Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een korte vakantie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een korte vakantie

verhaaltjesklok

7 minuten leestijd

van Lot. 9. Bij Jozua denk je ook aan de

verspieder 10. Samuel was de zoon van

zich V....lieden noemden. 5.T gebouwd en de spraak

nis. 9. Johannes op P en keizer

Jan Jaap gaat met vakantie. Dat kun je wel zien aan de koffer, die in zijn kamer staat. Daar zitten zijn kleren in en ook een paar leesboeken, die hij kan lezen als het lelijk weer is. Natuurlijk hoopt Jan Jaap dat ze een beetje goed weer mogen hebben,, want ze gaan naar zo'n fijn plekje. De morgen van het vertrek is hij heel vroeg wakker.

Hij hoort Nellie en Jannie ook al stommelen. Vlug kleedt hij zich aan en gaat naar beneden. Hans is druk bezig met vader de auto vol te pakken. Iedere keer als ze wéggaan, zegt vader, dat ze niet zoveel mee zullen nemen, maar telkens is de auto weer volgepakt.

,,Is er nog plaats voor mijn koffer?" vraagt Jan Jaap aan vader. Die trekt een gezicht alsof hij heel diep na moet denken. „Jij moet maar achterin de auto bovenop je koffer gaan zitten". „M'n hoofd moet ik dan zeker door het dak steken", lacht Jan Jaap. „Breng je koffer maar hier", wijst Hans, „ik weet er een mooi plaatsje vopr". Jan Jaap zet hem bij Hans neer en dan rent hij weg. Hij holt naar de garage

Hoe kan hij nu toch zo dom zijn. Hij vergeet helemaal om de boot klaar te leggen. En hij is nog wel zo blij met die boot. Hij pakt de plastic tas waar de boot en het pompje in zit. Met dat pompje kun je de boot opblazen tot hij groot en stevig is. ' Ze hebben het al een keer geprobeerd. Bij de boot horen ook twee peddels, daar kun je je mee door het water bewegen. Hans' heeft het allemaal verteld, hij zal het Jan Jaap ook voordoen als ze bij het water zijn. Vlakbij het huis, dat ze gehuurd hebben, is een water daar kun je.heertijkvQren.

Daar verheugen ze zich zo op. Wanneer Jan Jaap eraan denkt, wil hij wel gelijk vertrekken, maar eerst moeten ze nog eten. Hoor moeder roept hen al. Na het ontbijt dankt vader en hij vraagt ook of de Heere hen wil bewaren, nu ze een lange reis willen gaan maken en of Hij hen weer veilig thuis wil brengen. Jan Jaap weet het, er kan veel gebeuren. Hij is het ongeluk, dat ze met het gladde weer gehad hebben, nog niet vergeten. Daarom bidt hij eerbiedig mee. De Heere is immers de Grote Bewaarder.

Eindelijk vertrekken ze. „Dag huis", zwaait Jan Jaap. Ze moeten een eind rijden, dat heeft vader verteld. Voorin de auto hangt een lijstje, daar staan de namen van de plaatsen op waar ze langs komen. Jan Jaap kijkt er in het begin telkens naar, maar dan gaan ze spelletjes doen en vergeet hij helemaal te kijken. Dan opeens wijst vader... Daar is het dorp en het huis. Ze zuchten ervan. O wat mooi is het hier. Het worden heerlijke dagen en er is zoveel te zien en te genieten. Ze gaan een paar keer varen. De eerste keer dat Jan Jaap in de boot stapti heeft hij een grote mond. „Hier is de knappe botenvaarder", roept hij. Maar o wee, wat gaat dat varen moeilijk. Hij dacht, dat hij zo weg zou varen, maar dat valt de beurt. Het is wel jammer, dat er zo een eind aan die heerlijke vakantie komt, maar in het ziekenhuis liggen is ook niet fijn. „Dag huis", zwaait Jan Jaap als ze wegrijden, „ik hoop, dat we nog eens terug kunnen komen". Het lijkt of de terugweg veel korter duurt en het is ook of ze heel lang zijn weggeweest. Toch is het goed om thuis te zijn. Jan Jaap moet weer even wennen. Hij loopt de kamers door en de tuin. Maar dan roept vader hem. De spullen moeten uit de auto worden gehaald en daar moet hij bij helpen. Dat heb je als je bij de groten hoort. Rikje mag lekker rondstappen, die is tegen. Hij heeft de peddels nog te klein om te helpen. Hij goed vast en hij doet het precies zoals Hans heeft gezegd, maar hij draait in een kringetje rond en hij komt niet vooruit. .,Praatjesmaker" lachen de anderen, „waar blijf je nu?" Hans gaat aan de kant zitten en vertelt hem nog eens hoe hij het moet doen. En dan gaat het inderdaad beter. Hij komt tenminste wat meer vooruit. Maar zo goed als Hans kan hij het niet. Die schiet met een vaartje door het water. Die 'eerste week vliegt gewoon om. Op een avond echter gaat de telefoon. Het is opa. Hij heeft niet zo'n blijde boodschap. Oma ligt in het ziekenhuis, ze moet geopereerd worden.

„Blijvenyjullie gerust nog maar een paar dagen", zegt opa. Maar ja, wie heeft daar nu nog zin in. ,,Laten we maar het stapeltje kleren. Met zijn zwarte kleefhandjes haalt hij het goed uit elkaar op zoek naar nog meer lekkers. Zijn mond is zwart en op zijn truitje zitten vieze strepen. Er komen ook zwarte vlekken op het schone goed, maar daar heeft Rikje geen erg in. Hij gooit wat kleren op de grond en gaat er met zijn schoentje bovenop staan. O, wat schrikt moeder als ze het ziet, haar schone goed. Ze heeft nu toch al zoveel wasgoed en daar zorgt me die Rikje voor nog meer. Ze roept Nellie, die moet maar naar Rikje kijken, dan kunnen zij alles verder rustig uitpakken en uitzoeken. Nellie wast zijn gezichtje af en zijn handjes en dan gaat ze met hem de tuin in. Hij loopt maar rond te kijken. Eigenlijk begrijpt hij er niets van. Gisteren was hij nog in een ander huis en in een andere tuin en nu is hij hier. „ We zijn weer thuis", vertelt Nellie, ,,dat komt omdat oma ziek is". Arme oma, hoe zou het met haar zijn? Ze heeft al zo vaak in het ziekenhuis gelegen. Het is eigenlijk wel verdrietig. Ze willen haar zo gauw mogelijk op gaan zoeken. Maar ze kunnen natuurlijk niet tegelijk gaan, dat zou te druk voor oma zijn.

Het mag ook niet van de zuster, dat weet Jan Jaap nog van de vorige keer. Eerst mogen Hans, Nellie en Jannie om de beurt mee en dan is hij aan de beurt. „Ik ga niet met de lift mee, hoor", heeft hij van te voren gezegd. Jan Jaap is nog steeds bang van de lift. Stel je voor dat hij weer stil blijft staan. Nee, hij neemt liever de trappen. Hij holt hard, want hij wil gelijk met de anderen boven zijn. Jan Jaap komt net de hoek omgelopen als opa, 'papa en mama uit dé lift stap-'*' fllfO._ '.ife.\ft3i; MBdipv wit

,,Gewonnen , lacht hij. Wanneer hij dicht bij de kamer komt waar oma ligt, lacht hij niet meer. Hij kijkt ernstig. Hoe zou het met oma zijn? Ze ziet er helemaal niet verdrietig uit, vindt Jan Jaap. Als hij in het ziekenhuis zou liggen, zou hij wel verdrietig zijn. Maar oma vertelt, dat de Heere haar helpt en dat de Heere haar ' kracht geeft. Jan Jaap weet niet veel te zeggen.

Oma vindt het fijn, dat hij gekomen is. Ze is dankbaar, omdat de Heere hen veilig terug heeft gebracht. „Alleen is het niet leuk, dat jullie eerder terug moesten komen", vindt ze. Jan Jaap schudt zijn hoofd. „Het is heus niet erg hoor", antwoordt hij. „Als je je maar niet gaat vervelen", bedenkt oma. Daar hoeft Jan Jaap niet bang voor te zijn, want opa heeft een mooi karweitje voor hem. Wat dat is, vertel ik een volgende keer...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1979

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Een korte vakantie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1979

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken