Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Russisch-Orthodoxe kerk en de Wereldraad van kerken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Russisch-Orthodoxe kerk en de Wereldraad van kerken

Een historisch overzicht

11 minuten leestijd

Naar aanleiding: van de Assemblee van de Wereldraad van Kerken in Nairobi (1976) en de laatste bijeenkomst van het Centraal Comité in Genève heb ik in deze krant uitvoerig: bericht over de spanningen welke er tussen de Russisch-Orthodoxe kerkdelegatie en de Wereldraad zijn ontstaan. <br />

In dit artikel willen wij proberen een overzicht te geven van de betrekkingen die er tussen de Russische kerk en de Wereldraad sinds 1948 hebben bestaan. Dit overzicht kan ertoe dienen de actuele ontwikkelingen ter zake beter te begrijpen.

Tevens zal ons duidelijk kunnen worden hoe groot de invloed van de Oosteuropese kerken In het algemeen en de Russisch-Orthodoxe kerk in het bijzonder op de Wereldraad wel is.

Afwijzing

In 1948 staat de Russisch-Orthodoxe kerk afwijzend tegenover de oecumenische beweging. Op een door het Moskouse Patriarchaat georganiseerd „interorthodox concilie" worden anti-Vaticaanse en anti-oecumenische leuzen aangenomen. De Russen zien in de Wereldraad van kerken een politiek machtsinstrument van de Westerse kerken, gericht tegen het communisme. De stem van Hromdáka op de Assemblee an de Wereldraad in Amsterdam valt nog te weinig op.

Deze indruk wordt versterkt tijdens de bijeenkomst van het Centraal Comité van de Wereldraad van kerken in Toronto (1960). Kort daarvoor is het Koreaanse conflict uitgebroken: Noordkoreaanse eenheden zijn Zuid-Korea binnengevallen met het doel een gewelddadige vereniging van Noord- en Zuid-Korea te bewerkstelligen. De Wereldraad veroordeelt in Toronto de Noordkoreaanse agressors en stelt zich achter een resolutie van de Verenigde Naties, welke oproept de Noordkoreaanse actie te weerstaan.

Dit is een belangrijk moment in de „koude oorlog". De verklaring van de Wereldraad valt in Oost-Europa (en China!) zeer slecht. Hromádka schrijft een boze brief naar Genève, het hoofd van het bureau voor buitenlandse betrekkingen van het Moskouse Patriarchaat (metropoliet Nikolai) reageert fel en de Chinese theoloog T. C. Chao trekt zich niet lang daarna terug als voorzitter van de Wereldraad.

Wereldvredesraad

De Russisch-Orthodoxe kerk is daarentegen wel zeer actief binnen de zgn. „Wereldvredesraad" — een in 1950 te Warschau opgerichte propaganda-organisatie van pro-Moskoucommunisten. Deze Wereldvredesraad probeert wel met de Wereldraad in gesprek te komen, doch op brieven met uitnodigingen om „vredesconferenties" bij te wonen wordt door de laatste steeds niet ingegaan.

In 1952 is het Martin Niemöller — de grote man uit de Duitse kerkstrijd — die tijdens de bijeenkomst van het Centraal Comité voorstelt om waarnemers naar de conferenties van de Wereldvredesraad te sturen. Niemöller is een der eersten die contact zoekt en legt met de Russisch-Orthodoxe geestelijkheid.

Na de dood van Stalin komt er geleidelijk aan een wijziging in de afwijzende houding van de Russisch-Orthodoxe kerk. Het Tijdschrift van het Moskouse Patriarchaat gaat veel minder afwijzend schrijven over het Vaticaan en de Wereldraad. Er breekt een periode aan waarin de Russische kerkleiders tijdens vele reizen naar het buitenland belangrijke contacten leggen, welke ook van oecumenische betekenis geacht moeten worden.

Bij de Sowjetleiders dringt het besef door dat de Wereldraad van kerken misschien wel eens kan worden gebruikt voor eigen propagandistische doeleinden. De stem van Hromádka is binnen de Wereldraad blijven doorklinken. De tweede Assemblee te Evanston heeft dan wel tegen het marxisme gewaarschuwd, maar er is toch ook krachtig stelling genomen tegen het kapitalisme.

In 1957 is het metropoliet Nikolai die tegenover de Wereldraad van kerken een zeer welwillende houding aanneemt door in een brief aan het Centraal Comité te verklaren dat de orthodoxe christenen grote sympathie hebben voor de oecumenische beweging. Ook de door Hromádka gestarte Praagse Vredesconferentie is van betekenis: weliswaar staat deze buiten de Wereldraad, maar via die „Vredesconferentie" worden toch belangrijke contacten gelegd tussen kerkleiders van Oost en West.

Toetreding:

In 1958 vindt er in Utrecht een hoogst belangrijke ontmoeting plaats: het is een eerste officieel contact tussen de Wereldraad en Russisch-Orthodoxe kerk. In een communiqué wordt over het leerzame en verrijkende karakter van deze ontmoeting gesproken. Op de volgende bijeenkomst van het Centraal Comité, op Rhodos (1959) is er een waarnemer van het Russisch-Orthodoxe kerk, Vitaly Borovoy, vergezeld door een zekere V. Alexejev, die waarschijnlijk namens de Raad voor de Aangelegenheden van de Russisch-Orthodoxe kerk aanwezig is.

Datzelfde jaar brengt een Wereldraaddelegatie een bezoek aan Moskou. Een jaar later wordt Nikolai, die bij het regime in ongenade is gevallen, opgevolgd door de uiterst behendige Nikodim.

In april 1961 bereikt de secretaris-generaal van de Wereldraad, dr. W. A. Visser 't Hooft, een brief waarin de Russisch-Orthodoxe kerk zich bereid verklaart deel te nemen in de Wereldraad. Aan de politieke implicaties van deze toetreding moet veel gewicht worden toegekend. Na de Russische toetreding zal het niet meer mogelijk blijken om openlijk bet marxisme af te wijzen of om op te komen voor de verdrukte christenen in Oost-Europa. Reeds in New Delhi (1961) verklaren de Russen bij monde van Nikodim dat er in hun land volledige vrijheid van godsdienst bestaat en dat iedere priester op zijn kansel kan zeggen wat hij wil". Tegen de toetreding van de Russische kerk tot de Wereldraad wordt in New Delhi door één (emigranten)kerk bezwaren gemaakt. De Hongaars-gereformeerde kerk van Noord-Amerika geeft bij monde van bisschop Zoltan Beky te kennen dat zij zich van stemming onthoudt. Zij wil eerst eens zien of de Russen van hun lidmaatschap binnen de Wereldraad geen politiek misbruik zullen maken...

Sowjetpropaganda

De inschakeling van de Russisch-Orthodoxe kerk bij de buitenlandse politiek vindt na 1961 niet meer uitsluitend plaats via de bekende Oosteuropese vredesorganisaties. Deze organisaties (vooral de Praagse Vredesconferentie) bleven immers toch grotendeels beperkt tot kerken die binnen de machtssfeer van de Warschaupaktlanden lagen. Maar nadat de Russische kerk haar intrede heeft gedaan in de Wereldraad van kerken, kan deze kerk de vredespolitieke propaganda voor een veel breder forum verkondigen.

De betrekkingen die de Russisch-Orthodoxe kerk onderhoudt met de Wereldraad staan onder rechtstreeks toezicht van het door de KGB gecontroleerde Bureau voor de Aangelegenheden van de Russisch-Orthodoxe kerk.

Borovoy gaat zitten in de commissie voor Geloof en Kerkorde en verwerft binnen de Wereldraad al spoedig algemene sympathie. Nikodim behandelt vooral de „buitenlandse kwesties" en maakt zich ruchtbaar door zijn opvallende uitspraken ter zake.

Interessant is wat een in Moskou in het jaar 1963 verschenen „Kleine Atheïstische Encyclopedie" schrijft over de... Wereldraad van kerken: deze was in de jaren vijftig sterk anti-communistisch, maar thans moet worden bevorderd dat het komt tot „vreedzame samenwerking".

Politieke problemen

Geleidelijk aan krijgen meer politieke problemen, die ook Oost-Europa interesseren, binnen de Wereldraad de aandacht (dekolonisatie, ontwapening etc). In 1964 komt het Centraal Comité op uitnodiging van de Russisch-Orthodoxe kerk bijeen in Odessa, tijdens welke bijeenkomst speciale aandacht wordt besteed aan de ontwapeningsproblematiek.

Ook bliikt dat de Russen in toenemende mate actief worden binnen de belangrijke Wereldraadcommissie voor Internationale Zaken (CCIA). Dit orgaan houdt zich vrijwel uitsluitend met politieke en volkenrechtelijke kwesties bezig en is derhalve voor de Russische buitenlandse politiek van centraal belang.

Intussen verandert het klimaat in het Westen in deze jaren grondig. De jongeren komen in opstand. Non-conformisme wordt de nieuwe houding van de jeugd: lang haar, spijkerpak, beatlemuziek, verdovende middelen, etc. Er komt een groeiende belangstelling voor de werken van Marx, Lenin en Mao Tse-tung. Het politieke denken radicaliseert („polarisatie"). De beweging van Nieuw Links krijgt grote invloed als pressiegroep.

De meeste van deze ontwikkelingen worden in Oost-Europa positief beoordeeld. Vooral daar waar het politieke denken zich baseert op een revolutie-idee.

Zo verscliijnt er in 1971 in het Russische tijdschrift Voprosy Filosofïi (problemen van de filosofle) een artikel van een zekere J. V. Krasniev, waarin erop gewezen wordt hoe binnen de oecumenische beweging de problematiek van de „verantwoordelijke maatschappij" en de kwestie van het gebruik van geweld aan de orde wordt gesteld. Krasniev wijst er met grote instemming op dat er zich een „theologie van de revolutie" heeft ontwikkeld (sinds de belangrijke bijeenkomst voor „Kerk en Maatschappij" van de Wereldraad, 1966). Van belang acht hij verder dat de nadruk binnen de oecumene thans ligt op een „anthropocentrische eenheidsconceptie" — niet langer dus op de eenheid der kerk, maar op de eenheid der mensheid.

Radicalisering

In 1966 wordt dr. W. A. Visser 't Hooft als secretaris-generaal opgevolgd door dr. Eugene Carson Blake. Deze opvolging wordt vanuit Oost-Europa zeer gunstig beoordeeld. Blake onderhoudt goede contacten met de Russisch-Orthodoxe kerk. Onder het progressieve beleid van Blake radicaliseert de Wereldraad snel en dreigt er een doorbraak te komen van marxistisch-ideologische denkbeelden in de oecumenische theologie. Het is bekend dat het programma ter bestrijding van het racisme (PCR) vooral op Oosteuropese aandrang tot stand is gekomen.

Juist in die tweede helft der jaren zestig ontwikkelen de kerken uit Oost-Europa binnen de Wereldraad een ongewoon grote activiteit. De Vietnamoorlog geeft alle aanleiding eenzijdig te ageren tegen de Verenigde Staten. Grote verbondenheid leggen de kerken uit Oost-Europa aan de dag met de bevrijdingsbewegingen in de derde wereld (Afrika, Zuid-Amerika).

Op de vierde Assemblee van de Wereldraad in Uppsala (1968) wordt de Wereldraad duidelijk in de hoek gedrongen van de radicale strijders voor „bevrijding" en „revolutie".

Verkoeling

Een schok gaat echter door de Wereldraad wanneer in 1968 het experiment Dubcek (Praagse Lente) bloedig wordt onderdrukt door de Russische tanks. Velen beseffen dan ineens dat het communisme naar Russisch model toch wel een ander gezicht heeft.

De Wereldraad protesteert en sympathiseert met Hromddka die eveneens de Russische interventie veroordeelt. De Russische patriarch Alexii daarentegen schrijft een brief aan de Wereldraad waarin hij zegt „dat alle leden van het Warschaupakt verantwoordelijk zijn voor de verdediging van het socialisme en de onafhankelijkheid op een wederzijdse basis". Het Russische ingrijpen heeft, aldus Alexii, „de wereld voor een ernstig conflict behoed".

Dit leidt tijdelijk tot een verkoeling in de betrekkingen tussen Moskou en Genève. Het lange termijneffect van deze verkoeling zal zijn dat binnen de Wereldraad in toenemende mate door verschillende gedelegeerden de kwestie van de „mensenrechten" in Oost-Europa aan de orde wordt gesteld. In den vervolge zullen binnen de Wereldraad de ontwikkelingen in Oost-Europa kritischer worden bezien dan voor 1968 het geval was.

Dat neemt niet weg dat de Russen op verschillende terreinen belangrijke successen boeken. Genoemd is reeds het PCR. Het gaat bij deze successen steeds om het nastreven van actieplannen, welke de Russische buitenlandse politiek kunnen dienen. Ook de verklaringen inzake Vietnam dienen te worden genoemd. Eenzijdig wordt steeds het Westerse optreden veroordeeld terwijl de communisten vrijuit gaan. Een belangrijk succes dat de Sowjet-politiek eveneens ten goede komt is de desinvesteringspolitiek welke sinds 1973 door de Wereldraad wordt gevoerd: bedrijven die in Zuidelijk Afrika investeren worden geboycot.

Protesten

Dan volgt de zendingsconferentie van Bangkok naar aanleiding waarvan de nieuwe patriarch Pimen op de bijeenkomst van het Centraal Comité in Genève (1973) zal protesteren. Vooral het dialoogprogramma met mensen van niet-christelijke godsdiensten moet het ontgelden. De verklaring van Pimen doet wat vreemd aan indien wij bedenken dat de Russisch-Orthodoxe kerk zelf ook bijeenkomsten belegt waarbij aanhangers van andere godsdiensten zijn betrokken.

De kritiek van Pimen verhoogt evenwel de spanning tussen de Wereldraad en de Russische kerk niet weinig. Op de Assemblee van de Wereldraad in Nairobi komt het tot een uitbarsting wanneer de Zwitser Jacques Rossel wil dat de kwestie van de godsdienstvrijheid in de Sowjet-Unie wordt behandeld: de Russen protesteren fel en met enig succes. Zij weten gedaan te krijgen dat deze kwestie wordt verschoven naar augustus 1976, wanneer het Centraal Comité bijeen zal komen.

Conclusie

De betrekklng:en tussen de Wereldraad en de Russisch-Orthodoxe kerk staan thans onder hoge spanning. De Russische kerk kwam na Nairobi met een uitvoerige brief waarin tegen „de geest van Nairobi" ernstig werd geprotesteerd. Philip Potter, de huidige secretaris- generaal, werd verzocht deze brief in The Ecumenical Review te doen afdrukken, hetgeen deze echter weigerde. Deze weigering verhoogde de irritatie van de Russen.

De laatste Centraal Comité vergadering is behendig rond de hete brij van de godsdlenstvrijheld in Rusland heengesprongen door de instelling van een soort „commissie" goed te keuren.

Of de Russen nu de Wereldraad zullen verlaten? Dat lijkt mij vooralsnog niet waarschijnlijk. De Sowjet-regering heeft nog steeds te grote belangen bij de Russisch-Orthodoxe participatie in de Wereldraad. Wel wordt intussen verder gewerkt aan de uitbouw van de (Praagse) Chrlstelijke Vredesconferentie, die zich — desnoods — als een „tegenwereldraad" zal kunnen ontwikkelen.

Zo blijft de druk vanuit Oost-Europa op de Wereldraad gehandhaafd. Grote veranderingen ten nadele van de Russische politiek zijn niet te verwachten.

-------------------------------------------------------------------------

Voor gedocumenteerde Informatie over de relatie tussen de buitenlandse politiek van de Sowjet-Unie en de kerkpolitiek worde met name verwezen naar: William C. Fletcher, Religion and Soviet Foreign Poltey 1945-1970 Oxford University Press. 1973) en mijn Christus of Ideologie?, deel II („Positie en Keuze van Christenen en Kerken in een ideologische situatie 1917-1975") (verschijnt ca. oktober 1976 bij Uitgeverij De Banier te Utrecht).

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Russisch-Orthodoxe kerk en de Wereldraad van kerken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken