Bekijk het origineel

Overheidsbeleid beslissende factor bij energievoorziening

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Overheidsbeleid beslissende factor bij energievoorziening

Shell Èrochure vooruitzichten voor de toekomst

8 minuten leestijd

De energievoorziening en alles wat daarmee samenhangt wordt meer en eer een zaak van vitaal belang. Van alle kanten wordt erop aangedrongen zo zuinig mogelijk met energie om te gaan en het zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Vooral door de gebeurtenissen van de laatste jaren (o.a. de oliecrisis) is dit vraagstuk steeds dichterbij gekomen.

In een onlangs door de Shell gepubliceerde brochure wordt een overzicht gegeven van de ,,vooruitzichten voor de energievoorziening", met allereerst een schets van de huidige situatie. Maar het gaat er hier voornamelijk om, wat de vooruitzichten zijn voor de toekomst.

De inhoud van deze brochure is gebaseerd op het rapport van de Werkgroep Alternatieve Energie Strategieën (WAES), getiteld: „Energie: Toekomstbeeld voor de jaren 1985—2000". Aan dit internationale projekt namen 75 deskundigen uit allerlei landen deel. Het doel van de WAES is; het bestuderen van een aantal toekomstmogelijkheden of draaiboeken, gezien tegen de achtergronden van belangrijke invloeden op de wereldenergie( voorziening). wanneer de olieproduktie verdere beperkingen opgelegd zal worden. Nog een belangrijk nadeel is, dat de tijd die beschikbaar is om over te schakelen op alternatieve energiebronnen, aanzienlijk wordt verkort.

Zelfs wanneer de overheid een krachtig beleid voert ten aanzien van de energiebesparing, zal de vraag blijven groeien. In deze groei zal steeds meer door alternatieve

Voor de periode tot 1985 zijn de voornaamste van deze factoren: de groei van de wereldeconomie (sterk of zwak), de olieprijzen (stijgend, constant of dalend) en het nationale beleid op het gebied van de energiebesparing en -voorziening. Voor de jaren 1985—2000 zijn volgens WAES de voornaamste variabelen: de economische groei, de energieprijzen (stijgend of constant), de bruto vermeerdering van de wereldoliereserves (10 of 20 miljard barrels per jaar), het olieproduktieplafond van de OPEC-landen (40 of 45 miljoen barrels per dag) en de keuze van de voornaamste vervangende brandstof (steenkool of kernenergie). Hierbij wordt dan uitgegaan van een krachtig nationaal beleid. Het verschil tussen de draaiboeken van WAES en van Shell International is, dat de WAES kon terugvallen op het werk van nationale teams uit de dertien belangrijkste energieverbruikslanden, terwijl de Shell Internationaldraaiboeken werden samengesteld na bestudering van de voornaamste marktsegmenten op wereldbasis. Het opvallende is echter, dat de uitkomsten van beide draaiboeken grote overeenkomst vertoonden. energiebronnen moeten worden voorzien, om zodoende olie te reserveren voor die gevallen waar geen andere vorm van energie toegepast kan worden.

Er moet, volgens WAES, zeer snel een begin gemaakt worden met het ontwikkelen van alternatieven, daar Conclusies dit proces wel zo'n vijf tot vijftien jaar in beslag kan nemen.

Enkele belangrijke coiKlusies die de WAES getrokken heeft zijn: Vóór het jaar 2000 — mogelijk al tussen 1985 en 1995, zal de olievoorziening de groeiende vraag niet meer bij kunnen houden. Het tekort zal nog eerder ontstaan.

Elektriciteit, opgewekt uit kernenergie, zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de wereldenergievoorziening. Er zijn echter nogal wat bezwaren tegen deze vorm van energieopwekking, die dus eerst uit de weg geruimd moeten worden.

Ook steenkool zou in de toekomst een flinke bijdrage kunnen leveren aan de energievoorziening. Maar om van de talrijke steenkoolreserves profijt te kunnen trekken, is een actief ontwikkelingsprogramma noodzakelijk.

De aardgasreserves zouden eveneens ruimschoots in de vraag kunnen voorzien, hoewel de transportsystemen hiervan wel flinke kosten met zich meebrengen.

Fossiele brandstoffen zoals, teerzanden, zware olie, leisteenolie enz. zijn in ruime mate aanwezig maar zullen vóór het jaar 20(X) slechts een zeer In Duitsland heeft men proeven genomen met zgn. zonnecollectors, die op daken van zwembaden en scholen geïnstalleerd zijn. Het is de bedoeling dat de collectors voldoende energie leveren om het zwemwater te verwarmen en de temperatuur aangenaam te houden. kleine bijdrage kunnen leveren aan de totale energievoorziening. Dit is eveneens het geval met zich „vernieuwende" energiebronnen, zoals zonne-energie, wind- en golfkracht. Gezien de kritieke onderlinge afhankelijkheid van landen op het gebied van energie is intematitnale samenwerking in de toekomst een eerste vereiste.

Verwacht wordt dat de totale vraag naar energie in het jaar 2000 tussen 160 en 207 miljoen barrels olie-equivalent per dag zal liggen. In 1972 was dit nog 81 miljoen barrels per dag (1 barrel = leOHter).

De groei in de vraag naar energie zal achterblijven bij de economische groei, als gevolg van een verzadigingseffect dat optreedt in de het verst gevorderde economieën en ook door een efficiënter gebruik. Ondanks dat zal het gemiddelde energieverbruik per hoofd van de bevolking toenemen volgens WAES-draaiboeken, zelfs wanneer er wordt uitgegaan van een geringe economische groei. De ontwikkelingslanden zullen naar verwachting een snellere groei van het verbruik te zien geven, waarbij hun aandeel in de wereldvraag zal stijgen tot 25% in 2000 (15% in 1972).

De groei in de vraag naar energie is uiteraard van verschillende factoren afhankelijk. Door o.a. een tragere bevolkingsaanwas zou de vraag minder kunnen worden, terwijl andere invloeden, (zoals ruimere woningen en meer comfort) het tegenovergestelde zouden bewerkstelligen.

Zuiniger

Van alle mogelijke alternatieven zou een zuinig energiebeleid wel eens het beste kunnen zijn, aldus WAES. Uiteraard heeft het ene land hier meer de gelegenheid voor dan het andere, maar een feit is, dat in vrijwel alle gevallen de werkelijke energiebesparingen minder zijn dan wat mogelijk is.

Het overheidsbeleid is wat dit betreft een beslissende factor. De eerste stappen zijn reeds genomen door regeringen en consumenten, maar gezien het grote aantal individuele consumenten en de lange levensduur van energie verbruikende apparatuur, moeten snel ingrijpende maatregelen worden genomen, willen de besparingen van enige betekenis zijn.

Na allerlei berekeningen op het gebied van olie-reserves, produktiecapaciteit e.d. kwam de WAES tot de conclusie dat de wereldolieproduktie ergens tussen 1985 en 1995 een piek zou bereiken.

Wanneer we ervan uitgaan dat de landen buiten de OPEC geen produktielimiet toepassen, dan komt dit erop neer dat de wereldolieproduktie tot aan het jaar 2000 op hetzelfde hoge niveau zal blijven, voordat technische beperkingen in het begin van de volgende eeuw een daling in de produktie zullen veroorzaken.

Aardgas

Voor het verwarmen van woonhuizen en kantoren en voor bepaalde industriële toepassingen is aardgas een zeer geschikte oplossing — het is een schone en gemakkelijke brandstof. De vraag hiernaar zal deze eeuw waarschijnlijk niet het punt van verzadiging bereiken. Oorzaken hiervan zijn: de toenemende bevolking en een stijgende levensstandaard. Transport vormt het voornaamste technische element in de ontwikkeling van de toepassing van aardgas. Dit komt doordat veel van de belangrijke reserves op grote afstand liggen van de voornaamste afzetgebieden. Terwijl in het verleden aardgas voor het merendeel via pijpleidingen over land werd vervoerd, hebben we nu het alternatief van vervoer per schip. Deze laatste manier vergt echter wel grote investeringen.

Steenkool

In vele delen van de wereld bevinden zich grote hoeveelheden steenkool (in totaal 700 miljard ton). Het is minder schoon en gemakkelijk dan olie, gas en elektriciteit zodat haar aandeel in de industriële en huishoudelijke sectoren danig is teruggelopen. Wel wordt het gebruikt bij krachtcentrales en in de staalindustrie. Uiteraard is het bij het gebruik van steenkool erg belangrijk dat de milieunormen in acht worden genomen. B.v. door de toepassing van steenkool te beperken tot een klein aantal industriegebieden zou men het probleem van de milieuverontreiniging de baas kunnen blijven. Vooral wanneer de steenkool omgezet zou worden in vloeibare of gasvormige brandstoffen, zou het gebruik hiervan reeds vóór het jaar 2000 grote invloed kunnen hebben op het wereldenergiepatroon.

Kernenergie is een krachtbron die zowel enorme mogelijkheden biedt als grote problemen. Een aantrekkelijke kant is namelijk, dat het betrekkelijk goedkoop is. Aan de andere kant zijn er, althans volgens velen, grote bezwaren aan verbonden, zoals radioactiviteit en de verspreiding van kernwapens.

Uit de analyse van de WAES kan men opmaken dat de uitbreiding van het aantal kerncentrales deze eeuw zou kunnen worden verwezenlijkt voor wat betreft de beschikbaarheid van uranium, fysieke hulpmiddelen en andere bronnen. Kernfusie zal echter naar verwachting vóór het begin van de volgende eeuw nog geen bijdrage leveren tot de wereld-energievoorziening.

Zoals eerder opgemerkt, zijn andere energiebronnen zoals zware olie, teerzanden en olieleisteen overvloedig aanwezig, maar de huidige produktie is nog zeer gering. Er zijn grote investeringen voor nodig en de milieupwg blemen zijn aanzienlijk. .'-si. De enige zich vernieuwende energi^-* bron die wél een rol van betekenis speelt, is de elektriciteit uit watëïij kracht. In de geïndustrialiseerder lan^ den worden alle mogelijkheden hièji van al intensief benut. Er wordt dos geen stijging in het verbruik verwacfit, wat bij de ontwikkelingslanden \V^ het geval is. - • Geothermische energie wordt vèfe kregen uit natuurlijke stoom of uit heet rotsgesteente. Vooral die gesteend ten zouden in de toekomst van groot belang kunnen worden, maar de hiefvoor benodigde technologie staat no|f in de kinderschoenen. Ook zonne» energie, wind- en golfkracht zouden een grote rol kunnen gaan spelen, maar het probleem is dat er erg hoge investeringen mee gemoeid gaan.

Volgens de WAES is het dringend noodzakelijk dat aan de ontwikke's ling van deze alternatieve energiesystemen de hoogste prioriteit gegeven wordt. Dit is vooral belangrijk met het oog op het feit dat het gebruik van kernenergie en steenkqöl in de loop van de 21e eeuw wordt beperkt in verband met veiligheids- ra milieu-overweging;en. "^ De kosten (dat is iets anders düi prijzen!) van de verschillende soort;^ energie variëren sterk naar gelang va» de kwaliteit en de vindplaats. B.v. vflji ruwe olie: uit het Midden-Oosten zijn de kosten veel lager dan uit andèwt vindplaatsen (b.v. Noordzeevelden). Ook als gevolg van b.v. verschillen-ih inflatietempo kunnen de kosten oy^r langere tijd ook aanzienlijk verschillen. Het is wel duidelijk, dat er op K gebied van de energievoorziening nog heel wat problemen, maar gelukkig ook veel mogelijkheden zijn. '-'^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1977

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Overheidsbeleid beslissende factor bij energievoorziening

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1977

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken