Bekijk het origineel

Leidt God de evolutie?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Leidt God de evolutie?

11 minuten leestijd

Ongetwijfeld behoort de vleermuis tot de meest fascinerende schepselen in de natuur. De prestaties, die dit 's nachts op insecten jagende zoogdier al vliegend verricht, zijn uniek in de dierenwereld. Voor alle problemen, waarmee het wordt geconfronteerd, is een pasklare oplossing aanwezig. Maar wie heeft dit dier zo'n prachtig aangepast lichaam geschonken? Moeten we hierbij denken aan een almachtige Schepper of zou een autonoom evolutieproces deze hoge ontwikkelingsvorm hebben uitgedacht? Of moeten we soms aan beide mogelijkheden denken? Zou God dit dier door middel van een gericht evolutieproces hebben voortgebracht? Ziedaar het probleem, waarmee men in christelijke kringen meer en meer wordt geconfronteerd.<br />

Het afwijzen van de evolutieleer is in het algemeen gelukkig nog een vanzelfsprekende zaak. Maar met de idee van een door God geleide evolutie weet men doorgaans geen raad. Zo belandt men toch in het spanningsveld tussen schepping en evolutie en is men al gauw geneigd om het zogenaamde compromis te aanvaarden. Een schepping door God via een geleid evolutieproces. Dus een evolutie, maar dan in Gods boetserende handen.

Winterslaap

Laten we eerst eens het wonder van de vleermuis nader bezien. Waarin manifesteert dit nachtdier zijn unieke leefwijze? Als in het najaar de insecten schaars worden en er vrijwel geen voedsel meer bemachtigd kan worden, moet de vleermuis 'n ingrijpende aanpassing ondergaan. Dit is te meer noodzakelijk, als we bedenken, dat deze vliegende insecteneter met zijn groot huidoppervlak niet bestand is tegen onze toch niet zo strenge winters. In deze moeilijke omstandigheden is het vrijwel uitgesloten het lichaam op een constante temperatuur te houden. En omdat er minder voedsel voorradig is en de temperatuur geleidelijk daalt, zal de verbranding van de vleermuis afnemen en de dood tot gevolg hebben. Maar dankzij speciale klieren, die hormonen produceren, kan het lichaam de juiste maatregelen treffen om zo aan deze noodtoestand weerstand te bieden.

Als gevolg van deze wijziging in de werking van de hormoonklieren daalt de lichaamstemperatuur geleidelijk, waarna de vleermuis zich terugtrekt in een veilige schuilplaats b.v. in de Limburgse grotten en zo langzamerhand in een verdovingstoestand geraakt, die we winterslaap noemen. Ook egels en andere insecteneters kunnen zonder al te grote problemen op deze wijze de winter doorkomen.

Trek

Om hun veilige winterkwartieren te bereiken moeten de vleermuizen vaak grote afstanden afleggen. Wie wijst ze daarbij de weg? Hoe kunnen vogels en vleermuizen met hun "inwendig kompas" zo feilloos hun winterkwartier opzoeken? Dank zij moderne onderzoekingen weten we nu, dat veranderingen in de daglengte via de hormoonklieren inwendige processen op gang brengen en zo het startsein geven voor de aanvang van de lange reis.

Op welke wijze heeft de vleermuis over deze processen de beschikking gekregen? En hoe weet dit dier zich zo verbluffend goed te oriënteren? Een autonoom evolutieproces geeft hiervoor geen gelloofwaardige verklaring, vandaar dat men steeds meer gaat denken aan een geleid evolutieproces.

Lichaamsbouw

Maar een vliegende leefwijze vereist ook een aan het vliegen aangepaste lichaamsbouw. Nu heeft de vleermuis niet de beschikking gekregen over vleugels, zoals de vogels, maar het maakt gebruik van een vlieghuid, die tussen de ledematen is gespannen. Door middel van de sterk verlengde vingers wordt deze huid ondersteund en kan de vleermuis zich al vliegend voortbewegen. Ontegenzeggelijk vereist een dergelijke leefwijze een skelet, dat volledig aan het vliegen is aangepast. In rusttoestand hangt de vleermuis met de kop naar beneden, waarbij de voeten aan een uitsteeksel zijn vastgeklemd. Dit alles vereist een enorme aanpassing in lichaamsbouw en maakt de vleermuis zo uniek in de dierenwereld.

Door een bijna onuitroeibaar bijgeloof zijn echter in de loop der jaren al heel wat vleermuizen om hun bijzonder uiterlijk en hun nachtelijke activiteiten door kortzichtige mensen om het leven gebracht. Men had geen oog voor dit vliegende dier, dat zo doeltreffend is aangepast aan zijn leefwijze. Eerder beschouwde men de vleermuis als een geheimzlnnige aankondiger van ziekte en verderf. De machtige hand Gods werd niet opgemerkt in dit ongeëvenaarde schepsel.

Echo-peiling

Haast ongemerkt komen we zo bij het grootste wonder van de vleermuis. Een 's nachts vliegende en jagende insecteneter moet wel op een bijzondere wijze in staat zijn gesteld om de in het donker voorbijschietende insecten te kunnen bemachtigen.

Uit diverse onderzoekingen is gebleken, dat de ogen hierbij geen rol spelen. Wel was het opvallend, dat vele soorten vleermuizen grote oren bezitten. Na jarenlang intensief en geduldig speurwerk beeft de menselijke onderzoekingsdrift ook dit raadsel kunnen oplossen. Vleermuizen stoten al vliegend een eindeloze reeks klanken uit, die als echo's weer in het gehoororgaan worden opgevangen. Veel van deze geluiden zijn voor de mens niet waarneembaar en dit verklaart de grote moeite, en de vele inspanningen, die nodig waren bij dit onderzoek.

Door het opvangen van de teruggekaatste geluiden is de vleermuis in staat om een prooi of een obstakel op zijn vliegroute feilloos te lokaliseren. Vleermuizen zien als het ware met de oren. Dit geluldensysteem is bij meer zoogdieren bekend. Zo bedienen ook dolfijnen en verschillende in holen en gangen levende dieren zich van deze methode om zich te oriënteren.

Aanpassingen

Uit deze beschrijving mag blijken, waarom de vleermuis zo'n bijzonder dier is. Het beschikt over diverse aanpassingen, die weliswaar bij meer diersoorten voorkomen, maar waarbij deze toch niet zo duidelijk naar voren komen als juist bij dit diertje met een lichaamsgewicht van slechts enkele grammen.

In dit schepseltje zijn dus vele aanpassingen verenigd: de bijzondere lichaamsbouw met de doeltreffend functionerende vlieghuid, het geweldige oriëntatievermogen en het voortreffelijk werkende geluidensysteem. Daarnaast kan het dier ook overgaan tot het houden van een winterslaap.

Maar wat heeft een moderne straaljager geen geweldige voorzieningen nodig om tot gelijke prestaties te komen? En hoe valt de vergelijking tussen de cockpit van een verkeersvliegtuig met het uitgebreide instrumentenbord en het kopje van de vleermuis niet duidelijk in het voordeel van de laatste uit. Als brandstof en om in leven te kunnen blijven heeft het al voldoende aan slechts enige grammen insecten. Zou dit dier een produkt zijn van een door God geleide evolutie? Hoe moeten wij ons dit dan voorstellen?

Compromis

Gelukkig wordt in onze kringen de evolutieleer als autonoom proces afgewezen. Maar daarmee zijn we nog niet met deze zaak klaar. In onze tijd wordt er meer en meer gezocht naar een compromis. Nu ss de gulden middenweg evenwel niet altijd de beste weg. Uit allerlei publicaties blijkt, dat de theorie van de zogenaamde geleide evolutie steeds meer terrein wint en zijn duizenden verslaat. Een blind evolutieproces wil men niet aanvaarden, maar een evolutieproces in Gods boetserende handen acht men een acceptabele tussenoplossing!

Deze theorie houdt in, dat God mensen, dieren en planten volgens een evolutieproces heeft geschapen. In den beginne schiep God levende wezens, zij het nog in primitieve vorm.

Maar in de loop van vele eeuwen liet God deze levensvormen evolueren tot hogere organismen (levende wezens) met uiteindelijk als climax de mens.

Het valt niet te ontkennen, dat deze zienswijze duidelijk ruimte schept voor een ontwikkeling gedurende miljoenen jaren en voor een ontstaan van de mens uit het dierenrijk. En zonder enig bezwaar kunnen we nu de scheppingsdagen naar het rijk der fabelen verwijzen.

In het boekje „Waar blijven we" breekt prof. Lever van de Vrije Universiteit ook een lans voor deze theorie en zo verschijnen helaas steeds meer boeken met een pleidooi voor de geleide evolutie. Op zichzelf is deze theorie niet nieuw, maar het valt niet te ontkennen, dat in de laatste jaren het compromis van een door God gelelde evolutie steeds meer ingang heeft gevonden en op vrijwel alle christelijke scholen wordt onderwezen.

Het is derhalve een betreurenswaardige zaak, dat alle biologie-leerboeken voor het middelbaar-onderwijs, die aanvaardbaar worden geacht voor de christelijke scholen, uitgaan van geleide evolutie. Schepping en evolutie acht men geenszins onverenigbare begrippen.

Een alternatief ten aanzien van de leerboeken bestaat evenwel niet, omdat er in ons taalgebied geen leerboeken zijn, die uitgaan van de schepping, zoals deze in het begin van de Bijbel wordt beschreven.

De leerstof is derhalve gestoeld op een blind evolutieproces of ze rust op het fundament van een door God geleide evolutie. Het zal duidelijk zijn, dat we in deze zaken met grote voorzichtigheid te werk moeten gaan. Maar ook met grote beslistheid.

De evolutie van de vleermuis

Zoals we al opmerkten is de vleermuis een uniek dier. Het verricht verbazingwekkende prestaties. Wat is daar echter allemaal wel niet voor nodig? Voor het vliegen moet de vleermuis over een doeltreffende vlieghuid beschikken. We stellen ons voor, dat een zoogdiertje b.v. een muis evolueert tot een vleermuis. Dit impliceert, dat gedurende vele generaties een vlieghuid tot ontwikkeling komt, die het dier tot vliegen in staat stelt. Alleen kunnen we er niet omheen, dat de dieren gedurende al deze tussenstadia nog niet tot vliegen in staat zijn. Pas het eindstadium is levensvatbaar en doeltreffend toegerust om te vliegen. Evoluerende vleermuizen kunnen nog niet vliegen. En dieren, waarbij het echo-peilingsysteem in ontwikkeling is, kunnen geen prooi vangen noch uitstekende hindernissen in het duister ontwijken. Vleermuizen met een trekinstinct in wording zijn niet in staat hun winterkwartier op te zoeken en sterven derhalve. Alleen een volledig geëvolueerd dier is levensvatbaar. Alle tussenstadia zijn gedoemd te sterven.

Desondanks wil de theorie van de geleide evolutie ons doen geloven, dat deze tussenstadia wel levensvatbaar zijn. Anders kan er immers van evolutie geen sprake zijn. En bovendien moet dan de evolutie van vleermuis en insect gelijktijdig verlopen zijn, anders was er voor de vleermuis geen voedsel aanwezig geweest. Want het mag bekend zijn dat alle planten en dieren van elkaar afhankelijk zijn.

Sinds de zondeval voeden roofdieren zich met planteneters. Van geleidelijkheid kan dus geen sprake zijn. Evoluerende dieren kunnen zich onmogelijk handhaven. Bovendien beschikken ze nog niet over een plaats in de levensgemeenschap der natuur. En hoe moeten we ons dan de evolutie van de jachttechnieken van roofdieren voorstellen? Niet-volleerde jagers verhongeren immers. En evenmin zijn vogels, die nog niet kunnen vliegen levensvatbaar. Zo kunnen we talloos vele voorbeelden noemen.

Evenwicht

De gehele natuur vertoont een duldelijke samenhang, die nooit geleidelijk kan zijn ontstaan. Maar alles wijst op een directe schepping door God, zoals ons in Genesis 1 wordt beschreven. Ook de vleermuis is zo „kant en klaar" door God geschapen.

De gehele natuur is een imponerende samenleving, waarin geen enkel onderdeel kan worden gemist, of het heeft een verstoring van het biologisch evenwicht tot gevolg. Wat zou er byvoorbeeld gebeuren, als er opeens geen vogels meer zouden zijn. Er zou een totale ontwrichting van de samenleving in de natuur plaats vinden. Dit betekent derhalve, dat alle plant- en diersoorten vrijwel gelijktijdig zijn ontstaan. Een samenleving in ontwikkeling is immers ondenkbaar. Ook voedselketens kunnen zich onmogelijk evolueren.

En hoe is het gesteld met het overdragen van erfelijke eigenschappen aan de volgende generaties? Hoe is dit mechanisme ontwikkeld? In onvolkomen vorm is deze overdracht ondenkbaar. En hoe zijn de talen geëvolueerd? De leer der geleide evolutie kan ons geen verklaring bieden. En hoe is het instinct voor de webbouw bij de kruisspin ontwikkeld? Een instinct in wording laat de spin immers verhongeren!

Schriftgezag

Ondanks onze genoemde bezwaren heeft de leer der geleidelijke ontwikkeling, zoals we al eerder opmerkten, veel gehoor gevonden. Dit hangt samen met een andere zien als een afzonderUjk werk van God, waarin de aarde in zes dagen werd toebereid. Dit betekent een voltooiing van de schepping in zes dagen. Daarmee was de schepping ten einde en ontstonden er geen nieuwe plant- en diersoorten meer.

Ook de schepping van de mens uit het stof der aarde was hiermee voltooid vgl. Gen. 1 vs. 28, Gen. vs. 7 en Lucas 3 va. 38: ,,de zoon van Enos, de zoon van Seth, de zoon van Adam, de zoon van God". Van een dierlijke afkomst van de mens kan geen sprake zijn! De geleide evolutie wil dit evenwel niet uitsluiten.

Historiciteit

In de Bijbel, ook In Genesis 1-3, hebben we te maken met geschiedschrijving door God Zelf, vgl. Hand. 17 vs. 26; Hebr. 11 vs. 4 en Hebr. 12 vs. 24.

De aanhangers van de geleide evolutie spreken bij Genesis 1-3 wel over een werkelijkheid, maar niet als een geschiedenis. Dit Bijbelgedeelte is voor hen niet-historisch. Hier ligt juist het grote verschil tussen schepping en geleide evolutie, want dit laatste opent de weg voor Schriftkritiek en vervlakking van het geestelijk leven.

Juist in de schepping zien we Gods grootheid en Gods eer. Zowel de vleugels van een vlinder, de pracht van een lelie en de schoonheid van de vogelzang, als de uniek toegeruste vleermuis spreken over het werk van Gods handen.

Alleen door het geloof kunnen we deze wereld en al het geschapene leren verstaan als een schepping door God. We moeten deze schepping, zoals ze ons wordt beschreven in Genesis 1 aanvaarden, als een wonder waarvoor onze ogen geopend moeten worden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Leidt God de evolutie?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken