Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Betekenis grondslag van de Evangelische Hogeschool

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Betekenis grondslag van de Evangelische Hogeschool

Opening tweede academisch jaar EH

8 minuten leestijd

AMERSFOORT — Maandagavond werd in ,,De Open Hof" te Amersfoort het tweede academisch jaar van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort geopend. Drs. J. A. van Delden directeur van de EH sprak een openingsrede uit over de betekenis van de grondslag van de Evangelische Hogeschool.

Van Delden vond het zinvol hierop in te gaan. In de eerste plaats vanwege het gezichtsbepalend karakter van deze grondslag voor de EH. In de tweede plaats vanwege de betekenis van deze grondslag in het bijzonder voor het vak wetenschaptheorie (dit vak wordt door hem gedoceerd) en in de derde plaats vanwege de misverstanden en de weerstanden die zijn gerezen naar aanleiding van deze grondslag. 

Het is velen opgevallen, zo vervolgde de directeur, sommigen hebben zich er aan gestoten, dat in de grondslag niet wordt verwezen naar het belijden der Kerk en in het bijzonder, dat de Drie Formulieren van Enigheid niet worden genoemd. De ËH draagt haar naam terecht: ze is geen Reformatorische Hogeschool. Dit houdt niet in, dat ze anti-reformatorisch zou zijn. Velen binnen de school hebben de belijdenisgeschriften lief en voelen zich daaraan verbonden, omdat zij ze kennen als gegrond óp en geput uit de Bijbel. Toch is de grondslag „evangelisch". Nog beter is het te zeggen dat de grondslag bijbelgetrouw is.

Onbetwistbaar

Binnen de EH heeft alleen de Bijbel Goddelijk, dat is onbetwistbaar gezag. Daarmee zijn alle instanties veroordeeld, die menen te kunnen spreken met een gezag dat naast of boven het gezag van Gods Woord staat. Zulke instanties en mensen zijn er helaas vele. Te denken valt aan mensen, die menen dat nu nog openbaringen worden gegeven aan individuele personen iduele personen die zouden kunnen toedoen aan het Woord van God, terwijl de openbaringen niet getoets zouden hoeven te worden aan dat Woord.

In de grondslag staat te lezen, aldus de heer van Delden, dat de Bijbel met absoluut gezag spreekt, zowel waar hij handelt over het heil, als waar hij spreekt over de geschiedenis, de kosmos en de natuur. Men zou dit op verschillende manieren kunnen lezen. Spreker herhaalde wat dr. Ouweneel verleden jaar in zijn jaarrede zei en benadrukte dat nu tweemaal in het openbaar gesteld is dat de grondslag niet zo mag worden uitgelegd als zouden heil en geschiedenis worden gescheiden. De grondslag suggereert  geen scheiding tussen heilsfeiten en „gewone" feiten, tussen heilsgeschiedenis en „gewone" geschiedenis. God openbaart zich door Zijn handelen in, de geschiedenis.

Alternatief

Er zijn geestverwanten, zo merkte Van Delden op, die bezwaar hebben tegen bovenstaande gedachtengang. Mag men heilshistorische gegevens door de zeef van de wetenschap halen en zo een residu krijgen, waarin de heilszin ontbreekt? Mag men zo met de Bijbel omgaan? Waardevolle vragen, er moet aandacht aan geschonken worden, maar het zwakke punt wordt duidelijk als gevraagd wordt naar een alternatief.

In zijn rede ging Van Delden ook nog in op wat christelijke wetenschap is. Is wetenschap christelijk als ze wordt beoefend door christenen? Dat is wel één van de voorwaarden. De motieven om wetenschap te bedrijven en evenzeer de doelstellingen en de wijze van toepassing van de wetenschap moeten in overeenstemming zijn met de weg die de Bijbel wijst. In de grondslag van de EH komt nog een ander punt naar voren, namelijk de methode van de wetenschap.

Christelijke wetenschap gaat uit van de heilshistorie, die de Bijbel beschrijft. De werkelijkheid is dan ook meer omvattend, dan de werkelijkheid van de niet-christelijke wetenschap. „De Schrift spreekt met gezag", dat mogen we niet negeren of links laten liggen. Christelijke wetenschap is dan ook niet alleen bepaald door de mens met zijn normen en drijfveren, maar ook door het vooroordeel over de methode van de wetenschap: wat behoort tot de gegeven werkelijkheid. Hier komt de koers van de ÈH het duidelijkst naar voren.

Bij veel christenen zo vervolgde de heer Van Delden leeft de gedachte, dat er twee openbaringen van God naast elkaar zouden bestaan. De redenering is dan dat God zich openbaart in het zogenaamde „boek der natuur" en daarnaast in het „boek der Schriftuur". Daarbij wordt vaak verwezen naar de Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 2. De natuurgelovigen gaan er vanuit dat het boek der natuur door de mens zonder Gods Woord gelezen kan worden en ook zonder verlichting door de Heilige Geest. Ze geloven in de autonomie van hun eigen verstand. Ze spreken dan ook niet in de lijn van de Bijbel, Calvijn heeft dit duidelijk gezegd het boek der natuur kan alleen gelezen worden met de bril van de Schrift op.

Als wij het boek der natuur willen leren lezen dan is het nodig dat door Gods genade en door het werk van Zijn Heilige Geest ons boze hart wordt bekeerd. Het is nodig dat ons verstand verlicht wordt door het licht van het Woord. En ook dan nog blijven wij maar beperkte kleine mensen in een zo wondervoUe wereld, dat het ons verstand vaak te boven gaat. Maar dan gaan wij toch de taal van het boek der natuur verstaan en dan gaat in het lied van de schepping ook het lied van ons leven, van onze verlossing, het lied van onze mond en van ons hart meezingen. De Bijbel leert ons de taal van de schepping maar die schepping heeft haar eigen waarde, haar eigen inbreng ook als gegeven werkelijkheid als bron van gegevens. Vandaar dat bijvoorbeeld bijbelse wetenschap onzin is, terwijl bijbelgetrouwe wetenschap roeping is.

Zo is er geen bijbelse geografie, sociologie of psychologie, maar wel bijbelgetrouwe. In de bijbelgetrouwe wetenschap dient het onderzoek van de totale werkelijkheid tot zijn recht te komen en er kan daarbij veelal gebruik gemaakt worden van de onderzoekgegevens van niet-gelovige wetenschappers.

Smalle weg

De weg van de EH is een smalle weg. Wij gaan die weg met de erkenning van onze afhankelijkheid van God de Vader, de Schepper van hemel en aarde. Hij heeft ons het Licht doen zien in Zijn openbaring, het Woord, dat Hij heeft doen uitgaan in deze wereld. Onder leiding van Zijn Heilige Geest willen wij de weg gaan, die Hij ons wijst, aldus de heer Van Delden, die na het uitspreken van zijn rede het tweede academisch jaar van de Evangelische Hogeschool voor geopend verklaarde.

Na het openingswoord van de voorzitter van het bestuur dr. ir. C. Roos gaf de secretaris van het bestuur de heer W. J. J. Glashouwer een verslag over het afgelopen jaar en de plannen voor de toekomst. Hij merkte op dat het bestuur in opdracht van de Grote Meester - net als slaven - het afgelojen jaar heeft gewerkt. Zij voerden de Develen uit die van Boven kwamen. De motoren van het schip zijn gestart en het schip vaart. In het eerste jaar 28 studenten, in twee lokalen. De begroting was toen ƒ350.000,—. Dit jaar 50 studenten, 5 lokalen. De begroting bedraagt thans ƒ500.000,—. Het bedrag zal geheel gedekt moeten worden uit vrijwillige bijdragen van de kring van vrienden van de EH, uit kleine giften en uit het collegegeld. Ook het aantal docenten groeit. Er zijn twee nieuwe docenten dr. C. A. Tukker te Noordhorn - geschiedenis en drs. K. Exalto - Bijbelwetenschap.

De EH biedt vooralsnog een éénjarige opleiding op universitair niveau. Men wil de student een Bijbelse visie geven op het vak dat hij verder aan één van de universiteiten gaat studeren. Wel zijn er voorbereidingen om naast het algemene jaar volgend jaar een tweede jaar te starten voor massacommunicatie en journalistiek. De heer Glashouwer wenste dat het werk vruchtbaar zou mogen zijn ook voor de studenten die nu gaan beginnen en dat er ook wegen gevonden zouden mogen worden waarlangs er van hen een reformerende werking uit zou mogen gaan voor het geheel van het onderwijs. 

Bouwen

Na de heer van Delden voerde namens de Raad van Toezicht en Advies het woord als laatste spreker van deze goed bezochte avond de heer J. Klein Haneveld. We staan weer aan een nieuw begin, door allen die bij de EH betrokken zijn zal er weer gewerkt moeten worden. De studenten gaan bouwen aan hun toekomst, een bouwen met een doel en grondsslag met inzicht en perspectief. Nehemia ging ook de muren herbouwen. Een muur zondert af, gelovigen moeten ook afgezonderd worden, ze zijn niet van maar in de wereld. Nehemia heeft niet alleen gebeden maar is ook aan het werk gegaan, zo ook bij de EH, mannen die overgegaan zijn tot de daad. Er kwam toen bij Nehemia tegenstand en vijandschap, dat was toen en is nu ook zo. De Bijbel spreekt van strijd en vijandschap. Dat geldt ook voor ons, de vijand is actief, zijn tijd is voorts kort. De strijd zal heviger worden. Wij moeten werken en gewapend zijn. Als strijders moeten we in verbinding staan met het hoofdkwartier, wakende met alle volharding, dan kan het gebed niet gemist worden, dat is een werkelijk onderdeel en dan krijgt ons werk perspectief aldus Klein Haneveld. 

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 september 1978

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Betekenis grondslag van de Evangelische Hogeschool

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 september 1978

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's