Bekijk het origineel

Zelfstandig^er positie voor Hollandse student (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zelfstandig^er positie voor Hollandse student (I)

Basisbeurs vanaf achttien jaar

4 minuten leestijd

Begrln september zal de Tweede kamer zich graan bezigrhouden met de in 1974 in^diende nota studiefinanciering'. Dit onderwerp staat vooral de laatste Jaren stwk in de belangrstellinp. Dat is niet te verwonderen gezien het enorme aantal studenten dat zich elk Jaar weer laat inschreven op universiteiten, hogescholen en andere. Velen van hen z^n voor de bekostiging' van hun studie voor een belangr^k deel op steun van de overheid aangewezen.

Het studieflnancieringssysteem zoais het nu werkt, is onoverzichtelijk en tevens bestaan er teveel regelingen naast elkaar. Het streven van de regering is dan ook de opzet te vernieuwen en het werkingsterrein voor een ieder duidelijker te maken.

In de oorspronkelijke nota was het de bedoeling van staatssecretaris Klein (Onderwijs en Wetenscht^pen) om voorlopig een nieuwe opzet te maken uitsluitend voor studenten van het wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. Als voornaamste reden gaf hij op dat, als het voor alle studenten ouder dan achttien jaar zou moeten gelden, de verwezenlijking te veel tijd zou kosten.

In de Tweede kamer kreeg hij hierover echter felle kritiek, vooral van de zijde van de PvdA en DSTO, die geen grond voor scheiding aanwezig achtten. Dit heeit de staatssecretaris doen besluiten in het nieuwe systeem direkt alle studenten van achttien jaar en ouder te betrekken.

AI* gevolg hiervan zal de nieuwe regeling pas in 1977 (zomer) in werking treden in plaats van dit jaar wat oorspronkelijk de bedoeling was.

De htddige situatie

De zorg voor het onderwijs is al sinds vele eeuwen een voortdurende taak van de overheid geweest. Zij is het die zorgt voor het ontwerpen van verschillende soorten onderwijs, het bouwen van scholen, het betalen van onderwijskrachten en dergelijke.

Van diegenen die van dit onderwijs gebruik maken wordt naar verhouding slechts een geringe bijdrage in de kosten gevraagd in de vorm van collegegeld en inschrijvingsgeld. Oezien de totale kosten die de exploitatie van onderwijs met zich meebrengt, is dit maar een fractie. Deze bijdrage vormt voor de meeste studenten dan ook geen onoverkomelijke hindernis.

Het grootste probleem voor de student is hoe hij aan geld kan komen om zijn huisvesting, eten en drinken, kleding enz. te betalen. Bij de meer bemiddelde families was het vanzelfsprekend dat de ouders de studiekosten van hun kinderen betaalden. Voor de jongeren met een zwakkere flnanciële achtergrond, was er vooral de laatste tientallen jaren de mogelijkheid een studiebeurs vaa de overheid te krijgen.

Eisen waren hierbij dat het inkomen van de ouders beneden een bepaalde grens bleef en de student een behoorlijke voortgang maakte met zijn studie.

Collegegeld

De bijdrage van de student aan de kosten van zijn studie in de vorm van collegegeld is een reeks van jaren tweehonderd gulden geweest. Tijdens het kabinet-Biesheuvel werd dit bedrag verhoogd tot 1000 gulden. Ben maatregel die in de onderwijswereld grote verontwaardiging opriep. Dit mondde verder uit in verzet allerwegen zoals bezetting van imiversiteitsgebouwen, het niet betalen van collegegeld enz. Voor de regering had deze verhoging als nadeel dat een veel groter aantal studenten aanspraak kon gaan maken op een studiebeurs, zodat de helft van de meeropbrengsten direct weer moest worden uitgekeerd. In 1973 werd het collegegeld echter weer verlaagd tot ƒ 600,—. De studenten die een studiebeurs ontvangen krijgen dit bedrag extra uitgekeerd. Studenten die geen beurs kregen toegewezen en die of geen geld beschikbaar hebben, of de betaling van het collegegeld liever wat willen uitstellen, kunnen hun verplichtingen voldoen door het ondertekenen van een schuldbekentenis.

Om het de studenten en de ouders mogelijk te maken in de studiekosten te voorzien zijn er op het ogenblik nog drie soorten regelingen van kracht, nl: • kinderbijslag, een uitkering voor ouders die de kosten van een studerend kind geheel of voor een deel voor hun rekening hebben genomen; 9 kinderaftrek, een belastingbesparing voor ouders die de studiekosten volledig of voor een gedeelte hebben betaald; • een studietoelage, een uitkering aan de student van wie de ouders niet over voldoende Hnanciële middelen beschikken om de studiekosten te betalen.

De eerste twee voorzieningen zijn alleen van toepassing zolang de student nog geen zevenentwintig Jaar is. Zij zijn echter onafhankelijk van de studieresultaten.

Dan zijn er nog bijzondere regelingen voor gehuwde studenten, parttime studerenden, studenten boven de 27 en studenten waarvan de ouders weigeren een bijdrage in de studiekosten af te dragen. Diegenen die aan het wetenschappelijk onderwijs deelnemen, krijgen thans him toelage uitgekeerd als een vast bedrag van rond de 1000 gulden als renteloos voorschot. De rest van het hun toegekende bedrag is voor 70% een beurs en voor 30% een renteloos voorschot. Voor studenten van het hoger beroepsonderwijs is steeds 60% beurs en 40% renteloos voorschot.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 31 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Zelfstandig^er positie voor Hollandse student (I)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 31 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken