Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Chalmers´ ,ontdekking´ leidde tot wereldwijde hobby

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Chalmers´ ,ontdekking´ leidde tot wereldwijde hobby

10 minuten leestijd

Is het postzegelverzamelen nog een hobby of is het een keiharde handel geworden, waarin het om „de centen" draait? Gelukkig behoudt de hobby nog veruit de overhand, maar dit neemt niet weg, dat in de postzegelwereld thans een miljoenenomzet gewoon is.

De postzegelveilingen, die regelmatig in diverse plaatsen van ons land gehouden worden, leveren trouwens het bewijs, dat er veel in postzegels wordt gehandeld. In elke plaats van enige importantie is een postzegelhandel gevestigd en in boekwinkels en supermarkten kan men pakketten Nederlandse of buitenlandse postzegels kopen. Het postzegelverzamelen heeft in de afgelopen jaren een grote vlucht genomen en tienduizenden Nederlanders zijn lid van een vereniging, die is aangesloten bij de Nederlandse bond van filatelisten-verenigingen.

In ons land verschijnt er nu een Filatelie-encyclopedie, die de verzamelaar volledig inlicht over alles wat met postzegels heeft te maken, over tandingen en stempels, over opdruk en inzetprijs, over codering en driedimensionale zegels en noem maar op. Daarin vindt de beginner, maar ook de doorgewinterde verzamelaar alles wat hij maar wil weten over postzegels.
Verzamelen is een eeuwenoude bezigheid, die vele mensen als het ware in het bloed zit. Aan één kant gelukkig maar, want anders hadden we ook geen musea nodig. Onze Nederlandse musea bezitten kostbare verzamelingen op allerlei gebied, terwijl op het ogenblik in vele huizen „grootmoeders tijd" herleeft vanwege de hang naar het verleden. De nostalgie waart rond door ons land; de antiquairs kunnen u er alles van vertellen.

Een eeuw oud

Nu kan het verzamelen van die kleine stukjes gegomd en vaak mooi bedrukt papier niet bogen op een historie van eeuwen. Eerst in de vorige eeuw werd zo'n stukje papier gebruikt als waardezegel en wie had ooit kunnen denken of vermoeden, dat deze als een kostbaar bezit zou worden bewaard?

Toen Rowland Hill zijn „penny-postsysteem" in Engeland invoerde — hij was de man, die in de jaren 1835-1840 de Britse postdienst reorganiseerde — had hij voornamelijk gestempelde enveloppen en postbladen op het oog. Later ontdekte hij, dat de postzegel van meer betekenis was voor de posterijen, al was hij niet „de" uitvinder van de plakbare waardezegel.

„Ontdekking''

De „ontdekking" van de postzegel is eigenlijk te danken aan de Londense krantenuitgever James Chalmers, die de posterijen suggereerde om de kranten te omwikkelen met voorbedrukte adresbandjes met een penny als opdruk. Hij kon in de jaren dertig van de vorige eeuw reeds gegomde etiketten drukken en in 1838 stelde hij voor deze te benutten als waardestuk. Het was Hill, die dit idee verder uitwerkte en met de eer ging strijken. Bovendien was er in Slovenië een postambtenaar Lourenc Kosit, die twee jaar eerder, in 1836, aan de Oostenrijkse postdienst had voorgesteld om een opplakbaar stempel met bedrukte waarde te gebruiken. Zijn idee haalde het niet, maar Kosir dient toch min of meer als een van de eerste ontwerpers van de postzegel te worden beschouwd. De pogingen van Joegoslavië om deze Kosir als de ontdekker van de postzegel naar voren te schuiven mislukten tot nu toe.

Hill moet op de hoogte zijn geweest van Kosirs plan, dat echter nooit openbaar werd gemaakt. Ondanks het streven van Hill's nazaten om hun vader als de uitvinder van de postzegel de geschiedenis te doen ingaan, moet deze eer toch worden gegund aan Chalmers, die echter ook nimmer zal hebben gedroomd, dat vele jaren later miljoenen mensen in de gehele wereld zoveel waarde zouden gaan hechten aan die „onnozele" stukjes papier, die na zijn eerste zegel in een ontelbare hoeveelheid over de wereld zijn gegaan en nog altijd „geliefd" zijn bij de verzamelaars.

Hobby vindt ingang

Van de eerste postzegels, zoals deze in Groot-Brittannië werden ingevoerd, zijn er niet veel meer over. Het verzamelen van die „vodjes" kwam ook eerst later op gang en voor dit in verscheidene landen vaste voet had gekregen duurde wel enige tijd. In de jaren 1860-1870 kan men spreken van een hobby, die meer en meer ingang vond, waarom men er toe overging speciale tijdschriften aan het verzamelen van postzegels te wijden. In Engeland verscheen in 1863 „Stamp Collector's Magazine", terwijl ook in Frankrijk en Duitsland organen uitkwamen met hetzelfde doel, voorlichting aan de verzamelaars. De Fransen konden zich abonneren op „Le Timbre-Poste" en voor de Duitsers was er „Das Magazin für Briefmarken-Sammler".

Ook in ons land werd het verzamelen „geblazen" en in 1862 kwam het eerste boekje in de handel, bedoeld als gids voor verzamelaars, getiteld „Vade-Mecum voor verzamelaars van postzegels". Het werd uitgegeven door de Utrechtse boekhandelaar W. F. Dannenfelser, die ook postzegelalbums op de markt bracht. Het was een vertaling van een Franse gids. Het verschijnen van dit werkje bewees wel, dat men er toch wel wat in zag in het bijeen vergaren van zegels uit onderscheiden landen. Behalve de hobby zagen enkelen er toen reeds „handel" in, want spoedig werden er falsificaties in omloop gebracht.

Vervalsingen

In een boekje van Van Lietow, dat in 1872 uitkwam, werd er op gewezen, dat er (toen al) vervalsingen waren vervaardigd. Deze bestaan er nu nog en op het ogenblik zijn er talrijke kunstig nagemaakte zegels in omloop, die niet van echte zijn te onderscheiden. Alleen uiterst deskundigen op het gebied van vervalsingen zijn in staat om deze als „namaak" te kwalificeren. Het valt moeilijk na te gaan, hoe veel vervalste zegels zijn of worden doorverkocht, terwijl het raffinement, waarmee de zegels „echt" worden gemaakt, steeds meer verfijnt.

De mogelijkheden tot manipulatie zijn vele. Een bekend geval zijn de Shapiravervalsingen, die zich niet alleen over postzegels (o.m. van Israël in 1948) uitstrekte, maar die ook stempels en enveloppen betroffen.
Naarmate het aantal verzamelaars groeide, werd de behoefte gevoeld aan contact tussen hen. Zo ontstond in 1865 de eerste vereniging onder de naam „Société Timbrologique de France", opgericht door een groepje Parijse postzegelverzamelaars. Deze naam werd al kort na de oprichting veranderd, omdat men liever het woord „philatélie" gebruikte, maar de vereniging verdween na enige tijd weer. Ook in andere landen gingen de verzamelaars zich verenigen en op het ogenblik zijn nagenoeg alle landelijke verenigingen aangesloten bij de internationale organisatie, „Federation Internationale de Philatélie"; dit betreft ongeveer vijftig landen. De FIP houdt elk jaar een congres in de plaats, waar onder haar patronage de grote internationale tentoonstelling is georganiseerd.
Toch was de FIP niet de eerste organisatie op filatelistisch gebied, want in 1880 was in Duitsland de „Internationaler Philatelisten-Verein Dresden" opgericht, die in tal van landen vertakkingen kreeg in de vorm van afdelingen. Enkele jaren na de oprichting werd in Amsterdam de „Nederlandsche vereeniging van postzegelverzamelaars" gevormd, die in 1889 haar eerste expositie organiseerde.

Veilingen

Het was geen vreemd verschijnsel, dat de filatelistische bloei ook zijn weerslag vond in de handel, want een aantal zakenlieden zagen er „brood" in om zegels te kopen en te verkopen. Er werden toen al verzamelingen aangeboden en het bekende venduhuis Sotheby & Co, dat thans wereldberoemd is, organiseerde in 1872 zijn eerste veiling, die echter op een mislukking uitliep. Nu, een eeuw later, worden overal ter wereld postzegelverzamelingen en losse zegels, dikwijls van grote waarde, via veilingen verhandeld, ook in Nederland, waar met de regelmaat van de klok veilingen worden gehouden door bekende handelaren. Dezen zijn fervente bestrijders van falsificaties, aangezien daarmee hun naam is gemoeid; zij zullen dan ook graag voldoen aan de wens naar een „certificaat van echtheid", indien er — bijvoorbeeld wanneer het gaat om dure zegels — naar wordt gevraagd. Overigens worden daarmee nog niet alle manipulaties tegengegaan, want altijd blijft er wat „kaf onder liet koren" zitten.

Specialisatie

De postzegelhandel bleek een lucratief bedrijf te zijn, mede doordat het verzamelen zich in allerlei,,richtingen" specialiseerde en dit steeds meer in de publiciteit kwam. Na de Frans-Duitse oorlog in 1870 en de terugslag in de economie, die volgde, herstelde de verzamelwoede zich, met als gevolg een hausse in de periode tot ongeveer het jaar, waarin de Eerste wereldoorlog uitbrak. Inmiddels had de filatelie zich over de gehele wereld verbreid. De toeneming van het aantal zegels, dat in elk land verscheen, maakte het de verzamelaar praktisch onmogelijk, pogingen de doen om „alles" in bezit te krijgen, hetzij door ruiling of aankoop. De specialisatie deed ook intrede in de filatelistische wereld. Talrijke filatelisten concentreerden zich op één land of sommige landen in een werelddeel, terwijl de ,,beeldfilatelie" een begrip werd. Dit houdt in dat de verzamelaar zich richt op een motief, bijvoorbeeld zegels, waarop bloemen zijn afgebeeld, of dieren, componisten, muziekinstrumenten, staatsliecjen, of ook wel zegels, die betrekking hebben op verkeer en vervoer, scheepvaart en dergelijke.
Met eindeloos geduld worden meermalen verzamelingen opgebouwd, die op tentoonstellingen „paradepaardjes" vormen en die een lust zijn om te bewonderen.

„Ruilhandel''

Het bijeenbrengen van zo'n verzameling kost tijd, moeite en geld. In het verleden hield iedere verzamelaar het nog alleen op ruilen, maar het is vrijwel onmogelijk daarmee een gerichte verzameling op te bouwen. Toch blijven de ruilavonden van de postzegelverenigingen in trek. Hiervan moeten vooral de beginners het hebben en op die bijeenkomsten kunnen zij dikwijls „goede" zaken doen.

Er kan op zo velerlei manier worden verzameld, dat er altijd te ruilen valt, zeker wanneer men bezig is om een verzameling op te zetten, bijvoorbeeld een bepaald motief of een bepaald land.
De ware verzamelaar zal het ook niet zijn te doen om er financieel beter van te worden, want bij hem/haar gaat 't om de hobby op zich. De catalogus mag nog zoveel prijzen aangeven, de handelswaarde verschilt altijd met die welke in de catalogi wordt vermeld, ja soms heel veel.
De veilingen zijn in dit opzicht leerzaam, want de prijzen kunnen daar zo oplopen, dat men zich wel eens afvraagt, of er beleggers bezig zijn. In de afgelopen jaren kwamen er op de veilingen vaak speculanten, die meenden hun slag te kunnen slaan, maar die tijd is in ons land nagenoeg voorbij.

„Beleggers?"

De zgn. beleggers zijn maar al te vaak verzamelaars, die iets speciaals willen hebben en daarvoor dan ook alles overhebben. Zij letten dan niet zozeer op een prijs in een catalogus. Wat te denken van een uitschieter op een dit jaar gehouden veiling, waar zegels van 5, 10 en 15 cent uit de emissie 1852 in superbe boekblokken van zes exemplaren die ƒ 32.000 opbrachten? Degene, die zo'n bedrag uitgeeft voor zegels, moet toch een verzamelaar zijn van specialismen. Jammer, dat de meeste topbiedingen die op Nederlandse veilingen voorkomen, veelal van buitenlanders zijn, waardoor veel waardevol materiaal uit eigen land verdwijnt.
De prijsstijgingen, die zich in de afgelopen jaren voordeden, behoren vrijwel tot het verleden. De prijzen zijn gestabiliseerd, maar dat mag ook wel, wil de aardigheid van het verzamelen voor de hobbyisten er niet af gaan, dat wil zeggen voor hen, die uit liefhebberij vroeg of laat in hun leven begonnen met het vergaren van postzegels of eerste-dag-enveloppen; niet om een „kapitaaltje" te verwerven, maar om hun vrije tijd te besteden aan iets, waaraan zij hun „hart" verpand hebben.

Wereldwijd

De Filatelistische dienst van de Nederlandse PTT (postbus 30051 - 9700 RN Groningen) houdt ieder, die dit wenst op de hoogte van de service, die zij biedt, omtrent abonnement op verkrijgbare postwaarden enz., terwijl deze dienst de pers voorziet van nieuws omtrent nieuwe zegels. Wat dit betreft doet hij voor het; buitenland niet onder. Het is wel zo, dat in verscheidene landen veel meer aandacht wordt besteed aan speciale zegels. Liechtenstein maakt mooie boekjes in diverse talen, waarin uitvoerig een
ontworpen zegel wordt toegelicht. Een; voorbeeld hiervan waren de Europazegels 1979, gewijd aan het luchtverkeer invroeger tijden. Oostenrijk kondigt nieuwe zegels in brochurevorm in groot formaat aan. Het gedenkblok „duizend jaren Oostenrijk" met zegels van de negen provincies werd „beschreven" in 23 bladzijden folioformaat. Rusland en de Verenige Staten houden het bij eenvoudige gestencilde bulletins en andere landen doen hun „meldingen" weer in kleine of grote folders, uitgevoerd in kleurendruk. Daarnaast geven sommige landen fraai uitgevoerde overzichten van postzegelnieuwtjes uit, die aantonen, dat het verzamelen van postzegels een wereldwijde hobby is, waarin miljoenen mensen hun onschuldig vermaak vinden en die ook nog een zekere band, gelukkig met vreedzame doeleinden legt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1979

Reformatorisch Dagblad | 52 Pagina's

Chalmers´ ,ontdekking´ leidde tot wereldwijde hobby

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1979

Reformatorisch Dagblad | 52 Pagina's

PDF Bekijken