Enter^ dorp van ganzen^ klompen en zompen
Ondernemende handelsgeest bron van rijke historie
ENTER — Aan het einde van de moderne E-8 ligt liet oude dorp Enter. Een plaatsje met een boeiend verleden. Een verleden dat zeker al dateert vanaf de zesde eeuw. Uit die tijd bestaan namelijk bodemvondsten, zoals een urn en twee broches van brons. De geschreven geschiedenis van het dorp begint in 1188. Op een document wordt Enter in één adem genoemd met Rijssen: „Item in parochia Risnen, Curia Entheren". Enter was toen echter niet veel meer dan een zanderige heuvel in een groot moeras.
Historische merkwaardigheden zijn vaak het gevolg van geografische omstandigheden. Dat blijkt ook uit de geschiedenis van Enter. Er was niet veel cultuurgrond en ontginning was niet mogelijk. Men kende toen nog niet de moderne afwateringstechnieken en het gebruik van kunstmest. Voor de bewoners van Enter zat er niets anders op dan naar andere middelen van bestaan te zoeken. De geografische omstandigheden heeft men toch weten te gebruiken. Dicht langs het dorp stroomt het riviertje de Regge. Gezien de slechte toestand waarin de wegen in die dagen verkeerden was het vervoer van produkten daarover zeer moeilijk. 2Moende zocht men het maar bij het gebruik van de waterwegen. De Entersen legden zich toe op de vervaardiging van schepen die via de Regge bijna alle binnenwateren konden bereiken. Men waagde zich zelfs met deze schepen op de toenmalige Zuiderzee!
Zodoende kwamen er in Enter veel scheepswerven waar de schepen, die men „zompen" noemde, van stapel liepen. De naam Schuitemaker is nu nog een bekende naam in Enter. Helaas is er geen gaaf exemplaar van deze schepen bewaard gebleven. De schepen waren een prachtige staaltje van vakmanschap. Het geheel was aangepast aan de wisselende waterstanden. Hij mocht niet te veel diepgang hebben maar toch moest men de scheepslast hoog op kunnen stapelen. Vaak heeft men geprobeerd deze schepen na te bouwen maar het ,,geheim van de smid" bleef in Enter goed bewaard, gj. j^^gg golfslag of hoog water hield men het water buiten boord door hoge zijboorden op te zetten. Ook gebruikte men deze boorden om ver vóór het schip een wand in de rivier te bouwen om zodoende het water waarin de bot«n lagen op te stuwen. Wanneer het water hoogte bereikt had, haalde men de wand weg. Door de kracht van het vallende water kon men dan weer een heel eind verder varen.
Ganzenhandel
Andere bewoners uit Enter legden zich weer toe op de handel in ganzen. Voojral Engeland was verzot op het zachte dons. Een aantal Enterse families hield het monopolie van deze handel in handen. Knechten gingen de boer op, om een groot aantal ganzen te verzamelen. Oude (helaas onscherpe) foto's tonen ons een verzameling ganzen die op de Brink bijeen waren gedreven. Men ging met deze koppels van soms 5000 stuks op pad, lopend naar Arnhem om ze daar per trein naar Rotterdam te vervoeren. Vandaar werden ze per schip naar Engeland gebracht. De Entersen begeleidden hun ganzen tot in Engeland toe! In 1886 werden er zo'n 30.000 ganzen verhandeld. Toen de drassige gronden verdwenen, was het met de ganzenhandel ook min of meer gedaan.
Klompen
Inmiddels waren anderen begonnen uit het ruimschoots aanwezige wilgenen populierenhout, klompen te maken. Het aantal klompen dat in Enter werd vervaardigd is zeer aanzienlijk. Bij duizenden paren gingen ze naar elders, vooral naar Friesland. Deze werden dan vervoerd met de zomp, zodat ze er nog meer aan verdienden. Tot aan de Tweede Wereldoorlog had bijna elk huisje in Enter zijn eigen bedrijfje. Het hele gezin werkte mee om al die klompen met de hand te maken en eventueel te beschilderen. Later is deze klompenmakerij gecentraliseerd in enkele bedrijven die nu nog honderden paren per dag produceren. In 1947 registreerde men in Enter nog 300 klompenmakers.
Pastorie
Over de kerkelijke historie van Enter zouden heel wat kolommen geschreven kunnen worden. In oude kerkboeken komen veel bijzonderheden aan het licht. Men leest er de armoede van die tijd uit en het vele leed van hen die aanklopten bij de pastorie oiii hulp. Velerlei mensen van allerlei slag kwamen terecht in Enter. Om maar een greep te doen: „Franse gevangenen van de galleyen, een vrouw voor de vyanden ^van al 't hare beroofd, een wachtmeester die sijn hand in de oorlog verlore hadde, een doeminys vrouwe uit de Palts (Did, red.), twee slaven die de tong was uytgesneden", enz. enz.
Die pastorie was er niet zomaar gekomen. Dat had de gemeente heel wat moeite gekost. In Enter was voor de Reformatie wel een kapel maar de Spanjaarden en Berend de Koedief (Bisschop van Munster) hadden er voor gezorgd dat de kapel verwoest werd en de klokken meegenomen. Na de Reformatie moest Enter in Rijssen ter kerke. Dat was anderhalf uur gaans, tenminste als de weg het toeliet. Zo groeiden de kinderen (volgens kerkeraadsnotulen) op als „wilde wou- • dezels". Een verzoek aan het ridderschap der Steeden om een eigen kerk te stichten werd afgewezen. Die zaten midden in de Spaanse Successieoorlog (1702-1711) en stonden wantrouwig tegenover de beschikbare flnanciële middelen. Maar drost Ripperda stond achter het voorstel en ook de classis Deventer gaf haar steun.
Subsidie
De Staaten verleenden een subsidie en zo kwam er toch een eigen kerk. De eerste predikant was ds. Andreas Marcelli, die in 1708 zijn intrede deed. In de loop der jaren werd de kerk door ,een brand zwaar beschadigd en moest bij andere gemeenten aankloppen om geldelijke steun. Ook deed men een beroep op Classis en Synode. Al met al ENTER Een oude boerderij te Enter, die thans midden in het dorp staat. lukte het de Entersen toch om hun kerkgebouw weer te herstellen.
Afscheiding
De schippers van de Enterse zompen kwamen overal en hoorden wat er elders gebeurde. Zo waren ze ook goed op de hoogte van de kerkelijke ontwikkelingen. Vandaar dat het niet lang duurde of Enter kreeg ook te maken met de Afscheiding, Op 1 januari 1840 verklaarden de ouderlingen en diakenen van de afgescheiden gemeente „dat zij de artikelen van de geloofsbelijdenis, de catechismus en Dordtsche Leerregels in overeenstemming achten met de Bijbel. Dat zij deze leer zullen leren en alle dwalingen zullen verwer-Ipen en bestrijden". ;
Dertien personen ondertekenden de!^ verklaring en zo ontstond de nu nog" aanwezige Gereformeerde kerk ontstaan met een kerkje aan de Dorpsstraat. Dit gerestaureerde kerkje doet thans dienst als zakenpand. In 1926 werd er aan de Rijssenseweg een nieuw kerkgebouw gebouwd. De Gereformeerde Gemeente is gevormd uit een groep, die zich afscheidde van de Hervormde kerk. Dit gebeurde in 1931. Het echtpaar Evers schonk grond waarop een houten kerk werd gebouwd' (zoals ze pas meldden wordt er nu een stenen kerkgebouw voor in de plaatsl gezet). Na de oorlog '40-'45 institueer'de ds. Honkoop uit Rijssen, de Enterse^ gemeente als zelfstandig. Tot dan" hoorde men nog bij Rijssen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977
Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977
Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's