Bekijk het origineel

Nigeria, Algerije, Libië en Irak verrhogen ruwe-olieprijs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nigeria, Algerije, Libië en Irak verrhogen ruwe-olieprijs

4 minuten leestijd

LAGOS — Nigeria heeft met ingang van 1 januari de prijs de produktie opnieuw bekeken in het van zijn ruwe olie gebraclit op 35 dollar per vat zo maakte de "tSr me'nWd^triJs van de Nigeriaanse Nationale Petroleum Corporatie (NNPC) dinsdag iraanseoUe moet worden verhoogd tot bekend. De prijs van de Nigeriaanse ruwe olie is thans meer het peil dat werkelijk in overeenstemdan tweemaal zo hoog ak ee„ jaar geleden Het land is de S^le w^^et rt de Ön grootste Olieproducent van het Afrikaanse continent en de vijf- van alternatieve energiebronnen. De

de van de wereld.

Saoedi-Arabië, de grootste olie-pro- vanaf 1 januari een „exploratietoeducent ter wereld, heeft intussen be* slag" van drie dpllar bij. Oliemaatloofd dat het zijn huidige prijzen voor schappijen dié olie van Algerije willen ruwe olie handhaaft. Het officiële Saoedi-Arabische persbureau, dat dit dinsdag bekendmaakte, meldde echter niet voor hoelang dit besluit geldt. Het gezaghebbende, Middele East economie Survey" (MEES) had maandag bericht dat Saoedi-Arabië binnenkort zijn olieprijzen met twee dollar tot 26 dollar per vat zou verhogen. Na een kabinetsvergadering van twee uur in Riad deelde minister van voorlichting Mohammed Abdo Jamani mee, dat de regering de nadruk had gelegd op het belang van een handhaving van de olieprijzen die „rechtvaardig en evenwichtig zijn". Hy voegde eraan toe dat Saoedi-Arabië zich het recht voorbehoudt later opnieuw zijn standpunt te bepalen.

Irak

Het blad meldt ook dat Iiak zijn prijzen van ruwe olie met vier dollar per vat (159 liter) heeft verhoogd, dat Libië zijn prijzen in het nieuwe jaar met 4,72 dollar zal verhogen en dat Algerije vanaf januari een „escploratietoeslag" van drie dollar zal vragen. De prijsverhoging van Irak is met terugwerkende kracht: twee dollar per 1 november en twee dollar per 1 december. De Iraakse basisprijs bedraagt nu 26 dollar per vat. Wat het land in het nieuwe jaar met zijn prijzen zal doen is tüet bekend.

Libië vraagt voor de olie die het in 1980 op contract verkoopt 34,72 dollar per vat. De 4,72 dollar die er bij is gekomen komt in de laatste plaats van de toeslagen die tot nu toe werden geheven.

Algerije vraagt net als Libië een basisprijs van 30 dollar maar doet er kopen zullen in het komende jaar niet alleen die toeslag moeten betalen maar ook een plan voor de o!»poring van nieuwe reserves in Algerije moeten indienen voor 1 september. Als de regering het plan aanvaardt zal de toeslag worden verrekend met de exploratiekosten. Zo niet dan vervalt het contract.

Het MEES verwacht dat Venezuela en Saoedi-Arabië hun basisprijzen in het nieuwe jaar op 26 dollar pervat zullen brengen. Bij al deze prijzen gaat het om olie die wordt geleverd krachtens langlopende contracten. De meeste olielanden bieden een deel van hun produktie aan op de vrije markt, ook wel locomarkt genoemd. Daar worden de prijzen bepaald onder invloed van vraag en aanbod. Ze liggen de laatste tijd zo tussen 40 en 45 dollar.

Iran

Het MEES heeft van de Iraanse minister van olie, Ali Akbar Moinfar, vernomen dat de Iraanse produktie het komende jaar tussen drie en 3,5 miljoen vaten per dag zal liggen. Iran heeft zelf ongeveer een miljoen vaten per dag nodig. Van de rest zal ongeveer tien procent worden aangeboden op de vrije markt. Volgens de minister bedraagt de produktie op het ogenblik 3,5 miljoen vaten per dag. Maar elke drie maanden wordt de omvang van economische commissie van de OPEC heeft berekend dat die waarde tussen 35 en 50 dollar per vat ligt, aldus de minister. ,,.,^ . ._ , ;

Akkoord %

De regeringen van Iran en Japan zijn het er maandag in beginsel over eens geworden dat Iran ruwe olie aan Japanse importeurs zal verkopen tegen een gemiddelde prijs van dertig dollar per vat (van 159 liter). Dit is vernomen in kringen van het Japanse ministerie van Buitenlandse zaken. De overeenstemming zou zijn bereikt tijdens besprekingen tussen de Japanse ambassadeur in Iran, Tsutomu Wada, en de Iraanse minister van olie, Ali Akbar Moinfar, in Teheran. De overeengekomen prijs is hoger dan de officiële prijs van 28,50 dollar per vat die Iran op 17 december heeft vastgelegd, maar lager dan de prijs van 35 dollar per vat die Iran Japan eerder heeft berekend.

Naar verwachting zullen Japanse handels- en oliemaatschappij nu onmiddellijk de onderhandelingen met de Iraanse staatsoliemaatschappij (NIOC) hervatten over de leveranties van ruwe olie aan Japan in 1980. Deze besprekingen zijn begin december geschorst omdat Japan vreesde door het accepteren van een hoge prijs nog meer irritatie bij de Verenigde Staten op te wekken over zijn houding in het Iraans-Amerikaanse conflict.

Wada en Moinfar hebben niet gesproken over de omvang van de Iraanse leveranties in 1980. In 1979 leverde Iran twaalf procent van de Japanse behoefte aan ruwe olie. •Ti Ci

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 januari 1980

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Nigeria, Algerije, Libië en Irak verrhogen ruwe-olieprijs

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 januari 1980

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken