Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lovend boek over de Betuwe en haar landschappelijk schoon

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lovend boek over de Betuwe en haar landschappelijk schoon

Land van boomgaarden, intieme dorpjes en oude verhalen

7 minuten leestijd

over het Oranje-stadje Buren, het kasteel Doornenburg, over Culemborg waar de reformatie vaste voet kreeg, over het open Godshuis te Hemmen en over Andelst, Dodewaard en Echteld waar kerkmuren geschiedenis maak

Legenden

Hij schrijft niet alleen over de feitelijke historie van het Betuwse landschap, maar gaat ook in op het bijgeloof dat hier en daar nog heerst en over de legenden die worden aangetroüfen. Soms zijn het zelfs hulpmiddelen om oude geografische toestanden te achterhalen.

Eén van deze legenden willen we de lezer niet onthouden. Zo bestaat er een verhaal over Lede, de mysterieuze jonkvrouw uit het silva (bos) Hrenhem (Rhenen), dat voorkomt in een oorkonde uit 855. Altijd meende men dat het Stichtse Renswoude dat Rhenense woud zou zijn geweest. Een oudere naam evenwel was Rijnreaardt. Als er in de oorkonde van 855 sprake is van het recht tot hoeden in dit silva Hrenhem, dan volgt al spoedig een oorkonde van de zijde van de Hertog van Gelre voor diezelfde streek ook hetzelfde recht behelzende. Het nauwe gedeelte tussen Rhenen en Ochten was in vroeger tijden doorsneden met kreken en dus het milieu bij uitstek voor eikenbossen, Het hoeden van varkens in deze bossen is dus zeer begrijpelijk: de gevallen eikels.

Marsch en Lede
De legende van Lede wijst naar het beboste gebied van wat nu de Marsch, Lede en de Oudewaard zijn. „Tussen Rijn en Waal in de omgeving van Kesteren lagen uitgestrekte bossen. Nooit zette iemand daar een voet en het was er zo geheimzinnig dat men er slechts fluisterend over sprak. Deze toestand heerste al eeuwen. Aan de bosranden woonden op terpen wat boeren en een enkele jager of visser. Die mensen vertelden dat ze wel eens een blinkend wit hert gezien hadden. Maar bejaagd werd het nooit. Het volk geloofde dat er dan een groot onheil zou volgen.

Niet ver daar vandaan woonde een oude ridder wiens zoon ter kruisvaart was geweest. Toen de jonker teruggekeerd was, werd een groot feest gehouden. De jonkvrouwen keken met welgevallen naar die rijzige jonge man, maar het liet hem koud. Ve wijnkroes ging rond en men danste tot .iaat in de nacht. Eén van de genodigden sprak tenslotte over dat mysterieuze hert. De jonker wilde met een grote groep dan toch wei eens dat woud intrekken. Neen, doden zouden ze dat hert niet; alleen maar ontmoeten.

Kasteel

Géén van de jonkers durfde het aan. „Dan ga ik maar alleen", zo besloot hij en met schrik zag men hem na. „Wat een bange hazen" riep hij nog schamper en verdween in de donkerte van het bos en hakte zich in het onderhout een pad, net zolang tot het hem toescheen dat het wat lichter werd. Toen kwam het witte hert op hem af, ASNHCM NIMEGEN bleef Staan en keerde terug. De jonker zag het wildspoor en volgde dit. Op een open plek stond een eenzame hut met daarnaast een schone jonkvrouwe die op een omgevallen boomstam zat. Zij vertelde dat ze gevangen werd gehouden door een rijke, maar boze man. die met haar wilde trouwen. Door haar weigering werd ze steeds van haar ouders verstoten, maar het hert trachtte steeds een moedige jonge man naar de hut te lokken. Ze zei dat ze Lede genoemd was en naar die naam noemde de jonker het kasteel dat hij voor zièh en zijn bruid liet bouwen".

Tot zover de legende over het ontstaan van het huis ter Lede, eens een heel ander veihaal over de Betuwe dan de bekende folderpraatjes over het rivierenlandschap met zijn kronkeiweggetjes.

Kastelenkerkhof

Overigens gaat De Kleuver versciiillende malen in op het feit dat de Betuwe wel een kastelenkerkhof wordt genoemd. Tussen de rivieren hebben in vroeger tijden vele huizen en kastelen gestaan, waarvan er het grootste deel is verwoest.

Het boek bevat niet alleen historische verhalen. Het is een op het eerste gezicht onsamenhangend geheel van vertellingen, die één ding gemeenschappelijk hebben: het gaat over de Betuwe. Zo wordt ook het land van de Linge beschreven, het natuurreservaat „De Kleiput van Buren", waar nog wilde orciiideeën te vinden zijn en de wilde flora van de Betuwse lente.

Lyrisch

Haast lyrisch wordt de schrijver als hij zün indrukken weergeeft van de Waal — „keizer in het landschap" — of bijvoorbeeld van het groeien van een regenbui in de lente. „Juist op de Rijnbrug beleefden wij nog meer dit vreemde en wonderlijke van «iheilspellende grauwheid aan de ene kant en een wereld die in het westen nog juist baadde in een glimp van zonlicht, 't Was of de brug het land in tweeën deelde. Pik en pikzwart werd het in het oosten met van die onheilspellende geeigrauwe nuances of daar onheilskoper zou gaan trompetten. In het westen een zilverige sfeer; heel fijntjes en ongemeen zachtmoedig". In een dergelijke trant vertelt De Kleuver over de wijze waarop hij een gebeuren of een wonder van de natuur ondergaat.

Soms komt dat wel eens wat gemaakt of overdreven over. We moeten echter niet voorbijgaan aan het feit dat de schrijver werkelijk is bezield door de Betuwe. Hij laat daarover zelf geen misverstand, bestaan en spreekt over „één loflied op de Betuwe".

Slechts af en toe levert hij kritiek op de manier waarop met de natuur wordt omgesprongen, zoals bij de Burense kleiputten. Hü gaat fel tekeer tegen de fouten die zijn gemaakt door de overheid (en nog worden gemaakt) met betrekking totde flora daar.

Betttwnaar

In zijn gehele bock blijft De Kleuver, eetder schrijver van de bundel „Van heuvelrug en Eemvallei" (over Zuidoost-Utrecht), — ondanks zijn grondige kennis van het gebied — de veldbioloog die heter kan schrijven over planten dan over mensen. Afgezien van de historische verhalen komen de bewoners van de Betuwe, die het landschap toch hebben gemaakt tot wat het nu is, er maar bekaaid af. Slechts enkele malen noemt hij trekjes van de Betuwnaar, zoals in het hoofdstuk „Herfst in 't wijde Betuwse land": „Je moet ze kennen, die joviale en open mensen van het groene land. Vooral van die van de Midden-Betuwe die houden van een babbeltje, geleund over een landhek en "t hoeft niet altijd over koeien en bieten, over de slechte 't en de zomerse droogte te gaan". Toch is dit voor de lezer niet voldoende om de Betuwnaar te leten kennen.

IJstiJd

Kritische kanttekeningen moeten we ook plaatsen bij zijn verklaringen van het ontstaan van de Betuwe, waarbij — uiteraard zouden we bijna gaan zeggen — weer de Ustijd ter sprake komt en wordt gerekend met honderdduizenden jaren, iets wat in volstrekte tegenstelling is met de Bijbel.

Tolerant?

Hoewel De Kleuver goed op de hoogte is van het protestantisme en het calvinisme in de Betuwe en dit ook respecteert, zijn zijn benaderingen niet altijd even juist. Als hij verhaalt van het kerkje van'Hemmen, waar nog een namenlijst van geestelijken van vóór de Reformatie hangt, spreekt lijj van „de vrucht van een tolerante houding" van het geslacht dat dit kerkje vroeger bezat. „In geen enkele voor de Protestantse eredienst ingerichte kerk trof ik dit ooit aan", aldus De Kleuver. Hij beschuldigt hiermee het protestantisme er van fout te zijn geweest de tekenen die aan het Rooms-Katholicisme herinnerden te hebben verwijderd.

Gezellig

Voor het overige is zijn boek zeer lezenswaard, voor een ieder die belangstelling heeft voor de Betuwe en alles wat daarmee te maken heeft. De Kleuver is inderdaad — zoals op de achterkant van het boek wordt beweerd — Het Kasteel Waardenburg waar omheen ook talloze legenden zijn «w» weven in de loop der eeuwen. vaak goed op dreef en kan gezellig vertellen. Hij maakt een ander graag deelgenoot van zijn ontdekkingen die hij heeft gedaan op zijn speurtochten door het Betuwse land. Het boek is verlucht met een aantal pentekeningen van de schrijver en een vijftiental foto's die bij de verhalen behoren.

De prijs zal evenwel voor velen belemmerend werken, want de op gewoon papier gedrukte pocketuitgave kost maar liefst ƒ 16,50. N.a.v. „De Betuwe" door Adriaan P. de Kleuver; 169 bk., prijs ƒ16,50. Uitgeverij Zomer en Keuning in Wag»> ningen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 augustus 1977

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Lovend boek over de Betuwe en haar landschappelijk schoon

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 augustus 1977

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken