Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ander vestigingsbeleid veehouderij Gelderland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ander vestigingsbeleid veehouderij Gelderland

GS akkoord met nota

5 minuten leestijd

ARNHEM — „Planologische beschouwingen over de intensieve veehouderij", over dit thema werd door Provinciale staten van Gelderland deze week uitvoerig gediscusieerd. In een lijvige nota geven Gedeputeerde Staten van Gelderland hun mening op welke wijze de problematiek rond de intensieve veehouderij in deze provincie dient te worden benaderd.

Samengevat komt men tot de volgende belangrijkste beleidsaanbevelingen, a. In agrarische gebieden van grote landschappelijke waarden dient de mogelijkheid tot vestiging van nieuwe agrarische bedrijven te worden uitgesloten, b. Voor agrarische gebieden van landschappelijke waarden willen GS volstaan om de bevoegdheid van b. en w. in het bestemmingsplan op te nemen om het plan te wijzigen voor de vestiging van nieuwe bedrijven, waarbij het criterium van de functionele gebondenheid en een landschapscriterium toetsnormen dienen te zijn. c. Voor gebieden waar reeds een grote concentratie van agrarische bedrijven aanwezig is kan het verantwoord zijn vestiging van nieuwe bedrijven geheel van te sluiten of slechts toe te laten in geval vn functionele gebondenheid in dat gebied, d. In verband met de belangen van landschap, natuur, recreatie en woonmilieu kunnen de agrarische bouwpercelen voortaan kleiner zijn dan in het algemeen, e. De situatie kan zich ook voordoen dat plannen omtrent woonbebouwing of recreatieprojecten moeten worden afgewezen omdat daardoor de agrarische belangen te zeer in de knel zouden geraken.

Kroonbeslissingen

Gedeputeerde Staten verwijzen in dit verband naar Kroonbeslissingen omtrent bestemmingsplannen van de gemeente Ammerzoden, Heerwaarden en Kerkwijk, waarbij in afwijking van provinciale beslissingen alsnog goedkeuring werd onthouden aan geprojecteerde woningbouw nabij een te handhaven boerderij. De aantasting van het landschap door gebouwen van de intensieve veehouderij dient te worden bestreden door normen in het bestemmingsplan omtrent maximale hoogte en door het aanbrengen van beplanting en door de projectie van de bouwpercelen.

g. Voor zones rond woon-, natuur- of recreatiegebieden kan vestiging van nieuwe agrarische bedrijven geheel worden uitgesloten eventueel met uitzondering van bepaalde milieuvriendelijke bedrijven, h. Indien door diverse regelingen de economische bedrijfsvoering onmogelijk wordt, bijvoorbeeld een bedrijf dichtbij een woongebied, dan zal gestreefd moeten worden naar aankoop van het bedrijf door de overheid.

Tijdens de discussies in de Staten hierover stelde de betrokken gedeputeerde mr. O. W. A. baron van Verschuer (CDA), dat men deze beleids aanbevelingen moet zien als richtlijnen voor de gemeentebesturen voor het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen. Op de toch wel ernstige kritiek op sommige onderdelen van de nota vroeg de gedeputeerde enige terughoudendheid. De gemeentebesturen blijven autonoom op het terrein van het maken van bestemmingsplannen. Zij moeten deze richtlijnen opvatten als service en een helpende hand van de provincie. Ze houden de bevoegdheid om hiervan af te wijken.

Betutteling
Dit werd fel bestreden door de afgevaardigde van de Boeren Partij de heer J. Linde. „Als de provincie deze nota aanneemt en ermee zitten", zo betoogde hij. Ook vond hij de nota veel te ver gaan in de betutteling van de rechten van de boer. ,,Alles wordt wel eventjes van boven afgeregeld, terwijl de boeren de oudste rechten hebben en het landschap gevormd hebben zoals het nu is", landschap aldus de heer Linde.

Forse kritiek had ook de heer J. G. van Anken (CDA) op de plannen van de provinciale overheid. Hij benadrukte dat van de ongeveer dertigduizend Gelderse landbouwers er twintigduizend zijn die een bedrijfsoppervlakte hebben van minder dan tien hectare. Het inkomen van deze boeren ligt veelal lager dan de CAO-lonen. ,,Uitbreiding van grondgebonden productie zou veelal niet mogelijk zijn. Daarom hebben zij, om niet beneden het bestaansminimum inkomen te geraken, hun heil gezocht in een vorm van intensieve veehouderij.

„Uitbreidingsmogelijkheden zijn er dan praktisch niet meer voor deze mensen als deze nota aangenomen zal worden", aldus de CDA woordvoerder. De heer J. van de Jagt (GPV) die ook namens de SGP-fractie het woord voerde wegens ziekte van de heren Kroon en Frens, had geen moeite om de niet grondgebonden intensieve veehouderij te weren uit landschappelijk fraaie gebieden. Wel vroeg hij zich af of reeds bestaande en eventuele nieuwe agrarische bedrijven zich wel naar de eisen van deze tijd voldoende kunnen blijven ontwikkelen. En waarom de agrarische bouwpercelen in de toekomst kleiner moeten worden. Dit dan zogenaamd in het belang van landschap, natuur recreatie en woonmilieu.

Moties

Er werden drie moties door Provinciale Staten ingediend, door de Boeren Partij, VVD en CDA. De motie van de Boeren Partij deed een dringend beroep op De Staten, om, niet in te stemmen met de omstreden wijzigingen in het voorstel van GS. En dat de landbouw zo weinig mogelijk hinderpalen in de weg moet worden gelegd als het gaat over uitbreiding en het stichten van agrarische bedrijven. Deze motie werd alleen gesteund door de driemansfractie van de8Boeren Partij en dus verworpen.

De motie van de VVD werd eveneens verworpen met 25 tegen 36 stemmen. Hierin vroeg de VVD-fractie om de sociaal-economische en maatschappelijke belangen van de agrariërs zwaar te laten wegen bij de wijzigingen van de richtlijnen voor de ruimtelijke ordening in het buitengebied.

Eén hectare

De derde motie, die van de CDAfractie, werd door de Staten aangenomen. Alleen BP en PPR stemden tegen. De essentie van deze motie is dat bouwpercelen van reële agrarische bedrijven zo mogelijk één hectare groot behoren te zijn en dat bouwpercelen van opgeheven bedrijven ten spoedigste uit het bestemmingsplan moeten worden verwijderd. Ook wil de motie de gemeentebesturen grotere bevoegdheid verlenen om op grond van artikel 11 van de wet op de ruimtelijke ordening, bouwpercelen toe te wijzen en vast te stellen.

Tenslotte namen Provinciale Staten de nota over de planologische aspecten over de intensieve veehouderij aan met alleen de stemmen tegen van BP en PPR. Dit betekent dat GS van Gelderland de gemeentebesturen in deze provincie, met inachtneming van de aangenomen CDA-motie, binnenkort nieuwe richtlijnen zal geven voor het maken van nieuwe bestemmingsplannen voor het buitengebied. Andere richtlijnen voor de vestiging van veehoudersbedrijven in Gelderland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 maart 1977

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Ander vestigingsbeleid veehouderij Gelderland

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 maart 1977

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken