Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de kerkelijke pers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de kerkelijke pers

8 minuten leestijd

DE REFORMATIE

In „De Reformatie" onder de titel „Het blikkert weer... Mensenlevens niet geacht" een artikel over euthanasie.

„Euthanasie past men, tegenwoordig nog schoorvoetend, toe om een medemens te verlossen uit een zo geheten 'ondraaglijk' lijden zonder dat er nog uitzicht op genezing is.

De vraag moet rijzen: 'verlost men een ieder op deze wijze werkelijk uit een ondraaglijk lijden?' Zeer zacht gezegd betwijfel ik dat ten zeerste. De dood heeft niet voor ieder mens dezelfde betekenis. Voor de ene mens, de gelovige, is hij een 'afsterven van de zonde' en een 'doorgang naar het eeuwige leven'; voor de ongelovige daarentegen een gestort worden in de eeuwige dood. Welke laatste 'dood' niet is een beëindiging van alle levensfuncties. De 'wederkering tot stof is niet een definitieve vernietiging van het bestaan, want na het sterven bestaat de mens voort zonder einde.

Maar voor de één is dit voortbestaan wel héél iets anders dan voor de ander. Voor de gelovige — ik stelde het boven reeds — is het sterven het 'afleggen van het lichaam der zonde' en een doorgang naar een gloednieuw leven. Een leven, bruisend van geluk en arbeidsvreugde op een nieuwe aarde met de steeds presente aanschouwing van zijn Schepper en Herschepper. Voor de ongelovige daarentegen betekent de dood een eindeloos voortbestaan onder de volgroeide toorn van de Almachtige. In een oord waar de worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt'. (Marc. 9 : 44, 46, 48); een oord van 'tandengeknars en geween'. (Matth. 8 : 12; 13 : 42, 50; 22 : 13; 24 : 51; 25 : 30; Luc. 13 : 28).

Dat tweeërlei lot van de gelovige en de ongelovige is maar niet een soort folkloristisch gegeven, dat los staat van de werkelijkheid. Daarmee hield Christus Zich niet op tijdens Zijn verblijf op de Palestijnse bodem. Hij waarschuwde daarin een ieder op de meest ernstige wijze, opdat zij het 'goede deel' zouden kiezen. Vergelijk Christus' gelijkenis over 'de rijkaard en de deerniswekkende Lazarus' uit Luc. 16! Op deze werkelijkheid wordt in de hedendaagse discussie rondom de euthanasie zowat nimmer gewezen. Dat is een onbarmhartige zaak van de eerste orde.

Het is kortzichtig en getuigend van een verwaten hoogmoed, die de werkelijkheid van een leven na de dood ten enenmale negeert; terwijl toch heden ten dage miljarden mensen van zulk een leven overtuigd zijn; zij het dat veel heidenen daaraan op een alles behalve Schriftuurlijke wijze geloven.

Het kan dan ook alleen maar afgrijselijk ontnuchterend zijn, op het moment dat geen wederkeer meer mogelijk is, te ontdekken, dat tijdens het leven de verkeerde, tot de eeuwige pijniging voerende weg ingeslagen is. In het moment van het sterven zal dan ook voor velen een onvoorstelbaar, radicaal einde gemaakt worden aan een illusie, meermalen neergelegd in een zgn. 'levenstestament', dat men door een 'actieve euthanasie' denkt aan alle lijden een einde te maken".

---------------------------------------------------------------------------------

GEREFORMEERD WEERBLAD

Ds. L. H. Kwast in het „Gereformeerd Weekblad" (Kok) over dogma's.

,,Onze Gereformeerde Dogrnatiek is al net zo min als de Bijbel zelf uit de hemel komen vallen. Zoals er een geschiedenis is van Gods Openbaring tot de mens, zo is er ook een lange historie van ontdekkingen, of ook van progressie, in de ontwikkeling van het dogma in de Kerk.

Sommige kerkleden houden er, wat de leer betreft, wat naïeve gedachten op na. Er zijn er die de dogmatische wetenschap en de hele theologie alleen als een nodeloze beuzeling beschouwen, een overbodige luxe. In Nederjand konden ze hun geloof op een stuivertje schrijven: daar kon genoeg op! De oude Australische penny zou zé verlegen hebben gemaakt! ,,Als ik in de Here Jezus geloof en Hem liefheb, wat moet ik dan verder nog weten?" zo werd mij onlangs gevraagd. Blijkbaar hebben sommigen nooit begrepen dat ons weten bij de ontmoeting van Jezus pas begint, in plaats van: ophoudt! „Opdat ik Hem mag kennen...", zo zuchtte Paulus. Want: wie is Jezus? En: wat heeft Hij gedaan? En wat betekent Zijn komen voor mijn leven, voor Gods volk, de wereld en de grote toekomst?

Maar er zijn ook anderen, die schijnen te menen dat wij als calvinisten er een allerbizonderste Bizondere Openbaring op na houden. Wij geloven een heleboel waarheden. Alsof niet alleen het manna, maar ook de Dogmatiek van Bavinck uit de hemel is komen regenen! En pas op dat je de dingen nooit anders zegt dan ze vroeger aan ons geleerd zijn. Waarbij men zich niet bewust is van het feit dat er ook tussen de vaderen in het verleden aanzienlijke verschillen zijn geweest. Zelfs binnen het gereformeerde denken waren er verschillende scholen. Denk maar aan de internationale Synode van Dordrecht in 1618-19!.

Nu weet ik wel dat de mode van tegenwoordig er nóg weer anders uitziet. In de tegenwoordige kerk (ook bij sommige jongeren in Nederland) kun je kreten beluisteren die je zouden doen geloven dat er vandaag helemaal geen dogmatiek, zelfs geen vaste dogma's overgebleven zijn. Ik denk aan het bekende maandschrift ,,Voorlopig". Sommige artikelen daarin doen je aan een hedendaagse beeldenstorm denken!"

-----------------------------------------------------------------------------------

HERVORMD NEDERLAND


In „Hervormd Nederland" een beschouwing over de betekenis van bisschop Lefèbvre als scheurmaker.

„Is Lefèbvre met zijn ideeën dan een bedreiging van de kerk van Rome? Hij was zijn campagne gestart als een actie tot behoud van de mis volgens de oude liturgische gebruiken en in het Latijn. Maar al gauw bleek het om veel meer te gaan. In zijn boek, dat in 1975 verschijnt, getiteld ,,Een bisschop spreekt", valt hij het Tweede Vaticaans Concilie aan en noemt een reeks conciliedocumenten een aanfluiting van de kerkelijke traditie.

Zijn opvatting is dat de kerk met satan heult door een dialoog aan te gaan met andere christelijke kerken, met het jodendom, het communisme, het humanisme. Die ontwikkeling vindt in Lefèbvre's ogen haar oorsprong in liberale opvattingen die de kerk zijn binnengedrongen onder invloed van de Franse revolutie van 1789. Vrijheid, gelijkheid en broederschap leidde tot democratie, gewetens- en godsdienstvrijheid, verdraagzaamheid en dat alles is uit den boze. Als hij pleit voor het behoud van de kerkelijke traditie bedoelt hij: herstel van de kerk van de contra-reformatie.

Tot zover kan iedereen nog denken aan een binnenkerkelijke brand, waarbij de niet-roomse toeschouwers zich intussen heel wat interessante vragen en opmerkingen kunnen permitteren. Zal Lefèbvre's optreden leiden tot het eerste schisma in de kerk van Rome in meer dan honderd jaar? Het vorige schisma, dat hefcpntstaan van oud-katholieke kerken tot gevolg had, ontstond eveneens in het kielzog van een concilie: het Eerste Vaticaanse, en ook toen was het pauselijk gezag de inzet. En: krijgt Rome niet een koekje van eigen deeg als de rebellerende bisschop zich beroept op de onveranderlijkheid van de traditie die tot aan het jongste concilie een fundament van de officiële rooms-katholieke theologie was? Is Lefèbvre's optreden niet het te verwachten antwoord geweest op de hang naar zekerheid en rust, aan warmte en leiding, die door het vaak tekortschietend en weifelend beleid van de centrale kerkleiding onvoldoende zijn onderkend? De tragiek dat een man, die een straffe leiding van de kerk vraagt en door diezelfde leiding in de uitoefening van zijn ambt wordt geschorst is duidelijk.

Maar menigeen vraagt zich af waarom de ,,rechtse dissident" Lefèbvre eindeloos geduld van Rome mocht ervaren, terwijl bijvoorbeeld met de „linkse dissident" Franzoni, abt van het benedictijner klooster Sint Paulus buiten de Muren te Rome, die de kerkelijke leiding onder andere verweet dat ze zich schuldig maakte aan grondspeculaties, korte metten werd gemaakt: hij werd (zonder voorafgaande audiëntie bij -de paus) ,,tot de lekenstand teruggebracht".

Enquêtes hebben uitgewezen dat in Frankrijk één op iedere vier katholieken welwillend stond tegenover de opvattingen van Lefèbvre, en in Zwitserland deden hun geloofsgenoten daar nauwelijk voor onder. Nu staat de kerkelijke belangstelling van de Fransen niet zo erg hoog genoteerd. Maar hun stellingname inzake Lefèbvre is dan ook mede door andere motieven ingegeven. Hij wordt pok gezien als een advocaat van het behoud van de maatschappelijke verhoudingen. En niet ten onrechte.

Tijdens zijn toespraak in Rijssel zei hij duidelijker dan ooit tevoren in het openbaar dat zijn beweging wel degelijk ook politieke oogmerken had. Hij verwees prijzend als voorbeeld naar het regime in Argentinië (achteraf gezien zei hij: ik had ook Chili kunnen noemen) dat er iii geslaagd was rust en orde te herstellen. De door God gewilde orde in kerk en maatschappij, die door het 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' zijn verstoord, moeten immers hersteld worden.

Dus krijgt hij steun van de vele groeperingen, die de rangen en standen overeind willen houden omdat zij er belang bij hebben dat het eigendom en bezit blijven waar zij zijn: de sympathisanten met de oude ideeën van de Action Franvaise, maar ook de beweging „Christelijke beschaving" die aanhang heeft onder Italiaanse neofascisten, ,,Familie, eigendom en vaderland" die in een reeks Zuidamerikaanse landen conservatieven onder haar vaandel samenbrengt. Bovendien kan de bisschop rekenen op de steun van Franse en Italiaanse adel, van industriëlen en behoudende politiq, ook in de Verenigde Staten. Zij allen delen met de bisschop de afkeer'van iedere vorm van marxisme, zijn fanatieke afkeer van verandering; zijn dogmatische verering van het verleden.

Zo is hij de internationale 'antirevolutionair' geworden, die meer is dan een profeet van een religieus conservatisme. Het voertuig dat hij in beweging heeft gezet (hij is waarschijnlijk eerder voor de kar gespannen dan dat hij er de voorman van is) mag uit een kerkelijke stal komen, de lading is voor een belangrijk deel politiek-reactionair.'




Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Uit de kerkelijke pers

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken