Bekijk het origineel

Maatschappij vervreemdt van de dienst des Heeren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Maatschappij vervreemdt van de dienst des Heeren

Welvaart eii welzijn (2)

9 minuten leestijd

Hebben we in ons vorige artikel gewezen op de Bijbelse gegevens over welvaart en welzijn thans willen wij nagaan hoe wij tegen de macht en de verleiding van de welvaart staande kunnen blijven.

De vraag komt op, of er door de Bijbel ook grenzen gesteld worden aan onze menselijke behoeften aan welvaart? In de huidige samenleving worden die behoeften immers via reclame steeds meer geprikkeld en worden nieuwe aangereikt. Er zijn inderdaad grenzen. Een gezond en zinvol welvaartsstreven wordt als zodanig niet veroordeeld. Wèl de uitwassen ervan, de overaccentuering en het met zijn hart alleen daarop gericht zijn. Dat leidt nl. tot religeuse en morele ontaarding, tot een Godvergeten welvaartsdroom.

De Heere Christus Zelf heeft het leven en het levensonderhoud hoog en noodzakelijk geacht. Hij leert ons bidden om ons dagelijks brood. Math. 6:11. Maar Hij waarschuwt tegen de begeerte naar steeds meer bezit, het zgn. „schatten vergaderen". Leven is veel belangrijker dan levensmiddelen, geld en goed. Math. 6:26. Men leeft nog niet, het is nog niet wèl met iemand, als hij voedsel en kleding heeft. D« eehte rykdom la green saak v«a liebbea« maar van zynt Het komt er op aan r^k te x^n In Oodll Niets in het leven heeft waarde buiten God om. De vrede, de waarachtige welvaart komt op vanuit het welzijn dwz vanuit de verzeenlnir met Oe4 deor Chiistua Jezust Zijn bloed is zegenrijk, de arbeid van Zijn ziel vruchtbaar en armen rijkmakend.

Het is bijzonder leerzaam én heilzaam in de Bijbel te ontdekken de zorg van Ood die uitgaat naar de armen, de ontrechten, de vervolgden om der gerechtigheid wil.

Nee, niet om hun armoede, maar in hun armoede zijn zij voorwerpen van Gods ontferming en zorg. De rijke man gaat niet verloren, omdat hij rijk was, maar omdat de rijkdom zijn hart afsloot voor de Heere en daarom ook voor Lazarus. Faulus stelt nadrukkelijk Gods welbehagen aan de orde: de onaanzienlijken, het onedele en verachte heeft God uitverkoren en Jacobus valt hem bij: de armen der wereld heeft Ood uitverkoren (I Cor. 1 en Jac. 2).

Dit verkiezend handelen van God eist van Zijn Kerk bewogenheid, liefde voor de naasten verweg en dichtbij in him levensomstandigheden en een dienstbetoon metterdaad. Wie door het Woord Gods is aangesproken, zal zich niet aan zijn verantwoordelijkheid kunnen onttrekken ten aanzien van de levensheiliging en hulpverlening. Zie het voorbeeld van de eerste gemeenten: Jeruzalem, Antiochië.

Meer dan ooit is de Kerk geroepen om in gerichte naastenliefde tegen armoede en ontrechting, tegen uitbuiting en vervolging van de arme naasten te strijden, gedrongen door de liefde, door de Wet van Christus. En daarbij mag dit bewijs van Christus liefhebben en volgen evenzeer de rijken getoond worden, opdat ook zij voor Christus en Zijn navolging gewonnen worden, en daarop gericht worden, vindt het proces van „demonisering" plaats.

Wanneer de welvaart en de welvaartsbehoeften zo centraal komen staan en niet meer aan God en Zijn dienst gebonden zijn wordt de welvaart tot een boeiende, duistere macht, een duivelse strik. Wat bedoeld is door God als zegen, wordt door eigen schuld en verblinding een vloek. Het mens-zijn wordt erdoor beschadigd, het samenleven in liefde overwoekerd en de Kaïnsgeest viert zijn triomfen.

Met name de apostel Paulus heeft deze dreigende verzoeking de gemeenten vooK gehouden. Hij vermaant de gelovigen tevreden te zijn met dat wat God toeschikt. Wie daarmee niet akkoord gaat, loopt geleert vrezen, zal door de Geest verstaan. vaar in verzoeking te vallen en in dwaze en schadelijke begeerten verstrikt te raken, I Tim. 6.

Remedie

Tegenover de macht en verleiding van de welvaart en het welvaartsstreven kunnen wij alleen In de kracht van Christus staande blUven. In dankbare gehoorzaamheid aan de H. Schrift mogen wij ons laten leiden en leren door de Heilige Geest. Die leidt in alle waarheid! ,

Juist wie God in Christus mag kennen en dat een ongelimiteerd jagen naar geld en goed een steeds maar meer willen hebben en houden, voor de Heere niet te verantwoorden valt. Er is en blijft de Bijbelse rangorde van waarden. Het éérst zoeken van Gods Koninkrijk behoedt ons voor de gevaarlijke demonie van de welvaart en geeft zicht op en inhoud aan hst wezenlijke welzijn.

Consequenties

Onder welke voorwaarden kan in het licht van de Bijbel bezien de stoffelijke welvaart voor ons eigenlijke welzijn een positieve betekenis hebben?

Allereerst wanneer wij onze gekregen welvaart besteden in en voor Gods dienst en richten op Zijn Koninkrijk, op Zijn eer. Dat brengt aJs tweede voorwaarde mee, dat wij innerlijk los zijn van ons aardse bezit; „bezittende als niet bezittende".

Het gevolg van deze houding is, dat wij ons rentmeester weten te zijn van door God in bruikleen gegeven goed. Dat vraagt in de praktijk een beheren in afhankelijkheid van de Heere, in trouw en in gehoorzaamheid. Hoe zorgvuldiger en heiliger wij met Gods gaven omgaan, hoe beter! Math. 26.

In de derde plaats vraagt welvaart om verantwoordelijkheidsbesef jegens onze naaste en tegenover heel Gods schepping. De Welvaart is slechts toelaatbaar, als daardoor onze naaste en de schepping niet uitgebuit wordt en te gronde gaat. De zorg voor de naaste, voor de samenleving, voor het milieu, voor de wereld heeft alles met rechtvaardiging en heiliging te maken. De heilzame Wet van God fungeert voor de geschapen werkelijkheid volop en telt voluit mee.

Ten vierde geldt het principe van de gerechtigheid. Zeker ook voor de verdeling van de welvaart en de houding en dienstverlening tegenover rijke en arme landen. Nergens wordt een nivellering van inkomsten en bezit als dwingend ideaal voorgesteld. Het'is bijna vanzelfsprekend, dat er sociale verschillen zijn. Maar die verschillen mogen niet tot tegenstellingen worden en tot „onrecht doen" aanleiding geven. De tendens van Gods wetgeving is aan de ene kant de begrenzing van de privaat eigendommen en aan de andere kant de stimulering van de gemeenschapsgedachte in de zorg voor de medeschepselen. Zoals Gods gerechtigheid met Zijn genade en barmhartigheid correspondeert en accordeert, zo dient ook de gerechtigheid, het rechte handelen van een christen daarmee in overeenstemming te zijn.

„Recht handelen is handelen binnen de integriteit van het Verbond". Van Godswege moet men opkomen voor de sociaal-zwakkeren tegenover hun onderdrukkers, want zelfverrijking en uitbuiting vallen onder Gods oordeel. Niet voor niets mocht naar Gods eis onder Israël geen aperte armoede voorkomen. Tal van bepalingen in Gods wet maken duidelijk, dat de armen, de weduwen en wezen, de vreemdeling aandeel moeten hebben in de welvaart. God wil alle partijen bewaren en verzorgen: de armen voor onheil en levenstekorten, alsmede de rijken voor zelfzucht en hoogmoed. Zijn gerechtigheid het diepste in Christus offer geopenbaard, vraagt aller hart en daad.

Daarom is het huidige welvaartsstreven kritisch te beoordelen en dient het getoetst te wórden aan de wil des Heeren. Hoe vaak blijkt de welvaartsideologie dan haaks te staan op de prediking van het Koninkrijk Gods? De schreiende armoede en de verdeling van inkomsten in de wereld mogen we niet als normaal en onvermijdelijk beschouwen.

In de eerste christengemeente ziet u hoé de Heilige Geest duidelijk maakt, dat het welvaartsprobleem alleen vanuit het welzijn zijn oplossing krijgt. De Geest werkt bevrijdend. De Geest maakt de band los, waarmee wij van nature aan de geldgod, aan de hebzucht vastzitten. Waar de liefde Gods door de Geest in ons hart wordt uitgestort, ontvangen van dat gevoelen, dat in Jezus Christus was, Fjl. 2. Spontaan wordt . daardoor geld en goed be^dhikbaar gesteld voor Gods Gemeente, voor de naasten in nood. Gods wil en daden wijzen het spoor en stimuleren ons in getuigenis en daad.

In de wereld en samenleving wordt hoe langer hoe minder gerekend met God en Zijn Wet, daarom evenmin met de naaste, met de kosmos. Hoe meer onze maatschappij vervreemdt van de dienst des Heeren, des te meer wordt de welvaart een strik en een ontgoocheling. Vele jongeren hebben dat in de gaten gekregen en protesteren. Er is leegte en onvrede, teleurstelling- en een ontvluchten van de werkelijkheid in een schijnwereld. Een parasiteren in velerlei vorm.

Wie God niet vreest, ontziet geen mens, geen samenleving. De ideologieën maken dat duidelijk.

Welvaart en welzijn staan als zodanig niet principieel' tegenover elkaar. Dat is door de zonde helaas zo geworden. Een diepe kloof gaapt in déze bedeling. Hoe lang nog?

Alleen de wedergeboorte, het hervormd worden in denken en dóen geeft het rechte zicht op de verhouding welvaart en welzijn èn op het rechte handelen. „Waar uw schat Is, aldaar zal Uw hart z^Jn." Dat stempelt onze levenspraktijk. En de inzet van christenen door levensheiliging is niet ijdel in de Heere! Daarom: Maranatha!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Maatschappij vervreemdt van de dienst des Heeren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken