Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ruzie in Europese raad over nieuw budget

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ruzie in Europese raad over nieuw budget

4 minuten leestijd

De Europese begroting voor 1978 zal in principe uitgedrukt worden in de nieuwe Europese rekeneenheid. Dat is een uit alle munten van de EG-landen samengestelde rekeneenheid, die voor Nederland neerkomt op ongeveer ƒ 3,-. De tot nu toe gebruikte rekeneenheid was uitgedrukt in goud en de waarde daarvan komt voor ons land neer op ongeveer ƒ 3,60. Het principiële besluit om voor de komende Europese begroting de nieuwe Europese munt te gebruiken is in Brussel door de Europese ministerraad genomen.

Verschoven

De oplossing van het moeilijkste probleem in verband met de rekeneenheid hebben de ministers echter verschoven naar oktober van dit jaar. Dan zal de raad, met unanimiteit, over de werkelijke invoering van de nieuwe Europese rekeneenheid (ere) moeten besluiten en dat zal een hard gevecht worden. Nu al staat vast dat het Verenigd Koninkrijk er zich met hand en tand tegen zal verzetten, omdat het gebruik van de ere dat land op een aanzienlijke verhoging van zijn contributie aan de EG kan komen te staan: sommigen menen zelfs een verhoging met zeventig procent.

Dagelijks

Dat komt als volgt: de nieuwe ere wordt (elke dag opnieuw) berekend aan de hand van de reële waarde van de munten van de negen EG-landen. Die muntwaarden zijn in de loop der jaren, afgemeten aan de oude rekeneenheid, aanzienlijk gewijzigd. Landen die hun muntwaarden zagen stijgen zullen het effect van die stijging merken bij de berekening van de nieuwe rekeneenheid. Nederland bijvoorbeeld moest tot nu toe bij zijn bijdrage aan het Europese budget, voor enkele rekeneenheid ƒ 3,60 betalen. In de toekomst zal dat ongeveer ƒ3,- zijn, zodat de „winst" voor de Nederlandse schatkist neerkomt op zestig cent per rekeneenheid, ofwel ongeveer achttien procent.

Omgekeerd

Voor landen die de waarde van hun munt zagen dalen (en die daling was aanzienlijk in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Italië) is het effect echter omgekeerd. In de nationale munt van die landen uitgedrukt, zal de nieuwe rekeneenheid veel duurder uitvallen dan de oude en dat betekent dat het aandeel in de EG-begroting voor deze landen, uitgedrukt in nationaal geld, aanzienlijk hoger zal uitvallen.

Verzet

Het Verenigd Koninkrijk verzet zich daar sterk tegen. Het beroept zich op een artikel in het toetredingsverdrag, dat zegt dat de EGbijdrage van de „nieuwe" lidstaten slechts geleidelijk aan mag stijgen. Alles goed en wel, zo luidt de redenering van de andere EGlanden, mar die bepaling heeft niets te maken met de uitholling van de waarde van munten van lidstaten.

Sommige deskundigen in Brussel zijn van mening dat dit debat eigenlijk een spookdebat is. Hun redenering luidt ongeveer als volgt: met ingang van komend jaar zal de gemeenschap over zogenoemde eigen middelen be^hikken. Die bestaan uit de opbrengst van douanerechten, heffingen en (maximaal) één procent van de I3TW-opbrengst in de lidstaten (voor volgend jaar is het 0,76 pet. van die BTW-opbrengst). Onder het eigen-middelensysteem doet het er niet toe hoe de waardeontwikkeling van nationale munten verlopen is.

De raad heeft in Brussel ook een delegatie van het Europees Parlement ontmoet, om over de begroting te spreken. Die parlementsdelegatie stelde dat het parlement, voor de EG-begroting voor 1978, prioriteiten legt bij het regionaalen het sociaal fonds, de energiesector en het industriebeleid. Het parlement, dat kennelijk de hand had weten te leggen op een document van de ambassadeurs van de lidstaten bij de EG (dat adviseerde fors in de begroting te hakken) was woedend. De EG komt geen stap vooruit, zo zei de Brit Scott Hopkins, die de parlementsdelegatie aanvoerde, als de raad steeds maar blijft kappen in de begrotingsvoorstellen van de Europese Commissie. Het antwoord van de raad luidde: in de eerste plaats zijn de bezuinigingsvoorstellen van de ambassadeurs nog maar voorstellen, waarvoor de ministers nog geen politieke verantwoordelijkheid hebben genomen en ten tweede: de commissie „maakt nooit haar begroting op", dat wil zeggen de gemeenschap houdt elk jaar geld over dat niet besteed wordt. Hoe kan men dan van de raad verwachten dat hij akkoord gaat met een begrotingsaanwas?

Afgezwakt

Dat alles nam niet weg dat de raad in de Europese begroting voor komend jaar (die ongeveer 36 miljard gulden omvat) toch fors aan het hakken ging. De EG-begroting voor het volgende jaar, die vergeleken met die van dit jaar een stijging vertoont van rond 22 pet., werd met ongeveer 2,8 miljard gulden (ofwel ongeveer 10 gulden per Europeaan per jaar) teruggebracht. Het laatste woord is daarmee echter niet gezegd, want dit najaar komt het Europese budget opnieuw in discussie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Ruzie in Europese raad over nieuw budget

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken