Bekijk het origineel

De Opstanding en het Leven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Opstanding en het Leven

9 minuten leestijd

„Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven"; Johannes 11 vers 25.

In ons teksthoofdstuk ontmoeten wij een vluchteling. Hij is niet op de vlucht voor water of vuur, maar voor de mensen. Deze vluchteling is niemand minder dan de Zoon van God. Hij is op de vlucht voor mensen, die Hem willen stenigen. Daarom moet Hij een schuilplaats zoeken.

Verder komen wij in dit verhaal een zieke tegen. Lazarus, die sterft. Dat is heel erg, wanneer iemand sterft. De dood haten wij. Het is de laatste, de machtigste vijand, die wij hier op aarde ontmoeten. Jong of oud, groot of klein, iets geworden in de maatschappij of op de laagste sport van de ladder zijn blijven staan, koning of onderdaan, voor de dood moeten wij zwichten. Zo ook Lazarus. Dat is heel wat geweest voor zijn twee zusters. Toen hun broer ernstig ziek was, hebben zij een boodschap naar Jezus gestuurd. Zij wisten dat, wanneer de Heere Jezus bij hen was hun broer zou blijven leven. Later zal dat ook door Martha aan Jezus worden gezegd. Dat is een opmerkelijk geloof geweest bij deze twee zusters. En inderdaad, wij lezen in de Schrift niet dat iemand sterft in de tegenwoordigheid van Jezus. Het is alsof dat niet mogelijk is. De Heere Jezus heeft niet alle doden en stervenden in Zijn tijd opgewekt, maar wij lezen nooit dat er iemand in Zijn omgeving is gestorven. Het is alsof Jezus in de dood en de dood in Jezus een vijandige macht heeft herkend.

Als Jezus maar in Bethanië geweest was, dan had de dood zijn werk niet kunnen doen. Zo dacht Martha. Maar de Heere had er niet willen blijven. Echter nu Lazarus gestorven was wilde Hij wel naar Bethanië komen, naar de streek waar men Hem aanvankelijk zocht te doden. Wanneer Hij daar dan aangekomen is, spreekt Hij er over dat Lazarus weer zal opstaan. Martha zegt daarop: „Heere, dat kan nu niet, dat is voor later, wanneer alle mensen zullen opstaan". Dat had Martha goed geleerd van de Schriftgeleerden. Op dit antwoord van Martha gaat de Heere aanvankelijk niet in, want deze opstanding bedoelt Hij niet. Hij zegt tot haar „Ik ben de Opstanding"

. Wie is Jezus? Hij is voedsel. Hij is brood voor de hongerigen en water voor de dorstigen. Hij is het Licht der wereld. Hij is de deur van de stal, maar Hij is bovenal de Opstanding voor de doden. 

Daar staat de Heere Jezus dicht bij?Bethannië midden op de aarde, vlakbij Martha. De Heere is zo dichtbij. De Bijbel predikt ons geen verre God, maar een God Die in Christus ons nabij is gekomen. Een God Die vol ontferming tot ons is neergedaald en Die door de kracht van Zijn Geest in Zijn Woord tot ons wil en kan komen. Tussen de bedroefde Martha en de ontbindende Lazarus staat de Heere Jezus.

En als u nu van uzelf zegt: ik ben maar een natuurlijk mens, ik ben dood, daar is geen greintje leven in mij dan moet u op de Heere Jezus zien. Hij is de Opstanding en het Leven. Om uit uw dood en graf te geraken moet u Christus in u hebben. Dat is wel het grootste en diepste van het Evangelie.

De dood houdt ons gevangen en wij komen niet verder met ons bidden, bijbellezen en onze kerkgang. Martha en Maria hebben door hun gebeden Lazarus niet kunnen opwekken. Zij wisten een dode in huis te hebben. Weten wij dat eveneens? En dat wij zelf die dode zijn? Vervreemd van God? Wat is dat erg: een dode te zijn en geen 5 centimeter van je plaats te kunnen komen.

Maar nu de Heere Jezus. Wat is er met Hem gebeurd? Hij is de dood ingegaan. De verbolgenheid Gods over de zonden heeft Hij ondergaan. En dat voor doden, voor mensen zoals u en ik. Hij is in uw dood ingegaan om u met God te verzoenen. Hij heeft in uw graf gelegen om aan het recht des Vaders te voldoen. Hij is opgestaan uit de doden voor u. Hij zit aan de rechterhand des Vaders om daarvandaan door Zijn Woord en Geest zegeningen uit te delen. Bij Hem vandaan komt tot ons de boodschap: Ik ben de Opstanding en het Leven. De Opstanding staat voorop. Dat veronderstelt dus de dood. Opstanding is echter de verbreking van iedere dood. Die dood heeft Jezus ondergaan. En nu stellen wij de vernederendste vraag die er is: hebben wij de dood, waarmee de Heere Jezus is gestorven, verdiend? Hadden wij aan dat kruis moeten hangen? Hadden wij geslagen, gehoond en gefolterd moeten worden om onze zonden? Ja? Zie dan op Hem Die zegt: „Ik ben de Opstanding en het Leven". In u is niets, maar in Hem is alles wat u mist. Hoe dood u in uzelf mag zijn, deze Christus en Heere zegt tot u: Ik ben de Opstanding en het Leven.

Midden in ons leven staat Jezus Christus en Hij spreekt tot ons de woorden die Hij eenmaal tot Martha sprak. De dood, ook de geestelijke dood, is een macht. Maar ook die macht heeft Hij onderworpen en vernietigd. Nu hoeft niemand er over in te zitten, dat hij door de Heere Jezus niet geholpen kan worden. Hoe diep u ook gezonken mag zijn, op grond van Zijn Borg en Middelaarswerk kan en wil Hij een ieder van ons het leven geven.

Het is het rijkste bezit, wat u hebben kunt: de Heiland. Zet er maar alles op om 't voor uzelf te vinden: „Ik ben van Christus en Christus is van mij". Laat niemand onder ons van zijn armoe of gemis zijn rijkdom maken. Alleen Jezus Christus is onze rijkdom. Leer alleen uw hart te zetten op de Heere Jezus. Want Hij is de Opstanding en het Leven. Hij schenkt Zichzelf als de Opstanding en het Leven. Een leven dat nimmermeer vergaat. En een leven dat groeit, reeds in de tijd. Want uit het Leven is er een opwassen in de genade en kennis. Wie de Opstanding en het Leven kent, staat door Zijn Woord en Geest in verbinding met de Levensstroom Die uit de hemel neerdaalt. Waar dat niet gevonden wordt, is er iets mis.

Als onze kinderen niet groeien zeggen wij er is iets niet goed. Maar de genade eenmaal gesmaakt te hebben en dan niet groeien houdt zeker in dat er iets verkeerds is. Het is geen best teken, als wij iets van 10 jaar geleden moeten vertellen om ons geestelijk een beetje op de been te houden. Waar dat bij ons gevonden wordt, mag er wel diepe verootmoediging zijn. Want dat ligt niet aan het Leven, de Levensbron. In Hem is een volheid van genade voor genade. De Heere is goed en Hij is altijd bereid tot geven. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar in het huis des Heeren geplant zou worden. En die in het huis des Heeren geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven van onze God. Groeien wij uit het Leven? Dat houdt dan in, dat wij in onszelf almaar minder worden, kleiner, armer en nederiger, doch de Borg al maar noodzakelijker, begeerlijker en heerlijker als de Opstanding en het Leven.

Barneveld ds. G. S. A. de Knegt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

De Opstanding en het Leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken