Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Massale uittocht lijkt nog te moeten beginnen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Massale uittocht lijkt nog te moeten beginnen

Vluchtelingen maken buurlanden Vietnam wanhopig

10 minuten leestijd

Metershoge golven breken met een razend geluid op de witte zandstranden van de Maleisisclie oostkust. Het regent en stormt. Aan de horizon, voor de Maleisische staat Trengganu, dobberen enkele schepen. Eén ervan lijkt stuurloos. De golven gooien het scheepje hoog op, nemen het met zich mee. Minutenlang onttrekken ze het scheepje aan ons gezicht, dan komt het weer tevoorschijn uit de watermassa. Opnieuw verdwijnt het achter een wand van golven. Deze keer voorgoed.

Was het een onbemand schip, zoals zovele om de kusten van Oost-Maleisië rondzwalken? Open bootjes, nauwelijks groter dan een rubberboot. Schepen, waarop in de afgelopen maanden tienduizenden mensen uit. Vietnam naar Maleisië, Thailand en de andere buurlanden van Vietnam zijn gevlucht. Of zaten er nog mensen op de boot? Niemand schijnt aandacht te schenken aan het scheepje dat vlak voor de kust zinkt. Het is één dag voor Kerst.

„VT 377"

Een andere boot waagt zich inmiddels in de buurt van de Maleisische kust. Opgewonden stemmen klinken op. De zee werpt met haar golven het bootje op het strand. Mensen springen en klauteren eruit. Tengere en Uchtvoetige gestalten. Mannen, vrouwen en kinderen. In totaal 19 personen. Enkelen van hen bukken zich om de kisten, koffers en dozen uit het scheepje te halen. Uitgeput gooien zij de bagage op het strand. Nat, rillend, maar overgelukkig, omdat zij het zeeavontuur hebben overleefd, in vier nachten en drie dagen heeft de „VT 377", een acht meter lang en twee meter breed schip, de vluchtelingen van Ho Chi Minh-stad, het vroegere Saigon, over de Zuidchinese Zee naar Maleisië gebracht. Voor de mensen van de ,,VT 377" is Maleisië slechts een eerste station op hun vlucht naar de vrijheid. Nog eens 3.000 zijn op het kleine buureiland Poelau Besar ondergebracht. In totaal bergt Maleisië momenteel 50.000 vluchtelingen en dat ia meer dan waar de regering tegen opgewassen denkt te zijn.

Sinds kort heeft dan ook de Maleisische marine.de opdracht, vluchtelingenboten, wanneer zij zeewaardig zijn, de aanlanding te verhinderen. Want nog dagelijks doen nieuwe schepen een beroep op de regering. De meeste van hen "leuren" met kleine groepen van zo'n 50 personen. Een schip zoals de Hai Hong, met 2504 vluchtelingen aan boord, was een van de eerste uitzonderingen, die wereldwijde aandacht verkreeg. Op 23 december ging een Taiwanese vrachtvaarder met 2.700 vluchtelingen aan boord voor de kost van Hongkong voor anker. Hoe ziet de toekomst er uit? Maleisië en de andere landen van het vrije Zuidoost-Azië vrezen, dat de eigenlijke vluchtelingeninvasie hen nog te wachten staat. Waar moeten zij heen? Welk land zal ze opnemen?

Niet veel later verschijnen leden van de Maleisische politie en van het Rode Kruis op het strand. De vluchtelingen worden in een bus gestopt en naar een van de opvangskampen vervoerd. De dag na aankomst schijnt de zon. De zee is rustig. Een boot van het Rode Kruis brengt de vluchtelingen naar het eiland Bidong, 30 kilometer van het vasteland verwijderd, het nieuwe klein-Vietnam voor de poort van Maleisië.

Toevluchtsoord

Nog in juli was ,,Poelau Bidong" een rustig en stil eiland met in nevelen gehulde bergen en witte stranden. Toen in het voorjaar van 1978 de massa-exodus uit Vietnam begon en duizenden vluchtelingen een beroep op Maleisië deden, besloot de regering het eiland tijdelijk als toevluchtsplaats voor de vluchtelingen ter beschikking te stellen. Vandaag bevinden zich op het eiland 26.000 mensen!

Nog eens 3.000 zijn op het kleine buureiland Poelau Besar ondergebracht. In totaal bergt Maleisië momenteel 50.000 vluchtelingen en dat ia meer dan waar de regering tegen opgewassen denkt te zijn. Sinds kort heeft dan ook de Maleisische marine de opdracht, vluchtelingenboten, wanneer zij zeewaardig zijn, de aanlanding te verhinderen. Want nog dagelijks doen nieuwe schepen een beroep op de regering. De meeste van hen ,,leuren" met kleine groepen van zo'n 50 personen. Een schip zoals de Hai Hong, met 2504 vluchtelingen aan boord, was een van de eerste uitzonderingen, die wereldwijde aandacht verkreeg. Op 23 december ging een Taiwanese vrachtvaarder met 2.700 vluchtelingen aan boord voor de kost van Hongkong voor anker. Hoe ziet de toekomst er uit? Maleisië en de andere landen van het vrije Zuidoost-Azië vrezen, dat de eigenlijke vluchtelingeninvasie hen nog te wachten staat. Waar moeten zij heen? Welk land zal ze opnemen?

Maleisië schijnt vastbesloten te zijn de vluchtehngen slechts humanitaire hulp en een tijdelijk onderdak te bieden, maar hen in geen geval permanent in het land te huisvesten. De totale bevolking van dit Zuidoostaziatische tropenland, dat in vele opzichten aan Vietnam herinnert, telt slechts 12,5 miljoen inwoners. Opname van 50.000 vluchtelingen betekent een enorme toename van het bevolkingsaantal, bijna een half procent. In verhouding met de Chinese gemeenschap, die 35 procent van de totale Maleisische bevolking uitmaakt, betekent dit zelfs één procent.

En juist hierom heeft de Maleisische regering gemeend te moeten besluiten geen vluchtelingen meer een permanent onderdak te bieden. Want 75 procent van de vluchtelingen zijn Chinezen. Mensen, die vóór de communistische machtsovername in april 1975 het totale economische leven van Zuid-Vietnam beheersten en redelijk tot goed verdienden. Zij speelden in Zuid-Vietnam eenzelfde rol als hun Chinese broeders in Maleisië en waren hier net zo "sympathiek" als de Chinese Maleiers bij de oorspronkelij-ke Maleisische bevolking. Het rassenconflict tussen Chinezen en Maleisiërs hangt als een blijvende dreiging over de stabiliteit en veiligheid van Maleisië. De regering onder premier Hoessein Onn stelt alle pogingen in het werk om de beide rassen tot één volk samen te smelten. Maar wét hij ook maar tot bevordering van de economisch achtergebleven Maleier onderneemt, wordt door de Chinezen met argwaan bekeken. Aan de andere kant wekt de handel en wandel van de Chinezen het gevoel bij de Maleiers op tweederanp burgers te zijn. De regering moet daarom alle gevaarlijke klippen, die het rassenconflict nieuw vuur kunnen geven, zorgvuldig omzeien.

Alarmerend

Reeds toont haar vluchtelingenhulp alarmerende signalen. Verscheidene schepen, die de kust van het vesteland bereiken, worden door toornige dorpsbewoners met stenen belaagd. Al bijzonder snel deden geruchten de ronde, als zou de regering, het Rode Kruis en andere internationale organisaties tezamen aanzienlijk meer geld uitgeven voor de vluchtelingen dan een boer en visser met hard werken verdient. Juist aan de oostkust leeft het merendeel van de arme Maleisische bevolking. Mogelijk nog sneller werd bekend, dat de meerderheid van de vluchtelingen Chinezen zijn en dat zij hun tocht naar de vrijheid met grote sommen geld hadden gekocht. Velen is het bovendien gelukt aanzienlijke hoeveelheden goud en Amerikaanse dollars mee te smokkelen. Op Poelau Bidong is op deze wijze een florerende zwartemarkthandel ontstaan. De Amerikaanse dollars worden voor minder dan de helft van hun officiële'waarde tegen de Maleisische Ringgit ingewisseld.

Uit talrijke interviews met de „bootmensen" blijkt dat we met twee groepen vluchtelingen te maken hebben: Chinezen en Vietnamezen, die genoeg geld bezaten om zich op relatief veilige schepen de vrijheid te kopen en de minder goed gesitueerden, die hun vlucht op eigen kracht met hulp van bevriende yissersmensen organiseren.

"Organisaties"

Voor de eerste groep is de vlucht weliswaar smartelijk, maar toch vrij eenvoudig., In Saigon en verscheidene andere provincies bestaan ,,organisaties", die schijnbaar met medeweten van Hanoi vluchten arrangeren. Mensen die willen vluchten moeten of 4000 Duitse marken op een bepaalde bank storten of 10 Taels (Chinese gewichts- en munteenheid) als vluchtgeld klaar hebben liggen. Volgens betrouwbare bronnen in Hanoi strijkt de Vietnamese regering 6 Taels goud op, terwijl de resterende vier naar de „organisaties" gaan. Voor dit geld ontvangen de vluchtelingen een soort "vluchtpas". 

Dan kan het werkelijke avontuur beginnen. Op een goede dag worden de aspirant-vluchtelingen' meegedeeld, welke nacht de vluchtpoging zal worden ondernomen. In deze nacht zullen ze naar de kust worden gebracht en in kleine boten worden geladen. Op de open zee worden ze dan overgeladen op grotere schepen. Nimmer weten de vluchtelingen vooraf hoe groot hun schip zal zijn en waarheen het lot hen zal voeren. De „organisatie" heeft haar opdracht vervuld.

In de regel is 75 procent van het aantal vluchtelingen van Chinese afkomst. Uit ondervragingen is gebleken, dat de Vietnamezen in de meeste gevallen het dubbele voor hun overtocht moeten betalen als hun Chinese lotgenoten. Het is de politiek van Hanoi die hiervoor verantwoordelijk is. Evenals Maleisië is Vietnam zijn Chinese inwoners liever kwijt dan rijk en ze worden zelfs aangemoedigd het land te verlaten. De Vietnamezen daarentegen moeten bij de opbouw van het „Socialistische Vietnam" helpen. Om toch de vlucht voor Vietnamezen te arrangeren moet de „organisatie" hun papieren vervalsen en hen voor ,,Chinezen" laten doorgaan. Vanzelfsprekend moet voor deze extra moeite goed worden betaald.

De tweede groep vluchtelingen omvat bijna uitsluitend Vietnamezen. Vietnamezen die zich echter een vlucht via de ,.organisatie" niet kunnen veroorloven. Het zijn degenen, die in kleine houten boten de vlucht riskeren. Echter, zonder hulp van bevriende visserslieden is elke vluchtpoging tot mislukken gedoemd.

Drijfveren

Wat zijn de drijfveren van deze mensen om him vaderland en familie te verlaten, om een zeeavontuur te ondernemen, een avontuur waarbij doorgaans de helft van de groep om het leven komt, om in de onbekende verte een nieuw vaderland te zoeken? Uit talrijke interviews werden de volgende vier redenen hiervoor duidelijk:

• De steeds slechter wordende levensomstandigheden. Begin vorig jaar bepaalde Hanoi dat het gehele economische leven onder staatscontrole zou komen te staan. Soldaten en hoge functionarissen uit het Noorden namen de leiding van de Zuidvietnamese bedrijven, die voorheen aan Chme'se zakenlieden behoorden, over. Het resultaat is de volledige ineenstorting" van de economie en de massa-exodwa van Chinezen. Tegelijktertijd werd dé gedwongen collectivisering van de landbouw een feit. Nog voor de overstromingen enkele maanden geleden; waarbij 2 miljoen ton rijst verloren ging, kon de Vietnamese regeringde bevolking niet meer dan één kilo rijst per persoon per maand geven. In vergelijking met het buurland Thailand,; waar de bevolking per maand ongeveer 20 kilo rijst krijgt, een uiterst benarde situatie.

• Politieke reglementering en repressie. De bevolking werd opgeroepen, haar ,,liefde voor het systeem" door steun aan politieke comités, lidmaat* schap van vakbonden, deelname aan de in de avonduren gegeven indoctrinatie-cursussen, te demonstreren. Voor de vrijheidsbewuste Vietnamees is een dergelijke repressie echter onverdraaglijk. Maar wie weigert, kan ervan overtuigd zijn naar een van de nieuwe „economische gebieden"op worden gezonden.

• Gedwongen recrutering van werklozen, jeugd en studenten. Alleen al het feit dat Vietnam opnieuw oorlog (tegen Cambodja) voert, heeft het moreel van het oorlogsmoede volk diep geschokt. Bovendien zijn de berichten van het front zo verpletterend, dat 50 procent van de nieuwe recruten deserteert.

• De arrestatie van „politiek verdachte personen". Volgens de vluchtelingen heeft de regering haar campagne tegen deze mensen aanzienlijk uitgebreid. Tot deze "verdachteren" behoren in het bijzonder diegenen, die in het verleden voor Amerikanen hebi ben gewerkt en die hoge posities hebben bekleed. Westerse journalisten, die tot voor kort Zuid-Vietnam nog mochten bezoeken, horen van oude vrienden erbarmelijke verhalen over de situatie van de mensenrechten in Vietnam. De gevangenissen zijn over vol. 

Ware gezicht

Het communistische regime laat, zijn ware gezicht zien. Alle onder vraagden antwoordden bevestigend. op de vraag of zij dachten dat nog vele Vietnamezen zouden vluchten. Moét de massa-exodus nog beginnen? Hanoi schuift alle verantwoordelijkheid af en het Westen zwijgt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 8 januari 1979

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Massale uittocht lijkt nog te moeten beginnen

Bekijk de hele uitgave van maandag 8 januari 1979

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken