Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een historische terugblik na 40 jaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een historische terugblik na 40 jaar

1 SEPTEMBER 1939: DUITSLAND VALT POLEN BINNEN

14 minuten leestijd

Het is een algemeen aanvaarde zaak dat Adolf Hitler de hoofdschuldige is van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939. Maar dan komen de vragen pas goed los. In hoeverre zijn de Westerse mo-, gendheden mede schuldig omdat zij kansen hebben laten liggen in de jaren dertig om Hitler in zijn agressieve buitenlandse politiek af te stoppen? Welke schuld treft Hitlers Europese bondgenoot Benito Mussolini? En wat te denken van Stalin met zijn in augustus 1939 afgesloten niet-aanvalsverdrag met de nazi^s?

Nooit kan worden staande gehouden dat de Westerse mogendheden niet gewaarschuwd zijn geworden voor Hitlers agressieve buitenlandse politiek. Daar had Hitler zelf al voor gezorgd middels zijn talrijke redevoeringen en zijn boek „Mein Kampf'. Maar ook de eigen diplomaten hadden de Franse en Engelse regeringen al vanaf Hitlers rijkskanselierschap in 1933 voor ogen gehouden dat Hitler niet moest worden onderschat. Wij denken dan met name aan de rapporten van de Franse ambassadeur in Berlijn André Francois-Poncet en aan •de scherpe analyse van Hitlers buitenlandse plannen door de Britse ambassadeur Sir Horace Rumbold. Beide heren wezen op het gevaar dat Hitler vormde voor de wereldvrede.

De waarschuwingen van 1933 sorteerden echter geen enkel effect. Met name bij de Engelse regering werden ze niet au sérieux genomen. De waarschuwers werden gezien als paniekzaaiers. Een visie die door Hitler in dank werd afgenomen gezien zijn niet toevallige haat jegens Sir Rumbold. Hitler hield niet van mensen die hem doorzagen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sprak hij minachtend over „de voortdurend dronken Sir Rumbold" en loog voort door te stellen dat Rumbold enthousiast reageerde op zijn afwijzing van het vredesverdrag van Versailles, dat zo'n smadelijke afwikkeling in militair en territoriaal opzicht was van de Eerste Wereldoorlog voor het verslagen Duitsland.

Üit de bronnen weten wij nu wel hoe Rumbold echt gereageerd heeft. Hij adviseerde zijn regering om „Mein KampF' eens goed te bestuderen ten einde gewaar te worden dat Hitlers toekomstige politiek aanstuurde op expansie en oorlog. Zoals gezegd, Rumbold was helaas •een roepende in de politieke woestijn van de jaren dertig. De Engelse regeerders meenden dat Hitlers ervaringen als regeerder hem wel zouden temmen en hem tot een brave internationale burger zouden maken. Hoe vergisten zij zich! Hoe onjuist was hun mening dat de binnenlandse politiek van de nazi's geen betrekking had op Hitlers buitenlandse politiek. Immers overduidelijk had Hitler publiekelijk gesteld dat een „bekering" van het Duitse volk tot het nazisrhe (de Gleichschaltung) en een herbewapening noodzakelijke voorwaarden waren voor het veroveren van Lebensraum voor het Duitse volk in het Oosten. Had Hitler niet gezegd dat „de Duitse ellende verbroken moest worden door Duits staal!" en voegde hij de Hongaarse ministerpresident Julius Gömbös in juni 1933 niet toe: „Ik zal Frankrijk tot poeder vermalen-!" Kortom, hoe zeer werd Hitlers agressiviteit onderschat in het Westen.

Toch gebiedt de eerlijkheid, die elke historicus betaamt, te erkennen dat Hitler vooral tijdens het begin van zijn regering zijn best deed om het Westen te stijven in zijn zorgeloze houding. Zo veranderden de nazi's niets aan de personele bezetting van het ministerie van buitenlandse zaken. Ook stelde Hitler zich zeer bescheiden en vredelievend op in een redevoering van 17 mei 1933. Zijn bedoeling was duidelijk: tijd winnen om in eigen land eerst orde op zaken te stellen en de herbewapening te organiseren.

Een treffend bewijs voor Hitlers diplomatieke talent vormt het niet-aanvalsverdrag met Polen, dat hij in 1934 tot stand bracht. In 1933 had Duitsland de Volkenbond verlaten en tegelijk zijn deelname opgezegd aan een ontwapeningsconferentie. Hitler wilde niet weten van een beperking van zijn internationale beleid. Natuurlijk hulde hij zich weer in vredelievende voorstellen en beweerde veel heil te verwachten van bilaterale overeenkomsten. Zulke overeenkomsten tussen twee landen waren trouwens gemakkelijk op te zeggen. En dat wist de Führer maar al te goed. Hitler voorkwam dus na het verlaten van de Volkenbond een internationaal isolement . voor Duitsland door zijn verdrag met Po' len. Een opmerkelijk verdrag. De Duitsers hadden zeker na de Eerste Wereldoorlog nogal wat conflictstof met de Polen (afgestane gebieden b.v.) en nu dit verdrag.

Waarom deed Hitler dit? Heel duidelijk stelde Hitler voor eigen kring dat het verdrag slechts een tijdelijke betekenis had en dat hij niet van plan was om met de Polen een serieuze vriendschap te gaan onderhouden. Een belangrijk motief voor het verdrag met Polen was de angst voor een nog niet gewenste oorlog met diezelfde Polen! Nationaal-socialistische agitatie rondom en in de vrijstad Danzig kon tot een Poolse inmenging en vervolgens tot een oorlog met het nationaal-socialistische Duitsland leiden. Derhalve teinperde Hitler zijn partijgenoten in Danzig omdat de tijd nog niet rijp was voor een conflict met de Polen over Danzig en de gehate Poolse corridor op Duits grondgebied. In ieder geval hapten de Polen toe. De Poolse kolonel Jozef Beek beschouwde de overeenkomst zelfs als een uitstekende prestatie van de Poolse buitenlandse politiek. Hij koesterde geen illusies over Hitlers agressieve buitenlandse politiek, maar koesterde wel de valse illussie dat niet Polen daarvan het slachtoffer zou worden. "Dat, zouden Oostenrijk en Tsjechoslowakije worden en Polen moest daarvan kunnen profiteren! Beek meende dat door de overeenkomst Polens'vëiligheid gegarandeerd was tussen Duitsland en de Sovjet-Unie.

Mocht het verdrag met Polen een diplomatiek succes voor Hitler genoemd worden, evenals het mislukken van een Frans plan voor een vele staten omvattend Oosteuropees veiligheidspact; toch stootte Hitler in datzelfde jaar 1934 gevoelig zijn neus aan Oostenrijk. Wij kunnen gerust stellen dat het Hitlers oogmerk was Oostenrijk bij zijn rijk te voegen. Niet voor niets steunden de Duitse nazi's hun Oostenrijkse geestverwanten op vele manieren orri die gewenste vereniging tot stand te brengen. In de zomer van 1934 mislukte echter een nationaalsocialistische staatsgreep in Oostenrijk ondanks het vermoorden van de Oostenrijkse bondskanselier-dictator Dolfuss. De Italiaanse dictator Mussolini bleek niet ingenomen te zijn met de plannen van de nazi's. Hij stuurde troepen naar de Brenner Pas. Hitler had Mussolini's houding, ondanks een voorafgaand bezoek aan hem, kennelijk verkeerd getaxeerd. Hitler was zo wijs om zich voor de rest van dat jaar rustig te houden en zodoende werd de Oostenrijkse crisis spoedig vergeten. Hij concentreerde zich op de te houden volksstemming in het Saargebied. Die stemming vond januari 1935 plaats en leverde een groot Duits succes op waardoor het Saargebied weer deel ging uitmaken van het Duitse rijk. Hitler was de eerste twee jaren van zijn bewind zowel in binnen- als buitenlands politiek opzicht goed door gekomen. Nu ging hij de weerstand van de Westerse mogendheden testen t.a.v. zijn radicale plannen op het gebied van de buitenlandse politiek.

In het begin van 1935 poogden Engeland en Frankrijk Duitsland te winnen voor onderlinge wapencontrole, nieuwe veiligheidsovereenkomsten voor Centraal- en Oosteuropa en een terugkeer naar de Volkenbond. Een plotselinge verkoudheid van de Führer voorkwam besprekingen! Niet gehinderd door zijn ziekte zette Hitler in maart 1935 het hele verdrag van Versailles in militair opzicht overboord. Hij kondigde aan dat Duitsland weer een luchtmacht bezat en dat het Duitse leger van de afgesproken sterkte van 100.000 man afstapte naar ongeveer 550.000 man.

Natuurlijk protesteerden Engeland, Frankrijk, Italië en de Volkenbond tegen deze Duitse verdragsschendingen. Ondertussen had Hitler nu wel tijd en gelegenheid gevonden om een Brits diplomatiek bezoek te laten plaatsvinden. Listig gebruikte hij deze gelegenheid om zijn bezoekers zand in de ogen te strooien door een gematigde en vredelievende houding aan te nemen. Een houding die bij de Engelsen insloeg: de documenten bewijzen het.

Hiermede was Hitlers succes nog niet ten einde. Er kwam zelfs in 1935 een Engels-Duits vlootverdrag tot stand, zeer tot ongenoegen van de gepasseerde Fransen. De achtergronden voor dat verdrag moeten we zoeken in een poging van de nieuwe Engelse premier Baldwin het Engelse kiezerspubliek (er kwamen weer gauw verkiezingen) te tonen dat de Conservatieve partij niet nodeloos dure bewapeningsprogramma's wilde uitvoeren plus de aandrang van de Britse admiraliteit om met de Duitsers tot een vergelijk te komen. In ieder geval zorgde ADOLF HITLER Hebben de Polen geen naïeve buitenlandse politiek gevoerd in de jaren dertig? Was Hitler in zijn buitenlandse politiek een pure opportunist of handelde hij doelbewust vanuit een voor hem vaststaand buitenlands politiek schema?

De recente geschiedschrijving heeft zich uit
voerig met bovenstaande vragen bezig gehouden. Wij willen in het volgende artikel nagaan welk buitenlands beleid Hitler gevoerd heeft en hoe er door zijn politieke tegenstanders op gereageerd is: kortom hoe de Tweede Wereldoorlog voortkwam uit de Duitse buitenlandse politiek van de jaren 1933-1939. Hitlers diplomatieke opstelling voor een verwijdering tussen Engeland en Frankrijk.

Ook van Italië had hij in 1935 geen gevaar meer te duchten. De Italianen hadden het te druk met de verovering van Abessynië. Bovendien wilde Hitler Mussolini bij zijn Afrikaanse expansiepolitiek geen strobreed in de weg leggen en verwierf aldus de sympathie van de Duce. Zo werd de basis gelegd van de As Rome-Beriijn van 1936. Het Italiaanse agressieve optreden bracht een verwijdering tussen dat land en Engeland en Frankrijk teweeg. Dankbaar profiteerde Hitler hiervan door de militaire bezetting van het Rijnland in maart 1936. Hitler rechtvaardigde onmiddellijk deze daad door te stellen dat een tot stand gekomen pact tussen Frankrijk en de S.U. tegen Duitsland was gericht waardoor zijn land was gedwongen om de landsverdediging ter hand te nemen. Opnieuw deed Hitler fraaie beloften over mogelijke afspraken met de Franse en Belgische regeringen om de vrede te handhaven. En opnieuw ging de Engelse regering hiervoor overstag. Echter niet alleen de Engelse regering treft hier blaam. Treurig was ook de houding van het hoofd van het Franse leger, generaal Gamelin. Het ontbrak hem duidelijk aan lef. Toentertijd beweerde Hitler nog: „De wereld behoort aan de man met durf! God helpt hem".

Graag had Hitler in 1936 tQt een duidelijk accoord gekomen met Engeland waarbij hij hoopte de vrije hand te krijgen in zijn politiek t.o.v. Oosteuropa. Die poging mislukte. En het optreden van zijn ambassadeur in Londen, Joachim von Ribbentrop bevorderde bepaald geen Engelse toenadering tot Duitsland. Diens tactloosheid' bedierf veel. Hitler meende dat Engeland met zijn koloniën als zeemogendheid niet in conflict behoefde te geraken met Duitsland dat immers een continentale mogendheid was. Dit bleek een duidelijke misrekening van de Führer.

Veel beter verliepen zijn contacten met Italië en Japan. Met beide landen werden bondgenootschappen gesloten in november 1936. Ook in de Spaanse Burgerooriog (1936-1939) trokken Duitsland en Italië gezamenlijk op aan de zijde van Franco. Hitler was best tevreden met de Italiaanse militaire bemoeienis in Spanje. Zo kreeg hij de handen vrij voor de Anschluss van Oostenrijk. Hij zorgde er wel voor op niet te grote schaal Franco te steunen. Een gerekt copfljct in Spanje was in zijn voordeel. Eind 1936 stond Duitsland er niet slecht voor in de internationale politiek. Reden voor Hitler om op 24 februari 1937 op een partijbijeenkomst te München trots te verklaren: „Vandaag zijn wij opnieuw een wereldmacht"!

Hitler maakte op een bijeenkomst van 5 november 1937 aan een select gezelschap van hoge burgerlijke en militaire autoriteiten duidelijk welke richting de Duitse buitenlandse politiek moest inslaan. Hij beklemtoonde nogmaals de noodzakelijkheid voor het Duitse volk van Lebensraum in het Oosten van Europa, een politiek waarbij het risico van oorlog moest worden genomen. Dat risico schrikte diverse aanwezigen af en zij maakten dat aan hun Führer kenbaar. Het resultaat van hun actie was het verlies van hun hoge posities in het begin van 1938. Hilter kon alleen maar slaafse volgelingen gebruiken. Een voorbeeld daarvan was Joachim von Ribbentrop die nu minister van buitenlandse zaken werd. Hitler koerste nu duidelijk af op de vernietiging van twee staten n.l. Oostenrijk en Tsjechoslowakije.

Hitlers doelstelling om Oostenrijk in te palmen bij het Duitse rijk werd ten zeerste begunstigd door politieke veranderingen in Engeland. Daar was Baldwin als minister-president opgevolgd, door' Chamberiain. Hitler had al snel door dat Chamberlains realisme niet ongunstig uitviel voor Duitslands wensen op buitenl^ds politiek gebied. Toen bovendien Chamberlains naaste vriend Lord Halifax Hitler in november 1937 bezocht en deze instemde met wijzigingen in de Oosteuropese politieke situatie wist Hitler genoeg. Evenals in Duitsland vonden begin 1938 op het Engelse ministerie van buitenlandse zaken belangrijke veranderingen plaats. Anti-Duitse personen ruimden het veld voor pro-Duitse, b.v. Halifax!

Hitler trok zeer snel zijn conclusie. Hij kon Oostenrijk tot Anschluss dwingen zonder oorlogsgevaar van Westerse of Italiaanse kant. Hij zette de Oostenrijkse politieke leider Schuschnigg gewoon voor het blok en toen deze nog via een volksstemmig de onafhankelijkheid van zijn land wilde redden forceerde Hitler militair de Anschluss (maart 1938).

Eén ding stond voor Hitler in 1938 vast: hij wilde de staat Tsjechoslowakije vernietigen. Dankbaar gebruikte Hitler de grieven van een Duitse minderheid in, Tsjechoslowakije (de Sudetenduitsérs)''' om tegen Praag te ageren. Evenals in Oostenrijk verrichtten nazi's in Tsjecho.Slowakije 't. voorbereidende ondermijnende werk. Voortdurend kwam Konrad Henlein, de leider van de Sudetenduitse partij, instructies bij Hitler halen om de Tsjechoslowaakse leiders klem te zetten. En steeds moesten de Sudetenduitsérs nieuwe eisen aan Praag stellen. Ondertussen draaide Goebbels propagandaministerie op volle toeren in een anti-Tsjechoslowaakse campagne.

De Westerse mogendheden mengden zich in de Tsjechoslowaakse affaire. De Engelse minister-president Chamberlain bezocht Hitler tot twee maal toe. Ook hij ondervond dat de Führer een onbetrouwbare gesprekspartner was, maar trok helaas niet de juiste conclusie hieruit. Uiteindelijk zou de beruchte conferentie van München van eind september 1938 met als deelnemers Hitler, Chamberiain, Daladier en Mussolini het Sudetenduitse probleem „oplossen". Te München werd afgesproken dat de Tsjechen het Sudetenland moesten ontruimen, dat binnen drie maanden over het ;)ot'Van de Poolse en Hongaarse minderheden in Tsjechoslowakije beslist moest worden en voorts zouden de vier mogendheden een garantie geven voor wat er dan van Tsjechoslowakije nog over was.

Dat Hitler zich ook niet aan bovengenoemde afspraken van München hield, bewees zijn militaire bezetting van Praag in maart 1939. Hitler hanteerde t.a.v. Tsjechoslowakije met succes' militaire dreiging en een uiterst brutale diplomatie. Uiterst triest was deze afloop van zaken voor het Tsjechoslowaakse volk. München was een geweldig succes voor de Führer. Door dit succes kreeg hij het idee dat hij niets verkeerd kon doen.

AI voor de uiteindelijke liquidatie van de staat Tsjechoslowakije had Hitler zijn Duitsland terug moest krijgen. In maart 1939 kreeg Duitsland de stad Memel terug van Litouwen. De Poolse regering weigerde echter in te gaan op Duitse territoriale eisen, waartoe ook de teruggave van Danzig behoorde. De Polen werden in hun weigerachtige houding gesteund door een Engels-Franse garantie tegen •agressie. Deze Westerse reactie maakte Hitler woedend: „Ik zal een duivelsdrank voor ze brouwen!" Hij gaf in de lente van 1939 opdracht om voorbereidingen te treffen voor een militaire operatie tegen Polen. Ondertussen wilde Hitler wel voorkomen dat zijn land te maken zou krijgen met zowel de S.U. als met Frankrijk en Engeland. En toen En-, geland en Frankrijk by hun garantie aan Polen bleven plus onderhandelingen aanknoopten met de, S.U. ging Hitler eerst tot een diplomatiek offensief over. En opnieuw met Succes. Tot verbazing van de wereld sloten Hitler en Stalin een niet-aanvalsverdrag. Typerend is echter Hitlers opmerking op 11 augustus 1939 tegen de Hoge Commissaris van Danzig Burckhardt: „Alles wat ik onderneem is gericht tegen Rusland. Wanneer het Westen te dom en te blind is om dat te begrijpen, dan zal ik gedwongen zijn om met de Russen tot overeenstemming te komen, om het Westen te verslaan, en dan, na diens nederlaag, me tegen de S.U. te keren met mijn verzamelde strijdkrachten."

Nadat Hitler zich verzekerd had van Ruslands instemming met zijn veldtocht tegen Polen, liet hij zich niet overhalen tot een vreedzame oplossing van de geschillen. Nu wilde hij overduidelijk oorlog! Zei hij in november 1939 niet tegen zijn militaire bevelhebbers: „In wezen organiseerde ik de strijdkrachten niet om niet toe te slaan. De beslissing om toe te slaan was altijd in mij." • Het is duidelijk: willens en wetens begon Hitler op 1 september 1939 een aan,val op Polen en ontketende zo de Tweede Wereldoorlog.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Een historische terugblik na 40 jaar

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken