Bekijk het origineel

DE VREZE DES HEEREN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE VREZE DES HEEREN

De vreze des Heeren is te haten het kwade. Spreuken 8:13a

6 minuten leestijd

<br />

Dit boek bevat zeer voortreffelijke, heilige en leerrijke onderwijzingen ook voor deze zeer bange tijd. Deze spreuken zijn ingegeven door de Heilige Geest. De hoofdinhoud is over de ware vreze des Heeren. Wij vinden daarin vele vermaningen tot onze schuldige plicht. Niet alleen jegens onze Schepper, maar ook voor onszelf en onze naasten.

Vrees in 't algemeen is een verontrustende aandoening. Deze is in alle schepselen vanwege de zonde. Het schaap vreest voor de wolf. De weerloze duif voor de roofvogel. De mens der zonde vreest voor allerlei gevaren die hem genaken. Wij denken hier ook aan de slaafse vreze. Wanneer het geweten in algemene overtuiging ongerust en angstig is voor straf en eeuwig oordeel.

Hiervan is wel te onderscheiden de kinderlijke vreze des Heeren. Deze laatste is vrucht van de wedergeboorte, en wordt dan ook alleen gevonden in de uitverkorenen. Zij ontstaat uit zuivere, door de Heilige Geest gewerkte liefde tot de Heere. Waaraan kan men het weten, of men in waarheid de Heere vreest? Lees maar verder: is te haten het kwade. Denk maar aan Jozef: „Hoe zou ik dan een zo groot kwaad doen, en zondigen tegen God".

Die door de Heere gewerkte kinderlijke vreze in dat oprechte volk naar Zijn welbehagen. Is onderscheiden van de slaafse en knechtelijke vreze. Het is een door genade gewerkte lust (zie Psalm 25 : 6). Van nature is er, daar wij allen in Adam gevallen zijn, geen lust of begeerte om de Heere kinderlijk te vrezen. Laten wij in dit verband niet gaan verzwijgen de doodstaat van een mens. Welgelukzalig is de mens, die de Heere vreest. Hij zal zegenen die de Heere vrezen. Daar is voor Gods volk uit vrije gunst de vloek in Christus weggenomen. Daar verkrijgen zij de natuurlijke en geestelijke zegeningen des Heeren vrees is rein. Hij opent voor een in zichzelf arm, ellendig en vrezend volk een fontein van heil, dat nooit vergaat.

De ware kinderlijke vreze des Heeren wordt alleen gevonden in degenen, die van dood levend gemaakt zijn. Wati is een nauw onderzoek van node! Hier zal alleen de Heilige Geest onze leidsman kunnen zijn. Wat is er teerder in het hart in verband met de liefde? Voor degenen, die de Heere vrezen is er een tijd om het kwade te haten. Welk kwaad had U gedacht? Alles wat de Heere mishaagt, wordt dat eenvoudige oprechte volk tot droefheid. Het vallen in het kwade overkomt hen dagelijks, waardoor zij de Geest bedroeven. Lees hier Rom. 7, en dat is de ervaring van degenen die de Heere vrezen. En wel bijzonder deze regel: „Maar het kwade, dat ik niet wil dat doe ik" Wat een voorrecht om in de oefeningen des geloofs die oude mens af te sterven en te ervaren wat we lezen in de berijmde tien geboden des Heeren en wel het negende vers: „Och, of wij uw geboon volbrachtenl Genâ, o hoogste Majesteit. Gun door 't geloof in Christus' krachten, om die te doen uit dankbaarheid".

Wij moeten vanuit de staat des doods, overgezet zijn in de staat des levens. Van nature zijn wij in Adam. Die in Christus zijn, zijn een nieuw schepsel. Met al de strijd daaraan verbonden, vrezende voor zelfbedrog, en of het wel waarheid is. De eeuwigheid zal wat openbaren. Menende de Heere gevreesd te hebben en nooit het kwade eerlijk en oprecht gehaat. Nooit de zonde de dood gevonden. Hoe zou dat oprechte volk ooit meer in dezelve leven?

Wat houden wij vandaag, 1976, nog voor kwaad? Alles kan er bij door en wordt goedgepraat. Onder een dekmantel van godsdienst, die niets te maken heeft met ware vreze des Heeren. Dacht U dat een mens, die als een Henoch met God wandelt en vervuld is met de ware vreze des Heeren en de ernst van de eeuwigheid op zijn hart gebonden, nog behoefte heeft om te reizen en te trekken en de plaatsen der IJdelheid te bezoeken? Wij bedriegen ons voor de eeuwigheid, en dienen God en de Mammon.

Een ernstige waarschuwing is op zijn plaats tot onderzoek aan mijn en uw hart. Is God, Zijn Woord, Zijn werk veranderd? Hebben de ouden het mis gehad, of hebben wij het mis in verband met leer en leven?

Dat mijn hoofd water ware en mijn ogen een springader van tranenl De Heilige Geest werke nog een wederkeren in ons hart en dat van onze naasten. Wij zijn allemaal van het hellspoor afgedwaald. Wij vergramden de God des levens, die zoveel wonderen van ouds heeft gewerkt. Wij klagen, maar hebben geen smart. Het kwade wordt goed geacht, en voor Godsvreze aangezien. Wij kunnen niet de Heere, de drieënige Verbondsgod vrezen en tevens volop, hetzij goddeloos of alleszins godsdienstig, met een bijbeltje in onze koffer de wereld dienen en naar het vlees leven, om Gode te behagen.

O, die vreselijke tijdgeest, die heeft niets te maken met de Geest die uit God is en door en in Christus gegeven is aan Gods kerk. Waardoor de kinderlijke vreze en het haten van het kwade mag worden beoefend. Als wij op onszelf zien en de tijd waarin wij leven, met de openbaring van de mens der zonde, en de oordelen over de aarde, is er geen verwachting, maar als de Heere door Zijn Geest in ons hart doet zien op Hem, de overste Leidsman en voleinder des geloofs, dan is er dat kinderlijke ontzag en buigen, om de Heere te vrezen en het kwade te haten. En dan is de kracht van hunne kracht dat Hij in hen betuigt: „De poorten der hel zullen Mijn gemeente niet overweldigen. Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht, tot in het late nageslacht".

Welgelukzalig, die zo ontdekt door Gods Geest de waarheld mag leren verstaan. En straks op Gods tijd uit een lichaam der zonde en des doods mag worden verlost van alle kwaad. Verlost van het grootste kwaad en gebracht tot het hoogste goed. Het welbehagen volkomen doorleefd in Christus tot de ere Gods en hun welzijn.

De Heere moge zich nog willen ontfermen over jong en oud, en nog zaligmakend werken de vreze des Heeren en een wandel, wijkende van het kwade in leer en leven, en van alle bedrog op reis naar de allesbeslissende eeuwigheid.

Hij doe de oprechte, die met de uitgietingen des kwaads en de wereldgelijkvormigheld niet mee kunnen vanwege de vreze des Heeren, Zijn getuige zijn, nuchter en waakzaam in de kracht des Geestes. Opdat daardoor nog anderen gewonnen mogen worden voor de liefdesdienst. De vreze des Heeren is het beginsel der wetenschap of wijsheid. Dat wij leren uitroepen: „Och schenkt Gij mij de hulp van Uwen Geest.

Opheusden, ds. J. Karens

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

DE VREZE DES HEEREN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken