Bekijk het origineel

UIT DE KERKELIJKE PERS.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE KERKELIJKE PERS.

11 minuten leestijd

VROEGER

De Kerkbode voor de Ned. Herv. Kerk in de classis Harderwijk telde in de kolom onder Zwartebroek/Terschuur een niet onaardig verslag van de jaarvergadering van de Gercf. Bond, van de hand van ds. A. Klein Kranenburg.

 ,,Zo waren uit alle oorden des lands mannen gekomen naar De Schakel te Nijkerk op woensdag 19 mei jl. om de vergadering van de leden van de Geref. Bond mee te maken. Onze gedachten gingen jaren terug waar toen vergaderd werd in 't gebouw van Kunsten en Wetenschappen te Utrecht. Daar was dan voorzitter prof. Severijn, de man van de principes, die op de bres stond voor de beginselen der Reformatie.

 Thans wordt die plaats ingenomen door ds. Tukker, wat vergrijsd in de haren, maar niet minder stoer dan zijn oude hoogleraar. Was deze wat AR gekleurd vroeger, thans was alles wat meer verschoven naar rechts, politiek wat meer Staatkundig Gereformeerd en over het algemeen leek ons de nadere reformatie van meer invloed dan de reformatie- invloed zelve. De oude stoere werkers, zoals bijv. ds. Vermaas, zat nu wat naar links op het podium, maar van onze kant vanuit de zaal gezien toch nog rechts genoeg. We misten de flitsende debatten van vroeger, zoals tussen ds. L. Vroegindewey en ds, Woelderink. Wat konden zij, sprankelend van geest, elk hun standpunten verdedigen, vooral Woelderink tegen de doperse gevaren".

 Zingen

In het blad van de ultra-vrijzinnigheid ,,Zwingli" lazen wij over een wijs organist, die misschien een voorbeeld zou kunnen zijn voor sommige andere organisten:

 ,,De Hervormde Gemeente van de Purmer bezit niet alleen een uitstekende predikant, lid van onze brede redactie, maar ook een wijs organist, nl. Chris Démoed. Ds. Huysman zond mij een artikel toe van de hand van de heer M.G. Niesen over ,,Chris Démoed, organist van de Purmerkerk". Hij schrijft: „Chris Démoed is van mening, dat je als organist de gemeente niet te veel moet willen opvoeden door nadrukkelijk aan te geven, dat het zó moet en niet anders. Je moet een beetje inhaken op de spontane zang van de gemeente en je daar een beetje bij aanpassen".

Deze even bescheiden als wijze opvatting verdient de aandacht. Men maakt vaak genoeg kerkdiensten mee, waar het anders toegaat dan de heer Démoed wenselijk acht. Dan hapert er iets, omdat de gemeente anders wil zingen dan de organist. Veel organisten zwepen de gemeentezang op, omdat een snel en strak tempo ,,in" is, tenminste bij sommige organisten. Maar de gemeente stelt gejaagd zingen niet op prijs. De heer Démoed erkent de muzikaliteit en het godsdienstige gevoel van de gemeente. Daar houdt hij rekening mee. Hij wil het niet beter weten.

Daarom zingt men zo prettig in de Purmerkerk".

In de armoede

Over de kerk schreef ds. C. Bczemer in het „Hervormd Weekblad":

,,Het blijft altijd een slag in de lucht om te gaan speculeren over de vraag hoe de kerk van de toekomst er zal uitdien. In de zestiger jaren hebben we meermalen de opmerking kunnen lezen, dat de komende tien jaar beslissend zouden zijn over het bestaan van de kerk. Ook is toen de vraag gesteld of er over vijfentwintig jaar nog wel een kerk zou zijn.

Als ik me goed herinner, heeft dr. O. Jager onlangs gezegd, dat de huidige gang van zaken in de kerk gezien moest worden als een proces naar de volwassen-wording van de kerk. We vragen ons af, of daar twintig eeuwen christendom voor nodig geweest zijn voordat de kerk het stadium van onvolwassenheid te boven kon komen. Dr. Van Hoof heeft opgemerkt, dat de langzaam maar zekere afbraak van de huidige institutionele kerk wel eens zou kunnen behoren bij wat de Geest in onze dagen uitwerkt. Dit is een veronderstelling, die de schijn wekt, dat de eigen wens naar het afbreken van de kerk als instituut, gedekt wordt door het werk des Geestes. Het zou ook wel eens heel anders kunnen zijn, nl. dat de Heilige Geest ons zo in de armoede en ellende van onze vernieuwingen wil brengen, dat er weer een vragen komt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, om daarop te wandelen, opdat we rust mogen vinden voor onze zielen (Jer.6:16)".

Half vervuld

„Israël en de Bijbel", uitgave van de gelijknamige stichting, ziet nog grote perspectieven voor de Joden.

,,Nu neemt men algemeen aan, dat de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag te Jeruzalem, de vervulling was van de hierboven aangehaalde profetie van Joel. En terecht, want de apostel Petrus zelf verwees in zijn rede tot het Joodse volk naar deze profetie. De Geest werd toen inderdaad op een zeer bijzondere wijze uitgestort. Maar wij moeten niet uit het oog verliezen, dat het Pinkstergebeuren in Handelingen 2 slechts een gedeeltelijke vervulling, een vóór-vervulling, van de profetieën van Joel was. Het waren de „eerstelingen" van 'n toekomstige en grotere uitstorting van de Heilige Geest. Want hoewel Petrus alles, behalve de laatste paar regels van Joel's profetie aanhaalde, hadden de wonderen, die de uitstorting van de Heilige Geest zouden moeten begeleiden, niet plaats op de Pinksterdag. Er waren geen wondertekenen in de hemel en op de aarde, zoals bloed en vuur en rookpilaren. De zon werd niet verduisterd, en de maan werd niet veranderd in bloed. En aangezien deze dingen moesten plaatshebben in de Grote Verdrukking, vlak voor het Duizendjarig Vrederijk, is het duidelijk, dat deze profetie betrekking heeft op de toekomstige bedeling van het Koninkrijk. De Geest van God zal in die tijd een zeer gezegend werk doen aan en door de godvrezende Joden. Zij zullen gezegend worden onder alle volken; hun nationaal herstel zal volledig zijn; zij zullen predikers zijn met grote kracht en welsprekendheid; zij zullen de tegenwoordigheid Gods in hun midden demonstreren zoals in de dagen van ouds. De Geest van God zal op hen zijn en alle beloften in dit vers zullen aan hen vervuld worden".

Doordacht

Prof. C. Veenhof uit Kampen in „Opbouw", een weekblad uit de kring van de Vrijgemaakte buitenverbanders over het communisme:

„Wie evenwel ook maar voor de helft de bekwaamheid bezit zich serieus — ten opzichte van het marxisme — op te stellen, zich in te leven in zijn filosofische grondslagen en zich de ervaringen van' het internationale communisme in te denken, zal gemakkelijk inzien dat de taktiek van het marxisme ten opzichte van de godsdienst door Marx en Engels grondig is doordacht. En dat dat wat dilettanten of domoren als weifelingen of onvastheid beschouwen een direkte en onontwijkbare consequentie is die uit het dialectische materialisme voortvloeit. Het zou door en door vals zijn die vermeende matiging van het marxisme ten opzichte van de religie uit zogenaamde „taktische" overwegingen, zo in de zin van ,,niet afschrikken", te verklaren. Integendeel, de politieke lijn van het marxisme staat ook in deze kwestie in onafscheidelijke samenhang met zijn filosofische grondslagen! Marxisme is materialisme, aldus Lenin. En als zodanig staat het in een even meedogenloze vijandschap tegenover alle religie als het materialisme der Encyclopedisten van de 18e eeuw of het materialisme van Feuerbach. Dat staat buiten iedere twijfel. Wij moeten de religie bestrijden. Dat is het abc van het alle („gesamten", vetdruk van Lenin) Materialisme en dienvolgens ook van'het Marxisme.

Zeker, nog eens, de partij van het proletariaat eist van de staat de verklaring dat de religie „privaatzaak" zal • zijn. Maar daarbij beschouwt ze evenwel de strijd tegen het opium van het volk, de strijd tegen het bijgeloof enz. absoluut niet als een „privaatzaak". De opportunisten die beweren dat de communistische partij de religie als pri vaatzaak beschouwt verdraaien de zaak.

En Marx en Lenin waren radikale en felle bestrijders van het christelijk geloof. En ze eisten dat hun volgelingen dat ook zouden zijn. .,,-.,; ;..,

In een artikel „Uber Religion" schreef Lenin: „Het atheïsme ligt in het marxisme opgesloten. Daarom moet een klassebewuste marxistische arbeiderspartij ook een vastbesloten atheïstische propaganda voeren". „Wij moeten vechten tegen de religie (ankampfen). Dat is het abc van het totalitaire materialisme en bij gevolg ook van het marxisme". In één van zijn brieven aan Maxim Gorki schreef hij: „Iedere religieuze idee, iedere idee van enige- God, ieder koketteren daarmee is een onuitsprekelijke gemeenheid". ,,Ieder mens die zich met de constructie van een God bezig houdt, of ook maar zulk een constructie toelaat, bespuwt zichzelf op de meest kwalijke manier".

Aldus Lenin!"

Bitter
„Waarheid en eenheid" over het vertrek van ds. J. Schelhaas uit de Geref. kerk van Delft-Abtswoude, om des gewetens wil.

„Ook collega Schelhaas is een mens met zwakheden. Wie zou het anders verwachten? Maar het diep betreurenswaardige is het, dat deze man die zich kwetsbaar durfde opstellen, zo door de structuren en door zijn ,,tegenstanders" in het nauw werd gedreven (nee, niet altijd met opzet... de meeste misslagen begaan wij zonder opzet!), dat hij op zijn kerkelijke plaats in Delft niet meer de ruimte en niet meer de weerklank had voor zijn herderlijk werk en getuigenis.

Dit is voor die openlijk zijn geestverwanten zijn te bitterder omdat er voor velen die juist aan de waarheid op roepende wijze te kort doen wel ruimte is in onze kerken. Dit is de bitterheid in ons verdriet over zijn heengaan."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

UIT DE KERKELIJKE PERS.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken