Bekijk het origineel

Russificatie joden vergezeld van discriminatie schiet doel voorbij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Russificatie joden vergezeld van discriminatie schiet doel voorbij

OOK IN GESCHIEDENIS VERGROTING BESEF EIGEN IDENTITEIT

11 minuten leestijd

Bij een terugblik op de historie wordt het reeds snel duidelijk, dat een, qua uiterlijk herkenbare minderheidsgroep met bepaalde eigenschappen, gemakkelijk doelwit wordt van agressie van de kant der meerderheid. Eigenschappen als een aparte godsdienst, taal en levenswijze kunnen oorzaak zijn dat een dergelijke groep binnen een agrarische samenleving, die in ontwikkeling is achtergebleven, de plaats inneemt van een cultureel hoger ontwikkelde, handel en handwerk bedrijvende, middenstand, die in een dergelijke samenleving als voorbode van kapitalistische economie fungeert.  Deze facetten maken de minderheidsgroep tot doelwit van agressie.

Aldus prof. dr. Z. R. Dittrich, hoogleraar in de Oosteuropese Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit te Utrecht in een recente studie die gewijd was aan het „joodse vraagstuk", met name aan de betrekkingen van de joodse volksgemeenschap in Oost-Europa tot haar niet-joodse omgeving. Het is interessant de beschouwing van Dittrich te volgen.

Sinds de late Middeleeuwen, aldus Dittrich, treft men de grootste concentratie van joden in die diaspora in Oost-Europa aan, met name in de uitgestrekte laagvlakte tussen de Oder en de Dnjepr.

Daar, temidden van de Poolse, Oostslavische en Litouwse bevolking, ontwikkelde zich het oostelijk Asjkenazim-jodendom tot een bijzondere religieus-ethnische gemeenschap met een eigen maatschappelijke organisatie, taal (het Jiddisj) en cultuur.

De betrekkingen van deze joodse volksgemeenschap tot haar niet-joodse omgeving vormden het eigenlijke onderwerp van prof. Dittrich's onderzoek. Daarbij werd in het bijzonder gelet op de moeilijkheden die aan deze eeuwenlange symbiose vastzaten tot en met de opkomst van het moderne, idologisch gefundeerde antisemitisme.

Twee factoren

Naast de xenofobie (afkeer van vreemdelingen), die bij zulke situaties bijna automatisch optreedt en heftiger wordt naarmate een absorptie van het vreemde element door de meerderheid ondoenlijk lijkt, zijn er twee historische factoren te noemen, die de samenleving van de joden met hun niet-joodse omgeving in Oost-Europa duurzaam belastten, nl. de vrees voor aantasting van de geloofszuiverheid der niet-joden en de economie.

De rooms-katholieke zowel als de grieks-orthodoxe geestelijkheid zag in de confrontatie met het jodendom een ernstige bedreiging van de geloofszuiverheid der eigen, weliswaar leerstellige maar zeer pover onderlegde schapen en wakkerde de antigevoelens van de massa derhalve stelselmatig aan. Door de joden als afschuwelijke godloochenaars af te schilderen werd de massa van een religieuze motivatie voorzien. Tevens werd alles in het werk gesteld om de contacten tussen christenen en joden tot een minimum te beperken.

Ook de economie deed zijn invloed op de samenleving van joden en niet-joden gelden. De joden traden op als zaakwaarnemers van de overheid. Zij waren huurders van monopolies, tollen en andere fiscale inkomsten. Voor de adellijke grondbezitters traden zij op als beheerders, arendatoren of rentmeesters.

Daardoor geraakten zij in een duurzame conflictsituatie met de relatief overbelaste boerenbevolking, die hen met een primitieve klassehaat bejegenden. Een situatie die zich van tijd tot tijd in bloedige wraakacties ontlaadde.

Autocratie

Toen eind van de 18e eeuw het overgrote deel van het joodse leefgebied in Oost-Europa onder het gezag van de Russische tsaren geraakte, werd de joodse volksgroep — die tot dan een grote mate van intern zelfbestuur had genoten — geconfronteerd met de tota-ie machtsaanspraken van de strak centralistische Russische autocratie.

De oppermachtige staat wilde de joden geestelijk (conversie), cultureel (russificatie) en economisch (agrarisatie) met de overige bevolking gelijkschakelen. Zij trachtte dit doel te bereiken door allerlei discriminatoire maatregelen, die de verschillen tussen de joden en niet-joden vergrootten en bij de joden het besef van eigen identiteit versterktten.

 Ook daar, waar men gedeeltelijk succes boekte, nl. de russificatie door middel van openbaar onderwijs, waren de resultaten voor het tsarisme averechts. De opkomende joodse intelligentsia versterkte namelijk de gelederen van de oppositie. Onder de revolutionairen namen de joden (4.5% der bevolking) een voorname plaars in, nl. rond 25%.

Vervolgingen

Opgeschrikt door dit optreden van de joodse intelligentsia, greep, na 1880, het aftakelende regime naar het wapen van de van bovenaf aangestichte progrom's enerzijds om de joden te intimideren, anderzijds om de z.g. loyale massa politiek te integreren.

De vervolgingen leidden :

a) tot een massale uittocht, vooral naar de Verenigde Staten,

b) tot de opkomst van het zionisme en

c) tot een verheviging van het revolutionair verzet, met name het marxisme.

Het Sowjetbewind had aanvankelijk ten opzichte van de joden een welwillende houding aangenomen. In het onderwijs, de berpepskeuze en op alle niveaus van het openbare leven kregen zij ook gelegenheid om zich waar te maken en men kende hun de status van een aparte, jiddisjtalige nationaliteit toe.

Voor de integratie van het joodse element was het evenwel niet bevorderlijk, dat het nieuwe regime door zijn anti-godsdienstige campagne de gelovige joden frustreerde en een specifiek soort joods nationalisme — het zionisme — van meet af aan vervolgde. De pogingen om in Birobidzjan een autonome joodse republiek in het leven te roepen, bij wijze van een so- cialistisch Zion aan de Amoer, liep op een mislukking uit.

Stalins dictatuur

Met de vestiging van Stalins persoonlijke dictatuur begon de situatie voor de Sowjetjoden weer te verergeren. Naarmate de Sowjet-Unie Russisch-nationale trekken ging vertonen raakten de joden in en buiten de partij in een moeilijk parket. Door de zuiveringen werd hun oververtegenwoordiging aan de partijtop en in het staatsapparaat (leger, politie, buitenlandse zaken) teniet gedaan en in de strijd tegen de oppositie — waartoe relatief veel joden behoorden — aarzelde Stalin niet anti-joodse gevoelens van de massa uit te spelen.

De tweede wereldoorlog betekende de fysieke ondergang voor de helft van het Sowjetrussische jodendom. Ofschoon de joden in de strijd tegen het nazisme begrijpelijkerwijs vooraan gingen had dat hun positie in de naoorlogse USSR niet verbeterd, integendeel. Stalin verdacht ze van pro-westerse sympathieën en beschouwde het zionisme steeds meer als een reëel gevaar.

Dat de Sowjetunie bij het ontstaan van de staat Israël een positief aandeel heeft gehad, was puur door machtspolitieke overwegingen ingegeven en had niets te maken met het beleid ten opzichte van de joden thuis. De door Zjdanow gelanceerde campagne tegen het cosmopolitisme ontaardde in de jaren 1948-1953 in een anti-joodse hetze, waarin met name de Jiddische cultuur en haar vertegenwoordigers werden geliquideerd.

Na Stalin's dood volgde een tijdelijke en wat de joden betrof slechts zeer beperkte ontspanning. Een officiële rehabilitatie van het Sowjetjodendom bleef uit. Alleen tersluiks werden sommige wederrechtelijke daden rechtgezet.

Dissidentenbeweging

Intussen geraakten de joden als gevolg van het toenemende pro-arabische engagement in het Midden-Oosten, in nieuwe moeilijkheden. In de gegeven omstandigheden was het geen wonder dat in de dissidentenbeweging der jaren '60 men in sterke mate mensen van joodse herkomst aantrof (plm. 20%), hetgeen de Sowjet-autoriteiten dan weer prikkelde tot anti-joodse represailles, vooral in die gevallen, waarin de solidariteit met Israël zich openbaarde.

Sinds 1967, toen de overwinning van Israël electriserend gewerkt had op de Sowjetjoden is de relatie van de joden tot de partij en staat ernstig belast. De sindsdien geïntensiveerde bestrijding van het zionisme op het politieke en het judaïsme op het religieuze vlak, kan men uiteraard niet zonder meer met een ordinair antisemitisme gelijk stellen. Niettemin draagt zij in hoge mate een discriminatoir karakter en het zijn de joden als groep, die de klappen krijgen.

De vermelding van de joodse nationaliteit in het paspoort — eens het teken dat men als nationaliteit was erkend — heeft nu veel weg van een stigma, dat de betrokkene tot een verdacht sujet bestempelt.

 Tegenwoordig tracht het Sowjetregime de joden — evenals de interne oppositie überhaupt — op een gedifferentieerde wijze aan te pakken. De „onverbeterlijken" worden deels door gevangenschap, verbanning of ontslag onschadelijk gemaakt, deels als, al dan niet vrijwillige emigranten, uit het land verwijderd. De rest wordt blootgesteld aan een meedogenloze russificatie, die ten doel heeft de joden van eigen identiteit te beroven.

 Aangezien echter de assimilatiepolitiek vergezeld gaat van discriminatoire maatregelen, zal zij evenals in het verleden aan haar doel voorbij schieten. Hetgeen niet wegneemt, dat de Sowjetjoden vandaag in een schier uitzichtloze situatie verkeren. Een massale uittocht naar Israël — ook al zou die mogelijk zijn — lost het probleem niet op en in de Sowjet-Unie zijn de vooruitzichten op een voor de joden leefbaar klimaat voorlopig bepaald nihil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Russificatie joden vergezeld van discriminatie schiet doel voorbij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken