Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Niet kiezen uit evangelisch, reformatorisch of alternatief

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Niet kiezen uit evangelisch, reformatorisch of alternatief

IR. VAN DER GRAAF VOOR JUBILERENDE RRQR

5 minuten leestijd

AMERSFOORT — Op 12 maart was het precies 25 jaar geleden dat de RRQR (reünistenvereniging van de studentenvereniging CSFR) werd opgericht. Ongeveer vijf jaar eerder was het eerste studentendispuut van wat later de CSFR zou heten opgericht, waarin studenten uit de gereformeerde gezindte elkaar zouden ontmoeten.

Had men zich in de studententijd vooral bezonnen op de bestudering van de consequenties van het gereformeerd belijden in de wereld van de universiteit, toen men eenmaal afgestudeerd was en een plaats in de maatschappij had ingenomen werd men bepaald bij de vraag naar „het uitdragen van de reformatorische beginselen en het bevorderen van de toepassing daarvan in de samenleving van het Nederlandse volk", zoals deze statutair verwoord wordt.

Men zou kunnen verwachten dat de vereniging bij gelegenheid van haar 25-jarig bestaan een inventarisatie opmaakt (of door een buitenstaander laat opmaken) van de resultaten en de inspanningen van de vereniging en haar leden. Niet alzo echter vrijdagavond tijdens de jubileumvergadering in het „Berghotel" te Amersfoort.

Ook al staat vast dat de vereniging, vooral d.ra.v. haar orgaan „Wapenveld", nog steeds poogt een bijdrage te leveren aan de doordenking van het reformatorisch belijden en al is het bekend dat vele leden vooraanstaande plaatsen in het kerkelijke (inclusief het gemeentelijke) leven, in de politiek en andere sectoren van de maatschappij innemen, de invloed van dat alles laat zich moeilijk meten. Daarom had het bestuur gekozen voor een bezinning op de vraag naar de positie en koers van deze reünistenorganisatie in protestants-christelijk Nederland.

Principe

Om de gedachtenwisseling op gang te brengen en te stimuleren was ir. J. van der Graaf, algemeen secretaris van de üereforrtieerde Hond in de Nederlands Hervormde Kerk en zelf ook lid van de RRQR, uitgenodigd om op deze jubileumvergadering, voorafgegaan door een wat feestelijk getinte bijeenkomst, te refereren over het thema: ,,RRQR: evangelisch, reformatorisch of een alternatief?"

Ir. Van der Graaf begon zijn lezing met een karakterisering van het „reformata" in de naam van de RRQR aan de hand van hetgeen enkele van de oprichters voor ogen stond. Men wilde bewust in de traditie van de reformatie staan en zag het ais een van de voornaamste opgaven om met de bevinding in de spanning van het inde-wereld en toch niet van-de-wereld te staan.

Aan de hand van enkele thema's uit het eind jaren veertig verschenen boek van de hervormde hoogleraar A. F. N. Lekkerkerker „De crisis der reformatie", zoals het „sola scriptura", de verhouding van God's gerechtigheid en barmhartigheid, de leer der verzoening, het ,,sola gratia" en de kinderdoop, toonde de spreker aan dat niet alleen toen maar ook nu (weer) de principia van de reformatie aangevochten worden.

Lekkerkerker sprak destijds als zijn verwachting uit dat de komende 25 jaar een beslissend antwoord zouden geven op de vraag of de crisis een positieve dan wel een negatieve uitwerking zou krijgen.

De verzoeningsleer, die ir. Van der Graaf als een kernstuk van de reformatie beschouwde, verkeert ook vandaag in de crisis, zo stelde hij vast. De alternatieve verzoeningsleer legt de Schrift op het procrustusbed van de maatschappelijke ideologie en doet het bevrijdende Woord geweld aan, zo meende hij. Als dit het alternatief voor de RRQR zou zijn, zou dit betekenen dat het reformata is losgelaten.

Evangelisch?

Is dan het evangelische het alternatief?, vroeg ir. Van der Graaf zich af. Hij erkende graag dat de evangelicals, welke beweging hij verstond als een reactie op de moderne theologie, belangrijke raakvlakken met het reformatorische heeft: het „sola scriptura", de gloria Dei, de bevinding van het hart, de persoonlijke toeëigening van het heil door de Heilige Geest, het objectieve van de verzoening.

Toch meende hij tegen de achtergrond van het reformata bezwaren te moeten maken. Hij constateerde gemis aan zicht op de belijdenis, op het institutaire (van de kerk), de consequenties van het persoonlijk geloof voor de maatschappij, het verbond (de kinderdoop). Om die reden vond hij het te optimistisch en te ongenuanceerd om ten aanzien van de evangelical-beweging te spreken van de grootste opwekking sedert de Reformatie.

Maar deze kritische reserve past volgens ir. Van der Graaf ook ten opzichte van wat momenteel de naam „reformatorisch" draagt, al beklemtoonde hij dat generaliserende oordelen uit hun aard onrecht doen. Hij wees o.a. op het exclusivisme en de intolerantie, de verenging van het verbond, de objectieve heilsfeiten gaan .soms schuil achter de subjectieve beleving. Verder meende hij onvoldoende oog voor het theocratisch beginsel op te merken en zag hij de levensheiliging teveel vertaald als wereldmijding, waardoor de bezinning op ethische vragen bijvoorbeeld ten achter blijft.

Opvallend noemde hij het dat het evangelische en het reformatorischevan-vandaag op sommige punten aan hetzelfde euvel mank gaan. Alles overziende bracht dit zijns inziens de conclusie mee dat niet alles wat hedentendage reformatorisch heet op de hoogte van het reformata staat.

Lippendienst

Wat betreft de RRQR meende de heer Van der Graaf dat het eigene — het reformata — eerder bloot staat aan de verleiding om de alternatieve dan om de evangelische kant op te gaan. Als intellectueel wil men graag voor vol aangezien worden en is het risico aanwezig om lippendiensten aan de schoolmakende theologie te bewijzen.

Het eigene van en de opgave voor het reformata, tussen het evangelische en het reformatorische, zag ir. Van der Graaf o.m. gelegen in: het ,,sola scriptura" naar de confessie, het objectieve dat voorafgaat aan het subjectieve, de bevinding onderscheiden van mystiek en bevindelijkheid de rechtvaardiging van de goddeloze, het theocratisch beginsel, de triumf der genade over mens en wereld.

De taak van de RRQR in de huidige omstandigheden omschreef de heer Van der Graaf ten slotte ongeveer als volgt.

Om gereformeerd (reformata) te zijn zal de vereniging ook zelf steeds weer gereformeerd moeten worden en dat ten behoeve van de gereformeerde gezindheid, dus niet ten behoeve van het oude, hervormde genootschap en evenmin ten dienste van het sectarisch-reformatorische. Men zal moeten trachten om bindend bezig te zijn, zonder in kritiek tekort te schieten en zonder de katholieke allure van het reformata te verliezen. Het reformata wilde ir. Van der Graaf graag laten staan als reformatorischten-principale. Niet de traditie, de beleving of een bepaalde gemeentetheologie mag de overhand krijgen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 maart 1980

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Niet kiezen uit evangelisch, reformatorisch of alternatief

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 maart 1980

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken