Bekijk het origineel

Suikerfabrieken draaien nog op volle toeren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Suikerfabrieken draaien nog op volle toeren

8 minuten leestijd

het tarreerlokaal worden deze monsters — ongeveer 15 kg — eerst gewogen en daarna door middel van wassen en snijden ontdaan van zand en alles wat voor de .suikerproduktie overbodig is. De schone bieten worden opnieuw gewogen en het verschil, het tarra, wordt genoteerd. De bieten — het gaat nog steeds over het monster — worden fijngehakt tot brij, gemengd met basisloodacetaat, gefilterd en een ingenieuze machine bepaalt het suikergehalte van de vloeistof. Dat suikerpercentage schommelt rondde 15 procent.

Uiteindelijk hebben we dan van elke boer het geleverde brutogewicht, het nettogewicht en het suikerpercentage. Deze gegevens, die in het tarreerlokaal en het laboratorium zijn verkregen, worden doorgegeven aan de bietenadministratie. Daar wordt met behulp van een computer uitgerekend hoeveel bieten en kilogrammen suiker een bietenlevering netto bevat. Het zal nu duidelijk zijn dat het nemen van monsters niet dient om een partij bieten goed of af te keuren, maar om de boeren uit te betalen naar gewicht en kwaliteit van hun geleverde suikerbieten.

Nadat de monsters genomen zijn, rijdt de wagen verder naar de kade, waar de schepen liggen te wachten om de bieten verder naar de suikerfabriek te vervoeren. In de Flevopolder worden de meeste suikerbieten per schip afgevoerd. Landelijk is die verhouding ongeveer 57 procent per auto en 43 procent per schip en trein.

Bij de fabriek worden de bieten door een kraan uit het schip gelost. De auto's worden in hun geheel gekanteld, zodat een grote vrachtauto tarra te bepalen. met aanhanger binnen een minuut geleegd is. Vooraf worden van de vrachtauto's ook monsters genomen en bij de fabriek gebeurt hetzelfde als bij de scheepslaadplaats in Dronten. Bij elke fabriek bevinden zich een tarreerlokaal en een laboratorium. grootste suikerfabriek van Suiker Unie in Dinteloord, tussen Rotterdam en Roosendaal, met een capaciteit van 11000 ton(=elf miljoen kg) per etmaal, of 1000 kg suiker per minuut. Voor de rondgang door het bedrijf hadden we nog een gesprek met de heer J. de Bruyne van Suiker Unie.

Suikerfabriek

De Bruyne: „Dank zij Napoleon ontstond in Nederiand in 1811 het alSuiker Unie heeft zes suikerfabrie

Silo's voor een jaar gevuld
per auto zouden vervoeren, zouden we het naburige dorpje Stampersgat helemaal uit z'n voegen rijden. We zouden ook inbreuk doen op de hele • infrastructuur van deze omgeving. We houden het daarom maar bij de huidige verhouding". „Er zijn ook wel eens plannen geweest om een van de fabrieken hier in het zuiden te sluiten — want we zitten hier in een uithoek —-en een nieuwe meer centraal gelegen fabriek te bouwen, in de Flevopolder bijvoorbeeld. Geografisch leek dat voor de trans^ portkosten wel gunstig, maar de investeringskosten bleken zo hoog te worden, dat men besloten heeft dat niet te doen. We zijn wel flink aan het saneren geweest en hebben in twaalf jaar het aantal laadplaatsen teruggebracht van 136 naar 14". ken, die in het najaar de bietenoogst van de leden en van een aantal contracttelers verwerken en uit de suikerbieten behalve suiker ook pulp (veevoeder) en melasse (grondstof voor alcohol) bereiden. Als afvalprodukt komt daarbij ook schuimaarde (kalkmeststof) vrij. Er gaat dus niets verioren; de bieten worden ten volle benut. De zes suikerfabrieken bevinden zich in Dinteloord, dat is de grootste bietsuikerfabriek ter wereld, Groningen, Puttershoek, Roosendaal, Sas van Gent en Zevenbergen. Het hoofdkantoor van Suiker Unie is gevestigd in Breda. De Centrale Suikermaatschappij (CSM) heeft vijf suikerfabrieken van geringere capaciteit. Deze staan in Sas van Gent, Steenbergen, Halfweg, Breda en Groningen. We brachten een bezoek aan de lereerste begin van een bietsuikerindustrie. In Wageningen is toen een bietsuikerfabriek gebouwd omdat Napoleon vond dat er suiker van eigen bodem moest komen. Maar met Napoleon ging ook onze suikerindustrie ten onder omdat het meer een politieke zaak was dan een economische. De suikerindustrie werd in 1857 weer ter hand genomen en wel in Zevenbergen. Er was vooraf veel onderzoek verricht naar een betere werkwijze, zodat het toen wel economisch verantwoord was om suiker te produceren. Spoedig volgden er meer. In 1899 in Sas van Gent en deze fabriek in Dinteloord in 1908. De aanvoer van suikerbieten gebeurt hier in Dinteloord voor ongeveer tweederde per schip en voor eenderde per auto. Als we meer

Tijdens de rondgang door het bedrijf zien we op het fabrieksterrein grote grijperkranen de bieten uit het ruim van een schip happen. Ze komen terecht op lichtglooiende betonnen stapelplaatsen, de bietengorren. Hierin zijn, eveneens van beton, zwemgoten gemaakt. Op weg naar de verdere bewerking worden de bieten door een snelle waterstroom gedragen. Ze worden door krachtige stralen uit waterkanonnen de goten uitgespoeld en stromen zo naar de centrale wasinrichting. De grond die aan de bieten kleeft is tijdens. het transport in de zwemgoten al voor een deel losgeweekt en wordt in de wasmolens geheel verwijderd. De afgespoelde grond wordt met het zwemwater en het waswater weggepompt naar bezinkvelden. Bij elke fabriek van Suiker Unie zijn bezinkvelden van vele hectaren aangelegd. Per campagne wordt gemiddeld 700.000 ton grond Met een kraan of een shovel worden de bieten in vrachtwagens geladen. Nadat de monsters zijn fijngehakt en vermengd zijn met basis-loodacetaat, wordt de brij gefilterd voor bepaling van het suikergehalte. De bieten worden in een enorm bad gewassen. Machinaal worden zakken van 50 kg gevuld met kristalsuiker. met de bieten bij de fabrieken aangevoerd. Het afvalwater wordt door moderne installaties gezuiverd en het wordt weer gebruikt in het produktieproces.

Via de wasmolens gaan de bieten naar de snijmolens en van daar gaan de snijdsels via een voorbroeitrog, waar ze worden verwarmd, naar de diffusietoren waar het suikersap eruit wordt gehaald. Warm water neemt de suiker op. Als dit vocht, dat ondertussen de naam ruwsap heeft gekregen, onder uit de diffusietoren wordt afgetapt, bevat het veertien procent suiker. Dat is bijna evenveel als het suikergehalte van de snijdsels. Het ruwsap, dat donker van kleur is, moet gezuiverd worden van niet-suikers die erin zijn opgenomen. Hiervoor is ongebluste kalk nodig. Na dit reinigingsproces blijft een heldere goudgele vloeistof over, die we dunsap noemen.

Alles werd ons duidelijk getoond en uitgelegd door de excursieleider. Bij elke afdeling voegde hij aan zijn praatje toe: „..en d'r kom niemand an te pas"! Wat verklaarde dat het hele proces van de sapzuivering automatisch geregeld wordt door middel van een groot aantal meet- en regelinstrumenten, die in één bedieningspaneel zijn gebundeld. De kalkneerslag die door de filters wordt opgevangen heet schuimaarde. Ingedroogd is het een voortreffelijke kalkmeststof voor de landbouw, die bovendien goedkoop is.

Kristalsuiker

Het dunsap wordt ingedampt tot een geconcentreerde oplossing met zestig procent suiker. Het sap wordt zover ingedikt dat zich nog juist geen suikerkristallen vormen. Dan is er diksap verkregen. Het diksap wordt naar het kookstation gepompt. Tn kookpannen wordt het onder vacuüm zover ingedampt, dat zich suikerkristallen uit de vloeistof gaan afscheiden. Het kooksel wordt dan gecentrifugeerd in centrifuges, die een wand hebben van zeer fijn kopergaas, waardoor het kooksel afgevoerd wordt en de suikerkristallen in de trommel achterblijven. De afgevoerde stroop doorloopt nog eens tweemaal het kookproces, waar opnieuw suikerkristallen afgescheiden worden. De overgebleven stroop heet melasse en dat gaat weer naar de Zuid-Nederlandse Spiritusfabriek, waar er alcohol uit bereid wordt.

De witsuiker wordt gedroogd, gekoeld en opgeslagen in grote suikersilo's. De oudste silo's hebben een inhoud van tien miljoen kilogram (10.000 ton) elk en de nieuwste silo's zijn berekend op de opslag van twintig tot dertig miljoen kilogram suikc. Uit de silo's wordt gedurende het hele jaar naar behoefte afgetapt. De suiker gaat rechtstreeks in grote bulkauto's en voor een deel in zakken van vijftig kilogram naar de industriële verbruikers en grossiers. Ook wordt deze suiker in de fabrieken verder verwerkt tot speciale produkten of verpakt in de kleinverpakkingsafdelingen. Het uitgeloogde snijdsel van de suikerbiet, de pulp, is goed veevoeder. De pulp wordt gedroogd, in brokjes geperst en wordt geleverd aan de mengvoederindustrie, de fouragehandel of aan de veehouder.

Veelzijdig

Suiker is een veelzijdig produkt. Veelzijdiger dan men in eerste instantie vermoedt. Het is meer dan alleen maar een hulpstof bij het bereiden van voedsel. Suiker is nodig bij de vervaardiging van kunststoffen, kleurstoffen, plasmavervangers, geneesmiddelen. Suiker wordt direct of indirect gebruikt bij de vervaardiging van aardewerk, tanidpasta, spiritus, autobanden, papier, zeep, weefsels en plastic.

De Nederlandse suikerindustrie vervaardigt diverse suikersoorten. De bekendste soort is de kristalsuiker, die veel in de huishouding gebruikt wordt. De chocolade- en suikcrwerkindustrie verwerkt kristalsuiker in chocola, pepermunt, toffees, drop en zuurtjes. De conservenindustrie gebruikt deze soort in jams, vruchtendranken, appelmoes, vruchtenconscrven enzovoort. Kristalsuiker gaat ook naar bakkerijen voor koekjes, cakes en broodsoorten; eveneens naar limonade- en ijsfabrieken en naar de zuivelindustrie. Een deel van de geproduceerde kristalsuiker wordt verwerkt tot suikerklontjes. De doosjes hiervoor-worden volautomatisch vervaardigd, gevuld en verpakt „en d'r kom niemand an te pas!"

We hebben in ieder geval weer suiker voldoende. Hoewel het suikerverbruik iets terugloopt, zijn wij Nederlanders een zoetminnend volkje. Elke Nederlander gebruikt per jaar gemiddeld 41 kg suiker. Een Chinees daarentegen gebruikt slechts anderhalve kg. Als die 760 miljoen Chinezen nu eens net zo veel suiker zouden gebruiken als wij, zou de wereldproduktie van suiker ernstig te kort schieten.

Drukte

Een drukte van belang dus, deze maanden in de suikerindustrie. En als in december de witte rookpluim boven de suikerfabrieken verdwijnt, keert de rust weer. Maar niet in de fabrieken. Dan worden er niet alleen onderhoudswerkzaamheden verricht, maar ook vernieuwingen aangebracht. Daardoor is een suikerfabriek aan het begin van iedere campagne weer moderner geworden. En daar komt wel iemand aan te pas.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1978

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Suikerfabrieken draaien nog op volle toeren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1978

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken