Bekijk het origineel

Een volk dat in duisternis wandelt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een volk dat in duisternis wandelt

De Islam kent geen heilsfeiten

11 minuten leestijd

Dwazer kan het niet! Wie wil nu Kerstfeest 1979 gaan schrijven over de geboorte van Mohammed. Onwillekeurig denken we aan Paulus woord: wat samenstemming heeft Christus met Belial? Wie verband signaleert tussen Mohammed en Christus maakt zich — terecht — in het oog van een rechtgeaard Calvinist rijp voor kwalificatie als ketter. Onze belijdenis houdt de heilige drievuldigheid althans staande tegen Joden en Mohammedanen. Wie durft dan met Kerstfeest te spreken over de Islam?

De nadrukkelijke aanwezigheid van moslims in ons land zou reden kunnen Vormen voor speciale aandacht: in Nederland zijn er ongeveer 200.000. Ze hebben zo'n veertig moskeeën. Het aantal moslims is groter dan dat der Vrijgemaakt Gereformeerden of Christelijke Gereformeerden, of dat van de leden der Gereformeerde Gemeenten.

Toch is er een andere reden om te gaan schrijven over „Kerstfeest in de Islam", over het verband tussen Mohammed en Christus, Over de geboorte van Allahs profeet desnoods.

Is de geboren Koning niet een Licht tot verlichting der heidenen genoemd? Zijn ze niet een volk dat in duisternis wandelt? Zo wordt het Kerstfeest zendingsfeest. En daarin ligt een dringende aanleiding om te gaan schrijven van Mohammed en Christus.

Men wil vandaag immers niet langer de ander zien als,,voorwerp van zendingsactiviteit". Men wil ,,open zijn voor wat God in en via de ander te zeggen heeft". (Mulder) Wat God dus te zeggen zou hebben via niet-christelijke wereldgodsdiensten. We zouden er Zijn stem in moeten herkennen. Zo wordt de nadruk gelegd op de dialoog in zendingskringen. Zo komt de kaars onder de korenmaat. Zo valt de duisternis.

Is het daarom zo dwaas met Kerstfeest te gaan spreken van Kerstfeest in de Islam, of van de geboorte van Mohammed. Trouwens, ook Jezus geboorte wordt immers beschreven in de Koran.

Geboortefeest

De twee belangrijkste feesten in de Islam zijn het kleine feest of het suikerfeest, dat na de vastenmaand wordt gevierd en het grote offerfeest. Maar steeds meer moslims vieren ook het feest van Mohammeds geboorte, het Mouloudfeest.

Hoe wordt dat feest gevierd? Welke betekenis heeft het? K. A. Steenbrink constateert in ,,Wereld en zending" (3-79)) hoe de liturgie betreffende de viering van de grote jaarlijkse feesten in een modern land als Indonesië wijziging ondergaat. Vooral de feesten van Mohammeds geboortedag en van zijn hemelreis werden vroeger gevierd met voordracht van teksten en liederen over die gebeurtenissen. Maar veelal worden de oudere Arabische (onverstaanbare) gezangen vervangen door kortere, drogere plechtigheden. Een of meer toespraken maken het hoofdbestanddeel uit.

Werd de preek tot in de jaren 20 nog vrijwel overal in het Arabisch gelezen door iemand die deze taal zelf niet eens kende, de preek heeft nu steeds minder het rituele, veel meer het instructieve karakter.

Ds. A. C. J. van den Poel, voorganger ' bij de Nederlandse Protestanten Bond, laat een van de Nederlandse Immams, een voorganger in een moskee, in een morgenwijding voor de Avro (Febr. '79) zeggen over de viering van Mohammeds geboortefeest: in de dienst in de moskee bij de prediking worden vooral de verschillende kanten van de grote profeet van Allah belicht. Hij wordt aangewezen als het voorbeeld voor de mens van deze tijd, de mens die zijn oriëntatiepunt kwijt is, die geen raad weet met welvaart, het leven in de vreemde, of met het leven in een omgeving die arm is aan geestelijke waarden. Natuurlijk gaat het gepaard met het zeggen van gebeden.

Mohammed wordt dus als instructief en inspirerend voorbeeld gesteld. En de Soennah geeft naast de Koran zijn weg, zijn gedragslijn die het gewenste licht moet geven over opkomende vragen.

Verband

Ik heb gesproken van verband tussen Mohammed en Christus. Duikt ook niet telkens weer binnen het christendom de gedachte op dat Jezus een groot profeet is, een goed voorbeeld, maar niet allereerst de mens-geworden God, hooguit de tot God gemaakte mens?

Pogingen daartoe, om hem tot mens te reduceren, vinden we bij de oude vrijzinnigheid, waar de religieuze mens met zijn eigen menselijke vroomheid in het middelpunt staat. Het is daarom niet verwonderlijk dat de eerder genoemde ds. Van der Poel bij de Immam die hem de wijze van viering van Mohammeds geboortefeest uitlegde, iets van „het echte, van het evangelie, waarin naastenliefde en verdraagzaamheid twee woorden voor hetzelfde zijn", opmerkt.

Iets soortgelijks vind ik in de gedachtengang van iemand als Bultmann. „Immers", zo schreef hij over Jezus: „Men ziet Zijn persoon in mythologisch licht, wanneer men van Hem zegt dat Hij ontvangen is van de Heilige Geest en geboren uit een maagd". En zulke voorstellingen dat Gods Zoon „omwille van onze verlossing mens werd en het lijden op Zich nam tot aan het kruis zijn duidelijk mythologisch", zo zegt hij verder. Welnu, wie ons zo de heilsfeiten ontneemt, geeft ons met de boodschap van Jezus hooguit een boodschap van moralisme.

Om niet meer te noemen: de bekende Gereformeerde studentenpredikant dr. H. Wiersinga wijst de gedachte af dat Christus schuld overnemende Borg was en zo voor het gericht van God, Diens toorn tegen de zonde droeg. Neen, offer en bloed is zo teken van Zijn liefde en roept ons tot datzelfde navolgen, zo stelt Wiersinga. Ook hij maakt Christus, door Diens plaatsvervanging van wijzenlijke inhoud te ontdoen, tot niet meer dan een voorbeeld.

Plaatsvervanging

Het draait steeds om de plaatsvervanging. Dat is het struikelblok: het plaatsvervangend lijden van onze Heere Jezus Christus dat begon bij Zijn nederige geboorte. Van toen af heeft Hij de „toorn van God tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht gedragen".. Het is het unieke van het christelijk geloof waarvan de Islam met zijn werken en plichten niet weet. Anderzijds, die het gelukt om aan de plaatsvervanging te tornen, houdt hooguit een inspirerend voorbeeld over.

Voor wie de plaatsvervanging wil elimineren is de grens met de andere wereldgodsdiensten, met de ideologieën, niet scherp meer: die vervaagt. En dat past uitstekend in dat denken dat ook bij de niet-christelijke godsdiensten Gods stem wil herkennen.

Evangelisatie

We laten het geboortefeest van Mohammed verder voor wat het is. Door de centrale figuren in onderscheiden religies als lichtende voorbeelden te zien gelukt het om bij de ander — zoals dat dan heet — iets van het „echte" te herkennen.

Nu is er een tendens waarneembaar in ons land met z'n 200.000 moslims vanuit de christelijke gemeente onder moslims te werken via de evangelisatie. Laten we de problemen daarvan —juist in het licht van het hierboven gesignaleerde — niet onderschatten. Leven we niet in dagen waarin kerken tot moskeeën worden?

Jezus is voor moslims geen onbekende. Maar het is een „andere" Jezus. Ook het offer is voor de moslim niet onbekend. Het is er echter niet om er schuld mee te betalen, verzoening te doen. De diepste betekenis is dat de gelovige zichzelf ter beschikking stelt van God. Zo toonde Abraham, de grote prediker tegen het heidendom, zijn totale onderwerping aan Allah in de bereidheid zijn zoon te offeren. Maar God vraagt geen mensenoffer, zo zegt de Islamiet. Het gaat om de oprechtheid en de zuivere bedoeling van het hart. Daar is het offer uitdrukking van.

Mohammed zei: het offerdier maakt als de oordeelsdag komt met zijn horens, haar en hoeven de schaal van uw goede daden zwaar.

Ik schreef over evangelisatie. Mogen we niet verwachten dat juist op de nu gesignaleerde punten het unieke van het christendom wordt geaccentueerd? Daar ontbreekt het nodige aan. Het is daarom goed stil te staan bij „Kerstfeest in de Islam".

Als bevordering tot het gesprek onder moslims en christenen, bedoeld om goede relaties op te bouwen tussen die beiden, schreef de Gereformeerde drs. Jan Slomp een boekje onder de titel ,,Moslimse en christelijke feesten". Is het een Gereformeerd getuigenis?

„Het levende groen van de denneboom doet denken aan het nieuwe leven dat Christus brengt in Zijn leven en. voorbeeld", zo zegt de auteur. En later: „Bij het woord evangelie denken christenen in de eerste plaats aan de persoon van Jezus, zoals Hij omging met zieken en eenzamen en pas in de tweede plaats aan wat hij te zeggen had".

Ik schreef al over Abraham, hoe hij in de bereidheid zijn zoon te offeren voor de moslim een toonbeeld is van de onderwerping aan de wil van God. Welnu, wat schrijft Slomp over Goede Vrijdag? „Hij (Jezus) werd naar de wereld gezonden als rasul, gezondene, met de opdracht licht, leiding, barmhartigheid, vergeving, liefde te brengen in deze wereld. Hij verkondigde het koninkrijk van God, waarin alles en iedereen zich aan Gods wil moet onderwerpen. Hij leefde dat zelf voor. Van die boodschap waren velen van Jezus' landgenoten niet gediend". (..) „Zijn invloed was niet te stoppen. De dood van Jezus laat zien hoe ver Jezus bereid was te gaan in zijn overgave aan de wil van God. Voor de komst van Gods koninkrijk was Hij bereid te sterven".

Wat blijkt dan de consequentie? „Zo kwam uit die kwade dag van de dood van Jezus toch het goede voort. Gods liefde voor de mensen overwon uiteindelijk. De beweging voor Gods koninkrijk die Jezus begon was, was niet meer te stoppen. Daarom heet die dag Goede Vrijdag", aldus Slomp.

Aangepast

Dit alles heeft niet veel weg vaneen werkelijk Bijbelse getuigenis. Is het geen sprekende illustratie van de beweging om de grenzen uit te wissen?

Jezus de bereidwillige in overgave aan God? Jazeker. Maar de Bijbel zegt ons meer. De Koran noemt óók Christus dienaar. Maar dan in heel andere zin dan de Bijbel. „Niet was hij anders dan een dienaar, aan wie Wij weldaad bewezen, die Wij maakten tot een voorbeeld voor de zonen Israëls", zo zegt het heilige boek van de moslims. Voor Jezus wordt in dit verband in de Koran een woord gebruikt dat aangeeft dat Hij Zich niet in harde onderworpenheid, als kenmerk van slavernij bevindt, maar zich volledig overgeeft en onderwerpt aan de verering van God.

De Pers Shin Parto, een moslim die over het leven van Jezus schreef merkte op: christenen zeggen dat het de Zoon van God is; beter is het hem zoon van de Liefde te noemen: hij werd geboren in liefde, leerde de mensen liefde, en is gekruisigd voor liefde en vrijheid.

Wie dit leest begrijpt hoe christendom zich aanvaardbaar kan maken voor moslims. Over Adam, over Gods eisende recht hoor ik bij Slomp immers net zomin iets als bij de Islam. Is het een wonder in een theologie die Jesaja 52 en 53, waar het gaat over de lijdende knecht des Heeren, maar liever losmaakt van de Messias?

Kerst in de Islam?

Kerst in de Islam? De Islam kent ten diepste geen heilsfeiten, al heeft men weet van de naam van Jezus en al beschrijft de Koran Zijn geboorteverhaal. Voor de moslim is Jezus slechts een profeet, geen God.

De Koran zegt het: „O lieden van de Schrift, overschrijdt niet de grenzen in uw godsdienst en zegt niets anders over God dan het wezenlijke. Immers, de Messias, Jezus zoon van Maria is slechts boodschapper van God en Zijn Woord." En op een andere plaats: ,,Niet was de Messias, zoon van Maria, anders dan een boodschapper, aan wie reeds andere boodschappers waren voorafgegaan".

Zo mag dan het heilige geschrift dat uit de hemel gehaald werd wel elf keer de naam ,,Messias" gebruiken. Steeds weer echter gaat het vergezeld van de uitdrukking „zoon van Maria", een benaming die in-de Bijbel slechts één keer voorkomt. Niet voor niets zegt een islamitisch commentator: het epiteton ,,zoon van Maria"-wordt toegevoegd om te tonen dat hij sterfelijk was als alle andere profeten van God.

Geoffrey Parrinder is daarover in zijn „Jezus in de Koran" nogal positief. Wij delen zijn mening niet. De Koran vermijdt, verzuimt, (hoe kan het anders) Jezus" Godheid te vermelden. Wie zo over Jezus spreekt heeft het over een ander dan die van de Bijbel.

Zeker, menig moslim aanvaardt de maagdelijke geboorte. Maar, zo zegt de moderne moslim, dat betekent nog niet Jezus' meerderwaardigheid boven andere profeten. Hij bleef slechts schepsel. Adam had noch vader, noch moeder. Die heeft dus Jezus in dat opzicht overtroffen. (Zwemer). Een ander schrijft: God schiep Adam uit stof door diezelfde kracht zonder man én vrouw. En hij was precies als Jezus: vlees en bloed en huid en haar. De schepping van Jezus zonder tussenkomst van een man is niet wonderbaarlijker dan dit.

Het „God uit God" zoals Nicea beleed ontbreekt ten enenmale.

Kerstfeest

Het gaat in de Islam uiteindelijk over de eigen gerechtigheid die een mens moet opwegen. Jezus was slechts een profeet. Van plaatsvervanging kan daarom bij de moslims geen sprake zijn. Zo kennen zij geen heilsfeiten, geen kerstfeest. Wie zich in het zendingsdenken van de dialoog verdiept vraagt zich af of christenen wél Kerstfeest kennen.

Wie kan het vieren? Zij, die de ware belijdenis van Christus kennen. Dan vraagt onze oude Heidelberger: wat moeten wij dan voor een Middelaar en Verlosser zoeken? „Zulk een, die een waarachtig en rechtvaardig mens is, en nochtans ook sterker dan alle schepselen, dat is, die ook tegelijk waarachtig God is". Dat is het geheim van Kerstfeest: „Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven".

De Verlosser: dat is Hij die als mens tegelijk waarachtig God was, om de last van de toorn Gods aan zijn menselijkheid te kunnen dragen en om ons de gerechtigheid en het leven te kunnen verwerven en weergeven. Hij krijgt waarde voor zondaren.

Wie zó de belijdenis staande houdt kan in een dialoog die de ergernis en aanstoot uit het evangelie elimineert niet meedoen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 december 1979

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Een volk dat in duisternis wandelt

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 december 1979

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken