Bekijk het origineel

„Woning ja, woning nee

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Woning ja, woning nee" geen oplossing voor woningnood

Twijfels over bereikbaarheid doel

7 minuten leestijd

Stadsbewoners en met name de kapitaalkrachtigen onder hen gaan er steeds meer toe over de stad te ontvluchten en ergens buiten de stad in een landschappelijk fraai gebied een huis (of ook wel een tweede woning) te kopen. Dit is geen verschijnsel van vandaag of gisteren, maar het is een ontwikkeling die al vele jaren aan de gang is en het vormt een bewijs dat de grote steden steeds meer onleefbaar worden. Een gevolg van dit verschijnsel is dat de beschikbare woningen in de landschappelijk fraaie gebieden en de kleine dorpen daarbinnen worden opgekocht door de gefortuneerde randstadbewoners en dat voor de eigen bevolking steeds minder woningen overblijven.

Daar is natuurlijk wel een oplossing voor. Die oplossing ligt nog wel voor de hand bok. Je gaat er in die dorpen gewoon woningen bij bouwen. Dit is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Het rijks- en provinciaal planologisch beleid is erop gericht om de woningbouw in de kleine kernen zo beperkt mogelijk te houden. Minister Gruyters wil volgens de Verstedelijkingsnota de woningbehoefte op een beperkt aantal plaatsen in ons land realiseren. De kleine kernen worden daar de dupe van. Woningbouw in dorpen en kleine plaatsen wordt door dit rijksbeleid zodanig beperkt, dat er soms voor de eigen bevolking geen mogelijkheden meer zijn. Ook het pr vinciaal bestuur van Gelderland voert een beleid dat erop is gericht de woningbouw in de kleine kernen te beperken ten behoeve van de verdere bescherming van natuur en landschap.

In de zogenaamde keuzenota Ontwerp Streekplan Veluwe blijken Gedeputeerde Staten wel oog te hebben voor de woningnood in verschillende kleine dorpen op de Veluwe, maar het is nog zeer de vraag of zelfs de daarin neergelegde beperkte mogelijkheden voor woningbouw in die kleine kernen gerealiseerd kunnen worden.

Euvel

Voor een groot aantal kleine kernen biedt de keuzenota geen soulaas. Nauwelijks krijgen de gemeentebesturen de mogelijkheid om woningen te bouwen ten behoeve van de natuurlijke aanwas. Als een aantal woningen bovendien nog wordt opgekocht door stadsbewoners dan ligt de conclusie voor de hand, dat de eigen bevolking voor een deel tussen wal en schip kan geraken.

Om die ontwikkeling in goede banen te leiden ligt het voor de hand dat men in de eerste plaats probeert de toeloop van ,,stadsen" tegen te gaan. Daarvoor zijn echter juridische middelen nodig, die tot op heden niet bestaan.

Woning ja, woning nee

Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben gezocht naar een juridisch instrument om het gesignaleerde euvel tegen te gaan. Zij hebben een model vaii een planologische vestigingsregeling toegestuurd aan de gemeentebesturen in die provincie met het verzoek daar commentaar op te leveren. Dat model ging vergezeld van een discussiestuk, geheten ,,Woning ja, woning nee".

Dat discussiestuk zal met de van de gemeentebesturen ontvangen reacties worden besproken in een vergadering van provinciale staten op 10 november a.s. ter gelegenheid van de behandeling van het provinciaal commentaar op de Verstedelijkingsnota.

De planologische vestigingsregeling is een verordening die door de raad van elke gemeente afzonderlijk moet worden vastgesteld, althans als die gemeenteraad dat wil.

Nu is het natuurlijk wel zo, dat de meeste gemeenten op de Veluwe ervan overtuigd zijn, dat er iets gedaan moet worden aan de problematiek van de kleine kernen. Het is vanzelfsprekend dat het onmogelijk is die kleine kernen maar ongebreideld te laten groeien. Natuur en landschap zouden daardoor op onaanvaardbare wijze worden aangetast, maar wat in onze ogen nog belangrijker is, het eigen karakter van die kleine kernen zou daardoor verloren gaan. Dit neemt niet weg, dat een bescheiden woningbouwprogramma voor die kernen ten gunste van de eigen be- ^ volking de leefbaarheid van die kernen ten goede zal komen en het op sommige plaatsen aangevangen vergrijzingsproces zal tegengaan.

Is het middel dat Gedeputeerde Staten de gemeentebesturen in Gelderland aan de hand gedaan hebben wel zo'n goed middel?

Dorpsbinding

De planologische vestigingsregeling gaat het kopen of huren van een huis binden aan een vergunning die men moet aanvragen bij burgemeester en wethouders. Dat college moet die zogenaamde „bewoonvergunning" verlenen als' de aanvrager economisch aanbeen bepaalde kern gebonden is, als hij een aantoonbaar belang heeft bij een plaats in de leefgemeenschap van die 'kern (dorpsbinding) of al in de kern woont en een zelfstandige woning achterlaat.

Er rijzen direct al een paar vragen. Wanneer is iemand dorpsgebonden? Is dat alleen het geval als hij in dat dorp geboren is? En de eis van de economische gebondenheid? De regeling zegt dat aan die eis wordt voldaan indien iemand voor zijn voornaamste bron van inkomsten is aangewezen op die kern of de daarmee verbonden omgeving. Voor spitsvondige lieden geven deze criteria voldoende aanknopingspunten om voor een bewoonvergunning in aanmerking te komen, zonder dat dat past in het doel van de regeling.

Schade

De gevolgen van invoering van deze regeling zijn zeer vérstrekkend. Een reden wellicht voor vele gemeentebesturen om te zeggen: Laat rijk of provincie die zaak maar regelen. Het is per slot van rekening een uitvloeisel van in de eerste plaats hun planologisch beleid.

Als gevolg van liet feit dat het aantal vragers naar een woning in de kern minder wordt — want de ,,stadsen", die anders ook meededen, worden nu uitgesloten — zal de opbrengst van die woningen — soms wel aanmerkelijk — dalen.

Moet de verkoper die schade lijden? De provinciale discussienota wijdt een hele beschouwing aan dit probleem en geeft een tweetal mogelijke oplossingen. Het gemeentebestuur kan de regeling zo ontwerpen dat iemand zijn woning eerst gedurende een bepaalde periode en volgens een aantal voorschriften betreffende prijs en publicatie aan de eigen bevolking te koop aanbiedt. ,

Is geen van de ,,eigen" gegadigden bereid tenminste de tevoren getaxeerde prijs voor de woning neer te tellen, dan mag de verkoper de woning alsnog op de vrije markt brengen. Deze methode, de methode van de „vruchteloze aanbieding" is volgens ons — en de provinciale nota erkent dat ook — een „vruchteloze" methode. De verkoper heeft alleen maar een bepaalde periode te overbruggen en dan is hij weer vrij om te verkopen aan wie hij wil.

Vergoeding

Een andere oplossing is om de schade die de verkoper lijdt, doordat hij met een beperkt aantal vragers wordt geconfronteerd, geheel of gedeeltelijk te vergoeden uit de gemeentekas. Dat levert dan echter weer andere problemen op. Zo zullen vele gemeenten niet in staat zijn die schadevergoedingen te betalen.

Vele gemeenten zijn armlastig of leven op de grens van armlastigheid. Hoe moet de schade bepaald worden? Vergelijkbare objecten zijn er niet, want het verbod om woningen op de vrije markt te koop aan te bieden geldt voor alle woningen in die kern. Moet die schade — gesteld dat die te berekenen zou zijn — geheel of slechts gedeeltelijk worden vergoed?

Vele vragen, die er al één gemeente (Maurik) toe hebben gebracht de regeling vast te stellen zonder schadevergoedingsregeling. Met als gevolg dat de verkoper volledig voor die schade opdraait. Voorstanders van helemaal geen schadevergoeding weten daar ook nog wel een bepaalde principiële draai aan te geven, maar het gaat naar onze mening beslist te ver om de verkoper volledig op te laten draaien voor de financiële gevolgen van het vanuit een oogpunt van algemeen belang gevoerd planologisch beleid.

Twijfels

Zal het doel — reserveren van de be' schikbare woningen voor de eigen bevolking — door deze regeling bereikt kunnen worden? Men kan daar de nodige twijfels over hebben. De woningbehoevenden in de kleine kernen zijn in het algemeen de jonge gezinnen met beslist niet de hoogste inkomens. De woningen die door „stadsen" worden opgekocht bestaan veelal uit oude, soms vervallen boerderijen, die voor fancy-prijzen worden verkocht.

Die krotten worden dan, door er een kapitaal bedrag tegen aan te gooien, omgetoverd tot landelijke villa's. Dit soort woningen levert geen bijdrage tot de oplossing van de woningnood. Een strikte toepassing van de regeling kan ertoe leiden dat die krotten onverkoopbaar worden, waardoor verpaupering in de hand gewekt wordt. En met dat alles komen er nog geen woningen beschikbaar voor de categorie woningzoekenden die er het hardst om verlegen zit.

Overzien we de in het kort aangestipte problemen die aan de invoering van een planologische vestigingsregeling zijn verbonden, dan moeten we wel tot de conclusie komen dat het provinciaal model weliswaar een goedbedoelde poging is, maar nauwelijks of geen bijdrage levert aan de oplossing van de woningnood in de kleine kernen.

De enige oplossing daarvoor is ningbouw op bescheiden schaal wodie in en afgestemd is op de bevoorziet van de plaatselijke bevolhoeften king.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 november 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

„Woning ja, woning nee

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 november 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken