, staande op een zwiepende ladder, bleek wel eens, zegt de heer Schaap, dat de valk, behalve eieren, ook snode plannen voor zijn „belager" had uitgebroed.

De uitvoering van die plannen bestond uit het gevaarlijk dicht naderen van de ringer door middel van duikvluchten. De ringer blies echter pas de aftocht nadat alle jongen geringd waren.

Voldoet een ringer goed, dan wofdïliem na twee jaar een „volledige vergunning" verstrekt. De ringer mag dan ook met netten gaan werken. Meestal worden de zogenaamde „mistnetten" gebruikt. Deze fijnmazige nylonnetten zijn ongeveer zes meter lang en ze worden op tweeëneenhalve meter hoogte gespannen.

Acht worden er die morgen strategisch opgesteld. Op afstanden van enige honderden meters worden de netten in groepjes van twee of drie op „platgevlogeri" paden opgericht. De heer Zevenbergen, die dagelijks dit terrein betreedt, weet precies de vliegroutes aan te wijzen.

De opgestelde netten zullen de komende uren de route markeren waarlangs we regelmatig de schreden zullen richten, met arendsogen spiedend naar „buit".

Mooi weertje"

Hoe relatief de uitdrukking „mooi weertje" is, die mensen bezigen bij bepaalde weersomstandigheden, blijkt ook hier weer.

De door de zon beschenen netten lopen eerder in het vogeloog. Een bedekte lucht is voor de vogelaar „mooi weertje". De naam mistnet schijnt niet toevallig gekozen.

Bij de nadering op de eerste ronde van de netten in de perenboomgaard is op enige afstand al beweging zichtbaar. Het is een zanglijster, tamelijk rustig hangt de vogel zijn lot te ondergaan, totdat de bevrijdende handen zich naar hem uitstrekken. Een geluid dat vogeloren moet doen vergaan, een zanglijster onwaardig, is de reactie. Ze schijnt niet optimistisch te zijn over de goede afloop van dit avontuur. Wijfjes maken meer lawaai dan mannen, zegt de heer Schaap. En inderdaad de "kloaka"  (geslachtsonderzoek) levert het bewijs.

Praten doet onze „ringer" niet tegen de vogels tijdens de behandeling. Dat doet de heer Zevenbergen die ons vergezelt wel zo nu en dan. „Er is een uil hier die zich door mij al pratend tot op drie meter laat benaderen".

De lijster is intussen geringd en laag over de grond vervolgt zij rustig haar onderbroken reis, als was er niets gebeurd.

Het schijnt haiar allemaal erg mee te vallen. Het gedrag van de vogel na de behandeling bepaalt ook de kwaliteit van de ringer. Om deze kwaliteit op hoog peil te houden, heeft Schaap bij het V.T. al eens gepleit voor „herhalingsoefeningen" voor ringers. Een merel, twee zanglijsters en een heggemus zijn de volgende vogels die voor een onderzoek in aanmerking komen. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt de vogels op gezwellen en verwondingen te controleren.

Kat in de zak

 Voor dé behandeling van gezwellen wordt dermatol gebruilrt. Gewonde vogels worden meegenomen naar het vogelasiel evenals die, die „onder de luis zitten". Het meest spectaculaire blijkt desgevraagd de vangst van een kat te zijn die zich niet laat ringen, maar overigens wel een ravage in het net aanricht.

Deze viervoeter is ook het dier dat een grote ravage in de vogelstand aanricht, een feit dat uit de gegevens van het ringonderzoek naar voren komt.

Op het terugmeldingsformulier moet in het kadertje „bijzonderheden" in ontstellend veel gevallen „gedood door kat" ingevuld worden. Van degenen, die aan dee kat weten te ontsnappen, maar wel gewond raken, is de overlevingskans klein. Tenzij ze tijdig in het net van de ringer terecht komen en een dermatolbehandeling het ergste voorkomt. Vergiftiging is dan in bijna alle gevallen de doodsoorzaak. De kat een belletje omdoen zodat de vogels ze aan horen komen zou het aantal slachtoffers sterk doen verminderen veronderstelt de heer Schaap.

„Gedresseerde mus"
Twee merels en twee huismussen zijn de houding waarin het beestje op de hand van de ringer enige ogenblikken volhardt. Een niet vermoede eigenschap en een merkwaardig gezicht. In vogelkringen bekend als de „gedresseerde mus". De mus is een van de vogelsoorten waarvan het ringen door het vogeltrekstation niet op prijs wordt gesteld. En dus worden ze zonder bezwa(a)r(ing) weer losgelaten. aêS^M

Internationaal
De merels worden van een genummerde ring voorzien waarvan notitie wordt gemaakt. Een grote vooruitgang is dat de laatste jaren internationaal hetzelfde systeem wordt gebruikt, zowel met ringen als met de terugmeldingskaarten. Er zijn afspraken gemaakt die de terugmeldingen garanderen. Zelfs met de Oostbloklanden is goede samenwerking vanwaar ook regelmatig meldingen binnenkomen. Zoals die van een houtsnip, gevonden in Strunino-Vladimir (USSR), en uiteindelijk terechtgekomen bij de heer Schaap die hem in Delft geringd had.

Van de mooiste vogels die de laatste vangst op de eerste ronde zijn, wordt een foto gemaakt, en na de constatering van de „broedvlek" worden ook deze losgelaten. Een kale plek aan het onderlichaam van de vogel duidt er op dat er door hem gebroed wordt, vandaar die naam.

Bijna alle vogels die in onze handen „vallen", blijken zo'n plek te vertonen. Aan dat broeden zijn vorig jaar veel gekraagde roodstaarten niet meer toegekomen. Toen op de normale verblijfplaats van deze soort plotseling 60 procent minder gevangen werd, heeft men door het ringonderzoek de plaats kunnen lokaliseren waar de slachtoffers vielen.

 Om een insectenplaag te bestrijden'was ergens in Noord-Afrika, het overwinteringsgebied van deze vogel, met enorme hoeveelheden insecticiden gewerkt.

Vergiftiging'

 De slobeend van het begin van dit verhaal (ja die Anas. Clypeata) was ook zo'n slachtoffer. Vergiftigd, meer dood dan levend, gevonden op een opgespoten terrein. Door de goede zorgen in het Delftse Vogelasiel weer hersteld en springlevend van een ring voorzien losgelaten. Na de „gevangenschap" kennelijk nog met de schrik  in de vleugels is hij regelrecht naar Afrika gevlogen.

Kooiduiven zijn het ook duidelijk oneens met hun gevangenschap en geven dat ook te verstaan. „Hoe beroerd, hoe beroerd" is hun dagelijkse verzuchting volgens de heer Schaap, die dit geluid dus anders interpreteert dan zij die „koekeroe, koekeroe" verstaan.

De tweede en derde ronde blijken weer nieuwe gezichten op t e leveren. Roodborst, koolmees en spreeuw worden elk van een ring op maat voorzien. Het nummer hierop voorkomende, stelt het V.T. in staat, om straks als de vogel wordt gevonden, wie weet waar, achter de plaats van herkomst te geraken. Uiteraard dient de ring opgestuurd te worden. Opengebogen en platgemaakt en op briefpapier geplakt. Met vermelding van de soort vogel, waar en welke datum gevonden, en de doodsoorzaak houden de mensen van het V.T. zich voor toezending aanbevolen. V.T. Arnhem op de enveloppe is voldoende. De vinder krijgt de terugmeldingskaart met alle gegevens thuisgestuurd. De ringer ontvangt het duplicaat.

 Leeftijd

De leeftijd van de vogels, belangrijk voor het onderzoek, wordt met de termen, pullus, een, twee, of overjarig aangeduid. Bij het bepalen daarvan, valt bij het spreiden van de vleugels de prachtige „constructie" onmiddellijk op. In de handen de ,Jcwajongen" onder de vogels bekijkend, blijkt ook weer hoe mooi zijn verenpakje is. Onbekommerd gaat hij, na van „aluminium" te zijn voorzien, op de wieken.

Onwetend van de moeilijkheden die hem op zijn (trek)weg nog ten deel zullen vallen. Die moeilijkheden zijn het opsporen van de trekbanen, de te bereiken leeftijd, de huwelijkstrouw, etc. evenzovele facetten van het onderzoek, die de meest interessante gegevens opleveren. In de broedtijd dient overigens met de nodige omzichtigheid gewerkt te worden en de meeste activiteiten worden in die maanden wel gestaakt.

„Onze vogels blijken hun activiteiten ook te staken. De laatste inspeotietochten leveren niets meer op, de netten blijven leeg. Het najaar met de massale vogeltrek is voor de ringer dan ook interessanter. 60 tot 80 vogels per dag worden dan wel gevangen. Plusminus 20 vogels — onze vangst van deze dag — steekt daar mager bij af.

Voor deze tijd van het jaar evenwel toch reden om tevreden de netten weer in te pakken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 mei 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

De netten van vogelringers leveren verrassingen op

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 mei 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken