Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Door het duister tot het Licht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Door het duister tot het Licht

7 minuten leestijd

„En als de zesde ure gekomen was, werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe". Markus 15:33

Wat is toch de bijzondere reden, dat de Vader der Lichten, Die een ontoegankelijk licht bewoont, alle schijnsel midden op de dag intrekt, zodat de nacht volkomen wordt? Waarlijk, de oorzaak van deze schrikwekkende duisternis is bij de mens, bij u en bij mij, te zoeken. Deze duisternis wordt bij ontdekkend licht des Geestes gekend als de totale doodsnacht, waarin wij onszelf in Adams zondeval gebracht hebben en volkomen gebonden hebben in de macht der duisternis.

Duistere machten heersen over en in de mens. Toen Judas uitging was het nacht. Toen de Borg Jezus Zich binden liet, sprak Hij: „Maar dit is uw ure en de macht der duisternis". O, ontzaggelijke duisternis van binnen, waar alle zuivere Godskennis is uitgeblust in totale blindheid en dodelijke vijandschap! En even aangrijpend is de duisternis, die de aarde bedekt en donkerheid over de volken.

En wanneer daar door een vrijmachtige Godsdaad in ons leven geen verandering in komt, dan zinkt de mens weg, vervreemd van God, in 's afgronds donkere nacht. En dat is de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn en knersing der tanden. De duisternis die over Golgotha, ja de gehele aarde voltrokken wordt, is één aanschouwelijk beeld van het land van de schaduw des doods en van het geslacht der mensen, dat naar recht in de eeuwige nacht moet wegzinken. Want wij hebben allen de duisternis liever gehad dan het licht. Zo hebben u en ik de Heere der heerlijkheid smadelijk verworpen: „Weg met Dezen, kruis Hem, kruis Hem!"

Op Golgotha, als de zon op 't hoogst staat, daalt de Borg Jezus af In die ontzagwekkende duisternis van de Godsverlatenheid. Wij moeten ogen des geloofs ontvangen om dit te zien. En de in zichzelf blinden zullen het zien en ook hier weiden met een verwonderend oog.

Want God uit God, Licht uit Licht, Die het Leven en het Licht der mensen is, gaat onder in de zwartste nacht van het drievoudig oordeel des doods. Gods rechtvaardigheid eist van Hem, plaatsbekledend voor al de Zijnen, de volle betaling, de voldoening aan Gods geschonden Deugden. En de Zon der gerechtigheid gaat bloedrood onder in de nacht van het Godsgericht.

Eeuwige liefde van deze Schoonste der mensenkinderen om Zijns Vaders eer, die Hij niet geroofd had, weder te brengen tot volle luister en eeuwige glans! En dat om hellewichten door eigen schuld, te roepen door Zijn Geest uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht.

De aarde wordt in het duister gehuld, maar 't is om onzentwil dat de vloek gekomen is. Mensen rouwen over deze zaken niet meer. Dan zal de onbezielde natuur in 't zwart gaan: „Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt en wordt zeer woest, spreekt de HEERE"; (Jer. 2) want God verbergt in toorn Zijn aangezicht. Leerden wij reeds in het zwart gaan, door rouw bezweken, onder de verberging van Gods aangezicht, zoveel bitterder dan de dood?

In die drie uren heeft Christus gezwegen. Pas aan het eind, ter negender ure heeft Hij geroepen: Mijn God, Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten? Hoe heeft Hij gezwoegd, gestreden en geleden in die duisternis! Neen, die duisternis had niet als reden om de gloed van de zonnestralen te weren van Zijn door koorts gefolterde lichaam en enige koelte te verschaffen.

Neen, onder de verberging van 's Vaders vriendelijk aangezicht daalde in volle zwaarte de hitte van Gods gramschap op Hem neer, Die daar hing in volslagen eenzaamheid.

O dood'lijk uur!

Wat hitte doet mij branden.

Mijn hart is week en smelt in d'ingewanden

Als was voor 't vuur.

Toen drukte de loodzware duisternis van de hel op Hem, in de plaats van Zijn uitverkorenen. Alle duistere hellemachten wierpen zich op Hem. De Rechter deed alle ongerechtigheid op Hem aanlopen en Hij werd hellediep neergedrukt! Daar leerde onze ziel het diepste rouwklagen over onze zonden. Wie zal nog spotten met de toorn van de Eeuwige? Eer dat God de zonden ongestraft liet, heeft Hij die gestraft aan Zijn lieve Zoon.

En Hij zweeg. Hij heeft God God gelaten. Hij schreef Gode geen ongerijmdheid toe. Hij was met Gods wil verenigd. Dit zal Hij aan duisteriingen toepassen. Dat zijn erfgenamen des hemels wandelend in de duisternis en die maar geen licht hebben.

Maar Gode zij eeuwig dank: hier was Zijn ingang in de duisternis, hier is Zijn doorgang door de duisternis, hier is ook Zijn uitgang uit de duisternis tot zaligheid van gans verlorenen.

„Tot de negende ure toe." In deze drie uren is het eeuwig doodsterven samengeperst. Want de Eeuwige Zelf doorleed de eeuwigheid. De Borg Jezus is opgeklommen uit die duisternis en wel op de ure van het avondoffer, om drie uur 's middags. Met een grote stem klonk Zijn avondgebed ten hemel: „Eloi, Eloï, Lama Sabachtani!" In het Aramees, de bekende taal van die dagen.

Hij viel niet van God af, maar Hij viel God toe, ja, omhelsde de Hemelrechter ten goede van de Zijnen. Maar dan ook breekt het licht weer door in Jezus' reine Middelaarsziel, over Golgotha, ja over de ganse aarde. Opdat de Kerk zal leren: „Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid; des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich."

Nu zullen zondaren uit de ganse wereld getrokken worden uit de duisternis. De schaduw van de dood zal wijken. Hoe donker ooit Gods weg moog' wezen en hoevele de dagen der duisternis voor Gods kinderen ook zijn zullen: „den oprechte gaat het licht op in de duisternis." Eenmaal zal voor de Bruidsgemeente het volle licht opgaan over Gods heilige, wijze wegen en alle waaroms zijn opgelost. „Maar het pad des rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot de volle dag toe."

Langs de weg van het Godsgemis vanwege de zonden, voert Hij naar het Godsbezit om Jezus' wil: „Want ik ben het Licht der wereld; Die Mij volgt zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben."

Hoelang zullen wij nog de duisternis liever hebben dan het licht? Nog doet God Zijn zon opgaan over bozen en goeden en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Nog laat God ons verkeren onder het licht van Zijn dierbaar evangelie.

Spoedig zal de zon verduisterd worden en de maan in bloed; de grote en doorlichtige dag des Heeren komt! O heden nog: „Ontwaakt, gij die slaapt en staat op uit de doden; en Christus zal over u lichten." „Geeft eer den HEERE, uw God, eer dat Hij het duister maakt en eer uw voeten zich stoten aan de schemerende bergen; dat gij naar licht wacht, en Hij datzelve tot een schaduw des doods stelle, en tot een donkerheid zette." Straks breekt de Paasmorgen aan, wordt de grafspelonk geopend en zal de Zon der gerechtigheid opgaan in de harten van de troosteloze discipelen en discipelinnen van Jezus. Eens breekt de eeuwigheidsmorgen aan en zullen allen die Zijn verschijning liefgehad hebben het Lam aanschouwen in heerlijkheid. Gekroond met de kroon van het fijnste goud, Zijn hoofd en haar wit als wol. Zijn kleding zeer blinkende en Zijn aangezicht gelijk de zon schijnt in haar kracht.

Hun blijdschap zal dan onbepaald,

Door 't licht dat van Zijn aanzicht straalt

Ten hoogste toppunt stijgen.

En aldaar zal geen nacht zijn!

Lisse ds. D. Hakkenberg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1978

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Door het duister tot het Licht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1978

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken