Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

UIT GENADE ZALIG

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT GENADE ZALIG

6 minuten leestijd

Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof en dat niet uit u, het is Gods gave. Efeze 2:8

De apostel Paulus, de dienstknecht des Heeren, heeft door Gods genade veel arbeid in de dienst des Heeren mogen doen. Het was Gods Hand, die de briesende leeuw tot een lam maakte. Hoe duidelijk mogen wij uit de leiding des Heeren in het leven van Paulus leren wat Gods genade vermag. Maar ook leren dat alleen Gods genade vernedert.

Als het aan de apostel lag, dan was hij doorgegaan op de weg, die hij zelf had gekozen, ja, waarin hij, met alle mensen was geboren. Wij, toch worden allen in zonden ontvangen en in ongerechtigheid geboren. Hoe nodig toch om dit te belijden; maar ook hoe nodig dit te beleven. Nodig te belijden; zie toch hoe dit door alle eeuwen is tegengesproken en dat niet alleen, door de dwaalleraren, maar ook door ons hart.

Wij zijn van nature zo verblind dat wij denken dat het wel meevalt; doch Gods Woord zegt ons dat wij arm, jammerlijk, blind en naakt zijn. Daarom hoe nodig deze belijdenis vast te houden. Doen wij dit niet, dan zullen de gevolgen niet uitblijven; dan verliest Gods Woord zijn kracht en wij zinken weg in een slappe vrome dienst, waarin wij onszelf wijs maken dat het wel meevalt.

Deze belijdenis belijden; maar nodig is ook te beleven; opdat wij in God behouden worden. Immers het is Zijn genade die redt van de dood. Wanneer wij door Gods genade en Geest bearbeid worden, wordt deze belijdenis de beleving van ons hart, waardoor wij verlossing, behoud nodig krijgen. Waar die verlossing mag worden ontvangen; zullen wij daarin, ook in de daden des Heeren eindigen.

Welnu, de apostel Paulus heeft Gods genade ontvangen en van daaruit mag hij ook spreken. Veel is het werk van de apostel geweest, ook wij mogen daar nog bij leven. Ook in Efeze, de hoofdstad van Klein-Azië, heeft de apostel mogen werken. Dat werk is gezegend en nu mag de apostel vanuit Rome de gemeente nog een brief schrijven. Veel lessen staan hierin, wij letten op een gedeelte daarvan.

De apostel zegt: „Want uit genade zijt gij zalig geworden". Het werk dat Paulus in Efeze heeft gedaan is door God gezegend, zodat er tot bekering zijn gekomen. Ja, er leefden kinderen van God te Efeze. Tot dezen richt de apostel zijn brief, hij wil hen nog nader onderwijs geven. „Want uit genade", dit wijst ons op het verband van de tekst. En dan staat het leven van de Efeziërs hier voor ons; n.l. „En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden".

De apostel wijst op de natuurstaat van de mens, u en ik; wij zijn van nature dood in de zonden. Hier wordt gewezen op de zondedaad van de mens, immers door de zonde is de dood in de wereld gekomen! De dood is een scheidingmakend proces. De Schrift spreekt over de «drievoudige dood: n.l. de geestelijke, tijdelijke en eeuwige dood, wat QQJ uitkomt in ons leven. Zo leven wij stil en gerust naar een eeuwige afgrond, zonder dat wij daaronder bevreesd zijn.

De geestelijke dood gaat ons allen aan, daarin worden wij geboren, daarin missen wij Gods zalige gunst en gemeenschap, dat is onze doodslaat, daaruit moeten wij verlost worden. Welnu, er zijn er te Efeze die daaruit zijn verlost, die zijn tot de staat des levens gekomen, die hebben een staatsverwisseling mogen doorleven. Dat is genade, immers, wij hebben naar Gods rechtvaardig oordeel, tijdelijke en eeuwige straffen op de zonde verdiend. God zou geen onrecht doen, als Hij ons zou voorbijgaan en verstoten.

Doch zie naar Gods welbehagen, dat in Christus uitkomt, kan een zondaar vanuit de geestelijke dood tot het leven gebracht worden. Dat is mogelijk door Gods genade in Jezus Christus. Deze is de dood ondergaan, opdat het leven in Hem zou worden bevestigd. Door Zijn arbeid Iseen weg en mogelijkheid geopend, zodat de welverdiende straf kan worden ontgaan en het nieuwe leven weer mag worden ontvangen.

Dat hebben verschillenden in Efeze door de prediking van het Woord, en de arbeid van de Heilige Geest ontvangen. Zij zijn verlost uit de diepe geestelijke nood en gebracht tot Gods gemeenschap in Jezus Christus. Dat is genade, dat sluit alle waarde of verdiensten van de mens uit. Het. is uit genade, dit wil zeggen een gift waar niets tegenover staat.

Zij komt van één zijde, ja het is Gods gave. God heeft gedacht aan genade. Die God, Die wij verlaten hebben, heeft de weg der genade uitgedacht van eeuwigheid, in Jezus Christus Zijn Zoon. Die genade komt uit in de zending van Gods Zoon in deze wereld, zodat daarin demogelijkheid tot nieuw leven ligt. Ook Christus heeft zich gegeven, Hij riep uit: „Zie, Ik kom, om Uw wil te doen o God".

Zie, hoe Christus is gekomen; Hij is Zijn broeders in alles gelijk geworden, uitgezonderd de zonde. Ja, Hij ging heen in een weg van lijden, en dood; en dat, opdat het leven zou worden aangebracht en Gods wer zou worden vervuld. In die volle overgave van Zichzelf, heeft Hij een eeuwige gerechtigheid aangebracht; maar daarin ook de Heilige Geest verworven. Die nu uitgaat om de verworven weldaden In het hart toe te passen. Ja, door het volbrachte werk van Jezus Christus schenkt God, door de Heilige Geest, genade en geloof, in de harten van mensenkinderen.

Zo worden mensenkinderen uit genade zalig; door het werk van Gods Geest, Die uitgaat om het heil der genade in het hart te schenken. Die mensen ontvangen dat heil door de kracht van de Heilige Geest. Die Geest geeft in het uur van de wedergeboorte, Christus en al Zijn weldaden in ons hart. Die Geest geeft ook het geloof, waardoor wij ogen ontvangen om te zien, en een verstand om te verstaan en een hart om te ontvangen.

Bij deze arbeid van de Heilige Geest mogen wij onszelf, maar ook Gods genade leren kennen. Daar wordt genade, volle werkelijkheid, dat wordt een wonder. Nooit te bevatten, dat Christus ook voor mij deze weg van lijden wilde gaan. Nooit te bevatten, dat Hij voor mij de dood heeft overwonnen. Nooit te bevatten, dat de Heilige Geest dat genadewonder in ons leven wilde verheerlijken. Ja, hier is het ten volle: „Drieënig God, U zij al de eer". O, mag dit ook voor ons een wonder zijn? Ja, uit genade zalig; Heere, het is door U alleen om het eeuwig welbehagen. Dat is het wonder voor allen die met zichzelf (en dat ook door Gods genade en Geest) aan het einde zijn gekomen; doch die door diezelfde Geest naar het leven zoeken. Zoeken met de tollenaar en met allen die door die Geest bearbeid worden: „Heere, wees mij zondaar genadig". De Heere schenke ons dit genadewonder te beleven en te aanbidden; en dat zal uitlopen tot Gods eer en onze zaligheid.

OOSTKAPELLE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1979

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

UIT GENADE ZALIG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1979

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken