Bekijk het origineel

Juan Carlos is symbool van de Spaanse eenheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Juan Carlos is symbool van de Spaanse eenheid

Populaire monarch grondlegger van stabiele democratie

11 minuten leestijd

DEN HAAG — De politieke ontwikkelingen in Spanje na de dood van Franco worden zelfs door de meest verstokte Spaanse democraat niet als een wonder gezien. Maar de „Stille Revolutie'', die in zo'n kort tijdsbestek heeft plaatsgehad, heeft de meeste Spanjaarden ruimschoots meer gebracht dan zij in alle redelijkheid konden verwachten.

Zesendertig jaar van dictatuur, voorafgegaan door de chaos van de Tweede Republiek (1931-1939), vormden niet bepaald een vruchtbare bodem voor een stabiele democratie. De geijkte vooispelling voor het Spanjena-Franco was dat een politieke impasse zou ontstaan tussen links en rechts, weerspannig gemaakt door terrorisme en sterk toenemende werkloosheid, gevolgd door een krachtdadig ingrijpen van het leger en de onvermijdelijke terugkeer naar de dictatuur. Dat dit scenario zich niet voltrok is een eer voor alle Spanjaarden, maar wellicht het meest voor één, koning Juan Carlos I, die voorheen door de waarnemers in Madrid werd beschouwd als een intellectuele puber en een marionet van Franco.

Slaperige ogen
Juan Carlos Victor Maria de Borbon y Borbon, achterkleinzoon van een dochter van koningin Victoria van Engeland, is voor het huidige Spanje het symbool bij uitstek van de nationale eenheid. Hoewel aanvankelijk was verwacht dat de erfgenaam van Franco's regime een fascistische paleis, even buiten Madrid, gaat de Spaanse koning niet in op de vraag hoe hij deze taak in zo korte tijd heeft kunnen volbrengen. Als opperbevelhebber van de Spaanse strijdkrachten onderstreept hij wel dat de democratie in het land stevig verankerd is en dat de militairen geen enkele aanleistaatsvorm zou handhaven, erkennen nu zijn felste tegenstanders zelfs dat zij hun koning grovelijk hebben onderschat. In een land, dat in het verleden vaak een sterke republikeinse hang vertoonde, wordt Juan Carlos nu door vrijwel alle politieke gezindten geaccepteerd als de leider en in aanzienlijke mate ook de auteur van het proces dat Spanje de essentie van een democratie verschafte — een wetgevende vergadering van gekozen vertegenwoordigers.

Tijdens een gesprek met Nederlandse journalisten in het Zarzuela paleis, even buiten Madrid, gaat de Spaanse koning niet in op de vraag hoe hij deze taak in zo korte tijd heeft kunnen volbrengen. Als opperbevelhebber van de Spaanse strijdkrachten onderstreept hij wel dat de democratie in het land stevig verankerd is en dat de militairen geen enkele aanleiding hebben een greep naar de macht te doen en derhalve naar een autoritair regime in Spanje terug te keren.

In monarchistische kringen in de Spaanse hoofdstad wordt uiteraard hoog opgegeven van de kwaliteiten van de koning. Echter ook buiten deze kringen wordt de theorie aanvaard dat het gevoelige proces dat zich in Spanje heeft voltrokken slechts een mogelijkheid was dank zij een militair, wiens politieke bekwaamheden zo handig waren verpakt en zo behulpzaam onderschat. De 42-jarige monarch stelt zich steeds bescheiden op en heeft ietwat slaperige ogen, hetgeen zou hebben kunnen bijdragen aan de valse indruk dat hij geestelijk niet erg vlot opereert. Maar hij is noch lusteloos, noch laconiek. Nog geen vijf jaar na de dood van de Caudillo straalt hij een grote fysieke en ook politieke kracht uit en lijkt hij voldaan over de taak die hij reeds heeft volbracht, of ernstig hoopt te hebben volbracht: de vreedzame ontmanteling van het Franquistische systeem, van binnen uit, door de oude Cortes ertoe te brengen zichzelf weg te stemmen en door politieke partijen tot de Spaanse arena toe te laten. Als het democratiseren van een autoritair en rechts regime een opening naar links betekent, zo is het wel eens snaaks opgemerkt, dan heeft een lid van het huis Van Bourbon wellicht de meest effectieve linkse inspanning geleverd in het naoorlogse Europa.

Terugtocht

„Juan Carlos heeft een fascistische opleiding genoten en hij heeft niet het geringste idee wat democratie inhoudt", schamperde de verbannen Spaanse communistische leider Carrillo een paar weken nadat generaal Franco in november 1975 was overleden. „Hij leeft geïsoleerd in het Zarzuela-paleis en alles wat hij van het Spaanse volk weet is wat Franco hem heeft willen laten zien". En terwijl socialisten en communisten hun plannen ontvouwden voor een totale breuk met de erfenis van het Franco-bewind, richtte Carrillo zich nog eens nadrukkelijk tot de nieuwe monarch. „De Bourbons houden er niet van risico's te nemen."

Nauwelijks een jaar later nam de koning zodanige risico's voor de zaak van de democratie dat de linkse krachten gedwongen waren hun woorden goeddeels in te slikken. Carrillo maakte tijdens een persconferentie zelfs de grootste terugtocht. „Ik ben een republikein. Maar als wij in plaats van een koning een president van de republiek hadden gehad, zouden we vandaag niet hier bijeen zijn. Al lang geleden zouden schietpartijen op straat zijn uitgebroken".

Carrillo's angst, en met hem die van vele andere Spanjaarden, voor voortzetting van de Franco-dictatuur en zijn beoordeling van de persoon van Juan Carlos leken aanvankelijk wel gerechtvaardigd. Prins Juan Carlos was nauwelijks tien jaar oud, toen zijn vader Don Juan en Francisco Franco overeenkwamen dat hij onder het oog van de generalissimo zou worden opgevoed. Het pact tussen Franco en de troonpretedent was een waagstuk van beide kanten, met de persoon van de prins als prijs. Franco wilde de koninklijke erfgenaam vormen tot de stichter van een nieuwe fascistische dynastie, terwijl Don Juan hoopte dat zijn zoon zich tegen indoctrinatie zou verzetten en de opvolgong voor zijn vader zou openhouden tot de tijd dat de troon kon worden opgeëist, zonder enige ideologische binding.

Obstakels

Hoewel Franco zelden druk uitoefende op de meningsvorming van de jonge prins plaatste hij zoveel mogelijk obstakels op de weg van diens toekomstige actievrijheid. Kennelijk meende hij dat de standpunten van de prins wel waren vastgelegd, maar dat zijn weerstandsmogelijkheden wel eens uitgeput zou kunnen raken. In 1969 moest de prins zijn trouw betuigen aan de fascistische staatsstructuur, in ruil voor de erkenning dat hij de erfgenaam was van de Caudillo. Hij was met zoveel constitutionele boeienvastgeslagen dat Franco uiteindelijk kon zeggen: „Alles is vastgelegd en góéd vastgelegd." Don Juan was woedend om de eed van trouw van zijn zoon, die hem immers van de koninklijke opvolging uitsloot, en hij sprak een publieke veroordeling uit. Een tijd lang stonden vader en zoon op slechte voet, hoewel er sindsdien een verzoening heeft plaatsgehad.

Zowel Don Juan als Franco bleek dezelfde misrekening te hebben gemaakt, evenals de Europese publieke opinie in de eerste periode van Juan Carlos' bewind. Zeker de eerste zeven maanden waren 's konings handen uiterst strak gebonden, niet in de laatste plaats door de Franquistische „bunker". Franco's trouwe aanhanger Carlos Arias was premier en een solide anti-democratische Cortes blokkeerde alle hoop op hervormingen. Maar in juli 1976 stuurde Juan Carlos premier Arias de laan uit en verving hem door een jonge, onbekende Adolfo Suarez. Voor de eerste keer gaf Juan Carlos nu de opdrachten en uit een voorzichtige, gehoorzame prins kwam een hardwerkende monarch tevoorschijn, die kennelijk een helder idee had van wat hij wilde doen.

Geen superman

Elke Spanjaard erkent dat Juan Carlos natuurlijk geen superman is en dat hij niet volledig op eigen houtje Spanje's democratische revolutie heeft bewerkstelligd. Ondergronds bestonden al partijen met politieke leiders en evenzeer was onder het Spaanse volk een getij tegen de dictatuur gegroeid. Bovendien stonden hem drie mannen terzijde die, althans wat het raamwerk van het toekomstige Spanje betrof, dezelfde gevoelens koesterden: Adolfo Suarez, een produkt van het Franco-apparaat, Felipe Gonzalez, een jonge socialistische advocaat zonder regeringservaring, en Santiago Carrillo, een taaie, schrandere communist. Deze vier mannen, niet het meest waarschijnlijke onderhandelingsgezelschap, kwamen tot een consensus die bekend als het Moncloa-pact (genoemd naar de residentie van de premier waar het pact werd gesloten). Dit Moncloa-pact, dat sindsdien al een keer werd vernieuwd, resulteerde in arbeidsrust en een opmerkelijk kalme overgang naar een constitutionele democratie.

In Madrid wordt nog een andere gebeurtenis aangehaald, die een steun in de rug van Juan Carlos kan zijn geweest bij het vestigen van de democratie. Het betreft hier de moord op premier Luis Carrero Blanco in 1973 door de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Admiraal Carrero Blanco was de gekozen opvolger van Franco en het zou voor de koning niet gemakkelijk zijn geweest onder diens premierschap de Franco-koers vaarwel te zeggen.

Werkloosheid
Toch zou de indruk onjuist zijn dat de Spaanse democratie nu ook onwrikbaar op haar poten is gezet. In gezaghebbende krijgen in Madrid wordt eraan herinnerd dat de werkloosheid in het land, de inflatie en het eventuele NAVO-lidmaatschap evenzovele vraagstukken zijn die een bedreiging voor de toekomstige situatie kunnen inhouden. Vooral het probleem van de werkloosheid wordt door de Spaanse politici als een risicodrager onderkend. Was het percentage van die werkloosheid in 1979 nog 8,5 procent, dit jaar zal het waarschijnlijk toenemen tot ongeveer 10 procent. Daaraan moeten dan nog worden teogevoegd de ongeveer 1 miljoen Spanjaarden die in het buitenland werkzaam zijn en die in steeds groteren getale naar hun land terugkeren als gevolg van de economische recessie in de gehele wereld. Bedenkt men dan tenslotte dat het totale arbeidspotentieel in Spanje uit 15 miljoen menen bestaat, en de werkelijke omvang van het probleem komt in het vizier.

Een ander vraagstuk dat in de, toekomst moeilijkheden kan berokkenen ligt op buitenlands terrein. De regering van Suarez kondigde al geruime tijd geleden aan dat zij een campagne zou lanceren om voor Spanje het lidmaatschap van de NAVO te verkrijgen.bZo'n Zo'n zou het Spaanse leger werkelijk plezieren, maar daarentegen niet de linkse politieke partijen. Deze zouden uiteindelijk zoveel stemmen kunnen vergaren dat ze in de Cortes een dergelijke stap zouden blokkeren, hetgeen de politieke stabiliteit van Spanje-niet ten goede zou komen.

Nationale minderheden

Een zware zorg voor het Spanje van vandaag is ook het probleem van de nationale minderheden. In de nieuwe Spaanse grondwet is vastgelegd dat aan een aantal regio's autonomie zal worden verleend, een proces dat voor Catalonië en Baskenland al bijna is afgerond. De Spaanse minister voor territoriaal bestuur, Antonio Fontan Perez, schilderde desgevraagd het idealistische beeld dat Spanje zich in de nabije toekomst ontwikkelt tot een in rust badende „Bundesmonarchie", een vergelijking met de uit deelstaten opgebouwde Westduitse bondsrepubliek. Waarnemers in de Spaanse hoofdstad werpen Fontan echter tegen dat hij dan kritiekloos voorbijgaat aan de felle nationalistische gevoelens, die vooral in Baskenland en Catalonië leven. Zij menen dat de situatie rond de autonomie voor de Spaanse regio's mogelijk de kiem draagt van een toekomstig uiteenvallen van de Spaanse natie.

De grootste plaag die het huidige Spanje teistert is die van het terrorisme. Tijdens het bewind van Juan Carlos zijn in het land vele honderden doden gevallen door politiek geweld, en zeker drievierde daarvan mag op rekening worden gebracht van de Baskische ETA. De moordaanslagen op Carrero Blanco in 1973 en op de militaire gouverneur van Madrid, gene

De Spaanse kroonprins Felipe (7) zwaait met zijn ouders naar het duizendkoppige publiek voor de Los Jeronemoskerk in Madrid, waar de plechtige kerkdienst het begin betekende van het nieuwe koningschap van Spanje. raal Ortil Gil in 1979, tonen aan dat dergelijke moordaanslagen de democratie in Spanje een uiterst slechte dienst bewijzen. Het militaire apparaat wordt er nerveus van, terwijl de rechtse krachten weer de gelegenheid vinden op te roepen tot een sterk bewind.

Afstand

Hierin ligt wellicht ook de hoofdreden voor de grote populariteit die Juan Carlos onder alle geledingen van de Spaanse bevolking geniet. De nieuwe democratische orde in Spanje bestaat vooral ook bij de gratie van de overtuiging dat de bevolking slechts de keus heeft tussen „deze orde of het leger". Tussen 1815 en de rebellie van Franco in 1936 waren er in Spanje meer dan 50 militaire samenzweringen, muiterijen, staatsgrepen of andere oprispingen van de zijde van de militairen. Maar Juan Carlos is een militair, een officier, afgestudeerd aan de Militaire Academie van Saragossa, en zijn belangrijkste en gevoeligste taak is het militaire apparaat gerust te stellen. Hij moest daarvoor de afgelopen jaren als een ware koorddanser te werk gaan, de militairen enerzijds innemend voor zijn politieke visie, maar anderzijds toch enige afstand houdend tot diezelfde militairen. De koning had daarbij zeker de situatie van de familie van zijn vrouw Sophia in gedachten, de voormalige koninklijke familie van Griekenland. Tijdens het| Griekse referendum waarbij de monarchie werd afgewezen, speelden de beweringen een rol dat de koninklijke familie te dicht bij de strijdkrachten had gestaan.

Compliment

Op dit moment is van een dergelijke ontwikkeling in Spanje nog bepaald geen sprake. In Madrid wordt wel gezegd dat het binnen de Spaanse grenzen een zeldzaam verschijnsel wordt iemand te ontmoeten die geen ,,Juancarlista" is, een uitspraak die niet van overdrijving is gespeend maar die wel uitstekend weergeeft hoe populair de jonge monarch in korte tijd geworden is. Het beste compliment aan Juan Carlos komt wellicht van Josep Taradellas, de bejaarde leider van de Catalanen die president was van de Catalaanse ,,generalitat" tijdens de laatste roerige jaren van de Tweede Republiek, en die pas twee jaar geleden uit ballingschap naar zijn;' land terugkeerde. Deze Taradellas," die door de nationalistische Catalanen op handen wordt gedragen, zei op de vraag wat hij vindt van de huidige monarch in Spanje, spontaan en zonder enige terughoudendheid: ,,Juan Carlos is de basis van de Spaanse democratie."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 maart 1980

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Juan Carlos is symbool van de Spaanse eenheid

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 maart 1980

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken